Opinie – Pro Vita op school?

8 07 2013

In 1990 bekrachtigde de voltallige regering de wetgeving op zwangerschapsafbreking, omdat de koning in een historische democratische uitschuiver even vergeten was waar zijn persoonlijke overtuigingen behoorden te eindigen en zijn officiële functie als constitutioneel monarch begon. Dit ondanks een brede maatschappelijke consensus voor deze wetgeving.

Bijna een kwarteeuw later is die brede maatschappelijke consensus voor de abortuswet er nog steeds. Het verzet tegen de wet is evenmin verdwenen.

Vlaams Volksvertegenwoordiger Ann Brusseel (Open VLD) vernam dat de vzw Pro Vita, een conservatief-katholiek geïnspireerde organisatie met bijwijlen extreemrechtse sympathieën, systematisch scholen infiltreert. Bij voorkeur stads- en gemeentelijke scholen. Daar geven ze een lezing getiteld ‘Het wonder van het leven’. Het waren ouders van scholieren van het lager onderwijs die haar rechtstreeks alarmeerden over bizarre lessen seksuele voorlichting, die in feite een regelrechte vorm van propaganda tegen abortus, voorbehoedsmiddelen, homoseksualiteit en voorhuwelijkse seks waren. Voor een kerkelijk huwelijk wel te verstaan…. Deze ‘lessen’ worden door de vzw Pro Vita vaak (gratis) gegeven op uitnodiging van leerkrachten biologie en wetenschappen, omdat schroom het hen belet om de leerstof, opgenomen in eindtermen te onderrichten. U leest het goed : de lessen blijven niet beperkt tot het vak godsdienst. Een uitzending van het VRT-programma Koppen toonde reeds eerder aan dat het niet gaat om een eenmalig feit.

Ann Brusseel stelde hierover een vraag aan minister van Onderwijs Pascal Smet, die antwoordde niet te kunnen optreden omdat dit tot ‘de autonomie van de scholen’ zou behoren.

Als scholen autonoom kunnen beslissen de eindtermen te vervangen door regelrechte desinformatie, is het dan niet aan de minister van onderwijs daar tegen op te treden? Waarom stellen we die eindtermen dan op?

Propaganda tegen abortus, tegen homoseksualiteit, tegen anticonceptie en tegen euthanasie is geen wetenschap en hoort niet thuis in de biologielessen, net zoals creationisme niet thuishoort in de lessen aardrijkskunde. Een onderwijsminister moet dit niet van zich afschuiven, het is zijn prioriteit!

Misschien zou zelfs de Minister van Justitie eens moeten laten onderzoeken of dit geen oplichting is en onderzoeken of ‘valsheid in informatie aan kinderen jonger dan 12’ geen misdrijf moet zijn. En wat gaat de Minister van Volksgezondheid straks doen aan het stijgend aantal SOA’s ingevolge deze propaganda?

Het gaat in deze tijden niet meer op om aan jonge kinderen te verkondigen dat ‘een man alleen bij een vrouw past omdat de ene brede schouders heeft en de andere niet’, zoals Pro Vita vzw dat in de biologieles propageert… Dat is een aanslag op de integriteit van een kinderverstand, op logica en redelijkheid, en van dergelijke onzin zouden politici onmiddellijk werk moeten maken.

Mario Van Essche, voorzitter Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Ierland en Hippocrates

20 11 2012

Het fiere Ierland ontwaakte deze week als een land waar sommige dokters hun patiënten laten sterven omwille van een godsdienst. Savita Halappanavar, een Indiase vrouw uit Galway, mocht dat ondervinden toen haar een abortus werd geweigerd. Nochtans was de foetus die zij droeg niet meer levensvatbaar en vergiftigde hij langzaamaan haar lichaam. De argumentatie van de dokters was even duidelijk als dogmatisch: we horen nog een hartenklop ‘en Ierland is een katholiek land’. Bon, goed dat we dat weten.

Ten gronde moeten we besluiten dat deze artsen hun geloof laten primeren op de Eed van Hippocrates, die zij nochtans hebben afgelegd. In de Eed van Hippocrates (versie juli 2011 van de Orde van geneesheren van België) lezen we: “Ik zal ervoor waken dat mijn houding tegenover patiënten niet beïnvloed wordt door levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociale stand, ras, etnie, nationaliteit, taal, gender, seksuele voorkeur, leeftijd, ziekte of handicap.” Het lijkt mij vanzelfsprekend dat ze daar in Ierland ongeveer hetzelfde zweren, ook al gaat het om een symbolische eed. Het lijkt mij alvast gezond te onderzoeken wat het Ierse equivalent van onze Code van Geneeskundige Plichtenleer, die wel bindend is, vertelt over de handelingswijze van de Ierse ‘dokters’. Op de website van de Ierse Medical Council lezen we alvast: “Good medical practice is based on a relationship of trust between doctors and society and involves a partnership between patient and doctor that is based on mutual respect, confidentiality, honesty, responsibility and accountability.” Het respect en de verantwoordelijkheid lijken mij alvast zoek.

God dient voor deze dokters als alibi om mensen de meest dringende medische hulp te ontzeggen en zo tot de dood te leiden. Waar eindigt de godsdienstvrijheid en begint de criminaliteit? De Ierse rechters zullen oordelen.

Björn Siffer, Woordvoerder HVV
Verschenen in De Morgen op vrijdag 16/11/2012





Geboortebeperking in Brussel?

1 10 2012

Brussels Burgemeester Thielemans (PS) deed donderdag tijdens het debat ‘Wij Brusselaars’ een opmerkelijke uitspraak die HVV bijzonder interesseert. ‘Geboortebeperking moet bespreekbaar zijn. Zo veel mogelijk kinderen hebben, is onverantwoord,’ zei de burgemeester.

