Open brief aan de heer Léonard

31 05 2012

Beste heer Léonard,

Als lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie ben ik geschokt door uw uitspraken in DS van woensdag 30 mei 2012. Samen met vele andere mannen en vrouwen bespreken we maandelijks de aangifteformulieren die door de artsen na de uitvoering van een euthanasie ingevuld worden. Formulieren die het toelaten aan elk lid van de commissie, vanuit zijn of haar specialisatie (arts, jurist of specialist in de zorg bij het levenseinde), in detail elk zorgvuldigheidscriterium zoals bepaald door de wet te controleren. En dat deze commissie in volledige transparantie werkt bewijst het verslag. Tweejaarlijks wordt er een gedetailleerd verslag voorgelegd aan de federale kamers. Dit verslag gaat in op elke zorgvuldigheidsvereiste, het geeft duiding bij de patiënt achter die euthanasie, het vertelt over het fysieke en psychische lijden, het spreekt ook over de geraadpleegde tweede of/en derde onafhankelijke arts en diens advies, over de gebruikte producten. En, niet minder belangrijk, de formulieren geven ruimte aan de arts om hun persoonlijke bevindingen neer te schrijven. Niet onbelangrijk omdat een uitgevoerde euthanasie voor een arts een zekere emotie met zich meebrengt.  Het klinkt u misschien vreemd in de oren; maar het bestuderen van deze uitgebreide aangifteformulieren  gebeurt op een weloverwogen en zorgvuldige manier. Natuurlijk zijn er al eens onduidelijkheden of ontbreken er elementen. Natuurlijk wordt er al eens een dossier zorgvuldiger besproken, en natuurlijk wordt er al eens meer uitleg gevraagd aan een arts, zoals de wet trouwens voorziet. Maar uw uitspraken dat we (ik dus) ‘verplicht de ogen moeten sluiten voor praktijken die niet conform de wet zijn’ en dat de commissie (ook ik dus) ‘in het onvermogen is om de toepassing van de wet doeltreffend te controleren’, slaat op niets. Ik raad u aan de tweejaarlijkse verslagen van de commissie eens zorgvuldiger te lezen, of zag u niet dat er in dat verslag extra vermeldingen door artsen (ook katholieke artsen die een bagage aan barmhartigheid bezitten)zijn opgenomen, die aan de leden extra melden hoe sereen alles verliep, hoe innig en mooi het afscheid was rond het bed en hoe vredig er ‘uit het leven gestapt’ wordt. Natuurlijk heeft u gelijk als u zegt dat niet elke vraag om euthanasie ook gerealiseerd wordt omdat er een onderliggende vraag naar (palliatieve) zorg en aandacht kan zijn. Natuurlijk heeft u gelijk dat die palliatieve zorg verder uitgebouwd moet worden zodat die zorg voor iedereen toegankelijk wordt, zeker en vooral ook in de thuissituatie. Maar u heeft geen gelijk als u hardnekkig wilt blijven beslissen voor anderen (patiënt en familie en zorgverlener) in naam van de kerk en  uitgaande van uw ‘grote gelijk’. Er zijn nu eenmaal patiënten die, ondanks de beste goede zorg, voor euthanasie kiezen. Er zijn nu eenmaal familieleden die die vraag van hun geliefde willen en kunnen begrijpen en – al hoort u het niet graag – er zijn zorgverleners die, uitgaande van hun morele vrijheid (ook in de wet bepaald), wel willen ingaan op de vraag van de patiënt. Omdat ze respect hebben voor de wil van die patiënt, en vooral omdat barmhartigheid hen niet vreemd is. Ik verwacht ook van de hoogste instantie in onze kerk datzelfde respect en diezelfde barmhartigheid. En vooral verwacht ik van een prominent lid van de kerk dat die ook als Belgische burger onze wetten respecteert, inclusief de euthanasiewet. Misschien kan de kerk er werk van maken om ook andere praktijken bij het levenseinde zoals palliatieve sedatie even ‘transparant’ te maken als een euthanasie. Misschien is er daar toch iets dat ons bindt: ijveren voor de registratie van een sedatie zodat ook hier gecontroleerd kan worden op correcte uitvoering? En de kern van deze registratie kan dan alvast het feit zijn dat een palliatieve sedatie niet kan zonder overleg met de patiënt of de familie. Iets wat vrij logisch moet zijn voor wie de wet op de patiëntenrechten kent en volgt.

Jacinta De Roeck, gewezen senator en directeur van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging en lid van de Federale Controlecommissie voor Euthanasie.

Advertenties