Twee kanten van hulpverlening rond zelfdoding

19 12 2011

Ik ben relatief jong, heb een klein warm gezin en wat te veel werk. Ik doe voort met het leven maar na al die jaren is dat toch allemaal vrij absurd, vind ik. Dat weten we thuis allemaal wel, op één of andere manier. Hoe ik mij voel. Andere mogelijkheden zijn onbestaande of afgesneden. En plots is het gewoon genoeg geweest en stap ik eruit. Op mijn manier, niet echt om zoiets na te doen.
Zelfdoding is in ons land een schrijnend fenomeen. Niet alleen omdat elke zelfdoding eigenlijk een kaakslag is voor de samenleving, maar vooral omdat we er niet in slagen de cijfers merkbaar en duurzaam naar beneden te halen. In het licht van de Gezondheidsconferentie Suïcidepreventie van 17/12/11 stellen wij in dit verband enkele vragen.

Op een lange termijn van vijftig jaar vanaf 1950 zien we in ons land globaal enkel cijfers in stijgende lijn. De suïciderate van de jaren ‘50-’51 was 13,3 per 100.000 inwoners, tegenover al 21/100.000 in 1997. Voor de evolutie 1990-2009 stellen we vast dat de cijfers van de jaren 2007 tot 2009 terug in de buurt komen van de cijfers van begin de jaren negentig! In 1993 bijvoorbeeld is er in Vlaanderen een suïciderate bij mannen van 25,22/100.000, een cijfer dat de jaren erop nooit lager is en in 2002 uitkomt op 26,48/100.000. In de periode 2000-2009 is er ook geen significante trend in de suïcidesterftecijfers. Het suïcidecijfer ligt in Vlaanderen 1,5 keer hoger dan het gemiddelde in de Europese Unie.

De cijfers blijven dus decennia lang hoog, ondanks alle mogelijke zorg en preventie. Wat is er aan de hand? De eerste Vlaamse gezondheidsdoelstelling bepaalde dat het aantal zelfdodingen bij mannen en vrouwen tegen 2010 verminderd moest zijn met acht procent tegenover 2000. Deze doelstelling werd bij mannen bereikt tussen 2006 en 2008 en bij vrouwen tussen 2001 en 2008. In 2009 waren er zowel bij mannen als bij vrouwen 6% in plaats van de vooropgestelde 8% minder suïcides in vergelijking met het jaar 2000. Dit is dus toch wel hoopgevend maar al bij al nog niet om van de daken te schreeuwen.

Wij staan hoe dan ook volledig achter de preventiecampagnes van de overheid en de betrokken instellingen. Maar we zien dat ze te weinig efficiënt zijn. Wij vragen ons dus af of we niet stilaan de grenzen aan het bereiken zijn van klassieke suïcidepreventie. Zelfdoding kan uiteindelijk in sommige gevallen toch niet vermeden worden. Hoe zit het dan bijvoorbeeld met volwassen transseksuelen, met jonge lesbiennes, met hardwerkende vaders van veertig, met ‘gezellig-gelukkige’ senioren in rusthuizen? Wat klaarblijkelijk niet vermeden kan worden, moet dit per sé ‘behandeld’ worden? Waarom laat een samenleving nog altijd toe dat een zelfgekozen levenseinde soms in mensonwaardige en rauwe omstandigheden moet voltrokken worden, waarbij naasten en derden ongevraagd meegesleurd worden? Treinsuïcides vermijden door meer en hogere hekkens te plaatsen is een goed preventiemiddel maar geen oplossing, want die is er niet. Zelfdoding is geen probleem dat ‘op te lossen’ is. Moeten we mensen straks verplichten om zich te laten behandelen tegen een mogelijke toekomstige zelfdoding, via vroegdetectie van symptomen? Op die manier wordt zelfdoding echt tot een probleem gemaakt, bijna een ziekte. Waar blijven we dan met het recht op zelfbeschikking: ‘Ik wil nu in eer en geweten omwille van mijn redenen uit deze wereld stappen.’

Ongetwijfeld zullen de bestaande preventiestrategieën en acties verfijnd en uitgediept worden. Maar als er grenzen zijn aan die strategieën, wat zien wij dan achter deze grenzen liggen? Durven we ons, ook als hulpverlener, die vraag stellen? Tot waar durven wij eigenlijk doordenken en doorpraten? Bestaat er een ‘hulpverlening’ die complementair is met preventie, maar ver aan de andere kant ervan gelegen is? Die hetzelfde effect beoogt, maar vertrekt van een ander uitgangspunt? Wij vinden van wel. En we stellen dat die andere kijk ook relevant is. Want meerdere suicidepogers blijven op het laatste moment uiteindelijk gewoon alleen en verlaten in de kou staan. Dit kunnen we als samenleving niet tolereren.

