Godsdienstig vuur tegen kritische media

14 11 2011

Na de brandstichting door moslimextremisten bij Charlie Hebdo
door Jan-Pieter Everaerts van het onafhankelijke Belgische e-zine De Groene Belg

“There can be no press freedom if journalists live in conditions of corruption, poverty or fear”
International Federation of Journalists

De brandstichting die in de nacht van 2 op 3 november in Parijs de redactie van het satirisch weekblad Charlie Hebdo in de as legde, zal het wel voor elke vrijzinnige duidelijk hebben gemaakt: met de opkomst van de islam in Europa laait de oude strijd tussen vrijzinnigen en godsgelovigen in alle hevigheid weer op. Letterlijk. In Parijs verstoren dezer dagen dan ook nog christelijke fundi’s een toneelstuk over Christus – “Sur le concept du visage du fils de Dieu” van Romeo Castelluci – en aan joodse medeburgers die elke krktiek op de apartheidsstaat Israël als antisemitisch willen bestempelen, is er jammer genoeg ook geen gebrek.

 Herinneringen aan nazi-boekverbrandingen

Brand stichten bij je tegenstanders: het is van alle tijden. In de V.S. was het bijvoorbeeld een strijdmiddel tussen de eerste filmstudio’s aan de westkust. En soms stak men niet alleen een concurrende studio in brand maar meteen een hele woonwijk. In Afghanistan verbrandden de Taliban bij hun aan de macht komen dan weer alle films die ze te pakken kregen. In de vlammen zag de historisch bewuste burger herinneringen opduiken aan de boekverbrandingen in nazi-Duitsland.

In eigen land was het het Antwerpse filmcollectief Fugitive Cinema – met Robbe De Hert als bekendste lid – dat zijn zaal King Kong in rook zag opgaan na een brandstichting door extreem-rechts. Nog in eigen land joeg extreem-rechts eveneens het laatste progressistisch Belgisch weekblad POUR (gevestigd in Elsene) begin jaren ’80 de vlammen in. Toenmalig hoofdredacteur Jean-Claude Garot was in die tijd bezig met het uitspitten van enkele politiek-financiële schandalen.

Begin november 2011 dan werden in Parijs de lokalen van het weekblad Charlie Hebdo in de as gelegd. Daar bleef het niet bij want ook de website van Charlie Hebdo ging plat. Dat gebeurde vanuit Turkije. Bij Bluevision, de Belgische webhost van het blad, liepen doodsbedreigingen binnen. De Franse krant Libération die Charlie Hebdo tijdelijk onderdak verleende, kreeg ook bedreigingen. Met name van één van de Turkse hackers die beweerden te handelen tegen “een belediging van onze waarden en ons geloof”. “Si Libération continue à publier ces dessins, nous nous occuperons d’eux aussi”, verklaarde ene Ekber, een jonge man van 20 jaar die in Istanbul geïinterviewd werd. De Turkse hackers distantieerden zich wel van de brandstichting. Ekber daarover: “Nous ne soutenons pas la violence. L’islam est une religion de paix. Ces actes sont le fait de gens qui se servent de la religion”. Aldus de jonge Turk waarvan op http://www.express.be te vernemen viel dat hij een universiteisstudent is en toekomstig informatica ingenieur.

En het begon allemal nog zo speels. In het eerste nummer van november “vierde” Charlie Hebdo – dat voor de gelegenheid de titel “Charia Hebdo” kreeg en de profeet Mohammed als hoofdredacteur had – “de overwinning” van de islamitische partij Ennahda in Tunesië. Zij het dan op satirische wijze. Blijkbaar bestaan er echter moslims die daar niet kunnen mee lachen. Met als gevolg: een golf van kritiek, haatoproepen, de brandstichting, het hacken en de doodsbedreigingen.

Niet het eerste het beste weekblad

Met Charlie Hebdo werd niet het eerste het beste blad aangevallen. Toegegeven, het weekblad dat ook in België te koop is, is voor de Belgische lezer vaak te sterk gefocust op de Franse situatie. Maar toch. Wie even op het Web zoekt naar waar Charlie Hebdo voor staat, denkt al snel in termen van “een instituut”

Wikipedia omschrijft het blad zo: “Charlie Hebdo est un hebdomadaire satirique français. Largement illustré, il est fait de multiples chroniques et pratique de temps en temps le journalisme d’investigation en publiant des reportages à l’étranger ou sur des domaines comme les sectes, l’extrême droite, le catholicisme, l’islamisme, la politique, la culture, etc. Sa ligne éditoriale communément admise est de gauche. Selon Charb, la rédaction du magazine reflète en effet « toutes les composantes de la gauche plurielle, et même des abstentionnistes » (http://fr.wikipedia.org/wiki/Charlie_Hebdo )

Op Wikipedia vind je ook dat het blad een voorgeschiedenis heeft die teruggaat tot 1960 toen de voorloper, het maandelijkse Hara-Kiri, het licht zag. Hara-Kiri noemde zichzelf « un journal bête et méchant ». Tijdelijke publicatieverboden in 1961 en 1966 maakten het Hara Kiri niet makkelijk om te overleven maar in 1969 kon toch overgeschakeld worden op een wekelijkse frequentie: Hara-kiri-hebdo. Wanneer het ministerie van binnenlandse zaken in 1970 een nieuw publicatieverbod oplegt – wegens een schokkerend geacht nummer na de dood van generaal de Gaulle – besluit de ploeg van het weekblad gewoon verder te publiceren, maar onder een andere naam: Charlie Hebdo.