Dat er rond dit thema nog steeds een taboe heerst, werd meteen duidelijk aan de reacties en aan de gretigheid waarmee de media de uitspraak oppikten in hun verslaggeving. Nochtans zou geboortebeperking wel degelijk een issue moeten zijn. Niet enkel in een verstedelijkte omgeving met een grote demografische druk zoals Brussel, maar wereldwijd. Maar geboortebeperking is toch geen gemeentelijke bevoegdheid? Die vaststelling lijkt even correct als banaal. Want elke gemeente – zelfs de metropool Brussel – heeft het recht om sensibiliseringscampagnes op touw te zetten.

Ook moraalfilosoof Etienne Vermeersch – laureaat van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 van HVV – is van mening dat de bezorgdheid van Freddy Thielemans terecht is: “Geen enkele verstandige mens kan tegen geboortebeperking zijn. Ook niet in Brussel, dat op een demografische bom zit. Een onbeperkt aantal kinderen krijgen, is onhoudbaar. Zeker in ons land, waar de ecologische impact 25 keer groter is dan in de derde wereld. Het zijn vooral gezinnen die niet in hun onderhoud kunnen voorzien die veel kinderen krijgen. De godsdienst speelt daar vaak geen positieve rol in.’ zegt Vermeersch in De Standaard. “Dat moet niet repressief gebeuren, zoals in China maar sensibiliserend’, zegt Vermeersch, ‘Singapore is daarin geslaagd, Taiwan ook, de Indiase deelstaat Kerala deed het via het onderwijs aan de meisjes.” gaat hij verder.

De liberale uitdager van Thielemans, Alain Courtois (MR), reageert verbaast, maar deelt toch de bezorgdheid over de overbevolking van Brussel: “Laten we de netwerken aanpakken die mensen naar hier halen die daarna op het OCMW belanden en op de wachtlijst voor een sociale woning.”

Björn Siffer, coördinator Cel Onderzoek HVV





‘Ik ben op zoek naar mijn donor, niet naar mijn vader’.

27 09 2012

Pleidooi voor een tweesporensysteem

In België is het doneren van zaad- en eicellen in principe strikt anoniem, zoals vastgelegd in de wet  op de medisch begeleide voortplanting.

Maar de dagelijkse praktijk – kinderen die vragen naar hun donor –  en de toegankelijkheid tot spermabanken via internet (www.dk@cryosinternational.com) zorgen ervoor dat de anonimiteit niet langer gegarandeerd wordt. Wil dit zeggen dat de wetten aangescherpt moeten worden om koste wat kost de anonimiteit te garanderen?

HVV vindt dat de tijd rijp is om het debat te voeren of de anonimiteit wel gegarandeerd moet blijven. Of bestaat er een andere optie die de ideale oplossing geeft aan de wensen van de drie actoren in dit verhaal: het kind, de ouders en de donor?

Gisteren getuigde en KID-kind (Kunstmatige Inseminatie Donor) in Terzake. Eén uitspraak  viel op: “Ik ben niet op zoek naar mijn vader, wel naar mijn donor”. Met andere woorden: deze vrouw van 30 is op zoek naar haar genetische geschiedenis en die geschiedenis wordt haar bij wet afgenomen. Zelfs gewone fysieke kenmerken, zoals haarkleur, ogen en sociale gegevens zoals opleiding en beroep mag ze niet weten. Nochtans bewijst onderzoek dat een KID-kind niet op zoek is naar een ontmoeting met de donor en niet op zoek is naar een zorgvader. Neen, een KID-kind wil vooral informatie over hoe die genetische ‘vader’ eruit ziet, wat hij studeerde enz. Dit werd nogmaals bevestigd in het gesprek gisteren. Bovendien werd dé grote angst van elke donor weerlegd: bij wet kan vastgelegd worden dat er nooit onderhoudsgeld of andere financiële eisen van de donor kunnen geëist worden. Het juridische luik kan perfect gesloten blijven, tenzij de donor hier zelf van afstapt.

Er werd ook gepraat over de drie actoren in dit verhaal en hun wensen: de wensouder(s), de donor en het kind. In de discussie over de anonimiteit staan de belangen van de verschillende actoren soms lijnrecht tegenover elkaar. Er is vooreerst het belang van het kind, dat om medische of psychologische redenen op zoek is naar zijn verwekker. Verder geldt het belang van de ouders van het kind, die omwille van fertiliteitsproblemen of de afwezigheid van een biologische vader/moeder hun toevlucht hebben gezocht tot kunstmatige bevruchting via een derde, en dit feit in veel gevallen niet aan de grote klok willen hangen. Ten slotte is er het belang van de donoren, die kindloze paren willen helpen met het (anoniem) afstaan van hun zaad- of eicellen. Elke regelgeving omtrent de anonimiteit van donoren moet die belangen zorgvuldig tegen elkaar afwegen, en zo mogelijk met elkaar verzoenen. Alleen wordt er in deze discussie volledig voorbijgegaan aan het gegeven dat het kind de enige acteur in het verhaal is die geen keuze kon maken. En hebben kinderen geen rechten? Ik denk van wel.

Twee bronnen van internationaal recht worden in het debat over donoranonimiteit steeds opnieuw aangehaald. In eerste instantie refereert men aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Artikel 7 stelt dat ieder kind het recht heeft om, in de mate van het mogelijke, zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden. Een ruime interpretatie van dit artikel geeft kinderen het recht om op zoek te gaan naar de genetische afstamming. Het IVRK stelt bovendien dat de belangen van het kind steeds de eerste overweging vormen bij maatregelen die kinderen betreffen. Maar er is ook artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op bescherming van het privé-leven waarborgt. Donoren hebben die bepaling al enkele malen ingeroepen om hun  anonimiteit te beschermen. Dit recht is evenwel niet absoluut en kan bijvoorbeeld beperkt worden om de rechten van anderen te doen eerbiedigen. Tot op heden stelde het Europees Hof zich evenwel sceptisch op ten opzichte van die beperking. Maar wat als er een andere uitspraak komt?