Ons uitgangspunt stelt dat een weloverwogen beslissing zo nodig gerespecteerd moet worden, en daarom structureel door de samenleving ondersteund mag worden. Wij pleiten voor meer open communicatie over zelfdoding. Niet voor meer media-aandacht, wel voor meer echte betrokken aandacht op het terrein. Voor meer taboedoorbreking in plaats van meer taboeïsering. Voor wat meer ‘het kan, mooi, als het moet’ en wat minder ‘het mag niet en het zal niet’. Voor een discours dat ruimte laat om het over het leven te hebben en dus ook over doodgaan. En omgekeerd! Voor een discours dat suïcide niet noodzakelijk koppelt aan psychische problemen. Preventie, waar mogelijk en nodig, aan de ene kant en zorg voor een humaan levenseinde, waar onvermijdelijk, aan de andere kant. Beide, in wederzijdse  samenhang, zijn uitingen van een modern humanisme dat een volwassen en warme visie ontwikkelt over leven en dood. Wie trouwens weet dat er een ‘laatste deur’ is, en waar die is, geeft in veel gevallen aan blij te zijn met dat gegeven. Het geeft rust, en zeer dikwijls ook terug de nodige levenskracht. Het biedt ook de erkenning die betrokkene nodig heeft om zelfbewust de eigen keuze  te maken – wetend dat die keuze eerlijk, en door de omgeving zou kunnen  begrepen worden. Of zoals iemand het ooit zei: En misschien komt er net dan een weg vrij die je – weliswaar schoorvoetend en voorzichtig – kan ‘gaan’. Zolang je wil, zolang het duurt, levenslang.

Jacinta De Roeck, directeur HVV
Peter Algoet, coördinator cel educatie en maatschappij HVV
Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, werkgroep suïcide

Dit opiniestuk verscheen in De Morgen, rubriek De Gedachte, 17/12/12

Advertenties

Acties

Information

3 responses

25 12 2011
erik verbeeck

Sinds een periode volg ik de campagnes die rond zelfmoordpreventie op het getouw worden gezet, ik stel vast, dat het telkens om politieke propaganda te doen is, een avondje praten waardoor de betrokken minister in het middelpunt van de belangstelling staat. Ik vind dat zelfdoding of suicideneigingen veel meer op een objectieve manier in de pers moet kunnen komen, nu is er een niet onafhankelijke journalistenraad die onder het mom van de bescherming van de privacy verbod oplegt om over zelfmoorden te schrijven, maar media die veel financiële invloed heeft; mag wel ongestoord publiceren, de zelfmoord rond zangeres Jasmin is daarvan een schrijnend voorbeeld. Een einde stellen aan de golf van zelfmoorden zal alleen maar stoppen met het verdwijnen van het egoïsme in onze samenleving wat een utopie is, mensen moeten mekaar helpen in plaats van in de put te duwen, zelfs sociale instellingen die geacht zijn om noodlijdende mensen bij te staan en te helpen, ondermeer ocmw’s doen dat niet.

6 01 2012
Sanne

Beste Erik,

Ik ga met veel zaken die u zegt akkoord. Maar waar ik helemaal niet mee akkoord ga, is met de stelling dat sociale instellingen, zoals het OCMW, mensen niet bijstaan en helpen. Ik kan u verzekeren dat sociale instelling dat WEL proberen. U moet ook begrijpen dat vele sociale instellingen moeten roeien met de riemen die ze hebben. Maatschappelijk werkers en sociale instellingen zijn geen superhelden (het zou wel mooi zijn). Wij kunnen niet iedereen helpen, omdat wij niet alle middelen hebben, niet alle tijd en niet altijd genoeg medewerkers. Wij proberen noodlijdende mensen bij te staan en te helpen waar het kan.

6 01 2012
erik verbeeck

Beste Sanne,
Deze namiddag 6 januari 2012 heb ik met iemand die twee kindjes heeft en behoorlijk in de rats zit, voor een gesprek vergezeld naar het OCMW van G. Een maatschappelijk werkster legt de persoon van meet af behoorlijk het vuur aan de schenen, op de rand af van verwijten. Voor iemand die het al moeilijk heeft, door de omgeving wordt gepest, zou dat in casu al voldoende kunnen zijn om fatale beslissingen te nemen -ik ken om die conclusie te trekken, de persoon voldoende-. Niet alleen ik, maar advocaten, professionelen uit de Geestelijke Gezondheid, etc. zeggen in koor dat de OCMW’s te weinig competentie in huis hebben. Ikzelf heb zes rechtszaken tegen twee verschillende OCMW’s ingespannen en telkens trok het OCMW aan het kortste eind. Ik heb ter zake ook onderzoek gevoerd en gesproken met sociaal werkers die het OCMW lieten voor wat het was. De politieke top wil degenen die om hulp vragen, zoveel mogelijk wandelen sturen. Oók bij sociale verhuurkantoren heb ik dezelfde klachten gehoord. Competente elementen kunnen doorgaans hun positie niet handhaven en worden weggepest of stappen zelf op. Ik heb zelf ervaringen met vijf OCMW’s, slechts één ervan geef ik 7 punten op 10 al de rest is glansrijk gebuisd, de gewonnen rechtszaken zijn daarvan getuige en hun diploma van mislukking.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: