Lezersbrief HVV in Knack – Over de solidariteit van de christelijke zuil

3 05 2013

In Knack van 10 april beweert Wouter Beke dat het christen-democratisch gedachtegoed ervoor gezorgd heeft dat de Belgen hun eigen school, hun ziekenhuis, hun rustoord kunnen kiezen. Sta mij toe dat toch even te nuanceren. Als het aan de christen-democraten had gelegen, dan was elke school in ons land vandaag katholiek. Het waren – op dat moment – vrijzinnige partijen zoals de socialistische en de liberale partij, die als leeuwen gevochten hebben voor het officieel onderwijs. Als het aan de christen-democraten had gelegen, dan was elk ziekenhuis in ons land katholiek. Dan was de toepassing van het recht op abortus en euthanasie in de praktijk overal in ons land onmogelijk. Laat staan dat de christen-democratie de stemming van de abortus- en de euthanasiewet zou overwogen hebben. Het waren – merendeels – vrijzinnige politici van de andere democratische partijen die gevochten hebben voor die keuzevrijheid. De verbondenheid van de christen-democratie bestaat tot op vandaag vooral in een verbondenheid met de eigen zuil (daarvan getuigt het ARCO-dossier) en met filosofisch gelijkgezinden. Het andere luik van de solidariteit moet nog ‘uitgediept’ worden. Ik wens Innesto daarom alle succes toe!

Björn Siffer, woordvoerder Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Nieuwe blog

15 04 2013

Beste lezers,

Vanaf heden kan je ons volgen via onze nieuwe blog op blog.hetvrijewoord.nu.





Ierland en Hippocrates

20 11 2012

Het fiere Ierland ontwaakte deze week als een land waar sommige dokters hun patiënten laten sterven omwille van een godsdienst. Savita Halappanavar, een Indiase vrouw uit Galway, mocht dat ondervinden toen haar een abortus werd geweigerd. Nochtans was de foetus die zij droeg niet meer levensvatbaar en vergiftigde hij langzaamaan haar lichaam. De argumentatie van de dokters was even duidelijk als dogmatisch: we horen nog een hartenklop ‘en Ierland is een katholiek land’. Bon, goed dat we dat weten.

Ten gronde moeten we besluiten dat deze artsen hun geloof laten primeren op de Eed van Hippocrates, die zij nochtans hebben afgelegd. In de Eed van Hippocrates (versie juli 2011 van de Orde van geneesheren van België) lezen we: “Ik zal ervoor waken dat mijn houding tegenover patiënten niet beïnvloed wordt door levensbeschouwing, politieke overtuiging, sociale stand, ras, etnie, nationaliteit, taal, gender, seksuele voorkeur, leeftijd, ziekte of handicap.” Het lijkt mij vanzelfsprekend dat ze daar in Ierland ongeveer hetzelfde zweren, ook al gaat het om een symbolische eed. Het lijkt mij alvast gezond te onderzoeken wat het Ierse equivalent van onze Code van Geneeskundige Plichtenleer, die wel bindend is, vertelt over de handelingswijze van de Ierse ‘dokters’. Op de website van de Ierse Medical Council lezen we alvast: “Good medical practice is based on a relationship of trust between doctors and society and involves a partnership between patient and doctor that is based on mutual respect, confidentiality, honesty, responsibility and accountability.” Het respect en de verantwoordelijkheid lijken mij alvast zoek.

God dient voor deze dokters als alibi om mensen de meest dringende medische hulp te ontzeggen en zo tot de dood te leiden. Waar eindigt de godsdienstvrijheid en begint de criminaliteit? De Ierse rechters zullen oordelen.

Björn Siffer, Woordvoerder HVV
Verschenen in De Morgen op vrijdag 16/11/2012





Geboortebeperking in Brussel?