Ieder kind stelt zich wel eens de vraag naar zijn afkomst. Die vraag is niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Kinderen die door hun biologische ouders worden opgevoed, hebben daarover zekerheid. Ook bij adoptie beschikt men tegenwoordig meestal over de mogelijkheid om de identiteit van de biologische ouder te achterhalen. Veel KID-kinderen weten niet eens dat hun ouders niet hun biologische verwekkers zijn. De kans is echter reëel dat zij er door medische gegevens of een ‘verspreking’ zullen op uitkomen dat één van hun ouders niet hun genetische verwekker is. Door het jarenlange beleid van donoranonimiteit zijn zij afgesneden van informatie over hun genetische afkomst.

Ik beseft ook wel dat een radicale afschaffing van de anonieme donatie – de enige manier om alle KID-kinderen dezelfde rechten te geven – niet haalbaar is. Er zou een tekort aan donoren zijn en fertiliteitcentra zullen deze aanpassing van de wet nooit steunen. Daarom lijkt een ‘tweesporenbeleid’ mij een goede oplossing: een anomiem spoor naast een niet-anoniem spoor. Zowel de donor als de wensouder(s) kunnen kiezen. Dit zorgt ervoor dat heel wat donorkinderen wel op zoek kunnen gaan naar het ontbrekende puzzelstukje.

Nog een voordeel van dit beleid is dat er meer kinderen zullen zijn die onderdeel kunnen uitmaken van een onderzoek. En als zo’n onderzoek duidelijk zou stellen dat de angst van de donor, om op een mooie lentedag zijn stoep vol met nazaten te vinden, onterecht is, dan is het misschien toch ooit mogelijk de anonimiteit volledig op te heffen en aan alle kinderen dezelfde rechten te geven. Rechten die hen toekomen!

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Godsdienstig vuur tegen kritische media

14 11 2011

Na de brandstichting door moslimextremisten bij Charlie Hebdo
door Jan-Pieter Everaerts van het onafhankelijke Belgische e-zine De Groene Belg

“There can be no press freedom if journalists live in conditions of corruption, poverty or fear”
International Federation of Journalists

De brandstichting die in de nacht van 2 op 3 november in Parijs de redactie van het satirisch weekblad Charlie Hebdo in de as legde, zal het wel voor elke vrijzinnige duidelijk hebben gemaakt: met de opkomst van de islam in Europa laait de oude strijd tussen vrijzinnigen en godsgelovigen in alle hevigheid weer op. Letterlijk. In Parijs verstoren dezer dagen dan ook nog christelijke fundi’s een toneelstuk over Christus – “Sur le concept du visage du fils de Dieu” van Romeo Castelluci – en aan joodse medeburgers die elke krktiek op de apartheidsstaat Israël als antisemitisch willen bestempelen, is er jammer genoeg ook geen gebrek.

 Herinneringen aan nazi-boekverbrandingen

Brand stichten bij je tegenstanders: het is van alle tijden. In de V.S. was het bijvoorbeeld een strijdmiddel tussen de eerste filmstudio’s aan de westkust. En soms stak men niet alleen een concurrende studio in brand maar meteen een hele woonwijk. In Afghanistan verbrandden de Taliban bij hun aan de macht komen dan weer alle films die ze te pakken kregen. In de vlammen zag de historisch bewuste burger herinneringen opduiken aan de boekverbrandingen in nazi-Duitsland.

In eigen land was het het Antwerpse filmcollectief Fugitive Cinema – met Robbe De Hert als bekendste lid – dat zijn zaal King Kong in rook zag opgaan na een brandstichting door extreem-rechts. Nog in eigen land joeg extreem-rechts eveneens het laatste progressistisch Belgisch weekblad POUR (gevestigd in Elsene) begin jaren ’80 de vlammen in. Toenmalig hoofdredacteur Jean-Claude Garot was in die tijd bezig met het uitspitten van enkele politiek-financiële schandalen.

Begin november 2011 dan werden in Parijs de lokalen van het weekblad Charlie Hebdo in de as gelegd. Daar bleef het niet bij want ook de website van Charlie Hebdo ging plat. Dat gebeurde vanuit Turkije. Bij Bluevision, de Belgische webhost van het blad, liepen doodsbedreigingen binnen. De Franse krant Libération die Charlie Hebdo tijdelijk onderdak verleende, kreeg ook bedreigingen. Met name van één van de Turkse hackers die beweerden te handelen tegen “een belediging van onze waarden en ons geloof”. “Si Libération continue à publier ces dessins, nous nous occuperons d’eux aussi”, verklaarde ene Ekber, een jonge man van 20 jaar die in Istanbul geïinterviewd werd. De Turkse hackers distantieerden zich wel van de brandstichting. Ekber daarover: “Nous ne soutenons pas la violence. L’islam est une religion de paix. Ces actes sont le fait de gens qui se servent de la religion”. Aldus de jonge Turk waarvan op http://www.express.be te vernemen viel dat hij een universiteisstudent is en toekomstig informatica ingenieur.

En het begon allemal nog zo speels. In het eerste nummer van november “vierde” Charlie Hebdo – dat voor de gelegenheid de titel “Charia Hebdo” kreeg en de profeet Mohammed als hoofdredacteur had – “de overwinning” van de islamitische partij Ennahda in Tunesië. Zij het dan op satirische wijze. Blijkbaar bestaan er echter moslims die daar niet kunnen mee lachen. Met als gevolg: een golf van kritiek, haatoproepen, de brandstichting, het hacken en de doodsbedreigingen.

