Het hoofddoekendebat gaat verder.

5 11 2009

Het hoofddoekverbod dat door directrices van het Atheneum Antwerpen en van het Atheneum Hoboken werd afgekondigd, blijft de debatten domineren. Eindelijk, zouden we zo zeggen! Want zo’n debat gaat over veel meer dan over de hoofddoek. Het gaat over kansen op onderwijs en over de vraag of goed onderwijs niet belangrijker is dan de hoofddoek. Het gaat om een problematische identiteitsbeleving, die volledig overheerst wordt door godsdienst. Het gaat over kansen op de arbeidsmarkt, zoals Jan Denys van Randstad al heeft aangetoond in een opiniestuk in De Morgen. Ook HVV kon niet achterblijven in deze discussie en steunde in een opiniestuk in De Morgen de beslissing van het Atheneum van Antwerpen. Omdat geen enkel recht absoluut is, ook niet het recht op godsdienstvrijheid. Wanneer andere rechten, zoals de vrijheid om iets niet te dragen, in het gedrang komen, mag een instelling als een school ingrijpen. Dat was de kern van ons betoog. Samen met de vraag of de om hun assertiviteit geroemde moslima’s in al hun furie niet even wilden overwegen om hun godsdienstige aanspraken wat te temperen. Om hun godsdienst toch een beetje te relativeren. Het debat gaat ook over gelijkheid. Moslims vragen gelijke behandeling en non-discriminatie. Maar wanneer hen dan wordt gevraagd om zich te schikken naar het schoolreglement, dat voor iedereen gelijk zou moeten gelden, dan breekt de hel los. Hallo? Je kan niet vragen om gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, op school of waar dan ook, om dan zelf de gelijkheidsprincipes te ontwijken. Dat zegt ook Paul Scheffer in ‘Het land van aankomst’. Het zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die op een moderne manier over integratie wil nadenken. Verplichte literatuur ook voor de activisten van BOEH! en voor de ouders die hun kinderen de eerste september  kwamen opjutten voor de schoolpoort, getooid met trechters en slangen en aureooltjes op hun hoofd. Er is een tijd en een plaats voor alles en ik vind zo’n opjutterij net voor de kinderen de school betreden en worden overgeleverd aan het gezag van de school, pedagogisch totaal onverantwoord.

Björn Siffer (woordvoerder HVV) – Het Vrije Woord Extra, oktober 2009





Jan Hertogen: het probleem met al die mensen met ‘meningen’.

9 07 2009

Volgens Jan Hertogen, in het gelijknamige stukje, is het “Weg met ’t kapje”-probleem een probleem van geborneerde en ‘intolerante’ vrijzinnigen, die bovendien samenspannen op een manier die elke gelovige van de samenzweringstheorieën jaloers doet schuimbekken (sorry, even de stijl van Hertogen misbruikt). Hertogen slaat de bal meer dan behoorlijk mis.  Dat is niet zo omdat hij ‘meent’ fouten of ‘paradoxen’ te ontdekken in het discours van een in zijn ogen wonderbaarlijk eenstemmig vrijzinnig front, maar vooral omdat hij fundamentele maatschappelijke afspraken niet van groepsgevoeligheden kan onderscheiden.

Laat ons een poging doen om een en ander op te helderen.
Het gaat ten slotte over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen.

Hertogen neemt in zijn gehele betoog tegen de perfide vrijzinnigen een a priori aan dat jammer genoeg niet meer geldt. Vanaf de eerste zin gaat het volgens hem over het al of niet toekennen van rechten aan bepaalde levensbeschouwelijke groepen. Hij verengt dit nogal gemakkelijk tot gelovigen tegen ongelovigen. Dat is sinds geruime tijd in onze streken een niet-realiteit: de ‘gelovigen’ zijn sociologisch een absoluut kleine minderheid. De hele idee van een godsdienstig gestuurde of gefundeerde maatschappij (christelijk, joods, islamitisch of wat dan ook) is, tot spijt van wie het benijdt, een vage droom uit het verleden. Natuurlijk zijn er nog landen zoals Saoedi-Arabië, Nigeria en ook de VS, waar drukkingsgroepen (die soms de regering vormen) dit ideaal blijven beklemtonen. Maar de realiteit van een toenemend interdependente wereld met diversiteit, eerder dan ‘één land, één volk, één godsdienst’ maken die droom tot een vreemde, exotische nachtmerrie.
Het maatschappelijk project waarvoor de hele mensheid staat, luidt nu: hoe komen we tot een samenleving met een menselijk, duurzaam en leefbaar afsprakensysteem dat toelaat met verschillen te kunnen samenleven? Dat is het project van de gemengde maatschappij, en dat is dus het project van de verstedelijkte wereld. Daarover heeft Hertogen het niet. Nooit. Hij redeneert voort in de oude zuilenmaatschappij die, het moet gezegd, in de jaren tachtig echt definitief afgestorven is. Maar niet iedereen schijnt dat te weten of te willen toegeven. Die theocratische onzin van vorige generaties bestaat natuurlijk, want het zuilendenken bestaat nog. De argumenten van Hertogen zijn daartoe op merkwaardige consistente manier terug te voeren: de wet geeft die of die mogelijkheid, het zuil(tje) van islamitische scholen is wettelijk mogelijk, enzovoort. Zeer juist. Alleen: wetten zijn menselijke producten en de verzuiling is de voorbije decennia uitgehold en toch nog als machtsbasis (van alle zuilen) gehandhaafd zonder de sociologische achterban. Daarover bestaan studies van katholieke en van vrijzinnigen huize, met dezelfde resultaten: het zuildenken is dienstig aan een machtsapparaat, niet aan een reële bevolkingsgroep, ook niet voor islamieten. Dat vrijzinnige stemmen die conclusie trekken en dan een stap verder zetten naar een niet-zuilgebonden inrichting van de maatschappij is wat er nu aan de hand is. Dat is dus, laat ons wel wezen, veel belangrijker dan de loopgravenmentaliteit die we jammer genoeg als ‘mening’ van Hertogen vernemen.
Zo kunnen we bijvoorbeeld de redenering van Hertogen plaatsen als zou de vrijzinnige gemeenschap nu de moslims uitzonderen, volgens de auteur zoals de nazi’s dat deden met de joden. Sorry, het probleem is foutief geformuleerd: we zijn allemaal geëngageerd in een project waarbij mensenrechten erkend worden voor iedereen, los van afkomst, geslacht, religie, ras… Ook Europa, ook België en ook Vlaanderen heeft zich daarin ingeschreven.
Dat houdt in dat mannen en vrouwen vanuit religieuze overtuiging nooit verschillend-discriminerend kunnen behandeld worden. Dus, meisjes moeten de kans krijgen zich te ontplooien zoals jongens, en niet ‘een beetje’, of alleen en voor zover als de lokale gemeenschap het goed vindt. Dat de gelijkheid van man en vrouw een groot probleem is voor de drie boekgodsdiensten in het bijzonder, en dus ook voor islamieten, is een wetenschappelijk gegeven. Het volstaat om even naar de duizenden andere culturen/religies in de wereld te kijken om te beseffen dat dit voor godsdiensten uit die regio van de Middellandse Zee een lastig probleem is. In Vlaanderen zijn vandaag 174 culturen aanwezig, zoals het populaire tv-magazine ‘Man bijt hond’ ons terecht wekelijks laat horen en zien. Dan is het claimen van slechts drie van die tradities om de wet te spellen problematisch. Dat is simpelweg een verstarde voortzetting van de zuilenmaatschappij van weleer. Wanneer vrijzinnigen dat zeggen, zijn ze niet ‘ook schuldig aan dat exclusief denken’ maar wel realistische en democratische denkers.

