Ierland en Hippocrates

20 11 2012

Het fiere Ierland ontwaakte deze week als een land waar sommige dokters hun patiënten laten sterven omwille van een godsdienst. Savita Halappanavar, een Indiase vrouw uit Galway, mocht dat ondervinden toen haar een abortus werd geweigerd. Nochtans was de foetus die zij droeg niet meer levensvatbaar en vergiftigde hij langzaamaan haar lichaam. De argumentatie van de dokters was even duidelijk als dogmatisch: we horen nog een hartenklop ‘en Ierland is een katholiek land’. Bon, goed dat we dat weten.

Ten gronde moeten we besluiten dat deze artsen hun geloof laten primeren op de Eed van Hippocrates, die zij nochtans hebben afgelegd. In de Eed van Hippocrates (versie juli 2011 van de Orde van geneesheren van België) lezen we: “Ik zal ervoor waken dat mijn houding tegenover patiënten niet beïnvloed wordt door levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociale stand, ras, etnie, nationaliteit, taal, gender, seksuele voorkeur, leeftijd, ziekte of handicap.” Het lijkt mij vanzelfsprekend dat ze daar in Ierland ongeveer hetzelfde zweren, ook al gaat het om een symbolische eed. Het lijkt mij alvast gezond te onderzoeken wat het Ierse equivalent van onze Code van Geneeskundige Plichtenleer, die wel bindend is, vertelt over de handelingswijze van de Ierse ‘dokters’. Op de website van de Ierse Medical Council lezen we alvast: “Good medical practice is based on a relationship of trust between doctors and society and involves a partnership between patient and doctor that is based on mutual respect, confidentiality, honesty, responsibility and accountability.” Het respect en de verantwoordelijkheid lijken mij alvast zoek.

God dient voor deze dokters als alibi om mensen de meest dringende medische hulp te ontzeggen en zo tot de dood te leiden. Waar eindigt de godsdienstvrijheid en begint de criminaliteit? De Ierse rechters zullen oordelen.

Björn Siffer, Woordvoerder HVV
Verschenen in De Morgen op vrijdag 16/11/2012





‘Ik ben op zoek naar mijn donor, niet naar mijn vader’.

27 09 2012

Pleidooi voor een tweesporensysteem

In België is het doneren van zaad- en eicellen in principe strikt anoniem, zoals vastgelegd in de wet  op de medisch begeleide voortplanting.

Maar de dagelijkse praktijk – kinderen die vragen naar hun donor –  en de toegankelijkheid tot spermabanken via internet (www.dk@cryosinternational.com) zorgen ervoor dat de anonimiteit niet langer gegarandeerd wordt. Wil dit zeggen dat de wetten aangescherpt moeten worden om koste wat kost de anonimiteit te garanderen?

HVV vindt dat de tijd rijp is om het debat te voeren of de anonimiteit wel gegarandeerd moet blijven. Of bestaat er een andere optie die de ideale oplossing geeft aan de wensen van de drie actoren in dit verhaal: het kind, de ouders en de donor?

Gisteren getuigde en KID-kind (Kunstmatige Inseminatie Donor) in Terzake. Eén uitspraak  viel op: “Ik ben niet op zoek naar mijn vader, wel naar mijn donor”. Met andere woorden: deze vrouw van 30 is op zoek naar haar genetische geschiedenis en die geschiedenis wordt haar bij wet afgenomen. Zelfs gewone fysieke kenmerken, zoals haarkleur, ogen en sociale gegevens zoals opleiding en beroep mag ze niet weten. Nochtans bewijst onderzoek dat een KID-kind niet op zoek is naar een ontmoeting met de donor en niet op zoek is naar een zorgvader. Neen, een KID-kind wil vooral informatie over hoe die genetische ‘vader’ eruit ziet, wat hij studeerde enz. Dit werd nogmaals bevestigd in het gesprek gisteren. Bovendien werd dé grote angst van elke donor weerlegd: bij wet kan vastgelegd worden dat er nooit onderhoudsgeld of andere financiële eisen van de donor kunnen geëist worden. Het juridische luik kan perfect gesloten blijven, tenzij de donor hier zelf van afstapt.

Er werd ook gepraat over de drie actoren in dit verhaal en hun wensen: de wensouder(s), de donor en het kind. In de discussie over de anonimiteit staan de belangen van de verschillende actoren soms lijnrecht tegenover elkaar. Er is vooreerst het belang van het kind, dat om medische of psychologische redenen op zoek is naar zijn verwekker. Verder geldt het belang van de ouders van het kind, die omwille van fertiliteitsproblemen of de afwezigheid van een biologische vader/moeder hun toevlucht hebben gezocht tot kunstmatige bevruchting via een derde, en dit feit in veel gevallen niet aan de grote klok willen hangen. Ten slotte is er het belang van de donoren, die kindloze paren willen helpen met het (anoniem) afstaan van hun zaad- of eicellen. Elke regelgeving omtrent de anonimiteit van donoren moet die belangen zorgvuldig tegen elkaar afwegen, en zo mogelijk met elkaar verzoenen. Alleen wordt er in deze discussie volledig voorbijgegaan aan het gegeven dat het kind de enige acteur in het verhaal is die geen keuze kon maken. En hebben kinderen geen rechten? Ik denk van wel.

Twee bronnen van internationaal recht worden in het debat over donoranonimiteit steeds opnieuw aangehaald. In eerste instantie refereert men aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Artikel 7 stelt dat ieder kind het recht heeft om, in de mate van het mogelijke, zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden. Een ruime interpretatie van dit artikel geeft kinderen het recht om op zoek te gaan naar de genetische afstamming. Het IVRK stelt bovendien dat de belangen van het kind steeds de eerste overweging vormen bij maatregelen die kinderen betreffen. Maar er is ook artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op bescherming van het privé-leven waarborgt. Donoren hebben die bepaling al enkele malen ingeroepen om hun  anonimiteit te beschermen. Dit recht is evenwel niet absoluut en kan bijvoorbeeld beperkt worden om de rechten van anderen te doen eerbiedigen. Tot op heden stelde het Europees Hof zich evenwel sceptisch op ten opzichte van die beperking. Maar wat als er een andere uitspraak komt?

Ieder kind stelt zich wel eens de vraag naar zijn afkomst. Die vraag is niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Kinderen die door hun biologische ouders worden opgevoed, hebben daarover zekerheid. Ook bij adoptie beschikt men tegenwoordig meestal over de mogelijkheid om de identiteit van de biologische ouder te achterhalen. Veel KID-kinderen weten niet eens dat hun ouders niet hun biologische verwekkers zijn. De kans is echter reëel dat zij er door medische gegevens of een ‘verspreking’ zullen op uitkomen dat één van hun ouders niet hun genetische verwekker is. Door het jarenlange beleid van donoranonimiteit zijn zij afgesneden van informatie over hun genetische afkomst.

Ik beseft ook wel dat een radicale afschaffing van de anonieme donatie – de enige manier om alle KID-kinderen dezelfde rechten te geven – niet haalbaar is. Er zou een tekort aan donoren zijn en fertiliteitcentra zullen deze aanpassing van de wet nooit steunen. Daarom lijkt een ‘tweesporenbeleid’ mij een goede oplossing: een anomiem spoor naast een niet-anoniem spoor. Zowel de donor als de wensouder(s) kunnen kiezen. Dit zorgt ervoor dat heel wat donorkinderen wel op zoek kunnen gaan naar het ontbrekende puzzelstukje.

Nog een voordeel van dit beleid is dat er meer kinderen zullen zijn die onderdeel kunnen uitmaken van een onderzoek. En als zo’n onderzoek duidelijk zou stellen dat de angst van de donor, om op een mooie lentedag zijn stoep vol met nazaten te vinden, onterecht is, dan is het misschien toch ooit mogelijk de anonimiteit volledig op te heffen en aan alle kinderen dezelfde rechten te geven. Rechten die hen toekomen!

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Open brief aan de heer Léonard

31 05 2012

Beste heer Léonard,

Als lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie ben ik geschokt door uw uitspraken in DS van woensdag 30 mei 2012. Samen met vele andere mannen en vrouwen bespreken we maandelijks de aangifteformulieren die door de artsen na de uitvoering van een euthanasie ingevuld worden. Formulieren die het toelaten aan elk lid van de commissie, vanuit zijn of haar specialisatie (arts, jurist of specialist in de zorg bij het levenseinde), in detail elk zorgvuldigheidscriterium zoals bepaald door de wet te controleren. En dat deze commissie in volledige transparantie werkt bewijst het verslag. Tweejaarlijks wordt er een gedetailleerd verslag voorgelegd aan de federale kamers. Dit verslag gaat in op elke zorgvuldigheidsvereiste, het geeft duiding bij de patiënt achter die euthanasie, het vertelt over het fysieke en psychische lijden, het spreekt ook over de geraadpleegde tweede of/en derde onafhankelijke arts en diens advies, over de gebruikte producten. En, niet minder belangrijk, de formulieren geven ruimte aan de arts om hun persoonlijke bevindingen neer te schrijven. Niet onbelangrijk omdat een uitgevoerde euthanasie voor een arts een zekere emotie met zich meebrengt.  Het klinkt u misschien vreemd in de oren; maar het bestuderen van deze uitgebreide aangifteformulieren  gebeurt op een weloverwogen en zorgvuldige manier. Natuurlijk zijn er al eens onduidelijkheden of ontbreken er elementen. Natuurlijk wordt er al eens een dossier zorgvuldiger besproken, en natuurlijk wordt er al eens meer uitleg gevraagd aan een arts, zoals de wet trouwens voorziet. Maar uw uitspraken dat we (ik dus) ‘verplicht de ogen moeten sluiten voor praktijken die niet conform de wet zijn’ en dat de commissie (ook ik dus) ‘in het onvermogen is om de toepassing van de wet doeltreffend te controleren’, slaat op niets. Ik raad u aan de tweejaarlijkse verslagen van de commissie eens zorgvuldiger te lezen, of zag u niet dat er in dat verslag extra vermeldingen door artsen (ook katholieke artsen die een bagage aan barmhartigheid bezitten)zijn opgenomen, die aan de leden extra melden hoe sereen alles verliep, hoe innig en mooi het afscheid was rond het bed en hoe vredig er ‘uit het leven gestapt’ wordt. Natuurlijk heeft u gelijk als u zegt dat niet elke vraag om euthanasie ook gerealiseerd wordt omdat er een onderliggende vraag naar (palliatieve) zorg en aandacht kan zijn. Natuurlijk heeft u gelijk dat die palliatieve zorg verder uitgebouwd moet worden zodat die zorg voor iedereen toegankelijk wordt, zeker en vooral ook in de thuissituatie. Maar u heeft geen gelijk als u hardnekkig wilt blijven beslissen voor anderen (patiënt en familie en zorgverlener) in naam van de kerk en  uitgaande van uw ‘grote gelijk’. Er zijn nu eenmaal patiënten die, ondanks de beste goede zorg, voor euthanasie kiezen. Er zijn nu eenmaal familieleden die die vraag van hun geliefde willen en kunnen begrijpen en – al hoort u het niet graag – er zijn zorgverleners die, uitgaande van hun morele vrijheid (ook in de wet bepaald), wel willen ingaan op de vraag van de patiënt. Omdat ze respect hebben voor de wil van die patiënt, en vooral omdat barmhartigheid hen niet vreemd is. Ik verwacht ook van de hoogste instantie in onze kerk datzelfde respect en diezelfde barmhartigheid. En vooral verwacht ik van een prominent lid van de kerk dat die ook als Belgische burger onze wetten respecteert, inclusief de euthanasiewet. Misschien kan de kerk er werk van maken om ook andere praktijken bij het levenseinde zoals palliatieve sedatie even ‘transparant’ te maken als een euthanasie. Misschien is er daar toch iets dat ons bindt: ijveren voor de registratie van een sedatie zodat ook hier gecontroleerd kan worden op correcte uitvoering? En de kern van deze registratie kan dan alvast het feit zijn dat een palliatieve sedatie niet kan zonder overleg met de patiënt of de familie. Iets wat vrij logisch moet zijn voor wie de wet op de patiëntenrechten kent en volgt.

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie.





Uitbreiding euthanasiewet, ook voor mensen met een verstandelijke beperking

23 04 2012

Ook mensen met een verstandelijke beperking kunnen de maturiteit hebben om te kiezen voor euthanasie

 

“Het Humanistisch Verbond (tegenwoordig HVV: Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging) speelde een zeer belangrijke rol in het tot stand komen van de huidige euthanasiewet.” zegt Jacinta De Roeck, directeur van HVV. “Natuurlijk weet ik dat onze wet niet perfect is. Ik werkte zelf heel actief mee aan die wet. Ik heb altijd al gezegd dat de wet de dementen in de kou laat staan.”

Het is dan ook moeilijk om elke dag opnieuw in gesprekken (HVV registreert wilsverklaringen euthanasie en helpt de mensen bij het invullen ervan) te moeten duidelijk maken dat het wel nuttig is een wilsverklaring euthanasie in te vullen, maar dat deze verklaring totaal waardeloos is voor elke vorm van verworven wilsonbekwaamheid. “De wet laat de toepassing immers alleen toe voor uitzichtloze coma. En, eerlijk gezegd, daarvoor is er geen euthanasiewet nodig! Het goede medische handelen van elke arts zorgt ervoor dat iemand in een uitzichtloze coma niet kunstmatig in leven gehouden wordt.”

HVV blijft dan ook een correcte uitvoering van de wet en een uitbreiding van de wet eisen.

“Ik erger mij mateloos aan ziekenhuizen die euthanasie weigeren en palliatieve sedatie toepassen. Ze misbruiken de emotioneel wankele toestand van de patiënt en de familie! Het kan niet dat een ziekenhuis met één hand klaarstaat om federale subsidies te krijgen en met de andere hand een democratisch gestemde wet van tafel veegt! En in de psychiatrie is het nog schrijnender. Mensen die bij een intakegesprek het woord euthanasie laten vallen, worden soms botweg geweigerd en de deur gewezen. Over barmhartigheid gesproken!”

 

HVV zou HVV niet zijn als ze nu al niet de kiemen zou leggen voor een volgend debat.

“De uitbreiding voor minderjarigen en dementen zal er wel komen.” zegt De Roeck, “De stem van onze samenleving klinkt zo luid dat de politici ooit zullen moeten luisteren. Maar wat als de uitbreiding er is? Zelfs dan staat er een groep in haar geheel in de kou: de handelingsonbekwame meerderjarige en de verlengd verklaarde minderjarige. Voor een vrijzinnige kan dat niet. Ook iemand met een verstandelijke achterstand, die matuur genoeg bevonden wordt door het team, moet om euthanasie kunnen vragen. Een moeilijk debat gezien de historische voorgeschiedenis. Toch hopen wij dit debat met de begeleiders en de professionelen te kunnen voeren in een serene en open sfeer. Ik heb via mijn werk als directeur van HVV en via de netwerken die ik tijdens mijn politieke loopbaan opbouwde, veel contact gehad met mensen uit het veld. Begeleiders spraken me hier zelf over aan.”

 

Informatieve tekst

HVV en de strijd voor een correcte euthanasiewet voor elk individu.

Het Humanistisch Verbond trok al sinds de jaren 50 aan de kar om euthanasie wettelijk mogelijk te maken. Vijftig jaar later was het eindelijk zo ver.  We hebben een wet, die weliswaar niet perfect is, maar ze is er wel, en ze is intussen behoorlijk ingeburgerd in onze samenleving! De LEIFartsen en –nurses zorgen dat deze wet op het veld duidelijk gecommuniceerd wordt. Het ULteam biedt zelfs een uitweg voor die betrokkenen, familie en zorgverleners die ‘in de kou’ blijven staan. Morele consulenten van deHuizenvandeMens.nu staan klaar voor info en begeleiding en ook HVV speelt een prominente rol in de informatie, opvolging en zelfs ondersteuning. Maar toch is de strijd is nog niet gestreden!

 

Een wet die nog altijd niet correct toegepast wordt.

 

We merken  elke dag opnieuw dat de wet niet correct toegepast wordt. Artsen en ziekenhuizen die de wet niet genegen zijn, negeren nog steeds de wens en de autonomie van de patiënt en zoeken ‘achterdeuren’ om de euthanasievraag niet te horen of op een zijspoor (het intussen te vaak gebruikte palliatieve sedatie-spoor) te zetten, het bekende ‘uitstelgedrag’. Uitspraken als “Het is nog veel te vroeg om daarover te praten.” of  “Ikzelf kan echt niet ingaan op je vraag, maar ik zal op zoek gaan naar een ander arts.” – iets wat wel gezegd wordt, maar niet gedaan –  zijn schering en inslag. Moreel consulenten, ethische begeleiders en zorgverstrekkers ergeren zich hieraan, maar ze staan vaak machteloos. Wat ons vooral stoort is dat de zwakke positie  en de emotionele erg wankele gemoedstoestand van de patiënt en de familie ‘misbruikt’ worden.

 

HVV blijft daarom eisen dat de wet correct wordt toegepast:

–          Het kan niet dat ziekenhuizen een democratisch gestemde wet negeren, maar wel geen enkel probleem hebben met het krijgen van subsidies van diezelfde ‘federale’ overheid.

–          Het kan niet dat een huisarts, omwille van een morele reden, zijn patiënt in de kou laat staan en niet doorverwijst! Natuurlijk kan en mag hij weigeren, euthanasie is en blijft een ethisch en moreel zware beslissing. Maar die ‘morele vrijheid’ mag geen vrijgeleide zijn om niet de goede zorg te verstrekken die in de wet op de patiëntenrechten ingeschreven staat, om nog maar te zwijgen van de deontologische code waaraan een arts verplicht is!

–          Het kan ook niet dat de psychiatrie de euthanasievraag van mensen die een psychisch lijden hebben opzij schuift. Zeker niet omdat meer dan 90% van de psychiatrie in handen ligt van de ‘tegenstander’ van de wet. Is het barmhartig om mondige psychiatrische patiënten in de kou te laten staan door aan hen een intake te weigeren enkel en alleen omdat zij het woord ‘euthanasie’ laten vallen?

 

En dit is nog maar de top van de ijsberg. Als directeur van HVV ben ik vaak op pad voor infosessies, ook heb ik heel wat contacten met de mensen in de praktijk: de artsen, de zorgverleners, maar ook de patiënten zelf en hun familie. Vaak heb ik het gevoel dat we 10 jaar nadat de wet er kwam niet verder staan dan 10 jaar geleden. Een kleine groep blijft zich hardnekkig verzetten (cfr. het opiniestuk van René Stockman in DM van 6/4 – op ‘goede vrijdag’ nb!- ), en dat terwijl een ruime meerderheid van onze samenleving (gewone mensen en professionelen) duidelijk ‘anders’ denkt.

 

 

Een petitie om de politieke wereld wakker te schudden.

HVV probeerde in 2010 en 2011 de besprekingen op de politieke agenda te zetten. Tevergeefs. Een petitie, die mee ondersteund wordt door LEIF, RWS, de Grijze Geuzen, deMens.nu (vroeger UVV) en PMD Antwerpen werd massaal ondertekend en stopt op 22 april. Deze petitie zal later in het voorjaar overhandigd worden aan de Senaat. Daarmee tonen we aan dat de samenleving onze vraag voor een verfijning en een uitbreiding ondersteunt. Om nog meer druk uit te oefenen werd er tijdens de onderhandelingen een brief aan de onderhandelaars gestuurd om het belangrijke dossier op te nemen in de regeringsverklaring en zo te garanderen dat er een politiek debat zou komen. Er kwamen enkele positieve reacties van partijen en ook van enkele parlementsleden. Er staat echter niets in de regeerverklaring. Omdat de media zo een belangrijke rol kunnen spelen werd er zeer vaak gereageerd in de pers: met opiniestukken, lezersbrieven en interviews. HVV was een belangrijk partner in het tot stand komen van de wet, en is dat nu zelfs meer dan ooit. De samenwerking met LEIF en vooral met Wim Distelmans zorgt ervoor dat we ons standpunt duidelijk kunnen maken aan de bevolking. De huidige directeur van HVV (Jacinta De Roeck) was zelf één van de makers van de euthanasiewet als senator (AGALEV 1999-2003). Dankzij haar netwerken blijven we een prominente rol spelen.

 

 

Welke verfijningen en uitbreidingen vraagt HVV?

De verfijningen

  • Vermits de wilsverklaring steeds herroepbaar is, is een tijdslimiet van 5 jaar overbodig. Het is wenselijker de tijdslimiet te schrappen. De gemeenten, die de wilsverklaringen registreren, moeten nu al verplicht worden de betrokkenen automatisch op de hoogte te brengen van het nakende verstrijken van de tijdslimiet.
  • Indien de wilsverklaring euthanasie geregistreerd werd, dient het bestaan hiervan opgenomen te worden op de chip van de elektronische identiteitskaart of  siskaart.
  • Er moet een doorverwijsplicht komen voor de arts die euthanasie weigert.
  • Er moet toegezien worden op het feit dat ziekenhuizen die met overheidsgeld werken, de toepassing van de euthanasiewet niet in de weg staan.
  • Euthanasie voor psychiatrisch patiënten is perfect mogelijk via de huidige wet. Toch merken we dat zowel psychiaters als psychiatrische instellingen – die in meer dan 90% van de gevallen katholiek zijn – zeer huiverig staan tegenover de toepassing van de wet. Psychiatrische patiënten met een euthanasievraag, die voldoet aan de wettelijke voorwaarden, blijven in de kou staan. Erger nog, we horen te vaak getuigenissen van patiënten die zelfs geweigerd werden voor een opname, enkel en alleen omdat ze hun euthanasievraag ter sprake brachten, wat in strijd is met de wet op de patiëntenrechten.

 

De uitbreidingen

–          Ook euthanasie bij verworven wilsonbekwaamheid moet kunnen.

De bepalingen in de wet van 28 mei 2002 gelden niet voor mensen met een ‘verworven wilsonbekwaamheid’. Euthanasie voor dementerenden is dus nog steeds onmogelijk en ook een wilsbeschikking, opgesteld wanneer mensen wel nog volledig zelfstandig kunnen beslissen, biedt geen oplossing. Intussen gaan er steeds meer stemmen op om de wet ook voor mensen met een onomkeerbare hersenaandoening mogelijk te maken. Cijfers bewijzen (meer dan 70% van de bevolking volgens een Dimarso onderzoek) dat er een ruim maatschappelijk draagvlak is. HVV aanvaardt dan ook niet dat de ‘volks’vertegenwoordigers hun taak niet opnemen en de wet niet herbekijken in het parlement. Want intussen bewijst de praktijk steeds vaker dat er patiënten zijn, zoals Hugo Claus, die uit angst voor een geestelijke aftakeling, in een bepaald stadium van de dementie om euthanasie vragen op basis van het ondraaglijke geestelijke lijden dat de ziekte voor hen teweeg brengt, en dit op een moment dat ze wel nog voldoende bewust zijn. Zij stappen als het ware vroeger uit het leven dan nodig, enkel en alleen omdat de wet hier te kort schiet.

–          Euthanasie voor minderjarigen.