1 10 2012

Brussels Burgemeester Thielemans (PS) deed donderdag tijdens het debat ‘Wij Brusselaars’ een opmerkelijke uitspraak die HVV bijzonder interesseert. ‘Geboortebeperking moet bespreekbaar zijn. Zo veel mogelijk kinderen hebben, is onverantwoord,’ zei de burgemeester.

Dat er rond dit thema nog steeds een taboe heerst, werd meteen duidelijk aan de reacties en aan de gretigheid waarmee de media de uitspraak oppikten in hun verslaggeving. Nochtans zou geboortebeperking wel degelijk een issue moeten zijn. Niet enkel in een verstedelijkte omgeving met een grote demografische druk zoals Brussel, maar wereldwijd. Maar geboortebeperking is toch geen gemeentelijke bevoegdheid? Die vaststelling lijkt even correct als banaal. Want elke gemeente – zelfs de metropool Brussel – heeft het recht om sensibiliseringscampagnes op touw te zetten.

Ook moraalfilosoof Etienne Vermeersch – laureaat van de Prijs Vrijzinnig Humanisme 2011 van HVV – is van mening dat de bezorgdheid van Freddy Thielemans terecht is: “Geen enkele verstandige mens kan tegen geboortebeperking zijn. Ook niet in Brussel, dat op een demografische bom zit. Een onbeperkt aantal kinderen krijgen, is onhoudbaar. Zeker in ons land, waar de ecologische impact 25 keer groter is dan in de derde wereld. Het zijn vooral gezinnen die niet in hun onderhoud kunnen voorzien die veel kinderen krijgen. De godsdienst speelt daar vaak geen positieve rol in.’ zegt Vermeersch in De Standaard. “Dat moet niet repressief gebeuren, zoals in China maar sensibiliserend’, zegt Vermeersch, ‘Singapore is daarin geslaagd, Taiwan ook, de Indiase deelstaat Kerala deed het via het onderwijs aan de meisjes.” gaat hij verder.

De liberale uitdager van Thielemans, Alain Courtois (MR), reageert verbaast, maar deelt toch de bezorgdheid over de overbevolking van Brussel: “Laten we de netwerken aanpakken die mensen naar hier halen die daarna op het OCMW belanden en op de wachtlijst voor een sociale woning.”

Björn Siffer, coördinator Cel Onderzoek HVV





‘Ik ben op zoek naar mijn donor, niet naar mijn vader’.

27 09 2012

Pleidooi voor een tweesporensysteem

In België is het doneren van zaad- en eicellen in principe strikt anoniem, zoals vastgelegd in de wet  op de medisch begeleide voortplanting.

Maar de dagelijkse praktijk – kinderen die vragen naar hun donor –  en de toegankelijkheid tot spermabanken via internet (www.dk@cryosinternational.com) zorgen ervoor dat de anonimiteit niet langer gegarandeerd wordt. Wil dit zeggen dat de wetten aangescherpt moeten worden om koste wat kost de anonimiteit te garanderen?

HVV vindt dat de tijd rijp is om het debat te voeren of de anonimiteit wel gegarandeerd moet blijven. Of bestaat er een andere optie die de ideale oplossing geeft aan de wensen van de drie actoren in dit verhaal: het kind, de ouders en de donor?

Gisteren getuigde en KID-kind (Kunstmatige Inseminatie Donor) in Terzake. Eén uitspraak  viel op: “Ik ben niet op zoek naar mijn vader, wel naar mijn donor”. Met andere woorden: deze vrouw van 30 is op zoek naar haar genetische geschiedenis en die geschiedenis wordt haar bij wet afgenomen. Zelfs gewone fysieke kenmerken, zoals haarkleur, ogen en sociale gegevens zoals opleiding en beroep mag ze niet weten. Nochtans bewijst onderzoek dat een KID-kind niet op zoek is naar een ontmoeting met de donor en niet op zoek is naar een zorgvader. Neen, een KID-kind wil vooral informatie over hoe die genetische ‘vader’ eruit ziet, wat hij studeerde enz. Dit werd nogmaals bevestigd in het gesprek gisteren. Bovendien werd dé grote angst van elke donor weerlegd: bij wet kan vastgelegd worden dat er nooit onderhoudsgeld of andere financiële eisen van de donor kunnen geëist worden. Het juridische luik kan perfect gesloten blijven, tenzij de donor hier zelf van afstapt.