Niet het eerste het beste weekblad

Met Charlie Hebdo werd niet het eerste het beste blad aangevallen. Toegegeven, het weekblad dat ook in België te koop is, is voor de Belgische lezer vaak te sterk gefocust op de Franse situatie. Maar toch. Wie even op het Web zoekt naar waar Charlie Hebdo voor staat, denkt al snel in termen van “een instituut”

Wikipedia omschrijft het blad zo: “Charlie Hebdo est un hebdomadaire satirique français. Largement illustré, il est fait de multiples chroniques et pratique de temps en temps le journalisme d’investigation en publiant des reportages à l’étranger ou sur des domaines comme les sectes, l’extrême droite, le catholicisme, l’islamisme, la politique, la culture, etc. Sa ligne éditoriale communément admise est de gauche. Selon Charb, la rédaction du magazine reflète en effet « toutes les composantes de la gauche plurielle, et même des abstentionnistes » (http://fr.wikipedia.org/wiki/Charlie_Hebdo )

Op Wikipedia vind je ook dat het blad een voorgeschiedenis heeft die teruggaat tot 1960 toen de voorloper, het maandelijkse Hara-Kiri, het licht zag. Hara-Kiri noemde zichzelf « un journal bête et méchant ». Tijdelijke publicatieverboden in 1961 en 1966 maakten het Hara Kiri niet makkelijk om te overleven maar in 1969 kon toch overgeschakeld worden op een wekelijkse frequentie: Hara-kiri-hebdo. Wanneer het ministerie van binnenlandse zaken in 1970 een nieuw publicatieverbod oplegt – wegens een schokkerend geacht nummer na de dood van generaal de Gaulle – besluit de ploeg van het weekblad gewoon verder te publiceren, maar onder een andere naam: Charlie Hebdo.

Uit de jaren 70 onthield de redacteur van Wikipedia een verbazingwekkend goed gedocumenteerde kroniek over extreem rechts. Begin jaren 80 moet Charlie Hebdo er echter mee stoppen, bij gebrek aan abonnee’s. Zomer 1982 is het een nieuwe ploeg die opnieuw met Charlie Hebdo van start gaat en die een breed spectrum aan standpunten aan bod laat komen.

Maar het is twintig jaar later – november 2002 – een artikel over de Islam dat het blad de meeste kritiek oplevert. Na de aanslagen in New York op 11 september 2001, had Charlie Hebdo zich al gedistancieerd van sommige extreem-linkse stromingen die vanuit hun anti-amerikanisme, de islamisten weigerde te veroordelen. Wat het weekblad conflicten oplevert met dat deel van links. Ook rond de posities van Tariq Ramadan ontstaan er hevige meningsverschillen.

De laatste jaren zakten de verkoopcijfers van Charlie Hebdo weg. Eind 2009 werden er nog 53 000 exemplaren verkocht. Anno nu nog zo’n 48.000.

Op het Web bleef Charlie Hebdo lange tijd afwezig, tot op 10 september 2008, toen het startte met (het begin november gekraakte maar op maandagochtend 7 november toch al weer consulteerbare) http://www.charliehebdo.fr.

Wat Charlie Hebdo in de ogen van nogal wat van zijn lezers echter veel geloofwaardigheid kostte, was het conflict met één van zijn medewerkers, Sine, over een grap die de cartoonist gemaakt had over het nakende huwelijk van zoon Sarkozy met een steenrijk meisje van joodse afkomst. Net als Sine hebben inmiddels de meeste stichtende medewerkers het blad verlaten en is het huidige Charlie Hebdo volgens kritici nog slechts “een totale usurpatie van het oorspronkelijke blad” Hun voorkeur gaat nu uit naar het maandblad SINE Mensuel (http://www.sinemensuel.com/).

De meningsverschillen binnen en rond de redactie van Charlie Hebdo liepen diverse keren uit op aanslepende vetes en rechtszaken. Maar elkaars woningen of auto’s in brand steken, zo ver kwam het nooit. De geschillen werden uitgevochten zoals het hoort in een rechtsstaat: met woorden en desnoods tot voor de rechter, maar niet met vuur.

In de nacht van 1 op 2 november 2011 volgde echter de brandstichting door moslimextremisten in de lokalen van Charlie Hebdo (62, boulevard Davout, 20e arrondissement) en dat dus omwille van het numero “Charia Hebdo”.

 


De tekening van Charlie Hebdo met een vrolijke Mohammed die lacht: “100 zweepslagen, indien u niet sterft van het lachen”. In het Charia Hebdo nummer waren ook tekeningen te vinden die de “zachte charia” (islamitische wetgeving) illustreren alsook een “Charia voor mevrouw”. Achterin het nummer een tekening van Mohammed met rode clowsneus en de uitdrukking: “Ja, de islam is te verzoenen met humor”.

 Het houdt ook nooit op met godsdienstig geweld

Charlie Hebdo kennen we nu. En meteen werd een hele geschiedenis van problemen met kritiek op de islam opgerakeld. Een geschiedenis waar ook de doodsvonnis-fatwa toe behoort die Khomeiny uitsprak tegen de schrijver Salman Rushdie die jarenlang ondergedoken moest leven. Een geschiedenis die er niet in die mate (alhoewel, zie verder …) te vertellen valt rond de katholieke kerk die toch ook stevige kritieken te verduren kreeg uit de hoek van bv. surrealistische cineasten. Wat zou er gebeuren mocht Monty Python na “The life of Brian” (losjes geïnspireerd op het leven van Christus) ook nog “The Life of Bohammed” draaien?

In het weekblad Humo vroegen enkele moslimjongeren ooit waarom mensen in het Westen zo negatief staan tegenover de islam en niet tegenover het boeddhisme bijvoorbeeld. Het antwoord op die vraag lag voor de hand. Het boeddhisme heeft nimmer de grote oorlogen ontketend en heelder beschavingen onder de voet gelopen op de manier waarop de islam dat deed.