Ten slotte een woordje over de vrij onduidelijke uitleg over de omkering van dader en slachtofferrol in Hertogens stuk. Voor zover we dit begrijpen gaat het hier over een interpretatie van psychologische rollen in een politieke context. Dat betekent dat, tenminste volgens onze interpretatie, de reële problematiek handelt over onderdrukking en manipulatie en niet over het erkennen of niet van eigenheden. Doen we die oefening van maatschappijvorming ‘samen’ niet, dan belanden we noodzakelijk in vormen van paternalisme en nieuwe verdrukking. De weg van de vrijzinnige is daarbij niet zacht of vriendelijk zoals de naastenliefde dat voorschrijft, maar wel hard en doortastend overleggend. Dat is een beetje confronterend, maar wel emanciperend. Dat wil zeggen, het is niet vriendelijk of lief of niet-fundamentalistisch om een groep die niet correct behandeld wordt volgens de algemeen afgesproken uitgangspunten (de Grondwet, het Charter van europa, de Mensenrechten) dan maar een bijzondere toelating te geven om volgens hun eigen preferenties voort te doen. Dat soort van ‘begrijpen’ of naastenliefde is in feite onrecht in stand houden, zelfs al lijkt het lief geformuleerd. Het is ook niet fundamentalistisch, maar wel hard en op termijn eerlijk en inderdaad respectvol om te eisen dat alle mensen dezelfde rechten moeten kunnen opnemen en dezelfde ontplooiingskansen als mens krijgen, zelfs als dat tegen de belangen en de schenen van de predikers van een religieuze (of andere) eigenheid is.
Die tweede positie is die van de vrijzinnige woordvoerders die door Hertogen zo vakkundig andere intenties worden aangepraat. Het slachtoffer blijft echter de zwakste of minst beschermde, in dit geval de vrouwen in een eeuwenlange man-gedomineerde reeks van tradities. En nog eens, dat is geen algemeen menselijk fenomeen: sommige culturen kennen die structurele ongelijke behandeling van vrouwen niet, maar de drie boekgodsdiensten hebben voor zover bekend niet anders gekend tot de Verlichtingsfilosofie die machtsverhouding langzaam is beginnen slopen.

‘Meningen’ zijn slechts zinvol wanneer ze de realiteit ernstig nemen. Het afschrijven van dorpse reacties van ‘wij tegen de anderen’ als onzin is dus geen ‘mening’ van fundamentalistische vrijzinnigen, maar wel een realistische houding.

Hendrik Pinxten (voorzitter HVV),
Björn Siffer (woordvoerder van HVV) bjorn.siffer@h-vv.be
en Eric Goeman (voorzitter Attac Vlaanderen).





Een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld

29 06 2009

STANDPUNT van Rik Pinxten en Björn Siffer (voorzitter en adjunct-directeur HVV)