Er werd ook gepraat over de drie actoren in dit verhaal en hun wensen: de wensouder(s), de donor en het kind. In de discussie over de anonimiteit staan de belangen van de verschillende actoren soms lijnrecht tegenover elkaar. Er is vooreerst het belang van het kind, dat om medische of psychologische redenen op zoek is naar zijn verwekker. Verder geldt het belang van de ouders van het kind, die omwille van fertiliteitsproblemen of de afwezigheid van een biologische vader/moeder hun toevlucht hebben gezocht tot kunstmatige bevruchting via een derde, en dit feit in veel gevallen niet aan de grote klok willen hangen. Ten slotte is er het belang van de donoren, die kindloze paren willen helpen met het (anoniem) afstaan van hun zaad- of eicellen. Elke regelgeving omtrent de anonimiteit van donoren moet die belangen zorgvuldig tegen elkaar afwegen, en zo mogelijk met elkaar verzoenen. Alleen wordt er in deze discussie volledig voorbijgegaan aan het gegeven dat het kind de enige acteur in het verhaal is die geen keuze kon maken. En hebben kinderen geen rechten? Ik denk van wel.

Twee bronnen van internationaal recht worden in het debat over donoranonimiteit steeds opnieuw aangehaald. In eerste instantie refereert men aan het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Artikel 7 stelt dat ieder kind het recht heeft om, in de mate van het mogelijke, zijn ouders te kennen en door hen verzorgd te worden. Een ruime interpretatie van dit artikel geeft kinderen het recht om op zoek te gaan naar de genetische afstamming. Het IVRK stelt bovendien dat de belangen van het kind steeds de eerste overweging vormen bij maatregelen die kinderen betreffen. Maar er is ook artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op bescherming van het privé-leven waarborgt. Donoren hebben die bepaling al enkele malen ingeroepen om hun  anonimiteit te beschermen. Dit recht is evenwel niet absoluut en kan bijvoorbeeld beperkt worden om de rechten van anderen te doen eerbiedigen. Tot op heden stelde het Europees Hof zich evenwel sceptisch op ten opzichte van die beperking. Maar wat als er een andere uitspraak komt?

Ieder kind stelt zich wel eens de vraag naar zijn afkomst. Die vraag is niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Kinderen die door hun biologische ouders worden opgevoed, hebben daarover zekerheid. Ook bij adoptie beschikt men tegenwoordig meestal over de mogelijkheid om de identiteit van de biologische ouder te achterhalen. Veel KID-kinderen weten niet eens dat hun ouders niet hun biologische verwekkers zijn. De kans is echter reëel dat zij er door medische gegevens of een ‘verspreking’ zullen op uitkomen dat één van hun ouders niet hun genetische verwekker is. Door het jarenlange beleid van donoranonimiteit zijn zij afgesneden van informatie over hun genetische afkomst.

Ik beseft ook wel dat een radicale afschaffing van de anonieme donatie – de enige manier om alle KID-kinderen dezelfde rechten te geven – niet haalbaar is. Er zou een tekort aan donoren zijn en fertiliteitcentra zullen deze aanpassing van de wet nooit steunen. Daarom lijkt een ‘tweesporenbeleid’ mij een goede oplossing: een anomiem spoor naast een niet-anoniem spoor. Zowel de donor als de wensouder(s) kunnen kiezen. Dit zorgt ervoor dat heel wat donorkinderen wel op zoek kunnen gaan naar het ontbrekende puzzelstukje.