Integendeel: het waren de oprukkende moslimlegers die het boeddhisme in zijn bakermat India de genadeslag gaven. Eeuwenlang zou India kreunen onder een islamitische onderdrukking. Bij elke verovering werd het concept hernomen dat Mohammed al toepastte op de joden in Medina: de mannen vermoorden, de vrouwen en kinderen als slaven verkopen. De moslimlegers werden zo gevreesd dat als de vrouwen van een Indische stad zagen dat hun soldaten het niet konden halen, ze collectief zelfmoord pleegden door zich in brand te steken.

Op het Web zijn schattingen te vinden dat de Westerse christelijke ‘transatlantische’ slavenhandel zo’n 12 miljoen Afrikaanse slachtoffers gemaakt heeft, maar de islamitische slavenhandelaars hebben naar verluidt vanaf de 7de eeuw zo’n 18 miljoen mensen (Afrikanen, Aziaten en Europeanen) als slaaf verhandeld. (Maar er zijn ook bronnen die het zelfs over 28 miljoen Arabische slaven hebben.) De hindoes daarentegen hebben zich naar verluidt nooit verlaagd tot het verhandelen van mensen.

En het geweld vanuit christelijke en islamitische landen blijft verder gaan. Terwijl “god bless America” met zijn Europese en andere bondgenoten de wereld wil blijven domineren en desnoods bombarderen (zoals in LIbië), woedt het islamitisch geweld eerder van onderuit. In Nigeria bv. vielen begin november nog minstens 150 doden bij aanslagen opgeëist door de islamiitische sekte Boko Haram tegen politieposten en kerken. Wie weet overigens wat joods Israël in petto heeft als het effectief besluit de islamitische staat Iran vanwege zijn vermoede kerwapens te bombarderen ? Zou een mens niet moeten pleiten voor een verbod op godsdienst in de politiek?

Islam was niet bedoeld om democratisch te zijn

Er is al veel inkt gevloeid over de vraag of de islam al dan niet verzoend kan worden met het democratisch systeem zoals dat in West-Europa geleidelijk aan ontwikkeld werd, een evolutie waartoe ook in onze contreien, in het hertogdom Brabant met name, al in de middeleeuwen gepionierd werd.

Het antwoord op die vraag is te vinden in het boek “Islam voor ongelovigen” van Lucas Catherine. Deze linkse auteur beschrijft daarin hoe de profeet zich in “de eerste islamitische staat” (Medina) al meteen van zijn beste kant toonde. “Als absolute heerser bezat de Profeet de wetgevende macht.” (. . .) “Hij was de bevelhebben van het leger, hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde. Hij beheerde de openbare financiën, op basis van één vijfde van de oorlogsbuit. Verder vaardigde hij reglementen uit die het leven van de slaven en de niet-moslims binnen de stad bepaalden.” (pagina 36)

“Hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde.” “Opruimde“. Vermoordde dus. Klinkt dat als een ingrediënt voor een democratie ?

Weldus; wie trouw het voorbeeld van de profeet wil volgen, die kan geen democraat zijn.

Gelukkig willen de meeste moslims meestal ook “gewone” mensen zijn die temidden van familie en vrienden gelukkig en in vrede willen leven. En die dus hun godsdienst met matigheid toepassen. Maar het probleem is dat “extremisten” zich zo gemakkelijk kunnen spiegelen aan hun grote profeet. En die is anders dan een Christus of een Boeddha een echte oorlogsmisdadiger geweest. Eerst waren het karavanen die werden overvallen: een bepaald lafhartige taktiek. Vervolgens kwam het tot oorlogen tussen steden, tussen Medina en Mekka. Eén van de absolute dieptepunten uit Mohammeds leven was dat hij in Medina alle mannelijke joden van de Banu Qurayza liet vermoorden: “600 tot 700 mannen werden in een massagraf op het marktplein van Medina begraven en alle vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht.” (Catherine pagina 36)

Het moet hierbij toegegeven worden dat ook sommige Romeinse en andere heersers destijds deze combinatie van moorden en verkopen, toepasten. Evenmin hebben de moslims het elkaar vermoorden uitgevonden. Maar bij moslims blijft dat wel verder gaan, met name tussen soennieten en sjiieten in een land zoals Pakistan.

Hét grote verschil met het christendom is dat die godsdienst vreedzaam gesticht werd en dat Christus zich zelfs aan het kruis liet nagelen. Tot op het moment dat het christendom in Rome staatsgodsdienst werd – ca. 380 – was het een vervolgde godsdienst. Maar vandanaf werd het zelf een vervolgende godsdienst, wat aantoont dat ook met een vredesduif als stichter het snel ontsporen kan. Want altijd is er weer die absolute superdictator in de hemel op wie godsdienstige ‘leiders’ zich kunnen beroepen om zich het recht toe te eigenen te beschikken over leven en dood van hun medemensen.

“Les extrèmes se touchent?”

Eindeloos kunnen we ons blijven ergeren aan al de ongerijmdheden waarmee godsdiensten ons confronteren. Op de dag dat voor het onafhankelijk ezine De Groene Belg een eerste versie van deze tekst geschreven werd – zondag 6 november – ging het in de televisiejournaals uitgebreid over het islamitisch Offerfeest. Dat ‘feest’ herdenkt hoe Abraham in totale onderdanigheid zijn enige zoon aan “God” wou offeren, door zijn eigen kind de keel over te snijden. Kan het nog barbaarser en slaafser?

Jazeker. Denken we maar aan de “christenen” die op 23 oktober 1988 de Parijse cinema L’Espace Saint-Michel in brand staken als protest tegen “The Last Temptation of Christ” van de Italiaans-Amerikaanse regisseur Martin Scorcese. De aanslag gebeurde niet in een lege zaal. Er vielen 14 gewonden waaronder vier zwaar gewonden. Voor het leven verminkte mensen. Dezelfde “christelijke” groep pleegde nog aanslagen op de Gaumont Opera alsook in Besançon. Nog een andere aanslag van de groep veroorzaakte de dood van een toeschouwer. (Bron: Wikipedia) Dat uiteraard allemaal om te bewijzen dat Christus liefde is.

Misschien denkt u nu ook: merkwaardig hoe moslim- en christelijke extremisten zich van het zelfde brandstichting-wapen bedienen als extreem-rechts (zie de aanslagen tegen de King Kong en Pour). “Les extrèmes se touchent” ? “Daar waar ze toch elkaars zelfverklaarde vijanden zijn ? Dat geldt inderdaad voor Europees extreem-rechts en de islam. Maar anderzijds staat extreem-rechts wel overal aan de kant van hun ‘nationale godsdienst’ ; bij ons (en bv. ook in het Zuid-Amerika van de dictators zoals Pinochet) aan de kant van de katholieken, in Turkije bv. aan de kant van de islam enz. En het werkt ook in omgekeerde richting. Zo riep bv. de invloedrijke en meestal voor dialoog pleitende in de V.S. wonende Turkse imam Fethullah Gülen begin november radikaal op tot geweld tegen de Koerden. Via zijn website “herkul.org” verspreidde hij een toespraak over de Koerdische PKK, die hij besloot met het volgende “gebed”: ‘Zij die afstraffing verdienen. God, voer hen naar chaos, beëindig hun vrede. Steek hun huizen in brand en laat hen jammerend achter. Snijd hen bij de wortels af en laat hen verdwijnen. Vervul de opdracht.”

Hoe de godsdienstige horror beperken?

Verbieden dan maar al die godsdienstige horror ? Een weinig haalbare kaart. En het kan bovendien erg contraproductief werken.

Zit er iets anders op dan ons te blijven inzetten voor meer en beter onderwijs met daarin verwerkt het kennismaken door kinderen van jongsaf met alle vormen van religies en godsdiensten, zodat ze de claim van elke godsdienst van de enige ware te zijn, van jongsaf kritisch leren doorprikken.

Wat ook kan helpen is godenvrije alternatieven aan te reiken, religies zonder god maar met veel aandacht voor de aarde en al haar bewoners: de ‘Indiaanse’ Pacha Mama-religie, bij ons de bomencultussen van de druiden, de wijsheden van boeddhisme en taoïsme enz.

En uiteraard is het ook nodig om sociaal-economisch welzijn voor iedereen na te streven, want niets doet mensen zo vaak in extremistische godsdienstvormen vluchten als sociale uitsluting.

Verder past in plaats van al te veel ergernis, eerder compassie – medeleven – met al die mensen die zich laten wijsmaken hebben dat er een goddelijk ‘iemand’ zou bestaan waar ze heel hun leven rekening moeten mee houden. Bij de moslims houdt dat bv. ook in dat veel vrouwen hun hoofd altijd moeten inkapselen..

Wie zijn godsdienstig geïndoctrineerde medemens een beetje lief heeft, zal moeite doen om die medemens zich uit zijn mentale gevangenis te helpen bevrijden. Christenen spreken soms over “bevrijdingstheologie” maar dat is een contradictio in terminis. De echt bevrijde mens gelooft niet in superwezens maar neemt vrede met het korte leventje dat ons hier op Planeet Aarde te beurt valt en waar we samen het beste moeten van maken in plaats van ons tegen elkaar te laten opjutten door godsdienstige ‘leiders’.

Jan-Pieter Everaerts

Nawoord: de reacties op de brandstichting: kop in zand of zelfs vergoelijken

Een eerste iets wat opviel in de dagen na de brandstichting, was hoe “progressief” België haast blind bleef voor de brand in Parijs. Zou dat hetzelfde geweest zijn mocht er in Parijs bv. een moskee door fundamentalistische christenen zijn in brand gestoken ?

Nu was het op zondag 6 november tevergeefs zoeken naar een bericht over de brand op websites zoals die van de Indymedia’s (Antwerpen, Gent, Bruxelles), op die van Groen en Ecolo, op De Wereld Morgen, PVDA/Solidair, Vonk, Linkse Socialist, LEF, Kif Kif enzoverder. Niets te vinden over Charlie Hebdo ook op de webstek van de Vlaamse beroepsjournalisten VVJ. Alleen op de webstek van de Franstalige beroepsjournalisten van België was er een stukje met als titel: “Charlie Hebdo: locaux incendiés et site web piraté.”

Kijkt ‘progressief’ België de andere kant op omdat het zijn uit moslimlanden overgekomen kiezers niet voor het hoofd wil stoten ? Moeten ‘progressieven’ niet zowiezo altijd en overal opkomen voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting ?

In Parijs was er op zondag 6 november wel een manifestatie uit solidariteit met Charlie Hebdo. Verenigingen allerlei (waaronder de strijdbare vrouwenvereniging ‘Ni Putes, Ni Soumises”), politieke partijen, vakbonden en anderen kwamen hun steun betuigen aan één van de basispeilers van de democratische rechtsstaat: de vrijheid van meningsuiting.

Op de webstek van Ni Putes, Ni Soumises, kan men lezen dat de brandstichting een zoveelste uiting is van toenemend religieus extremisme in Frankrijk, ook van katholieke kant overigens. Het viel in de reacties in de Franse pers vanuit islamitische en katholieke hoek overigens op hoe men zich wel kantte tegen de brandstichting zelf, maar anderzijds ook het karikatureren van Mohammed en Christus onaanvaardbaar blijft achten en het blijft zien als een gebrek aan respect, een respect dat ook kunstenaars zouden moeten opbrengen.





Onverdoofd slachten? Onverantwoord!