Is de hoofddoek een godsdienstig symbool of niet? Wij vermoeden van wel gezien de hevige tegenstand van moslims. Is een hoofddoek nu verplicht of niet in de islam? Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben, want dit is een geloofskwestie en ik geloof niet. Ik beweer wel iets te weten over het begrip ‘identiteit’. Hoe definieer je identiteit? We vergeten te vaak dat onze afstamming gemengd is en we verkiezen ons in te beelden dat we een vaste en zekere identiteit bezitten, omschreven en bepaald door de bodem, of door de godsdienst, of door de volksgroep of door de natie. Nationalisten en racis-ten baseren hun identiteit hoofdzakelijk op één aspect. Bodem, of volkscultuur, of ras. Nochtans is een identiteit vooral meerlagig. Een mens kan afkomstig zijn uit een bepaalde streek, een bepaalde politieke overtuiging hebben of een bepaalde levensbeschouwing aanhangen. Dat zijn allemaal aspecten van een identiteit. De Frans-Libanese auteur Amin Maalouf schreef er een interessant essay over: “Les identités meurtrières”. Als je één aspect uit je identiteit licht en je je enkel daar mee vereenzelvigt, dan word je afhankelijk van dat ene aspect en ben je ook snel geraakt als men je aanvalt op dat aspect. Het is algemeen bekend dat nogal wat migranten een identiteitscrisis doormaken. Ze beseffen dat hun afkomst of die van hun (voor)ouders elders ligt, ze zijn vaak de taal onvoldoende machtig en ze zien er ook wat anders uit dan de meerderheid van de andere mensen die ze dagelijks op straat ontmoeten. Ook een goede job vinden, ligt soms heel moeilijk. Wat is dan een begrijpelijke, menselijke reactie? Terugplooien op een facet in je leven waarin je wel houvast vindt. Voor vele migranten is dit godsdienst. Wanneer ze dan ook nog eens op dit aspect worden aangevallen – geef toe, de islam is niet echt populair in het westen – dan gaan ze heel defensief en radicaal reageren. Maar ze laten zich te gemakkelijk voor één gat vangen. En een overheid, of in dit geval een school die bij voorkeur een instituut is dat een pedagogisch project uitdraagt in de hoop jongeren op te voeden tot kritische bur-gers, heeft het recht, ja zelfs de plicht, om haar jongeren bij te sturen indien het dreigt mis te lopen met die identiteitsbeleving. Het godsdienstige aspect van hun identiteit is té prominent aanwezig. In die zin dat het niet gezond meer is. Het is niet gezond dat aan jonge mensen niet meer kan gevraagd worden om die ene, meestal godsdienstige, uiting van hun nochtans meerlagige identiteit, even – gedurende de schoolu-ren – af te zetten. Dit is problematisch. Zoals het ook problematisch is dat een imam een binnen de schoolpoorten georganiseerd beschaafd debat monopoliseert en een ganse menigte “Allah Akbar” laat schreeuwen. Of oproept niet meer naar school te gaan, waarmee hij eigenlijk de boodschap geeft dat godsdienst belangrijker is dan onderwijs. De Athenea van Antwerpen en Hoboken verbieden overigens alle politieke en religieuze symbolen. Dus niet enkel de hoofddoek. Dat de athenea een poging doen om kledingvoorschriften voor iedereen gelijk te stellen, komt in het debat van de voorbije dagen onvoldoende aan bod. Het valt ons inderdaad op dat er weinig wordt gezegd over de grond van de zaak. Niemand verwoordt dit beter dan directrice Karin Heremans zelf: “Ik denk dat we naar een samenlevingsmodel moeten waarin we compromissen kunnen vragen van iedereen en waarbij we aan allochtonen kunnen vragen dat de hoofddoek soms afgedaan wordt.” In de meeste Antwerpse scholen geldt – zeer eenvoudig – een hoofddekselverbod. Iedereen wordt gevraagd dit te respecteren. Waarom zou voor moslims dan een uitzondering moeten gemaakt worden? Omdat het over godsdienst gaat? Heeft godsdienst dan zo’n verheven statuut dat ze boven algemene regels staat? Ik denk dat de seculiere rechtsstaat hier het belangrijke signaal moet geven dat dit niet zo is. Onder normale omstandigheden zou een hoofddoekverbod misschien niet aan de orde zijn. De vraag is echter of er nog sprake is van normale omstandigheden. Dat de islamitische godsdienst oprukt en radicaliseert, daarover is iedereen het eens. Je ziet vandaag veel meer hoofddoeken op straat en op school dan vroeger. Leerkrachten krijgen het steeds moeilijker om te onderwijzen over de evolutieleer en moeten steeds vaker hun lessen onderbreken omdat islamitische leerlingen protesteren en de leerkracht verwijten “haram” kleding te dragen of meningen te vertolken die haram zijn. Wie twijfelt aan dit snel oprukkende fenomeen moet maar eens wat minder opiniestukken lezen en praten met mensen in het veld. Met onderwijzers en maatschappelijk assistenten bijvoorbeeld. Zij ondervinden de problematiek dag na dag en wensen deze niet meer te relativeren. Zij vragen dat de overheid ingrijpt en eens duidelijk zegt waar de grenzen van godsdienstige aanspraken liggen en waar het algemeen belang primeert boven godsdienst. Denkt u nu echt dat het daar in Antwerpen en Hoboken allemaal dommeriken zijn die niet weten dat hun maatregel er op korte termijn voor zorgt dat bepaalde meisjes van hun familie niet meer mogen studeren? Denkt u nu echt dat die progressieve directies in Antwerpen en Hoboken niet weten dat emancipatie best van de onderdrukte groep zélf uitgaat en dat emancipatie onder dwang nogal paternalistisch is? Denkt u nu echt dat een progressief instituut als het Atheneum van Antwerpen, dat al jaren schitterend werk levert rond actief pluralisme, nu opeens gekaapt wordt door rabiate godsdiensthaters? Zou er echt niet een klein beetje meer aan de hand zijn? Zou het niet kunnen dat dit een schreeuw is naar onze politici om eindelijk eens beleid te voeren rond integratie? Dat dit een daad is – uit noodzaak – die even duidelijk wil stellen waar het algemeen belang primeert boven godsdienstige belangen? Dat dit een pedagogische maatregel is die het belang van godsdienst even terug in het juiste perspectief en binnen de juiste proporties wil brengen? Net als Meyrem Almaci (Groen!), Kris Van Dijck (NVA) en vele andere politici vraag ik een open debat – feiten op tafel – over de machocultuur bij moslimjongens, over familiaal geweld, over godsdienstige indoctrinatie, over gelijkheid van man en vrouw, over schijnhuwelijken en huwelijksmigratie, over scheiding van kerk en staat, over vrijheid van meningsuiting. Ik vraag méér dan een meldpunt discriminatie. Ik vraag dat het thema hoog op de politieke agenda wordt geplaatst en niet wordt overgelaten aan de profeten van de clash of civilizations, zoals dat vroeger gebeurd is. Ik stel voor dat de Minister van Onderwijs zich niet langer wegsteekt achter de autonomie van de scholen en eens nagaat in hoeverre gescheiden godsdienst- en zedenleerklasjes bijdragen tot het onbekend-maakt-onbemind fenomeen. Bereiden we onze jongeren zo optimaal voor op een interculturele samenleving? Vinden wij het normaal dat jongeren al vanaf hun zesde geïndoctrineerd worden dat ze van klei gemaakt zijn en pas vanaf hun twaalfde vernemen dat ze van apen afstammen? Hoe komt het dat een zelfbewuste en niet van assertiviteit gespeende moslima in het KA Antwerpen verklaart dat er een islamitische expansie aan de gang is die door de goddelijke hand wordt gestuurd? Ik stel ook voor dat de overheid een grondige bevraging organiseert over de verhouding tussen levensbeschouwing en overheid. In de eerste plaats bij de mensen in het veld. Bij onderwijzers, maatschappelijk assistenten, verenigingen, medewerkers van VDAB, politieagenten, straathoekwerkers, kortom bij mensen die dagdagelijks geconfronteerd worden met de samenlevingsproblemen. Ik stel ten slotte ook voor dat iedereen eens rustig de tijd neemt om voor zichzelf uit te maken wat er nu werkelijk aan de hand is. Beste moslima’s, een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld. Ga vooral verder met studeren. Discussieer met elkaar over godsdienst, maar ook over politiek, over sport, over liefde, over seks, over alle dingen die het leven mooi of lelijk maken. En draag die hoofddoek thuis of op straat, niemand verbiedt dit. Draag hem even niet op school of wanneer je een openbare functie uitoefent. Geef en neem.