­Minderjarigen die ongeneeslijk ziek zijn en ondraaglijke pijn lijden die niet gelenigd kan worden, zijn volkomen uitgesloten van het recht op euthanasie. Toch is hun lijden even groot, de toestand waarin zij verkeren even ondraaglijk en mensonwaardig. Een aanpassing in de wet van 28 mei 2002 moet euthanasie voor minderjarigen mogelijk maken. De praktijk leert ons immers dat kinderen die zich in een uitzichtloze situatie bevinden een grote mate van maturiteit hebben, zeker ten opzichte van andere, gezonde kinderen. Het trekken van een leeftijdsgrens is bijgevolg een absoluut arbitraire aangelegenheid. Onze wet op de patiëntenrechten geeft jongeren en kinderen maximaal een stem in hun medische verhaal zonder dat er een leeftijdsgrens getrokken wordt.

HVV ijvert er dan ook voor de euthanasiewet uit te breiden voor wilsbekwame minderjarigen, en dit zonder een leeftijdsgrens, in overleg met de ouder/s en dit in analogie met onze Belgische patiëntenrechtenwet.

 

Maar zelfs met de verfijningen en de uitbreidingen is er nog een weg te gaan.

50 jaar geleden speelde HV een voortrekkersrol om de euthanasiewet erdoor te krijgen. Nu is het de taak van HVV om het volgende debat aan gang te trekken. Het kan niet dat er een groep in haar geheel door de wet uitgesloten zal blijven. Ook voor de verlengd minderjarig verklaarde en voor de handelingsonbekwaam verklaarde meerderjarige moet er een mogelijkheid zijn om euthanasie te vragen als zij de maturiteit daarvoor hebben.

De wet op de patiëntenrechten stipuleert: “De patiënt zelf moet zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten worden betrokken.”

Het debat kan bijgevolg perfect gevoerd worden.

Zoals we vragen dat ook jongeren en kinderen over hun levenseinde kunnen beslissen als zij daarvoor de maturiteit hebben, zo vragen we ook op de euthanasievraag van  handelingsonbekwamen, zoals verlengd minderjarig verklaarden en mensen met een mentale achterstand, die door een team matuur genoeg verklaard worden, kan ingegaan worden. Het is namelijk niet omdat iemand zijn of haar materiële belangen niet kan behartigen en het moeilijk heeft om in onze maatschappij te functioneren, dat die iemand niet perfect over zijn of haar eigen lichaam kan meespreken. Wat geldt voor de seksualiteitsbeleving van deze personen, geldt ook voor vragen bij medische aandoeningen en voor vragen over het levenseinde.

We beseffen dat dit debat bijzonder gevoelig ligt omdat de geschiedenis hier meer dan ooit ervoor zal zorgen dat er veel tegenstand zal zijn. Maar HVV vindt dat geen enkel debat uit de weg gegaan mag worden. Ook kwam dit item nog niet vaak ter sprake en moet het hele traject nog afgelegd worden. Zowel binnen de ledenvereniging HVV, de vrijzinnige wereld en de samenleving zelf. We hopen in ieder geval op het professionele werkveld (instellingen, artsen en begeleiders, patiëntenverenigingen, …) te kunnen rekenen bij het voeren van een eerlijk debat dat niet al direct gesmoord wordt omdat de geschiedenis dit niet zou toelaten.

 

Voor meer informatie kan je terecht bij:

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur van HVV

0475 – 75 93 53





Godsdienstig vuur tegen kritische media

14 11 2011

Na de brandstichting door moslimextremisten bij Charlie Hebdo
door Jan-Pieter Everaerts van het onafhankelijke Belgische e-zine De Groene Belg

“There can be no press freedom if journalists live in conditions of corruption, poverty or fear”
International Federation of Journalists

De brandstichting die in de nacht van 2 op 3 november in Parijs de redactie van het satirisch weekblad Charlie Hebdo in de as legde, zal het wel voor elke vrijzinnige duidelijk hebben gemaakt: met de opkomst van de islam in Europa laait de oude strijd tussen vrijzinnigen en godsgelovigen in alle hevigheid weer op. Letterlijk. In Parijs verstoren dezer dagen dan ook nog christelijke fundi’s een toneelstuk over Christus – “Sur le concept du visage du fils de Dieu” van Romeo Castelluci – en aan joodse medeburgers die elke krktiek op de apartheidsstaat Israël als antisemitisch willen bestempelen, is er jammer genoeg ook geen gebrek.

 Herinneringen aan nazi-boekverbrandingen

Brand stichten bij je tegenstanders: het is van alle tijden. In de V.S. was het bijvoorbeeld een strijdmiddel tussen de eerste filmstudio’s aan de westkust. En soms stak men niet alleen een concurrende studio in brand maar meteen een hele woonwijk. In Afghanistan verbrandden de Taliban bij hun aan de macht komen dan weer alle films die ze te pakken kregen. In de vlammen zag de historisch bewuste burger herinneringen opduiken aan de boekverbrandingen in nazi-Duitsland.

In eigen land was het het Antwerpse filmcollectief Fugitive Cinema – met Robbe De Hert als bekendste lid – dat zijn zaal King Kong in rook zag opgaan na een brandstichting door extreem-rechts. Nog in eigen land joeg extreem-rechts eveneens het laatste progressistisch Belgisch weekblad POUR (gevestigd in Elsene) begin jaren ’80 de vlammen in. Toenmalig hoofdredacteur Jean-Claude Garot was in die tijd bezig met het uitspitten van enkele politiek-financiële schandalen.

Begin november 2011 dan werden in Parijs de lokalen van het weekblad Charlie Hebdo in de as gelegd. Daar bleef het niet bij want ook de website van Charlie Hebdo ging plat. Dat gebeurde vanuit Turkije. Bij Bluevision, de Belgische webhost van het blad, liepen doodsbedreigingen binnen. De Franse krant Libération die Charlie Hebdo tijdelijk onderdak verleende, kreeg ook bedreigingen. Met name van één van de Turkse hackers die beweerden te handelen tegen “een belediging van onze waarden en ons geloof”. “Si Libération continue à publier ces dessins, nous nous occuperons d’eux aussi”, verklaarde ene Ekber, een jonge man van 20 jaar die in Istanbul geïinterviewd werd. De Turkse hackers distantieerden zich wel van de brandstichting. Ekber daarover: “Nous ne soutenons pas la violence. L’islam est une religion de paix. Ces actes sont le fait de gens qui se servent de la religion”. Aldus de jonge Turk waarvan op http://www.express.be te vernemen viel dat hij een universiteisstudent is en toekomstig informatica ingenieur.

En het begon allemal nog zo speels. In het eerste nummer van november “vierde” Charlie Hebdo – dat voor de gelegenheid de titel “Charia Hebdo” kreeg en de profeet Mohammed als hoofdredacteur had – “de overwinning” van de islamitische partij Ennahda in Tunesië. Zij het dan op satirische wijze. Blijkbaar bestaan er echter moslims die daar niet kunnen mee lachen. Met als gevolg: een golf van kritiek, haatoproepen, de brandstichting, het hacken en de doodsbedreigingen.

Niet het eerste het beste weekblad

Met Charlie Hebdo werd niet het eerste het beste blad aangevallen. Toegegeven, het weekblad dat ook in België te koop is, is voor de Belgische lezer vaak te sterk gefocust op de Franse situatie. Maar toch. Wie even op het Web zoekt naar waar Charlie Hebdo voor staat, denkt al snel in termen van “een instituut”

Wikipedia omschrijft het blad zo: “Charlie Hebdo est un hebdomadaire satirique français. Largement illustré, il est fait de multiples chroniques et pratique de temps en temps le journalisme d’investigation en publiant des reportages à l’étranger ou sur des domaines comme les sectes, l’extrême droite, le catholicisme, l’islamisme, la politique, la culture, etc. Sa ligne éditoriale communément admise est de gauche. Selon Charb, la rédaction du magazine reflète en effet « toutes les composantes de la gauche plurielle, et même des abstentionnistes » (http://fr.wikipedia.org/wiki/Charlie_Hebdo )

Op Wikipedia vind je ook dat het blad een voorgeschiedenis heeft die teruggaat tot 1960 toen de voorloper, het maandelijkse Hara-Kiri, het licht zag. Hara-Kiri noemde zichzelf « un journal bête et méchant ». Tijdelijke publicatieverboden in 1961 en 1966 maakten het Hara Kiri niet makkelijk om te overleven maar in 1969 kon toch overgeschakeld worden op een wekelijkse frequentie: Hara-kiri-hebdo. Wanneer het ministerie van binnenlandse zaken in 1970 een nieuw publicatieverbod oplegt – wegens een schokkerend geacht nummer na de dood van generaal de Gaulle – besluit de ploeg van het weekblad gewoon verder te publiceren, maar onder een andere naam: Charlie Hebdo.