Uit de jaren 70 onthield de redacteur van Wikipedia een verbazingwekkend goed gedocumenteerde kroniek over extreem rechts. Begin jaren 80 moet Charlie Hebdo er echter mee stoppen, bij gebrek aan abonnee’s. Zomer 1982 is het een nieuwe ploeg die opnieuw met Charlie Hebdo van start gaat en die een breed spectrum aan standpunten aan bod laat komen.

Maar het is twintig jaar later – november 2002 – een artikel over de Islam dat het blad de meeste kritiek oplevert. Na de aanslagen in New York op 11 september 2001, had Charlie Hebdo zich al gedistancieerd van sommige extreem-linkse stromingen die vanuit hun anti-amerikanisme, de islamisten weigerde te veroordelen. Wat het weekblad conflicten oplevert met dat deel van links. Ook rond de posities van Tariq Ramadan ontstaan er hevige meningsverschillen.

De laatste jaren zakten de verkoopcijfers van Charlie Hebdo weg. Eind 2009 werden er nog 53 000 exemplaren verkocht. Anno nu nog zo’n 48.000.

Op het Web bleef Charlie Hebdo lange tijd afwezig, tot op 10 september 2008, toen het startte met (het begin november gekraakte maar op maandagochtend 7 november toch al weer consulteerbare) http://www.charliehebdo.fr.

Wat Charlie Hebdo in de ogen van nogal wat van zijn lezers echter veel geloofwaardigheid kostte, was het conflict met één van zijn medewerkers, Sine, over een grap die de cartoonist gemaakt had over het nakende huwelijk van zoon Sarkozy met een steenrijk meisje van joodse afkomst. Net als Sine hebben inmiddels de meeste stichtende medewerkers het blad verlaten en is het huidige Charlie Hebdo volgens kritici nog slechts “een totale usurpatie van het oorspronkelijke blad” Hun voorkeur gaat nu uit naar het maandblad SINE Mensuel (http://www.sinemensuel.com/).

De meningsverschillen binnen en rond de redactie van Charlie Hebdo liepen diverse keren uit op aanslepende vetes en rechtszaken. Maar elkaars woningen of auto’s in brand steken, zo ver kwam het nooit. De geschillen werden uitgevochten zoals het hoort in een rechtsstaat: met woorden en desnoods tot voor de rechter, maar niet met vuur.

In de nacht van 1 op 2 november 2011 volgde echter de brandstichting door moslimextremisten in de lokalen van Charlie Hebdo (62, boulevard Davout, 20e arrondissement) en dat dus omwille van het numero “Charia Hebdo”.

 


De tekening van Charlie Hebdo met een vrolijke Mohammed die lacht: “100 zweepslagen, indien u niet sterft van het lachen”. In het Charia Hebdo nummer waren ook tekeningen te vinden die de “zachte charia” (islamitische wetgeving) illustreren alsook een “Charia voor mevrouw”. Achterin het nummer een tekening van Mohammed met rode clowsneus en de uitdrukking: “Ja, de islam is te verzoenen met humor”.

 Het houdt ook nooit op met godsdienstig geweld

Charlie Hebdo kennen we nu. En meteen werd een hele geschiedenis van problemen met kritiek op de islam opgerakeld. Een geschiedenis waar ook de doodsvonnis-fatwa toe behoort die Khomeiny uitsprak tegen de schrijver Salman Rushdie die jarenlang ondergedoken moest leven. Een geschiedenis die er niet in die mate (alhoewel, zie verder …) te vertellen valt rond de katholieke kerk die toch ook stevige kritieken te verduren kreeg uit de hoek van bv. surrealistische cineasten. Wat zou er gebeuren mocht Monty Python na “The life of Brian” (losjes geïnspireerd op het leven van Christus) ook nog “The Life of Bohammed” draaien?

In het weekblad Humo vroegen enkele moslimjongeren ooit waarom mensen in het Westen zo negatief staan tegenover de islam en niet tegenover het boeddhisme bijvoorbeeld. Het antwoord op die vraag lag voor de hand. Het boeddhisme heeft nimmer de grote oorlogen ontketend en heelder beschavingen onder de voet gelopen op de manier waarop de islam dat deed.

Integendeel: het waren de oprukkende moslimlegers die het boeddhisme in zijn bakermat India de genadeslag gaven. Eeuwenlang zou India kreunen onder een islamitische onderdrukking. Bij elke verovering werd het concept hernomen dat Mohammed al toepastte op de joden in Medina: de mannen vermoorden, de vrouwen en kinderen als slaven verkopen. De moslimlegers werden zo gevreesd dat als de vrouwen van een Indische stad zagen dat hun soldaten het niet konden halen, ze collectief zelfmoord pleegden door zich in brand te steken.

Op het Web zijn schattingen te vinden dat de Westerse christelijke ‘transatlantische’ slavenhandel zo’n 12 miljoen Afrikaanse slachtoffers gemaakt heeft, maar de islamitische slavenhandelaars hebben naar verluidt vanaf de 7de eeuw zo’n 18 miljoen mensen (Afrikanen, Aziaten en Europeanen) als slaaf verhandeld. (Maar er zijn ook bronnen die het zelfs over 28 miljoen Arabische slaven hebben.) De hindoes daarentegen hebben zich naar verluidt nooit verlaagd tot het verhandelen van mensen.