Nog een voordeel van dit beleid is dat er meer kinderen zullen zijn die onderdeel kunnen uitmaken van een onderzoek. En als zo’n onderzoek duidelijk zou stellen dat de angst van de donor, om op een mooie lentedag zijn stoep vol met nazaten te vinden, onterecht is, dan is het misschien toch ooit mogelijk de anonimiteit volledig op te heffen en aan alle kinderen dezelfde rechten te geven. Rechten die hen toekomen!

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Open brief aan de heer Léonard

31 05 2012

Beste heer Léonard,

Als lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie ben ik geschokt door uw uitspraken in DS van woensdag 30 mei 2012. Samen met vele andere mannen en vrouwen bespreken we maandelijks de aangifteformulieren die door de artsen na de uitvoering van een euthanasie ingevuld worden. Formulieren die het toelaten aan elk lid van de commissie, vanuit zijn of haar specialisatie (arts, jurist of specialist in de zorg bij het levenseinde), in detail elk zorgvuldigheidscriterium zoals bepaald door de wet te controleren. En dat deze commissie in volledige transparantie werkt bewijst het verslag. Tweejaarlijks wordt er een gedetailleerd verslag voorgelegd aan de federale kamers. Dit verslag gaat in op elke zorgvuldigheidsvereiste, het geeft duiding bij de patiënt achter die euthanasie, het vertelt over het fysieke en psychische lijden, het spreekt ook over de geraadpleegde tweede of/en derde onafhankelijke arts en diens advies, over de gebruikte producten. En, niet minder belangrijk, de formulieren geven ruimte aan de arts om hun persoonlijke bevindingen neer te schrijven. Niet onbelangrijk omdat een uitgevoerde euthanasie voor een arts een zekere emotie met zich meebrengt.  Het klinkt u misschien vreemd in de oren; maar het bestuderen van deze uitgebreide aangifteformulieren  gebeurt op een weloverwogen en zorgvuldige manier. Natuurlijk zijn er al eens onduidelijkheden of ontbreken er elementen. Natuurlijk wordt er al eens een dossier zorgvuldiger besproken, en natuurlijk wordt er al eens meer uitleg gevraagd aan een arts, zoals de wet trouwens voorziet. Maar uw uitspraken dat we (ik dus) ‘verplicht de ogen moeten sluiten voor praktijken die niet conform de wet zijn’ en dat de commissie (ook ik dus) ‘in het onvermogen is om de toepassing van de wet doeltreffend te controleren’, slaat op niets. Ik raad u aan de tweejaarlijkse verslagen van de commissie eens zorgvuldiger te lezen, of zag u niet dat er in dat verslag extra vermeldingen door artsen (ook katholieke artsen die een bagage aan barmhartigheid bezitten)zijn opgenomen, die aan de leden extra melden hoe sereen alles verliep, hoe innig en mooi het afscheid was rond het bed en hoe vredig er ‘uit het leven gestapt’ wordt. Natuurlijk heeft u gelijk als u zegt dat niet elke vraag om euthanasie ook gerealiseerd wordt omdat er een onderliggende vraag naar (palliatieve) zorg en aandacht kan zijn. Natuurlijk heeft u gelijk dat die palliatieve zorg verder uitgebouwd moet worden zodat die zorg voor iedereen toegankelijk wordt, zeker en vooral ook in de thuissituatie. Maar u heeft geen gelijk als u hardnekkig wilt blijven beslissen voor anderen (patiënt en familie en zorgverlener) in naam van de kerk en  uitgaande van uw ‘grote gelijk’. Er zijn nu eenmaal patiënten die, ondanks de beste goede zorg, voor euthanasie kiezen. Er zijn nu eenmaal familieleden die die vraag van hun geliefde willen en kunnen begrijpen en – al hoort u het niet graag – er zijn zorgverleners die, uitgaande van hun morele vrijheid (ook in de wet bepaald), wel willen ingaan op de vraag van de patiënt. Omdat ze respect hebben voor de wil van die patiënt, en vooral omdat barmhartigheid hen niet vreemd is. Ik verwacht ook van de hoogste instantie in onze kerk datzelfde respect en diezelfde barmhartigheid. En vooral verwacht ik van een prominent lid van de kerk dat die ook als Belgische burger onze wetten respecteert, inclusief de euthanasiewet. Misschien kan de kerk er werk van maken om ook andere praktijken bij het levenseinde zoals palliatieve sedatie even ‘transparant’ te maken als een euthanasie. Misschien is er daar toch iets dat ons bindt: ijveren voor de registratie van een sedatie zodat ook hier gecontroleerd kan worden op correcte uitvoering? En de kern van deze registratie kan dan alvast het feit zijn dat een palliatieve sedatie niet kan zonder overleg met de patiënt of de familie. Iets wat vrij logisch moet zijn voor wie de wet op de patiëntenrechten kent en volgt.

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie.





Uitbreiding euthanasiewet, ook voor mensen met een verstandelijke beperking

23 04 2012

Ook mensen met een verstandelijke beperking kunnen de maturiteit hebben om te kiezen voor euthanasie

 

“Het Humanistisch Verbond (tegenwoordig HVV: Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging) speelde een zeer belangrijke rol in het tot stand komen van de huidige euthanasiewet.” zegt Jacinta De Roeck, directeur van HVV. “Natuurlijk weet ik dat onze wet niet perfect is. Ik werkte zelf heel actief mee aan die wet. Ik heb altijd al gezegd dat de wet de dementen in de kou laat staan.”

Het is dan ook moeilijk om elke dag opnieuw in gesprekken (HVV registreert wilsverklaringen euthanasie en helpt de mensen bij het invullen ervan) te moeten duidelijk maken dat het wel nuttig is een wilsverklaring euthanasie in te vullen, maar dat deze verklaring totaal waardeloos is voor elke vorm van verworven wilsonbekwaamheid. “De wet laat de toepassing immers alleen toe voor uitzichtloze coma. En, eerlijk gezegd, daarvoor is er geen euthanasiewet nodig! Het goede medische handelen van elke arts zorgt ervoor dat iemand in een uitzichtloze coma niet kunstmatig in leven gehouden wordt.”

HVV blijft dan ook een correcte uitvoering van de wet en een uitbreiding van de wet eisen.

“Ik erger mij mateloos aan ziekenhuizen die euthanasie weigeren en palliatieve sedatie toepassen. Ze misbruiken de emotioneel wankele toestand van de patiënt en de familie! Het kan niet dat een ziekenhuis met één hand klaarstaat om federale subsidies te krijgen en met de andere hand een democratisch gestemde wet van tafel veegt! En in de psychiatrie is het nog schrijnender. Mensen die bij een intakegesprek het woord euthanasie laten vallen, worden soms botweg geweigerd en de deur gewezen. Over barmhartigheid gesproken!”

 

HVV zou HVV niet zijn als ze nu al niet de kiemen zou leggen voor een volgend debat.

“De uitbreiding voor minderjarigen en dementen zal er wel komen.” zegt De Roeck, “De stem van onze samenleving klinkt zo luid dat de politici ooit zullen moeten luisteren. Maar wat als de uitbreiding er is? Zelfs dan staat er een groep in haar geheel in de kou: de handelingsonbekwame meerderjarige en de verlengd verklaarde minderjarige. Voor een vrijzinnige kan dat niet. Ook iemand met een verstandelijke achterstand, die matuur genoeg bevonden wordt door het team, moet om euthanasie kunnen vragen. Een moeilijk debat gezien de historische voorgeschiedenis. Toch hopen wij dit debat met de begeleiders en de professionelen te kunnen voeren in een serene en open sfeer. Ik heb via mijn werk als directeur van HVV en via de netwerken die ik tijdens mijn politieke loopbaan opbouwde, veel contact gehad met mensen uit het veld. Begeleiders spraken me hier zelf over aan.”

 

Informatieve tekst

HVV en de strijd voor een correcte euthanasiewet voor elk individu.