Hendrik Pinxten en Björn Siffer
(De auteurs zijn respectievelijk voorzitter en woordvoerder van HVV)
Verschenen in De Morgen van 26 juni 2009





Lijden

3 04 2009

Amelie Van Esbeen uit Merksem is 93 en een kranige dame. Ze is naar eigen zeggen ‘helemaal op’. Ze is niet ongeneeslijk ziek, maar heeft een hele verzameling ouderdomskwalen die samen haar leven ondraaglijk maken. Dat vindt ze zelf. De vrouw vraagt om te mogen sterven, maar ze komt niet in aanmerking voor euthanasie omdat ze niet binnen de voorwaarden van de wet valt. Daarvoor moet je immers lijden aan een niet te genezen aandoening die ondraaglijk lijden veroorzaakt.

Zoals Amelie zijn er velen, en met de groeiende vergrijzing van de bevolking en een steeds groter aantal hoogbejaarden zullen gevallen als het hare steeds vaker voorkomen. Voor- en tegenstanders van euthanasie in dit soort gevallen hebben valabele argumenten.

Tegenstanders betogen dat ouder worden hoe dan ook het leren aanvaarden van een aantal verliezen is: van gezicht, gehoor, geheugen, mobiliteit, onafhankelijkheid van anderen. Maar dat al dat verlies daarom nog geen reden tot een doodswens moet uitmaken, en dat donkere gedachten en depressies ook kunnen verholpen worden door met technische hulpmiddelen of therapie de hoogbejaarde weer een zekere levenskwaliteit te geven. Wanneer zoiets helpt, is het natuurlijk de aangewezen weg.

Maar wat doe je als het doodsverlangen ondanks die medische en therapeutische interventies blijft, wanneer langdurig en herhaaldelijk de wens wordt uitgesproken om het leven te mogen verlaten?

Wie is in zulke gevallen dan de ultieme scheidsrechter om te oordelen over de echtheid van het ondraaglijk lijden? Over de wens daaraan een einde te maken? Voor gelovigen zijn zij dat zelf niet en die mening verdient alle respect.