En het geweld vanuit christelijke en islamitische landen blijft verder gaan. Terwijl “god bless America” met zijn Europese en andere bondgenoten de wereld wil blijven domineren en desnoods bombarderen (zoals in LIbië), woedt het islamitisch geweld eerder van onderuit. In Nigeria bv. vielen begin november nog minstens 150 doden bij aanslagen opgeëist door de islamiitische sekte Boko Haram tegen politieposten en kerken. Wie weet overigens wat joods Israël in petto heeft als het effectief besluit de islamitische staat Iran vanwege zijn vermoede kerwapens te bombarderen ? Zou een mens niet moeten pleiten voor een verbod op godsdienst in de politiek?

Islam was niet bedoeld om democratisch te zijn

Er is al veel inkt gevloeid over de vraag of de islam al dan niet verzoend kan worden met het democratisch systeem zoals dat in West-Europa geleidelijk aan ontwikkeld werd, een evolutie waartoe ook in onze contreien, in het hertogdom Brabant met name, al in de middeleeuwen gepionierd werd.

Het antwoord op die vraag is te vinden in het boek “Islam voor ongelovigen” van Lucas Catherine. Deze linkse auteur beschrijft daarin hoe de profeet zich in “de eerste islamitische staat” (Medina) al meteen van zijn beste kant toonde. “Als absolute heerser bezat de Profeet de wetgevende macht.” (. . .) “Hij was de bevelhebben van het leger, hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde. Hij beheerde de openbare financiën, op basis van één vijfde van de oorlogsbuit. Verder vaardigde hij reglementen uit die het leven van de slaven en de niet-moslims binnen de stad bepaalden.” (pagina 36)

“Hoofd van de zich vormende politie, die de interne tegenstanders opruimde.” “Opruimde“. Vermoordde dus. Klinkt dat als een ingrediënt voor een democratie ?

Weldus; wie trouw het voorbeeld van de profeet wil volgen, die kan geen democraat zijn.

Gelukkig willen de meeste moslims meestal ook “gewone” mensen zijn die temidden van familie en vrienden gelukkig en in vrede willen leven. En die dus hun godsdienst met matigheid toepassen. Maar het probleem is dat “extremisten” zich zo gemakkelijk kunnen spiegelen aan hun grote profeet. En die is anders dan een Christus of een Boeddha een echte oorlogsmisdadiger geweest. Eerst waren het karavanen die werden overvallen: een bepaald lafhartige taktiek. Vervolgens kwam het tot oorlogen tussen steden, tussen Medina en Mekka. Eén van de absolute dieptepunten uit Mohammeds leven was dat hij in Medina alle mannelijke joden van de Banu Qurayza liet vermoorden: “600 tot 700 mannen werden in een massagraf op het marktplein van Medina begraven en alle vrouwen en kinderen werden als slaaf verkocht.” (Catherine pagina 36)

Het moet hierbij toegegeven worden dat ook sommige Romeinse en andere heersers destijds deze combinatie van moorden en verkopen, toepasten. Evenmin hebben de moslims het elkaar vermoorden uitgevonden. Maar bij moslims blijft dat wel verder gaan, met name tussen soennieten en sjiieten in een land zoals Pakistan.

Hét grote verschil met het christendom is dat die godsdienst vreedzaam gesticht werd en dat Christus zich zelfs aan het kruis liet nagelen. Tot op het moment dat het christendom in Rome staatsgodsdienst werd – ca. 380 – was het een vervolgde godsdienst. Maar vandanaf werd het zelf een vervolgende godsdienst, wat aantoont dat ook met een vredesduif als stichter het snel ontsporen kan. Want altijd is er weer die absolute superdictator in de hemel op wie godsdienstige ‘leiders’ zich kunnen beroepen om zich het recht toe te eigenen te beschikken over leven en dood van hun medemensen.

“Les extrèmes se touchent?”

Eindeloos kunnen we ons blijven ergeren aan al de ongerijmdheden waarmee godsdiensten ons confronteren. Op de dag dat voor het onafhankelijk ezine De Groene Belg een eerste versie van deze tekst geschreven werd – zondag 6 november – ging het in de televisiejournaals uitgebreid over het islamitisch Offerfeest. Dat ‘feest’ herdenkt hoe Abraham in totale onderdanigheid zijn enige zoon aan “God” wou offeren, door zijn eigen kind de keel over te snijden. Kan het nog barbaarser en slaafser?

Jazeker. Denken we maar aan de “christenen” die op 23 oktober 1988 de Parijse cinema L’Espace Saint-Michel in brand staken als protest tegen “The Last Temptation of Christ” van de Italiaans-Amerikaanse regisseur Martin Scorcese. De aanslag gebeurde niet in een lege zaal. Er vielen 14 gewonden waaronder vier zwaar gewonden. Voor het leven verminkte mensen. Dezelfde “christelijke” groep pleegde nog aanslagen op de Gaumont Opera alsook in Besançon. Nog een andere aanslag van de groep veroorzaakte de dood van een toeschouwer. (Bron: Wikipedia) Dat uiteraard allemaal om te bewijzen dat Christus liefde is.