Het Humanistisch Verbond trok al sinds de jaren 50 aan de kar om euthanasie wettelijk mogelijk te maken. Vijftig jaar later was het eindelijk zo ver.  We hebben een wet, die weliswaar niet perfect is, maar ze is er wel, en ze is intussen behoorlijk ingeburgerd in onze samenleving! De LEIFartsen en –nurses zorgen dat deze wet op het veld duidelijk gecommuniceerd wordt. Het ULteam biedt zelfs een uitweg voor die betrokkenen, familie en zorgverleners die ‘in de kou’ blijven staan. Morele consulenten van deHuizenvandeMens.nu staan klaar voor info en begeleiding en ook HVV speelt een prominente rol in de informatie, opvolging en zelfs ondersteuning. Maar toch is de strijd is nog niet gestreden!

 

Een wet die nog altijd niet correct toegepast wordt.

 

We merken  elke dag opnieuw dat de wet niet correct toegepast wordt. Artsen en ziekenhuizen die de wet niet genegen zijn, negeren nog steeds de wens en de autonomie van de patiënt en zoeken ‘achterdeuren’ om de euthanasievraag niet te horen of op een zijspoor (het intussen te vaak gebruikte palliatieve sedatie-spoor) te zetten, het bekende ‘uitstelgedrag’. Uitspraken als “Het is nog veel te vroeg om daarover te praten.” of  “Ikzelf kan echt niet ingaan op je vraag, maar ik zal op zoek gaan naar een ander arts.” – iets wat wel gezegd wordt, maar niet gedaan –  zijn schering en inslag. Moreel consulenten, ethische begeleiders en zorgverstrekkers ergeren zich hieraan, maar ze staan vaak machteloos. Wat ons vooral stoort is dat de zwakke positie  en de emotionele erg wankele gemoedstoestand van de patiënt en de familie ‘misbruikt’ worden.

 

HVV blijft daarom eisen dat de wet correct wordt toegepast:

–          Het kan niet dat ziekenhuizen een democratisch gestemde wet negeren, maar wel geen enkel probleem hebben met het krijgen van subsidies van diezelfde ‘federale’ overheid.

–          Het kan niet dat een huisarts, omwille van een morele reden, zijn patiënt in de kou laat staan en niet doorverwijst! Natuurlijk kan en mag hij weigeren, euthanasie is en blijft een ethisch en moreel zware beslissing. Maar die ‘morele vrijheid’ mag geen vrijgeleide zijn om niet de goede zorg te verstrekken die in de wet op de patiëntenrechten ingeschreven staat, om nog maar te zwijgen van de deontologische code waaraan een arts verplicht is!

–          Het kan ook niet dat de psychiatrie de euthanasievraag van mensen die een psychisch lijden hebben opzij schuift. Zeker niet omdat meer dan 90% van de psychiatrie in handen ligt van de ‘tegenstander’ van de wet. Is het barmhartig om mondige psychiatrische patiënten in de kou te laten staan door aan hen een intake te weigeren enkel en alleen omdat zij het woord ‘euthanasie’ laten vallen?

 

En dit is nog maar de top van de ijsberg. Als directeur van HVV ben ik vaak op pad voor infosessies, ook heb ik heel wat contacten met de mensen in de praktijk: de artsen, de zorgverleners, maar ook de patiënten zelf en hun familie. Vaak heb ik het gevoel dat we 10 jaar nadat de wet er kwam niet verder staan dan 10 jaar geleden. Een kleine groep blijft zich hardnekkig verzetten (cfr. het opiniestuk van René Stockman in DM van 6/4 – op ‘goede vrijdag’ nb!- ), en dat terwijl een ruime meerderheid van onze samenleving (gewone mensen en professionelen) duidelijk ‘anders’ denkt.

 

 

Een petitie om de politieke wereld wakker te schudden.

HVV probeerde in 2010 en 2011 de besprekingen op de politieke agenda te zetten. Tevergeefs. Een petitie, die mee ondersteund wordt door LEIF, RWS, de Grijze Geuzen, deMens.nu (vroeger UVV) en PMD Antwerpen werd massaal ondertekend en stopt op 22 april. Deze petitie zal later in het voorjaar overhandigd worden aan de Senaat. Daarmee tonen we aan dat de samenleving onze vraag voor een verfijning en een uitbreiding ondersteunt. Om nog meer druk uit te oefenen werd er tijdens de onderhandelingen een brief aan de onderhandelaars gestuurd om het belangrijke dossier op te nemen in de regeringsverklaring en zo te garanderen dat er een politiek debat zou komen. Er kwamen enkele positieve reacties van partijen en ook van enkele parlementsleden. Er staat echter niets in de regeerverklaring. Omdat de media zo een belangrijke rol kunnen spelen werd er zeer vaak gereageerd in de pers: met opiniestukken, lezersbrieven en interviews. HVV was een belangrijk partner in het tot stand komen van de wet, en is dat nu zelfs meer dan ooit. De samenwerking met LEIF en vooral met Wim Distelmans zorgt ervoor dat we ons standpunt duidelijk kunnen maken aan de bevolking. De huidige directeur van HVV (Jacinta De Roeck) was zelf één van de makers van de euthanasiewet als senator (AGALEV 1999-2003). Dankzij haar netwerken blijven we een prominente rol spelen.

 

 

Welke verfijningen en uitbreidingen vraagt HVV?

De verfijningen

  • Vermits de wilsverklaring steeds herroepbaar is, is een tijdslimiet van 5 jaar overbodig. Het is wenselijker de tijdslimiet te schrappen. De gemeenten, die de wilsverklaringen registreren, moeten nu al verplicht worden de betrokkenen automatisch op de hoogte te brengen van het nakende verstrijken van de tijdslimiet.
  • Indien de wilsverklaring euthanasie geregistreerd werd, dient het bestaan hiervan opgenomen te worden op de chip van de elektronische identiteitskaart of  siskaart.
  • Er moet een doorverwijsplicht komen voor de arts die euthanasie weigert.
  • Er moet toegezien worden op het feit dat ziekenhuizen die met overheidsgeld werken, de toepassing van de euthanasiewet niet in de weg staan.
  • Euthanasie voor psychiatrisch patiënten is perfect mogelijk via de huidige wet. Toch merken we dat zowel psychiaters als psychiatrische instellingen – die in meer dan 90% van de gevallen katholiek zijn – zeer huiverig staan tegenover de toepassing van de wet. Psychiatrische patiënten met een euthanasievraag, die voldoet aan de wettelijke voorwaarden, blijven in de kou staan. Erger nog, we horen te vaak getuigenissen van patiënten die zelfs geweigerd werden voor een opname, enkel en alleen omdat ze hun euthanasievraag ter sprake brachten, wat in strijd is met de wet op de patiëntenrechten.

 

De uitbreidingen

–          Ook euthanasie bij verworven wilsonbekwaamheid moet kunnen.

De bepalingen in de wet van 28 mei 2002 gelden niet voor mensen met een ‘verworven wilsonbekwaamheid’. Euthanasie voor dementerenden is dus nog steeds onmogelijk en ook een wilsbeschikking, opgesteld wanneer mensen wel nog volledig zelfstandig kunnen beslissen, biedt geen oplossing. Intussen gaan er steeds meer stemmen op om de wet ook voor mensen met een onomkeerbare hersenaandoening mogelijk te maken. Cijfers bewijzen (meer dan 70% van de bevolking volgens een Dimarso onderzoek) dat er een ruim maatschappelijk draagvlak is. HVV aanvaardt dan ook niet dat de ‘volks’vertegenwoordigers hun taak niet opnemen en de wet niet herbekijken in het parlement. Want intussen bewijst de praktijk steeds vaker dat er patiënten zijn, zoals Hugo Claus, die uit angst voor een geestelijke aftakeling, in een bepaald stadium van de dementie om euthanasie vragen op basis van het ondraaglijke geestelijke lijden dat de ziekte voor hen teweeg brengt, en dit op een moment dat ze wel nog voldoende bewust zijn. Zij stappen als het ware vroeger uit het leven dan nodig, enkel en alleen omdat de wet hier te kort schiet.