Maar wanneer een wilsbekwaam en autonoom individu zelf wenst dat er einde aan haar lijden gemaakt wordt, is dat ook een mening waarvoor anderen respect dienen op te brengen. Dat is trouwens de basisethiek achter de wetgeving op euthanasie. Die wetgeving, zo leert Amelie ons, is aan verfijning toe.

Want nu zitten we met de vrij surrealistische situatie dat Amelie wel het recht heeft om in hongerstaking te gaan en zichzelf zo een uiterst onmenselijke hongerdood te laten sterven, maar dat ze van het recht op een pijnloze en genadige dood onthouden blijft. Die keuze zou men niemand mogen aandoen, wat ook je levensbeschouwing is.

Yves Desmet
Politiek commentator
DeMorgen 24/03/09





Groene groei is de enige uitweg

5 03 2009

Ban Ki-moon (secretaris-generaal van de Verenigde Naties) en Al Gore (voormalige vicepresident van de Verenigde Staten) luiden de alarmklok: 2009 is het jaar van de waarheid. Als we nu niet investeren in groene energie en in armoedebestrijding, en als we dit jaar in Kopenhagen geen robuust klimaatakkoord hebben, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
Economische stimuli zijn thans aan de orde van de dag. Dat hoort ook zo, nu regeringen op alle continenten de wereldeconomie weer proberen aan te zwengelen. Maar de leiders die de economie op dit ogenblik de dringend noodzakelijke nieuwe zuurstof willen geven, zouden er met vereende krachten ook voor moeten zorgen dat het nieuwe feitelijke economische model dat hieruit zal ontstaan, duurzaam is voor onze planeet en onze toekomst.

Op dit ogenblik hebben we nood aan zowel stimuli als investeringen op lange termijn. Ons antwoord op de crisis moet één wereldwijd economisch beleid zijn waarmee we twee doelstellingen kunnen realiseren: tegemoetkomen aan onze dringende en onmiddellijke economische en sociale behoeften, en een nieuwe, groene wereldeconomie op de rails zetten. Dat heet thans ‘groene groei’

Wat houdt dit dan concreet in?
Ten eerste vereist een gesynchroniseerde wereldwijde recessie een gesynchroniseerd wereldwijd antwoord. Ten tweede moet het bij de stimuli die de economie opnieuw aanzwengelen, om weldoordachte en goed uitgevoerde herstelmaatregelen gaan, die ons tegelijk de nieuwe, koolstofarme weg naar groene groei tonen.
De afschaffing van de subsidies voor fossiele brandstoffen – momenteel wereldwijd driehonderd miljard dollar per jaar – zou de uitstoot van broeikasgassen met maar liefst zes procent verminderen en zou overal ter wereld bijdragen tot een stijging van het bruto binnenlands product. De ontwikkeling van hernieuwbare energie brengt soelaas op de plaatsen waar de nood het grootst is. Nu al zijn ontluikende economieën goed voor veertig procent van de bestaande hernieuwbare energiebronnen overal ter wereld, en voor zeventig procent van de zonneboilercapaciteit.

Leiders overal ter wereld en met name in de Verenigde Staten en China worden er zich stilaan van bewust dat groen geen optie maar een noodzaak is, als ze hun economieën willen recht trekken en banen willen scheppen. Enkele cijfers: op dit ogenblik stelt de sector van de hernieuwbare energie wereldwijd 2,3 miljoen mensen tewerk: meer dan het aantal rechtstreekse banen in de olie- en gassector. In de Verenigde Staten is de windenergiesector nu al een grotere werkgever dan de hele mijnsector.

De herstelplannen van president Barack Obama en van de Chinese overheid zijn een belangrijke stap in de goede richting en hun groene maatregelen moeten dringend worden toegepast. We dringen er echter bij alle regeringen op aan om groene stimuli in te voeren op het vlak van energiebesparing, hernieuwbare grondstoffen, openbaar vervoer, nieuwe intelligente elektriciteitsnetten en herbebossing, en om hun inspanningen op elkaar af te stemmen zodat de resultaten snel volgen.

Daarnaast ook beleidsstrategieën nodig om de armoede te bestrijden. Regeringen van de geïndus-trialiseerde landen moeten daarom over de grenzen heen hulp aanbieden en onmiddellijk investeren in rendabele projecten die de productiviteit van de armsten verhogen. Ook de sociale vangnetten moeten worden verstevigd. Een armoedebestrijdingsbeleid houdt ook in dat we investeren in een beter grondgebruik, waterbescherming en droogtebestendige gewassen. Zo kunnen we boeren helpen om zich aan te passen aan het veranderende klimaat, anders kunnen chronische hongersnood en ondervoeding het resultaat zijn.

Er is in Kopenhagen een robuust klimaatakkoord nodig. Het tempo van de klimaatgesprekken moet drastisch worden verhoogd en het thema moet aandacht krijgen op het hoogste niveau, liefst nog vandaag. Dat is de basis voor een echt duurzaam economisch herstel waar wij én de kinderen van onze kinderen in de komende decennia de vruchten van zullen plukken.

Investeren in groene economie is geen optionele kost. Het is een slimme investering voor een eerlijkere, welvarende toekomst.

Bron: DS





Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden’

5 03 2009

Pater Luc Versteylen wil in de Scheldestad een interreligieuze dialoog creëren waarbij hij de verschillende gemeenschappen nauw wil betrekken. Dat schrijft hij in zijn nieuwe boek De Verbaasde Bogen, dat nu al forse tegenkanting krijgt uit alle hoeken.
Begin dit jaar protesteerde Versteylen al eens samen met joden en moslims voor de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal tegen het geweld in Gaza. Nu wil hij de verschillende godsdiensten in de Scheldestad dichter bij elkaar brengen. Een mooie, maar moeilijke dialoog die al tijdens de persvoorstelling van De Verbaasde Bogen tegenkanting kreeg. Luc Versteylen en inspiratiebron Tacetdin Cayit van Het Centrum voor Dialoog & Begrip in Antwerpen (Cediba) werden in twee bekende cafés op de Grote Markt geweigerd vanwege de politieke geladenheid van de nieuwe uitgave. De kerk had dan weer bezwaren omdat er te veel seks en een te prominent pleidooi voor samenwerking met de moslimgemeenschap in de publicatie zouden staan.

Versteylen pleit in De Verbaasde Bogen voor meer dialoog tussen de diverse religies. ‘Het kan toch niet dat er zo’n prachtige gebouwen – kerken, moskeeën, synagogen – enkel zijn voorbestemd voor één religie. Waarom delen we die kunstwerken niet in periodes van diepe vreugde maar ook van diepe rouw?’ zegt de stichter van Agalev. ‘Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden, waar alle religies vreedzaam samenleven’, aldus de pater. Om deze boodschap te bekrachtigen kondigde Versteylen aan dat er op 22 maart in zijn brouwerij in Viersel naar aanleiding van zijn 50-jarig priesterjubileum een lentefeest zal zijn waar jonge christenen, joden, moslims en vrijzinnigen gezamenlijk de stap naar volwassenheid zullen zetten, net zoals bij een plechtige communie. (cdh/belga)

Bron: DS





Kortrijk erkent moskee Attakwa, grootste moskee in Oost-en West-Vlaanderen

5 03 2009

De stad Kortrijk erkent de moskee Attakwa en adviseert de provincie West-Vlaanderen hetzelfde te doen. De verantwoordelijken van de moskee willen een erkenning door Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen (Open VLD). Dat zou veel voordelen met zich meebrengen: zo wordt de imam betaald door het ministerie van Justitie en worden de financiële tekorten door de provincie bijgepast. De stad Kortrijk heeft na het geven van een gunstig advies geen financiële verplichtingen.

Een moslimvertegenwoordiging zat de voorbije maanden rond de tafel met een delegatie van minister Keulen en de stad Kortrijk. Een erkenning kon alleen als aan bepaalde voorwaarden werd voldaan. De moskee moet Nederlandstalige bestuursleden hebben, Nederlandse lessen geven en een boekhouding bijhouden.
Voor het offerfeest kunnen de moslims vanaf nu terecht in de sporthal van het atheneum Drie Hofsteden. Daar komen 1.500 mensen naartoe, de locatie in de Stasegemsestraat is te klein geworden.’

Op 5 maart brengt de provincieraad haar advies uit, waarna minister Marino Keulen de knoop doorhakt. Attakwa wordt de grootste erkende moskee in West- én Oost-Vlaanderen. Nu al komt ongeveer zeven procent van de bevolking in Kortrijk wekelijks naar de moskee.

Bron: DS