Uit de jaren 70 onthield de redacteur van Wikipedia een verbazingwekkend goed gedocumenteerde kroniek over extreem rechts. Begin jaren 80 moet Charlie Hebdo er echter mee stoppen, bij gebrek aan abonnee’s. Zomer 1982 is het een nieuwe ploeg die opnieuw met Charlie Hebdo van start gaat en die een breed spectrum aan standpunten aan bod laat komen.

Maar het is twintig jaar later – november 2002 – een artikel over de Islam dat het blad de meeste kritiek oplevert. Na de aanslagen in New York op 11 september 2001, had Charlie Hebdo zich al gedistancieerd van sommige extreem-linkse stromingen die vanuit hun anti-amerikanisme, de islamisten weigerde te veroordelen. Wat het weekblad conflicten oplevert met dat deel van links. Ook rond de posities van Tariq Ramadan ontstaan er hevige meningsverschillen.

De laatste jaren zakten de verkoopcijfers van Charlie Hebdo weg. Eind 2009 werden er nog 53 000 exemplaren verkocht. Anno nu nog zo’n 48.000.

Op het Web bleef Charlie Hebdo lange tijd afwezig, tot op 10 september 2008, toen het startte met (het begin november gekraakte maar op maandagochtend 7 november toch al weer consulteerbare) http://www.charliehebdo.fr.

Wat Charlie Hebdo in de ogen van nogal wat van zijn lezers echter veel geloofwaardigheid kostte, was het conflict met één van zijn medewerkers, Sine, over een grap die de cartoonist gemaakt had over het nakende huwelijk van zoon Sarkozy met een steenrijk meisje van joodse afkomst. Net als Sine hebben inmiddels de meeste stichtende medewerkers het blad verlaten en is het huidige Charlie Hebdo volgens kritici nog slechts “een totale usurpatie van het oorspronkelijke blad” Hun voorkeur gaat nu uit naar het maandblad SINE Mensuel (http://www.sinemensuel.com/).

De meningsverschillen binnen en rond de redactie van Charlie Hebdo liepen diverse keren uit op aanslepende vetes en rechtszaken. Maar elkaars woningen of auto’s in brand steken, zo ver kwam het nooit. De geschillen werden uitgevochten zoals het hoort in een rechtsstaat: met woorden en desnoods tot voor de rechter, maar niet met vuur.

In de nacht van 1 op 2 november 2011 volgde echter de brandstichting door moslimextremisten in de lokalen van Charlie Hebdo (62, boulevard Davout, 20e arrondissement) en dat dus omwille van het numero “Charia Hebdo”.

 


De tekening van Charlie Hebdo met een vrolijke Mohammed die lacht: “100 zweepslagen, indien u niet sterft van het lachen”. In het Charia Hebdo nummer waren ook tekeningen te vinden die de “zachte charia” (islamitische wetgeving) illustreren alsook een “Charia voor mevrouw”. Achterin het nummer een tekening van Mohammed met rode clowsneus en de uitdrukking: “Ja, de islam is te verzoenen met humor”.

 Het houdt ook nooit op met godsdienstig geweld

Charlie Hebdo kennen we nu. En meteen werd een hele geschiedenis van problemen met kritiek op de islam opgerakeld. Een geschiedenis waar ook de doodsvonnis-fatwa toe behoort die Khomeiny uitsprak tegen de schrijver Salman Rushdie die jarenlang ondergedoken moest leven. Een geschiedenis die er niet in die mate (alhoewel, zie verder …) te vertellen valt rond de katholieke kerk die toch ook stevige kritieken te verduren kreeg uit de hoek van bv. surrealistische cineasten. Wat zou er gebeuren mocht Monty Python na “The life of Brian” (losjes geïnspireerd op het leven van Christus) ook nog “The Life of Bohammed” draaien?

In het weekblad Humo vroegen enkele moslimjongeren ooit waarom mensen in het Westen zo negatief staan tegenover de islam en niet tegenover het boeddhisme bijvoorbeeld. Het antwoord op die vraag lag voor de hand. Het boeddhisme heeft nimmer de grote oorlogen ontketend en heelder beschavingen onder de voet gelopen op de manier waarop de islam dat deed.

Integendeel: het waren de oprukkende moslimlegers die het boeddhisme in zijn bakermat India de genadeslag gaven. Eeuwenlang zou India kreunen onder een islamitische onderdrukking. Bij elke verovering werd het concept hernomen dat Mohammed al toepastte op de joden in Medina: de mannen vermoorden, de vrouwen en kinderen als slaven verkopen. De moslimlegers werden zo gevreesd dat als de vrouwen van een Indische stad zagen dat hun soldaten het niet konden halen, ze collectief zelfmoord pleegden door zich in brand te steken.

Op het Web zijn schattingen te vinden dat de Westerse christelijke ‘transatlantische’ slavenhandel zo’n 12 miljoen Afrikaanse slachtoffers gemaakt heeft, maar de islamitische slavenhandelaars hebben naar verluidt vanaf de 7de eeuw zo’n 18 miljoen mensen (Afrikanen, Aziaten en Europeanen) als slaaf verhandeld. (Maar er zijn ook bronnen die het zelfs over 28 miljoen Arabische slaven hebben.) De hindoes daarentegen hebben zich naar verluidt nooit verlaagd tot het verhandelen van mensen.

En het geweld vanuit christelijke en islamitische landen blijft verder gaan. Terwijl “god bless America” met zijn Europese en andere bondgenoten de wereld wil blijven domineren en desnoods bombarderen (zoals in LIbië), woedt het islamitisch geweld eerder van onderuit. In Nigeria bv. vielen begin november nog minstens 150 doden bij aanslagen opgeëist door de islamiitische sekte Boko Haram tegen politieposten en kerken. Wie weet overigens wat joods Israël in petto heeft als het effectief besluit de islamitische staat Iran vanwege zijn vermoede kerwapens te bombarderen ? Zou een mens niet moeten pleiten voor een verbod op godsdienst in de politiek?

Islam was niet bedoeld om democratisch te zijn

Er is al veel inkt gevloeid over de vraag of de islam al dan niet verzoend kan worden met het democratisch systeem zoals dat in West-Europa geleidelijk aan ontwikkeld werd, een evolutie waartoe ook in onze contreien, in het hertogdom Brabant met name, al in de middeleeuwen gepionierd werd.

Het antwoord op die vraag is te vinden in het boek “Islam voor ongelovigen” van Lucas Catherine. Deze linkse auteur beschrijft daarin hoe de profeet zich in “de eerste islamitische staat” (Medina) al meteen van zijn beste kant toonde. “Als absolute heerser bezat de Profeet de wetgevende macht.” (. . .) “Hij was de bevelhebben van het leger, hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde. Hij beheerde de openbare financiën, op basis van één vijfde van de oorlogsbuit. Verder vaardigde hij reglementen uit die het leven van de slaven en de niet-moslims binnen de stad bepaalden.” (pagina 36)

“Hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde.” “Opruimde“. Vermoordde dus. Klinkt dat als een ingrediënt voor een democratie ?

Weldus; wie trouw het voorbeeld van de profeet wil volgen, die kan geen democraat zijn.