–          Euthanasie voor minderjarigen.

­Minderjarigen die ongeneeslijk ziek zijn en ondraaglijke pijn lijden die niet gelenigd kan worden, zijn volkomen uitgesloten van het recht op euthanasie. Toch is hun lijden even groot, de toestand waarin zij verkeren even ondraaglijk en mensonwaardig. Een aanpassing in de wet van 28 mei 2002 moet euthanasie voor minderjarigen mogelijk maken. De praktijk leert ons immers dat kinderen die zich in een uitzichtloze situatie bevinden een grote mate van maturiteit hebben, zeker ten opzichte van andere, gezonde kinderen. Het trekken van een leeftijdsgrens is bijgevolg een absoluut arbitraire aangelegenheid. Onze wet op de patiëntenrechten geeft jongeren en kinderen maximaal een stem in hun medische verhaal zonder dat er een leeftijdsgrens getrokken wordt.

HVV ijvert er dan ook voor de euthanasiewet uit te breiden voor wilsbekwame minderjarigen, en dit zonder een leeftijdsgrens, in overleg met de ouder/s en dit in analogie met onze Belgische patiëntenrechtenwet.

 

Maar zelfs met de verfijningen en de uitbreidingen is er nog een weg te gaan.

50 jaar geleden speelde HV een voortrekkersrol om de euthanasiewet erdoor te krijgen. Nu is het de taak van HVV om het volgende debat aan gang te trekken. Het kan niet dat er een groep in haar geheel door de wet uitgesloten zal blijven. Ook voor de verlengd minderjarig verklaarde en voor de handelingsonbekwaam verklaarde meerderjarige moet er een mogelijkheid zijn om euthanasie te vragen als zij de maturiteit daarvoor hebben.

De wet op de patiëntenrechten stipuleert: “De patiënt zelf moet zoveel mogelijk bij de uitoefening van zijn rechten worden betrokken.”

Het debat kan bijgevolg perfect gevoerd worden.

Zoals we vragen dat ook jongeren en kinderen over hun levenseinde kunnen beslissen als zij daarvoor de maturiteit hebben, zo vragen we ook op de euthanasievraag van  handelingsonbekwamen, zoals verlengd minderjarig verklaarden en mensen met een mentale achterstand, die door een team matuur genoeg verklaard worden, kan ingegaan worden. Het is namelijk niet omdat iemand zijn of haar materiële belangen niet kan behartigen en het moeilijk heeft om in onze maatschappij te functioneren, dat die iemand niet perfect over zijn of haar eigen lichaam kan meespreken. Wat geldt voor de seksualiteitsbeleving van deze personen, geldt ook voor vragen bij medische aandoeningen en voor vragen over het levenseinde.

We beseffen dat dit debat bijzonder gevoelig ligt omdat de geschiedenis hier meer dan ooit ervoor zal zorgen dat er veel tegenstand zal zijn. Maar HVV vindt dat geen enkel debat uit de weg gegaan mag worden. Ook kwam dit item nog niet vaak ter sprake en moet het hele traject nog afgelegd worden. Zowel binnen de ledenvereniging HVV, de vrijzinnige wereld en de samenleving zelf. We hopen in ieder geval op het professionele werkveld (instellingen, artsen en begeleiders, patiëntenverenigingen, …) te kunnen rekenen bij het voeren van een eerlijk debat dat niet al direct gesmoord wordt omdat de geschiedenis dit niet zou toelaten.

 

Voor meer informatie kan je terecht bij:

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur van HVV

0475 – 75 93 53