30 06 2011

De huidige Belgische wetgeving rond de bescherming en het welzijn van dieren (wet van 14 augustus 1986) stelt als algemene regel dat dieren voor het slachten dienen te worden ‘bedwelmd’. Hierop wordt binnen de wet een uitzondering gemaakt wanneer het gaat om een slachting uitgevoerd in het kader van de ritus van een godsdienst, een zogenaamde ‘rituele slachting’. In België komen deze rituele slachtingen voor bij de moslims (‘halal’ vlees) en de joden (‘kosjer’ vlees). Deze rituele slachtingen worden dagdagelijks in bepaalde slachthuizen uitgevoerd, niet alleen dus tijdens bijvoorbeeld het islamitische Offerfeest. Ook bij de joden houdt de zogenaamde ‘sjechieta’ in dat de dieren niet verdoofd geslacht worden. Uit een wetenschappelijk rapport en advies van de Raad voor Dierenwelzijn uit 2007 (‘Welzijnsaspecten bij het slachten (drijven, fixeren, kelen) van runderen en schapen’) blijkt dat 21% van de kalveren, 10% van de runderen en maar liefst 92% van de schapen in België ritueel onverdoofd worden geslacht. Op die manier kan men nog bezwaarlijk van een uitzondering spreken.
Voor de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) is een rituele slachting zonder verdoving onaanvaardbaar. HVV pleit voor het opnieuw veralgemenen van verdoofd slachten in België, dus ook in het geval van alle soorten rituele slachtingen. Wij volgen hierin het advies van de Raad voor Dierenwelzijn en het standpunt van Gaia terzake. In Nederland is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel goedgekeurd dat ‘bedwelming’ bij rituele slachtingen opnieuw verplicht. Er kan een uitzondering toegestaan worden indien de betrokkenen, met name de moslims en joden, wetenschappelijk kunnen aantonen dat dieren bij onverdoofd slachten niet meer lijden dan bij verdoofd slachten. Hierbij wordt de bewijslast dus in het kamp van de islamitische en joodse gemeenschap gelegd. HVV kan ook deze uitzondering niet toestaan, zoals in Nederland nu misschien wel staat te gebeuren – het wetsvoorstel dient nog de Eerste Kamer te passeren – omdat hiermee nog altijd het gelijkheidsbeginsel geschaad wordt.

HVV is voor verdoofd slachten van dieren omdat HVV fundamenteel voorstander is van het gelijkheidsbeginsel en als dusdanig gekant is tegen de idee van uitzonderingen binnen de burgerlijke wetgeving op basis van religieuze motieven. Het maken van uitzonderingen op religieuze basis impliceert een erkenning van religieuze of godsdienstige voorschriften als hebbende meer legitieme macht dan de oorspronkelijke burgerlijke wet waarop de uitzondering van toepassing is. Dit druist regelrecht in tegen de principes van de geseculariseerde civiele samenleving en wij stellen dat de godsdienstvrijheid hier zijn grenzen overschrijdt.
In de geseculariseerde samenleving wordt de staat verondersteld levensbeschouwelijk neutraal te blijven, wat betekent dat zij geen uitzonderingen op de algemene wetgeving mag toestaan op basis van levensbeschouwelijke motieven. Met het legitimeren van uitzonderingen op basis van religieuze motieven wordt de wet in feite herleid tot een vorm van voorwaardelijk gezag dat zijn macht en legitimiteit verliest zodra het in tegenspraak komt met ‘de wil van een god(sdienst)’. Dit kan binnen de seculiere en pluralistische samenleving niet de bedoeling zijn.

Er is een verschil tussen godsdienstvrijheid binnen de grenzen van de wet en godsdienstvrijheid waarvoor men de wet moet aanpassen om ze wettelijk te kunnen maken. Ofwel werkt men de uitzondering weg door ze algemeen te maken, ofwel werkt men ze weg door ze te schrappen, maar zolang er sprake is van uitzonderingen binnen de wet is er sprake van een inbreuk op het gelijkheidsprincipe. Bovendien krijgen we de indruk dat bepaalde wetten ‘democratisch tot stand komen’ eerder op basis van zwaar lobbywerk uit beperkte hoek dan op basis van nuchtere feiten, wetenschappelijk onderzoek en algemene basisbeginselen. We pleiten dus meteen ook voor een discussie ten gronde over de wetgeving in ons land en de manier waarop de wetgevende macht functioneert.

Daarnaast zijn er nog voldoende en afdoende argumenten te geven voor het verdoofd slachten:

1° Wetenschappelijk onderzoek toont overduidelijk en reeds lang aan dat dieren meer en langer lijden bij onverdoofd slachten dan bij verdoofd slachten; ‘The Food Research Institute’ te Langford bijvoorbeeld toonde onder andere via het meten van breinactiviteit aan dat het brein van het dier nog geruime tijd actief blijft na de keling. Bij runderen loopt dit soms op tot een aantal minuten. Bovendien loopt de rituele slachting vaak mis, waardoor het lijden nog langer kan duren. Ook het rapport van de ‘European Food Safety Authority (EFSA) uit 2004 stelt dat verdoving voor het slachten altijd dient plaats te vinden (EFSA Journal 45: 1-29). Daar waar diverse wetenschappelijke onderzoeken mekaar tegenspreken, dienen ook de meettechnieken en omstandigheden van het onderzoek vergeleken te worden en nieuw onderzoek uitgevoerd. Maar het moge duidelijk zijn dat verdoving het gevoel van pijn weghaalt.

2° Wetenschappelijk onderzoek toont bovendien aan dat een verdoofde slachting perfect kan voldoen aan de eisen van een correct uitgevoerde rituele slachting.  In de rituele slachting wordt immers een zo volledig mogelijke uitbloeding van het dier beoogd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de uitbloeding minstens even goed en soms beter verloopt bij verdoving dan bij niet-verdoving. Dit werd aangetoond in een onderzoek van de universiteit van Bristol (UK) onder leiding van Haluk Anil, zowel voor schapen als voor runderen: Animal Welfare, vol 15, p 325.