Gelukkig willen de meeste moslims meestal ook “gewone” mensen zijn die temidden van familie en vrienden gelukkig en in vrede willen leven. En die dus hun godsdienst met matigheid toepassen. Maar het probleem is dat “extremisten” zich zo gemakkelijk kunnen spiegelen aan hun grote profeet. En die is anders dan een Christus of een Boeddha een echte oorlogsmisdadiger geweest. Eerst waren het karavanen die werden overvallen: een bepaald lafhartige taktiek. Vervolgens kwam het tot oorlogen tussen steden, tussen Medina en Mekka. Eén van de absolute dieptepunten uit Mohammeds leven was dat hij in Medina alle mannelijke joden van de Banu Qurayza liet vermoorden: “600 tot 700 mannen werden in een massagraf op het marktplein van Medina begraven en alle vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht.” (Catherine pagina 36)

Het moet hierbij toegegeven worden dat ook sommige Romeinse en andere heersers destijds deze combinatie van moorden en verkopen, toepasten. Evenmin hebben de moslims het elkaar vermoorden uitgevonden. Maar bij moslims blijft dat wel verder gaan, met name tussen soennieten en sjiieten in een land zoals Pakistan.

Hét grote verschil met het christendom is dat die godsdienst vreedzaam gesticht werd en dat Christus zich zelfs aan het kruis liet nagelen. Tot op het moment dat het christendom in Rome staatsgodsdienst werd – ca. 380 – was het een vervolgde godsdienst. Maar vandanaf werd het zelf een vervolgende godsdienst, wat aantoont dat ook met een vredesduif als stichter het snel ontsporen kan. Want altijd is er weer die absolute superdictator in de hemel op wie godsdienstige ‘leiders’ zich kunnen beroepen om zich het recht toe te eigenen te beschikken over leven en dood van hun medemensen.

“Les extrèmes se touchent?”

Eindeloos kunnen we ons blijven ergeren aan al de ongerijmdheden waarmee godsdiensten ons confronteren. Op de dag dat voor het onafhankelijk ezine De Groene Belg een eerste versie van deze tekst geschreven werd – zondag 6 november – ging het in de televisiejournaals uitgebreid over het islamitisch Offerfeest. Dat ‘feest’ herdenkt hoe Abraham in totale onderdanigheid zijn enige zoon aan “God” wou offeren, door zijn eigen kind de keel over te snijden. Kan het nog barbaarser en slaafser?

Jazeker. Denken we maar aan de “christenen” die op 23 oktober 1988 de Parijse cinema L’Espace Saint-Michel in brand staken als protest tegen “The Last Temptation of Christ” van de Italiaans-Amerikaanse regisseur Martin Scorcese. De aanslag gebeurde niet in een lege zaal. Er vielen 14 gewonden waaronder vier zwaar gewonden. Voor het leven verminkte mensen. Dezelfde “christelijke” groep pleegde nog aanslagen op de Gaumont Opera alsook in Besançon. Nog een andere aanslag van de groep veroorzaakte de dood van een toeschouwer. (Bron: Wikipedia) Dat uiteraard allemaal om te bewijzen dat Christus liefde is.

Misschien denkt u nu ook: merkwaardig hoe moslim- en christelijke extremisten zich van het zelfde brandstichting-wapen bedienen als extreem-rechts (zie de aanslagen tegen de King Kong en Pour). “Les extrèmes se touchent” ? “Daar waar ze toch elkaars zelfverklaarde vijanden zijn ? Dat geldt inderdaad voor Europees extreem-rechts en de islam. Maar anderzijds staat extreem-rechts wel overal aan de kant van hun ‘nationale godsdienst’ ; bij ons (en bv. ook in het Zuid-Amerika van de dictators zoals Pinochet) aan de kant van de katholieken, in Turkije bv. aan de kant van de islam enz. En het werkt ook in omgekeerde richting. Zo riep bv. de invloedrijke en meestal voor dialoog pleitende in de V.S. wonende Turkse imam Fethullah Gülen begin november radikaal op tot geweld tegen de Koerden. Via zijn website “herkul.org” verspreidde hij een toespraak over de Koerdische PKK, die hij besloot met het volgende “gebed”: ‘Zij die afstraffing verdienen. God, voer hen naar chaos, beëindig hun vrede. Steek hun huizen in brand en laat hen jammerend achter. Snijd hen bij de wortels af en laat hen verdwijnen. Vervul de opdracht.”

Hoe de godsdienstige horror beperken?

Verbieden dan maar al die godsdienstige horror ? Een weinig haalbare kaart. En het kan bovendien erg contraproductief werken.

Zit er iets anders op dan ons te blijven inzetten voor meer en beter onderwijs met daarin verwerkt het kennismaken door kinderen van jongsaf met alle vormen van religies en godsdiensten, zodat ze de claim van elke godsdienst van de enige ware te zijn, van jongsaf kritisch leren doorprikken.

Wat ook kan helpen is godenvrije alternatieven aan te reiken, religies zonder god maar met veel aandacht voor de aarde en al haar bewoners: de ‘Indiaanse’ Pacha Mama-religie, bij ons de bomencultussen van de druiden, de wijsheden van boeddhisme en taoïsme enz.

En uiteraard is het ook nodig om sociaal-economisch welzijn voor iedereen na te streven, want niets doet mensen zo vaak in extremistische godsdienstvormen vluchten als sociale uitsluting.

Verder past in plaats van al te veel ergernis, eerder compassie – medeleven – met al die mensen die zich laten wijsmaken hebben dat er een goddelijk ‘iemand’ zou bestaan waar ze heel hun leven rekening moeten mee houden. Bij de moslims houdt dat bv. ook in dat veel vrouwen hun hoofd altijd moeten inkapselen..

Wie zijn godsdienstig geïndoctrineerde medemens een beetje lief heeft, zal moeite doen om die medemens zich uit zijn mentale gevangenis te helpen bevrijden. Christenen spreken soms over “bevrijdingstheologie” maar dat is een contradictio in terminis. De echt bevrijde mens gelooft niet in superwezens maar neemt vrede met het korte leventje dat ons hier op Planeet Aarde te beurt valt en waar we samen het beste moeten van maken in plaats van ons tegen elkaar te laten opjutten door godsdienstige ‘leiders’.

Jan-Pieter Everaerts

Nawoord: de reacties op de brandstichting: kop in zand of zelfs vergoelijken

Een eerste iets wat opviel in de dagen na de brandstichting, was hoe “progressief” België haast blind bleef voor de brand in Parijs. Zou dat hetzelfde geweest zijn mocht er in Parijs bv. een moskee door fundamentalistische christenen zijn in brand gestoken ?

Nu was het op zondag 6 november tevergeefs zoeken naar een bericht over de brand op websites zoals die van de Indymedia’s (Antwerpen, Gent, Bruxelles), op die van Groen en Ecolo, op De Wereld Morgen, PVDA/Solidair, Vonk, Linkse Socialist, LEF, Kif Kif enzoverder. Niets te vinden over Charlie Hebdo ook op de webstek van de Vlaamse beroepsjournalisten VVJ. Alleen op de webstek van de Franstalige beroepsjournalisten van België was er een stukje met als titel: “Charlie Hebdo: locaux incendiés et site web piraté.”

Kijkt ‘progressief’ België de andere kant op omdat het zijn uit moslimlanden overgekomen kiezers niet voor het hoofd wil stoten ? Moeten ‘progressieven’ niet zowiezo altijd en overal opkomen voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting ?

In Parijs was er op zondag 6 november wel een manifestatie uit solidariteit met Charlie Hebdo. Verenigingen allerlei (waaronder de strijdbare vrouwenvereniging ‘Ni Putes, Ni Soumises”), politieke partijen, vakbonden en anderen kwamen hun steun betuigen aan één van de basispeilers van de democratische rechtsstaat: de vrijheid van meningsuiting.

Op de webstek van Ni Putes, Ni Soumises, kan men lezen dat de brandstichting een zoveelste uiting is van toenemend religieus extremisme in Frankrijk, ook van katholieke kant overigens. Het viel in de reacties in de Franse pers vanuit islamitische en katholieke hoek overigens op hoe men zich wel kantte tegen de brandstichting zelf, maar anderzijds ook het karikatureren van Mohammed en Christus onaanvaardbaar blijft achten en het blijft zien als een gebrek aan respect, een respect dat ook kunstenaars zouden moeten opbrengen.





HVV een atheïstische vereniging?

13 07 2011

Radicaal atheïsme is in. Angelsaksische auteurs zoals Christopher Hitchens, Richard Dawkins en Sam Brown pleiten voor een militant atheïsme en zien de bestaande religies als de bron van heel wat kwaad.
Ook HVV besteedt meer en meer aandacht aan het begrip atheïsme. In het jaarplan lezen we: “HVV is een promotor van een positief ingevuld atheïsme”. En: “In 2011 start HVV een campagne om HVV en haar atheïstische boodschap op een positieve manier uit te dragen”. Er werd in de schoot van de vereniging een Werkgroep Atheïsme opgericht die prominent aanwezig is in het ledenblad en op de website. In de nieuwe ledenwervingsfolder werden “atheïsme”, “humanisme” en “vrijzinnigheid” naast elkaar geplaatst. Zo ontstaat de indruk dat het om identieke begrippen gaat en dat HVV een atheïstische vereniging is. Dat is nieuw én belangrijk: in de vroegere publicaties van het Humanistisch Verbond kwam het begrip atheïsme nauwelijks voor. Atheïsten ontkennen het bestaan van goden. Agnostici daarentegen doen geen ontkennende of bevestigende uitspraken over het bestaan van een opperwezen of hiernamaals. In de praktijk leven zij zonder rekening te houden met een door een opperwezen geopenbaarde waarheid of moraal en kunnen zij zich dus perfect vinden in het vrijzinnig-humanistische ideeëngoed.
HVV telt heel wat atheïsten. Maar een aanzienlijk deel van onze leden beschouwt zich als vrijzinnig humanist én agnosticus. Gaan zij zich nog thuis voelen in een HVV dat zich profileert als dé promotor van het atheïsme in Vlaanderen? Om alle misverstanden te vermijden: ik heb helemaal niets tegen een Werkgroep Atheïsme en een informatiecampagne over atheïsme. Integendeel, mijn eigen afdeling heeft in het verleden zelfs al heel wat aandacht besteed aan het atheïsme in al zijn uitingen.
Toch meen ik dat het een strategische vergissing zou zijn om van HVV een atheïstische vereniging te maken. Heel wat mensen in Vlaanderen zijn zoekende en keren zich af van het katholieke geloof. Zij voelen zich aangetrokken tot humanistische waarden zoals gewetensvrijheid, vrij onderzoek, openheid en verdraagzaamheid, zonder zich daarom atheïst te noemen. Deze belangrijke groep in de kou laten staan zou vanwege HVV een kapitale vergissing zijn.
Ten slotte heb ik zo mijn bedenkingen bij de toon van de atheïstische boodschap die in de laatste twee nummers van Het Vrije Woord met veel enthousiasme maar weinig zin voor nuance gebracht wordt. Onder de titel “Religie is storend” (!) schrijft Jurgen Knockaert goedkeurend over “een ontradingsbeleid” ten opzichte van religies. Hij stoort zich aan “gedragingen of attitudes die, hoewel niet altijd manifest met onze wetten in strijd, toch ingaan tegen bij ons algemeen aanvaarde gedragsregels”. In het novembernummer beschrijft Knockaert het geloof  “ (…) als een stel simplistische regels dat heel lang geleden van op een wolk door een man met een lange witte baard gedicteerd werd aan enkele hallucinerende analfabeten in de woestijn”. Welke Vlaamse gelovige herkent zich in deze karikatuur?
Het overgrote deel van onze leden leeft als humanist complexloos naast en vooral samen met gelovigen. Ze storen zich niet aan religieuze symbolen (hoofddoeken, kruisjes, keppeltjes). Natuurlijk vragen zij van religieuze mensen respect voor hun eigenheid. Ook zij pleiten voor een scheiding tussen kerk en staat, maar hebben geen enkele behoefte aan een atheïstisch offensief tegenover de bestaande religies.
Is het niet stilaan de hoogste tijd dat we ons grondig gaan bezinnen over onze identiteit en strategie? Het debat is hiermee geopend…
Guy Bresseleers, HVV Schoten

Reactie Marieke Höfte (voorzitter HVV):

HVV staat open voor agnostici, deïsten, atheïsten, vrijzinnigen en humanisten. Dat is zo en dat zal zo blijven. We leven in een multiculturele en multireligieuze tijd. Wat vroeger voor ons evident was, is dat vandaag niet meer. Vreedzaam samenleven tussen mensen met diverse achtergronden vraagt om een explicitering van een aantal basiswaarden die door iedereen gedeeld kunnen worden. Als vrijzinnige humanisten kunnen wij ons steentje tot een vreedzame samenleving bijdragen door een seculiere moraal (los van goden) te promoten en te ondersteunen. Hoe we dat op een positieve manier kunnen doen is het doel van o.a. de Werkgroep Atheïsme. We hebben bewust voor het woord atheïsme gekozen om duidelijk te stellen waarvoor we staan. We hadden ook de term “seculier humanisme” kunnen kiezen. Dat is misschien een betere term maar niet voor iedereen duidelijk. We willen het debat binnen HVV opentrekken. En nadenken over de plaats van het vrijzinnig-humanisme in deze wereld en hoe we onze waarden kunnen verdedigen. Die waarden afzwakken of verloochenen om gelovigen die de kerk ontvluchten een alternatief te bieden, is mij echter een brug te ver.





Onverdoofd slachten? Onverantwoord!

30 06 2011

De huidige Belgische wetgeving rond de bescherming en het welzijn van dieren (wet van 14 augustus 1986) stelt als algemene regel dat dieren voor het slachten dienen te worden ‘bedwelmd’. Hierop wordt binnen de wet een uitzondering gemaakt wanneer het gaat om een slachting uitgevoerd in het kader van de ritus van een godsdienst, een zogenaamde ‘rituele slachting’. In België komen deze rituele slachtingen voor bij de moslims (‘halal’ vlees) en de joden (‘kosjer’ vlees). Deze rituele slachtingen worden dagdagelijks in bepaalde slachthuizen uitgevoerd, niet alleen dus tijdens bijvoorbeeld het islamitische Offerfeest. Ook bij de joden houdt de zogenaamde ‘sjechieta’ in dat de dieren niet verdoofd geslacht worden. Uit een wetenschappelijk rapport en advies van de Raad voor Dierenwelzijn uit 2007 (‘Welzijnsaspecten bij het slachten (drijven, fixeren, kelen) van runderen en schapen’) blijkt dat 21% van de kalveren, 10% van de runderen en maar liefst 92% van de schapen in België ritueel onverdoofd worden geslacht. Op die manier kan men nog bezwaarlijk van een uitzondering spreken.
Voor de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) is een rituele slachting zonder verdoving onaanvaardbaar. HVV pleit voor het opnieuw veralgemenen van verdoofd slachten in België, dus ook in het geval van alle soorten rituele slachtingen. Wij volgen hierin het advies van de Raad voor Dierenwelzijn en het standpunt van Gaia terzake. In Nederland is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel goedgekeurd dat ‘bedwelming’ bij rituele slachtingen opnieuw verplicht. Er kan een uitzondering toegestaan worden indien de betrokkenen, met name de moslims en joden, wetenschappelijk kunnen aantonen dat dieren bij onverdoofd slachten niet meer lijden dan bij verdoofd slachten. Hierbij wordt de bewijslast dus in het kamp van de islamitische en joodse gemeenschap gelegd. HVV kan ook deze uitzondering niet toestaan, zoals in Nederland nu misschien wel staat te gebeuren – het wetsvoorstel dient nog de Eerste Kamer te passeren – omdat hiermee nog altijd het gelijkheidsbeginsel geschaad wordt.

HVV is voor verdoofd slachten van dieren omdat HVV fundamenteel voorstander is van het gelijkheidsbeginsel en als dusdanig gekant is tegen de idee van uitzonderingen binnen de burgerlijke wetgeving op basis van religieuze motieven. Het maken van uitzonderingen op religieuze basis impliceert een erkenning van religieuze of godsdienstige voorschriften als hebbende meer legitieme macht dan de oorspronkelijke burgerlijke wet waarop de uitzondering van toepassing is. Dit druist regelrecht in tegen de principes van de geseculariseerde civiele samenleving en wij stellen dat de godsdienstvrijheid hier zijn grenzen overschrijdt.
In de geseculariseerde samenleving wordt de staat verondersteld levensbeschouwelijk neutraal te blijven, wat betekent dat zij geen uitzonderingen op de algemene wetgeving mag toestaan op basis van levensbeschouwelijke motieven. Met het legitimeren van uitzonderingen op basis van religieuze motieven wordt de wet in feite herleid tot een vorm van voorwaardelijk gezag dat zijn macht en legitimiteit verliest zodra het in tegenspraak komt met ‘de wil van een god(sdienst)’. Dit kan binnen de seculiere en pluralistische samenleving niet de bedoeling zijn.

Er is een verschil tussen godsdienstvrijheid binnen de grenzen van de wet en godsdienstvrijheid waarvoor men de wet moet aanpassen om ze wettelijk te kunnen maken. Ofwel werkt men de uitzondering weg door ze algemeen te maken, ofwel werkt men ze weg door ze te schrappen, maar zolang er sprake is van uitzonderingen binnen de wet is er sprake van een inbreuk op het gelijkheidsprincipe. Bovendien krijgen we de indruk dat bepaalde wetten ‘democratisch tot stand komen’ eerder op basis van zwaar lobbywerk uit beperkte hoek dan op basis van nuchtere feiten, wetenschappelijk onderzoek en algemene basisbeginselen. We pleiten dus meteen ook voor een discussie ten gronde over de wetgeving in ons land en de manier waarop de wetgevende macht functioneert.

Daarnaast zijn er nog voldoende en afdoende argumenten te geven voor het verdoofd slachten:

1° Wetenschappelijk onderzoek toont overduidelijk en reeds lang aan dat dieren meer en langer lijden bij onverdoofd slachten dan bij verdoofd slachten; ‘The Food Research Institute’ te Langford bijvoorbeeld toonde onder andere via het meten van breinactiviteit aan dat het brein van het dier nog geruime tijd actief blijft na de keling. Bij runderen loopt dit soms op tot een aantal minuten. Bovendien loopt de rituele slachting vaak mis, waardoor het lijden nog langer kan duren. Ook het rapport van de ‘European Food Safety Authority (EFSA) uit 2004 stelt dat verdoving voor het slachten altijd dient plaats te vinden (EFSA Journal 45: 1-29). Daar waar diverse wetenschappelijke onderzoeken mekaar tegenspreken, dienen ook de meettechnieken en omstandigheden van het onderzoek vergeleken te worden en nieuw onderzoek uitgevoerd. Maar het moge duidelijk zijn dat verdoving het gevoel van pijn weghaalt.

2° Wetenschappelijk onderzoek toont bovendien aan dat een verdoofde slachting perfect kan voldoen aan de eisen van een correct uitgevoerde rituele slachting.  In de rituele slachting wordt immers een zo volledig mogelijke uitbloeding van het dier beoogd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de uitbloeding minstens even goed en soms beter verloopt bij verdoving dan bij niet-verdoving. Dit werd aangetoond in een onderzoek van de universiteit van Bristol (UK) onder leiding van Haluk Anil, zowel voor schapen als voor runderen: Animal Welfare, vol 15, p 325.

3° Het is ook niet zo dat onverdoofd slachten een geschreven religieuze verplichting is, of dat verdoving verboden zou zijn. Er wordt in de religieuze geschriften van de islam (Koran en Soenna) vanzelfsprekend niets over verdoving gezegd, simpelweg omdat er toen geen verdovingstechnieken bestonden. Afwezigheid van een bepaalde procedure betekent toch niet dat die procedure verboden zou zijn? Ook hier zien we dat dit ‘gebruik’ vooral gedragen en geregeld wordt door jarenlange traditie zonder vaste bodem. Wel zullen joodse en islamitische geleerden waar nodig herhalen ‘hoe het moet’. HVV vindt het belangrijk dat de samenleving alle respect betuigt voor bepaalde tradities, maar diezelfde samenleving mag van die tradities ook eisen zich mettertijd aan te passen aan nieuwe technologie, nieuwe kennis en evoluerende normen en waarden. Vooral omdat we weten dat er in elke levensbeschouwelijke gemeenschap progressieve krachten aanwezig zijn die minder problemen hebben met verandering.

4° Bij de moslims is er absoluut geen eensgezindheid omtrent de kwestie verdoving en is alles afhankelijk van de interpretatie en goodwill van imams en islamitische geleerden. Dat impliceert opnieuw dat er niet zoiets bestaat als een eenduidige religieuze regel die stelt dat verdoofd slachten verboden is of onverdoofd slachten verplicht. Er zijn trouwens verschillende moslimlanden, zoals Indonesië, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten die verdoving toestaan of aanvaarden. Er zijn ook al diverse fatwa’s uitgesproken die verdoving goedkeuren, op voorwaarde dat het dier goed uitbloedt en het dier niet sterft door het effect van de verdoving. En er wordt schapenvlees uit Nieuw-Zeeland naar België ingevoerd van verdoofde dieren, voorzien van een halal certificaat! We veronderstellen dat er bij de orthodoxe joodse gemeenschap wel meer eensgezindheid is, maar dat belet niet dat er feitelijk toch heel divers wordt omgegaan met rituele slachtingen in het algemeen, binnen de levensbeschouwelijke gemeenschappen zelf. En dat maakt hun case er niet overtuigender op.

5° In bepaalde Europese landen (Zweden, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) is de verplichte verdoving in het geval van rituele slachtingen al een feit en biedt de Europese wetgeving de ruimte aan haar lidstaten de uitzondering uit de wet te halen (richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993). De meest recente beslissing in dit verband werd in Nederland genomen.

6° Ook op economisch vlak ligt de lat niet gelijk en zorgt deze ‘uitzondering’ voor een toestand van ongelijkheid voor de slachthuizen. De ‘verplichte’ procedures op het verdoofd slachten brengen immers kosten met zich mee die de rituele slachter niet in rekening moet brengen. Is hier dan geen sprake van concurrentievervalsing?

7° Uit een enquête van Gaia blijkt ook nog dat slechts 36% van de moslimgemeenschap tegen verdoofd slachten is. De enquête uit 2010 werd afgenomen bij 261 respondenten en toont onder andere aan dat 36% verdoving onaanvaardbaar vindt, terwijl een andere 36% zegt hier neutraal tegenover te staan. 28% vindt verdoving onproblematisch. Er is dus wel degelijk een basis te vinden binnen de islamitische gemeenschap om verdoving  bij rituele slachting in te voeren. We gaan ervan uit dat dit binnen de kleinere joodse gemeenschap nog niet het geval is.

HVV staat dus achter het advies voor de Raad van Dierenwelzijn en achter Gaia, die beide pleiten voor verdoofd slachten, altijd en overal.
We weten ook dat zowel de islamitische als de joodse gemeenschap dierenwelzijn een zeer belangrijke kwestie vinden. Het is in dit licht dat het verdoofd slachten ook voor deze gemeenschappen zelf de meest verantwoorde praktijk is.

Farid Zahnoun en Peter Algoet
HVV – werkgroep atheïsme