3° Het is ook niet zo dat onverdoofd slachten een geschreven religieuze verplichting is, of dat verdoving verboden zou zijn. Er wordt in de religieuze geschriften van de islam (Koran en Soenna) vanzelfsprekend niets over verdoving gezegd, simpelweg omdat er toen geen verdovingstechnieken bestonden. Afwezigheid van een bepaalde procedure betekent toch niet dat die procedure verboden zou zijn? Ook hier zien we dat dit ‘gebruik’ vooral gedragen en geregeld wordt door jarenlange traditie zonder vaste bodem. Wel zullen joodse en islamitische geleerden waar nodig herhalen ‘hoe het moet’. HVV vindt het belangrijk dat de samenleving alle respect betuigt voor bepaalde tradities, maar diezelfde samenleving mag van die tradities ook eisen zich mettertijd aan te passen aan nieuwe technologie, nieuwe kennis en evoluerende normen en waarden. Vooral omdat we weten dat er in elke levensbeschouwelijke gemeenschap progressieve krachten aanwezig zijn die minder problemen hebben met verandering.

4° Bij de moslims is er absoluut geen eensgezindheid omtrent de kwestie verdoving en is alles afhankelijk van de interpretatie en goodwill van imams en islamitische geleerden. Dat impliceert opnieuw dat er niet zoiets bestaat als een eenduidige religieuze regel die stelt dat verdoofd slachten verboden is of onverdoofd slachten verplicht. Er zijn trouwens verschillende moslimlanden, zoals Indonesië, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten die verdoving toestaan of aanvaarden. Er zijn ook al diverse fatwa’s uitgesproken die verdoving goedkeuren, op voorwaarde dat het dier goed uitbloedt en het dier niet sterft door het effect van de verdoving. En er wordt schapenvlees uit Nieuw-Zeeland naar België ingevoerd van verdoofde dieren, voorzien van een halal certificaat! We veronderstellen dat er bij de orthodoxe joodse gemeenschap wel meer eensgezindheid is, maar dat belet niet dat er feitelijk toch heel divers wordt omgegaan met rituele slachtingen in het algemeen, binnen de levensbeschouwelijke gemeenschappen zelf. En dat maakt hun case er niet overtuigender op.

5° In bepaalde Europese landen (Zweden, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) is de verplichte verdoving in het geval van rituele slachtingen al een feit en biedt de Europese wetgeving de ruimte aan haar lidstaten de uitzondering uit de wet te halen (richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993). De meest recente beslissing in dit verband werd in Nederland genomen.

6° Ook op economisch vlak ligt de lat niet gelijk en zorgt deze ‘uitzondering’ voor een toestand van ongelijkheid voor de slachthuizen. De ‘verplichte’ procedures op het verdoofd slachten brengen immers kosten met zich mee die de rituele slachter niet in rekening moet brengen. Is hier dan geen sprake van concurrentievervalsing?

7° Uit een enquête van Gaia blijkt ook nog dat slechts 36% van de moslimgemeenschap tegen verdoofd slachten is. De enquête uit 2010 werd afgenomen bij 261 respondenten en toont onder andere aan dat 36% verdoving onaanvaardbaar vindt, terwijl een andere 36% zegt hier neutraal tegenover te staan. 28% vindt verdoving onproblematisch. Er is dus wel degelijk een basis te vinden binnen de islamitische gemeenschap om verdoving  bij rituele slachting in te voeren. We gaan ervan uit dat dit binnen de kleinere joodse gemeenschap nog niet het geval is.

HVV staat dus achter het advies voor de Raad van Dierenwelzijn en achter Gaia, die beide pleiten voor verdoofd slachten, altijd en overal.
We weten ook dat zowel de islamitische als de joodse gemeenschap dierenwelzijn een zeer belangrijke kwestie vinden. Het is in dit licht dat het verdoofd slachten ook voor deze gemeenschappen zelf de meest verantwoorde praktijk is.

Farid Zahnoun en Peter Algoet
HVV – werkgroep atheïsme





Het kind telt, niet het geloof van de ouders

5 05 2011

België zal weldra Marokko erkennen als adoptieland, ondanks het feit dat Marokko als voorwaarde oplegt dat de kandidaat-ouders moslim moeten zijn. De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) is verbaasd dat minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) daar zo licht over gaat.

Het gaat er toch om dat het kind in een gezin terechtkomt waarin het alle kansen krijgt om uit te groeien tot een volwaardige burger. Welk geloof dat kind later zal aanhangen, is toch volstrekt bijkomstig?

In Marokko bestaat geen scheiding tussen kerk en staat. Potentiële adoptie-koppels moeten blijkbaar een attest van religieus huwelijk voorleggen, dat is opgesteld door een imam en de uiteindelijke beslissing wordt genomen door de Marokkaanse weeshuizen. In wat voor wereld leven wij als men geloof boven het belang van het kind gaat stellen? Als imams en niet objectieve, geëngageerde instellingen gaan beslissen over het lot van kinderen? Minister Vandeurzen en adoptiedienst Vreugdezaaiers moeten zich dringend beraden of zij willen meewerken aan de instandhouding van zo’n opvatting over adoptie. In plaats van a priori en systematisch geloofsbeperkingen op te leggen aan adoptie, lijkt het ons beter dat geschikte instanties geval per geval overleggen, beoordelen en evalueren.

België heeft een lange traditie van non-discriminatie op basis van geloof en die wordt ondermijnd door de kritiekloze houding van de minister. Zullen we binnenkort ook plooien voor adoptielanden die enkel adoptie-ouders aanvaarden die Joods zijn, of bruine ogen hebben, of socialistisch zijn? In zoverre zij een attest kunnen voorleggen van de rabbijn, de behandelende geneesheer of de partijvoorzitter?

Het zou minister van Welzijn Jo Vandeurzen sieren mocht hij in dit dossier mocht hij in dit dossier het belang van het kind boven het geloof stellen.

Björn Siffer

Woordvoerder HVV