Misschien denkt u nu ook: merkwaardig hoe moslim- en christelijke extremisten zich van het zelfde brandstichting-wapen bedienen als extreem-rechts (zie de aanslagen tegen de King Kong en Pour). “Les extrèmes se touchent” ? “Daar waar ze toch elkaars zelfverklaarde vijanden zijn ? Dat geldt inderdaad voor Europees extreem-rechts en de islam. Maar anderzijds staat extreem-rechts wel overal aan de kant van hun ‘nationale godsdienst’ ; bij ons (en bv. ook in het Zuid-Amerika van de dictators zoals Pinochet) aan de kant van de katholieken, in Turkije bv. aan de kant van de islam enz. En het werkt ook in omgekeerde richting. Zo riep bv. de invloedrijke en meestal voor dialoog pleitende in de V.S. wonende Turkse imam Fethullah Gülen begin november radikaal op tot geweld tegen de Koerden. Via zijn website “herkul.org” verspreidde hij een toespraak over de Koerdische PKK, die hij besloot met het volgende “gebed”: ‘Zij die afstraffing verdienen. God, voer hen naar chaos, beëindig hun vrede. Steek hun huizen in brand en laat hen jammerend achter. Snijd hen bij de wortels af en laat hen verdwijnen. Vervul de opdracht.”

Hoe de godsdienstige horror beperken?

Verbieden dan maar al die godsdienstige horror ? Een weinig haalbare kaart. En het kan bovendien erg contraproductief werken.

Zit er iets anders op dan ons te blijven inzetten voor meer en beter onderwijs met daarin verwerkt het kennismaken door kinderen van jongsaf met alle vormen van religies en godsdiensten, zodat ze de claim van elke godsdienst van de enige ware te zijn, van jongsaf kritisch leren doorprikken.

Wat ook kan helpen is godenvrije alternatieven aan te reiken, religies zonder god maar met veel aandacht voor de aarde en al haar bewoners: de ‘Indiaanse’ Pacha Mama-religie, bij ons de bomencultussen van de druiden, de wijsheden van boeddhisme en taoïsme enz.

En uiteraard is het ook nodig om sociaal-economisch welzijn voor iedereen na te streven, want niets doet mensen zo vaak in extremistische godsdienstvormen vluchten als sociale uitsluting.

Verder past in plaats van al te veel ergernis, eerder compassie – medeleven – met al die mensen die zich laten wijsmaken hebben dat er een goddelijk ‘iemand’ zou bestaan waar ze heel hun leven rekening moeten mee houden. Bij de moslims houdt dat bv. ook in dat veel vrouwen hun hoofd altijd moeten inkapselen..

Wie zijn godsdienstig geïndoctrineerde medemens een beetje lief heeft, zal moeite doen om die medemens zich uit zijn mentale gevangenis te helpen bevrijden. Christenen spreken soms over “bevrijdingstheologie” maar dat is een contradictio in terminis. De echt bevrijde mens gelooft niet in superwezens maar neemt vrede met het korte leventje dat ons hier op Planeet Aarde te beurt valt en waar we samen het beste moeten van maken in plaats van ons tegen elkaar te laten opjutten door godsdienstige ‘leiders’.

Jan-Pieter Everaerts

Nawoord: de reacties op de brandstichting: kop in zand of zelfs vergoelijken

Een eerste iets wat opviel in de dagen na de brandstichting, was hoe “progressief” België haast blind bleef voor de brand in Parijs. Zou dat hetzelfde geweest zijn mocht er in Parijs bv. een moskee door fundamentalistische christenen zijn in brand gestoken ?

Nu was het op zondag 6 november tevergeefs zoeken naar een bericht over de brand op websites zoals die van de Indymedia’s (Antwerpen, Gent, Bruxelles), op die van Groen en Ecolo, op De Wereld Morgen, PVDA/Solidair, Vonk, Linkse Socialist, LEF, Kif Kif enzoverder. Niets te vinden over Charlie Hebdo ook op de webstek van de Vlaamse beroepsjournalisten VVJ. Alleen op de webstek van de Franstalige beroepsjournalisten van België was er een stukje met als titel: “Charlie Hebdo: locaux incendiés et site web piraté.”

Kijkt ‘progressief’ België de andere kant op omdat het zijn uit moslimlanden overgekomen kiezers niet voor het hoofd wil stoten ? Moeten ‘progressieven’ niet zowiezo altijd en overal opkomen voor persvrijheid en vrijheid van meningsuiting ?

In Parijs was er op zondag 6 november wel een manifestatie uit solidariteit met Charlie Hebdo. Verenigingen allerlei (waaronder de strijdbare vrouwenvereniging ‘Ni Putes, Ni Soumises”), politieke partijen, vakbonden en anderen kwamen hun steun betuigen aan één van de basispeilers van de democratische rechtsstaat: de vrijheid van meningsuiting.

Op de webstek van Ni Putes, Ni Soumises, kan men lezen dat de brandstichting een zoveelste uiting is van toenemend religieus extremisme in Frankrijk, ook van katholieke kant overigens. Het viel in de reacties in de Franse pers vanuit islamitische en katholieke hoek overigens op hoe men zich wel kantte tegen de brandstichting zelf, maar anderzijds ook het karikatureren van Mohammed en Christus onaanvaardbaar blijft achten en het blijft zien als een gebrek aan respect, een respect dat ook kunstenaars zouden moeten opbrengen.





Mijn kind is anders

7 11 2011

Getuigenis van Patrice en Soffie

Tongeren, 8 mei 1982. Patrice Konings bevalt van een zoontje Steve : 3,850 kilogram en 52 centimeter, een vinnige stevige baby. Het zal het enige kind worden voor de familie Moës-Konings. Nu, 29 jaar later, zitten moeder en dochter Soffie tegenover mij om vrijuit te praten over een zoektocht die voor beiden, ondanks alles, goed afliep. Toen Steve geboren werd, runden Patrice en haar echtgenoot een druk restaurant. En dat wil zeggen: dag en nacht werken, ook in het weekend.

« Ik merkte niets raars aan haar als kind (zelfs over het verleden spreekt Patrice over ‘haar’ als ze het over Soffie heeft, jdr), maar we zagen haar dan ook zo weinig. Meestal was ze bij de werkvrouw thuis of ergens bij de oma of een tante. En als wij thuiskwamen van de zaak, lag ze al in bed. Maar als we vrij waren, dan deden we toffe dingen samen. » Vreemd toch hoe je als ouder een reden gaat zoeken bij jezelf voor het anders-zijn van je kind. De eerste opmerkingen kwamen van leerkrachten. Soffie deed haar lagere school en de eerste jaren middelbaar onderwijs in het college. Toen nog een school waar alleen jongens zaten. En jongens, dat wil zeggen voetbal. « Ik herinner me nog goed dat ik bij de leraar lichamelijke opvoeding geroepen werd. Hij begreep niet waarom ‘Steve’ altijd bij de invallers wilde zitten. En dan liefst nog bij de laatste invallers. En in plaats van het spel van de jongens te volgen, klom hij over de prikkeldraad en ging bloemen plukken. » Patrice moet er nog om lachen, want zij vond dat niet zo raar: een jongen die liever bloemen plukte dan voetbal spelen, dat kon toch perfect? Een zoontje dat liever met meisjes speelde en de autootjes geen blik gunde?

Een verkeerd lichaam

Ook Soffie denkt zo over haar kinderjaren, ze heeft er goede herinneringen aan. « Ik voelde dat ik anders was omdat de anderen me dat gevoel gaven, » zegt ze. «Op school werd ik geplaagd, dus veranderde ik al eens van school. Ik denk dat ik zo’n 13, 14 jaar oud was toen ik ging beseffen dat er iets met me was. Ik begroef me achter mijn pc, ging moeilijk doen thuis, ik begon minder te eten. » Het is via internet dat ze ontdekte hoe ‘anders’ ze was, dat ze geboren was als meisje in het lichaam van een jongen. « Natuurlijk heb ik me ertegen verzet. Ik wilde het eerst niet aanvaarden. Ik probeerde echt jongen te zijn. Maar het lukte niet. Via internet kwam ik terecht bij Crossgender in de gemeente Woerden (Nederland). Eindelijk kon ik erover praten, besefte ik dat ik niet de enige was die in het verkeerde lichaam geboren werd. Ik kleedde me voor de eerste keer als meisje. En dat voelde goed. » Maar toegeven dat het anders-zijn goed voelt en je ook anders gaan gedragen en het tonen aan je familie en buitenwereld is niet zo vanzelfsprekend. « Ik probeerde me goed te voelen in de mannenwereld. Ik vocht tegen het anders-zijn. Nu besef ik dat wat geweest is, geweest is. Punt erachter. »

Wie was die vrouw ?

Tussen haar 14de en haar 22ste was Soffie op zoek. Het was een verschrikkelijke periode. Op zoek zijn naar jezelf, de conflicten met je ouders, de omgeving, de problemen op school. De ouders voelden wel dat er iets niet klopte, maar wat? « Ik dacht weleens dat hij homo was, kreeg die signalen ook wel van vrienden. Misschien wel travestiet. Maar er was meer… En van transgender had ik nog nooit gehoord. » Patrice weet nog perfect wanneer de waarheid bovenkwam. Ze was voor de eerste keer een maand samen met haar echtgenoot op vakantie geweest. In die maand verkende Soffie haar anders-zijn, maar hoe vertel je dat aan je ouders? Op een avond in 2004, Sofie was toen 22, zat Patrice op bed naast haar ‘zoon’, Soffie gaf haar zonder veel uitleg een foto van zichzelf als vrouw. « Ik begreep er niets van », zegt Patrice. Je ziet nu nog de wanhoop als ze erover vertelt: « Wie was die vrouw? Haar vriendin? ». Ze keek echter goed en begreep alles. Het was een schok voor haar, maar nog meer voor haar man. De eerste aan wie ze het vertelden, was aan hun zus en schoonbroer. Patrice lacht nog als ze het vertelt: « Ik belde hen op om af te spreken omdat we iets zeer belangrijks te vertellen hadden. » Achteraf zei de schoonbroer: « Is het dat? Ik dacht al dat het iets ergs was! » Dat was voor Patrice, Danny en Soffie een opluchting. Vanaf toen vertelden ze het gewoon tegen iedereen die het hoorde te weten. Natuurlijk haakten er vrienden af, natuurlijk bleven er klanten weg. Patrice kreeg advies ‘dit’ niet te mogen aanvaarden. Sofie heeft intussen wel een nieuwe vriendenkring. Meestal worden er geen vragen gesteld, maar als ze gesteld worden, dan geeft ze ongecompliceerd antwoorden. Zoveel is duidelijk: Soffie voelt zich goed, ze straalt dat uit, ze is zelfverzekerd, ze verwerkte het net iets makkelijker dan haar moeder. « Weet je? Het heeft ook voordelen, » grinnikt ze, « want ik kon wel mijn cupmaat zelf kiezen! »
« Ik vraag me toch wel al eens af waar ik faalde », geeft Patrice toe en kijkt haar dochter vragend aan. « Maar allee ma, je faalde toch niet? Het heeft zo moeten zijn en wat geweest is, is geweest. Punt. » Ze lacht, en als Soffie lacht, dan rimpelt haar neusbrug zo grappig. « Weet je dat je neus rimpelt als je lacht? », vraag ik. « Wat? » Angstig betast ze haar neus. « Rimpels? Nu al? » Een echte vrouw.

Samen aanvaarden

« Weet je dat ik een moeder van een transgender ken die een foto van haar zoon heeft met een rouwbandje? Ze zegt dat ze een zoon verloor. Stel je dat voor! Zie ons nu, hoe goed het klikt tussen ons. We gaan shoppen samen, we kletsen samen. We hebben ons nooit zo goed gevoeld bij elkaar als nu. Hè Soffie? » Sofie grinnikt, weer die rimpeltjes en ze pakt haar moeder eens vast en bladert verder in het plakboek. Alles hebben ze gehouden: alle foto’s van vroeger en tussenin, alle info van bij de eerste verkleedpartij tot de laatste chirurgische ingreep die plaatsvond in Thailand. Vijf weken waren ze daar, moeder en dochter. Moeilijke vijf weken, zeker voor Patrice want onomkeerbaar. Gelukkig waren er de andere moeders om mee te praten, om het te verwerken. De foto’s vertellen meer dan woorden. Zowel Patrice als Soffie zien er foto na foto beter en rustiger uit. Maar ze zijn het niet altijd eens, moeder en dochter. Zo heeft Patrice niet zo’n goed gevoel bij de screening door de psychiater (bij wet verplicht voordat de definitieve stap van hormonen en transmissie ingezet wordt, jdr). Soffie ziet echter in dat dit een must is en. En trouwens: « Die psy was nen toffe, hij begreep me. » Ze lacht nog warm al ze aan haar psychiater denkt. « En het kostenplaatje? », vraag ik. Het ziekenfonds betaalt wel wat terug, maar zeker niet alles. Hier is nog een lange weg te gaan. Gelaatsreconstructie bijvoorbeeld wordt niet terugbetaald. Dat deze ingreep nochtans een verschil maakt, bewijzen de foto’s. Net zoals de laserbehandeling voor de ontharing van het gelaat: zeer nodig en vooral tijdbesparend elke ochtend. Ook in de  documenten zijn er nog aanpassingen nodig. Zo staat er op de geboorteakte nog de vroegere m/v, ook zo voor diploma’s. Zo blijft je verleden je inhalen bij sollicitaties. De vraag is of er in België, waar de discriminaties voor holebi’s wettelijk weggewerkt zijn, nog wel een geslachtsvermelding nodig is? Op elk document?

« Maar weet je wat het ergste is? Je weet als ouder totaal niet waar je terecht moet met je vragen ! Er gewoon eens over kunnen praten met mensen die hetzelfde meemaken, kan zo’n deugd doen! Transgender is een taboe. En als het in de media komt, is het niet altijd zo positief, speelt het zich vooral af in de marginaliteit. Daar is nog werk te doen: getuigenissen in de media, in scholen. Mensen die zich outen. » Moeder en dochter willen graag getuigen, via de media, in scholen. Maar hoewel Soffie zich perfect voelt in haar lichaam, knaagt er nog altijd iets. Wat als ze verliefd wordt? Hoe moet dat dan? Wanneer moet ze het vertellen? « Och, » zegt haar moeder, « we spartelden ons al door alles, ook daar zullen we wel door geraken. »

Jacinta De Roeck, directeur HVV





Jan Leyers “Ik ben een geestelijke triatleet”

4 11 2011

Het Vrije Woord sprak met Jan Leyers
Begin dit jaar werd op Canvas zijn nieuwe documentairereeks “De weg naar het Avondland” uitgezonden en onlangs verscheen het gelijknamige boek. Opnieuw het bewijs dat Jan Leyers als televisiemaker en schrijver niet moet onderdoen voor zijn  reputatie als muzikant.

Het Vrije Woord: Wat was je voornaamste drijfveer om, na “De weg naar Mekka”, aan dit project te beginnen?
Jan Leyers: De motivatie was in feite tweeërlei. De concrete aanleiding was een bepaalde wetenschappelijke test die je bij jezelf kunt afnemen om je DNA te identificeren. Op basis daarvan kunnen ze dan achterhalen welke route je verre voorouders hebben gevolgd van bij de bron, in Ethiopië, naar de plek waar je vandaag woont. Hiermee zette het idee zich vast: “Ik wil die route opnieuw doen.”
Tegelijkertijd had ik na “De weg naar Mekka” het gevoel dat er in West-Europa ook een soort omslag bezig was. Toen ging het over de ‘clash of civilizations’ en het gevaar van de islamitische wereld, terwijl ik nu het gevoel heb dat we het meer bij onszelf moeten zoeken. Europa is duidelijk op zoek naar zichzelf en is zelfvertrouwen kwijt. Alle instituten zijn aan het vallen: de Kerk, de banken, het gerecht… Het is alsof alles wat ooit eeuwig en vanzelfsprekend leek, afbrokkelt. En er komt ook maar geen regering. Als je een institutionele rampenfilm zou maken, zou die er ongeveer uitzien zoals België nu bezig is. Maar het is dus ook vanuit deze vraag, namelijk hoe Europa er vandaag aan toe is, dat ik aan ‘De weg naar het Avondland’ ben begonnen. Eeuwenlang voelde Europa zich superieur, met onze ‘way of life’ en onze waarden, en ik was benieuwd hoe ze daar in de rest van de wereld vandaag over denken en hoe er wordt gekeken naar het werelddeel dat altijd vooruitgang, welvaart en emancipatie heeft beloofd. En op een bepaald moment vielen die twee dingen samen. Ik wilde de reis afleggen van de bron in Ethiopië naar waar ik vandaag woon, een reis door culturen, en onderweg achterhalen hoe die mensen naar ons kijken en proberen te ontdekken wat wij langs die route zijn kwijtgespeeld of wat we hebben laten liggen, terecht of onterecht.

HVW: Professor Patrick Stouthuysen sprak in een colloquium van een ‘Jan Leyers-effect’: als je mensen vraagt expliciet te worden over hun levensbeschouwing dan krijgen die overtuigingen meer systematiek en belang. Hoe groot is in dit verband de korrel zout die we bij je documentaires moeten nemen?
JL: Mij lijkt dat eerder het onzekerheidsprincipe van Heisenberg te zijn, namelijk dat de waarneming van een fenomeen dat fenomeen beïnvloedt. Ik vrees dat dat zich dat bij elke bevraging voordoet. Als je mensen vraagt of ze zich veilig voelen op straat, gaan ze zich misschien, net omdat je het vraagt, realiseren dat ze zich onveilig voelen. Je krijgt dan al iets anders dan wat je echt zou zien als je in hun hoofd zou kunnen kijken wanneer ze zich onbespied wanen. Maar zeker wat  “De weg naar Mekka” betreft, denk ik dat de bedenking van professor Stouthuysen niet helemaal opgaat. Wat ik daar ervaren heb is dat de mensen daar over godsdienst beginnen zoals wij over het weer beginnen. En wij realiseren ons hier niet hoe sterk de godsdienst bij die mensen vooraan in hun hoofd zit. Omdat godsdienst hier zover in een hoek zit kunnen wij ons niet voorstellen hoe religieus bepaald het leven zich in veel van die landen afspeelt. Wij zijn vaak geneigd te denken dat die godsdienst daar gebruikt wordt door mensen om macht te krijgen. We zijn hier zo cynisch tegenover godsdienst geworden dat we niet kunnen geloven dat mensen daar bepaalde dingen doen omdat ze daar écht in geloven. Toch is het zo.

Payday may never come

HVW: Onderzoek naar de redenen en oorzaken van zelfmoord wijst naar religie als een beschermende factor. Er plegen ook nergens meer mensen zelfmoord dan in westerse landen en je beweert zelf in een interview voor De Standaard dat waarheid vaak de vijand is van geluk. Denk je dat sommige mensen niet zonder god kunnen om voldoende zin en betekenis aan het eigen bestaan te geven?
JL: Ik ben er soms wel jaloers op, op mensen die werkelijk geloven dat er iemand is die alles in de gaten houdt, en vooral dan iemand die na de dood zorgt voor een beloning van de goeden en een bestraffing van de slechten. Voor veel mensen is het idee dat het na de dood afgelopen is, onverdraaglijk. Maar ik vind de ethische kant nog onverdraaglijker, namelijk dat iemand zijn hele leven de meest gore smeerlap kan zijn zonder daar ooit voor gestraft te worden. Dat vind ik op zich nog onverdraaglijker dan het feit dat het met de dood allemaal voorbij is. Je kunt een gruwelijke sadist zijn, “and payday may never come”.
HVW: Zo bekeken is godsdienst dus voornamelijk iets functioneels?
JL: Ik denk dat dit de twee hoofdfuncties zijn van godsdienst: enerzijds een antwoord bieden op het existentiële vraagstuk naar wat er gebeurt na de dood, anderzijds een oplossing bieden voor de ethische vraag welke stok je achter de deur moet hebben om mensen in het gelid te laten lopen.
HVW: Geloof je nog in de mens?

JL: (zucht…) Ik denk dat de mensen niet zoveel veranderen eigenlijk. Het officiële verhaal is dat de mens in de loop der tijden slimmer is geworden. Maar neem nu de massahysterie bij die komkommercrisis. Dat doet toch denken aan de massahysterie bij een heksenproces? In tien seconden maak je van de mensen een totaal hysterische en irrationele massa. En dan zie je dat mensen gewoon stom zijn, echt stom. En vooral dan in een massa. Ik geloof in individuele mensen, maar als je mensen bij elkaar zet, gebeurt er iets waardoor ze hun verstand lijken te verliezen. Ik was op de voetbalmatch België-Turkije. Dan zie je bankbedienden veranderen in hooligans. Ik heb Turken voor hun leven zien rennen, achternagezeten door Belgische supporters met zo’n punthoed in zwart-geel-rood.
Ik vrees dat de meeste mensen mijn mensbeeld nogal zwartgallig zullen vinden, maar soms ben ik bang dat we het goede overschatten waartoe de mensheid in staat is. Want voor elke Socrates had je tien klootzakken van Grieken, echte etterbuilen van Atheners waar je nu niets meer over leest en die schijt hadden aan de deugd. En dat is het probleem. In een wereld met alleen maar Socratessen en Aristotelessen, Thomassen van Aquino en Jean-Jacques Rousseaus, hoewel dat eigenlijk ook een ettertje was,  zou dat allemaal geen probleem zijn. Maar dat is niet hoe de wereld is.

HVW: Deze vraag stelde je zelf aan een Algerijns theatermaker tijdens je bezoek daar: “Is Europa te tolerant?”
JL: (denkt lang na) De vraag is, denk ik, hoe intolerant je kunt zijn ten opzichte van intolerantie, ten opzichte van strekkingen of ideologieën, en dan bedoel ik niet alleen moslimfundamentalisme, maar ook extreemrechtse strekkingen. Ons tolerantiebeginsel is gestoeld op de rechten van de mens zoals die in 1948 zijn geformuleerd. We zijn dus tolerant ten opzichte van mensen die verschillende meningen aanhangen. Maar wat doe je op het moment dat iemand zegt: “Ik ben het met jouw principes niet eens?” Dat is zoals wanneer tijdens een voetbalmatch een nieuwe speler op het veld wordt geroepen die de bal met zijn handen pakt omdat hij vindt dat je de bal ook met je handen zou mogen pakken. Maar dat is niet hoe wij voetbal spelen.
Er bestaat zoiets als een islamitische versie van de Verklaring van de Rechten van de Mens, namelijk de Verklaring van Caïro. Die is daar in 1990 opgesteld en ondertekend en is zogezegd een aanvulling op de originele verklaring uit 1948, maar eigenlijk gaat het op cruciale punten eerder over een wijzigen of een onderuithalen. Of er een “clash of civilizations” aan de gang is weet ik niet, maar er is zeker een “clash of declarations” bezig.

De cultuur van de versluiering

HVW: Heeft het überhaupt zin om nog te zoeken naar een “common ground”? Of kan enkel het vreedzaam naast elkaar leven de hoogste betrachting vormen?
JL: Ik denk dat er twee belangrijke wrijvingspunten zijn, namelijk de persoonlijke vrijheid om zelf invulling aan je leven te geven, en de man-vrouwverhouding. En het is maar door op plaatsen te komen waar fundamenteel anders over die dingen wordt gedacht, dat je beseft hoe klein onze ideologische verschillen zijn. Of je nu een sos of een tjeef was, er werd evengoed gedanst en gedronken op het trouwfeest. Iets anders is het als je ergens komt waar het dansen met iemand van het andere geslacht als haram beschouwd wordt, of wanneer iemand zegt dat als je een mooie vrouw hebt het toch logisch is dat je niet wilt dat iemand anders ze kan zien. Dat is iets wat ik nooit gehoord zou hebben als ik in België zou zijn gebleven.
Ik las onlangs een artikel dat zulke verschillen in culturen zouden te maken hebben met hoe sterk een cultuur bedreigd wordt: hoe meer bedreiging, hoe restrictiever de  cultuur is. Een belangrijke factor zou hier het klimaat zijn. Ik weet niet of ik daar helemaal in meega, eigenlijk. Maar het is wel iets wat mij enorm fascineert. Waar komt toch de reflex vandaan om de vrouw te willen verstoppen? Ik denk soms: de Arabische cultuur is de cultuur van de versluiering op alle gebied. Een Arabisch huis is gewoon een muur. Het eigenlijke huis ligt pas achter die muur. Bij ons kun je soms zelfs zien wat de mensen aan het eten zijn en naar welke programma’s ze kijken op tv. Als je daarentegen door Fez loopt…

HVW: Maar je gelooft dat er wel een verklaring voor te vinden is?
JL:
Wel, er moet iets aan ten gronde liggen. Ik was in het oosten van Turkije, in een dorp in de buurt van Kars, op amper honderd kilometer van Jerevan in Armenië. In dat dorp was twee maanden voordien een vrouw door haar schoonfamilie vermoord omdat ze in haar eentje naar de stad was geweest. Honderd kilometer verder in Jerevan gaan de vrouwen niet alleen in hun eentje naar de stad, ze doen dat in zwarte netkousen, met een topje in zilverdraad. Waaraan ligt dat verschil toch? Dat kun je daar zelfs niet verklaren vanuit klimatologische verschillen of zo, want het klimaat is in de twee gevallen identiek. Het heeft zeker te maken met godsdienst, maar godsdienst is voor mij een onderdeel van cultuur. Maar waarom omhelst een bepaald volk dan die cultuur/religie, en honderd kilometer verder een andere?
Ik ben geen theoloog, maar ik doe heel graag aan speculatieve theologie. Ik heb nu een theorie in ontwikkeling die zegt dat het grote verschil qua omgang met vrouwen binnen de islamitische en de christelijke cultuur teruggaat op het feit dat je in de christelijke cultuur altijd vrouwen hebt gehad met veel autoriteit – koninginnen, hertoginnen, abdissen, heiligen. In de islamitische wereld hoorde de vrouw bij de inboedel. Daar lees je over karavanen waar de mannen vooroprijden, gevolgd door de kamelen met het zout en de vrouwen. Hoe komt dit nu? Volgens mijn theorie is dat omdat elke christen, vanaf het moment dat hij de christelijke iconografie tot zich neemt, de figuur van Maria leert kennen als een heel belangrijke vrouw die vereerd moet worden. Dus het gegeven van een vrouw waar je ontzag voor moet hebben, zit mee in de christelijke poppenkast. De vrouwen in de islamitische wereld hebben maar waarde omdat ze de favoriet waren van Mohammed. Het komt dus uiteindelijk neer op de rolverdeling: “It’s all in the script.” En in het christelijke script hebben de vrouwen gewoon meer tekst en een meer prominente plaats op het podium gekregen.

Verlichting op commando

HVW: In hoeverre denk je dat de vrijzinnige humanist voor zijn identiteit schatplichtig is aan het christendom?
JL: 100%. Zoals Robbe De Hert ooit zei: “Een socialist is een katholiek die niet meer naar de kerk gaat.” Ik denk dat ook. Als je de waarden ontleedt, kom je tot een geseculariseerde versie van de christelijke waarden. De enige punten waar ze het oneens over zijn, zijn euthanasie en abortus. Maar als het gaat om de samenleving: iedereen moet gelijk behandeld worden, solidariteit en steun aan de zwakkeren, respect voor het individu…
HVW: Wat vind je van mensen die beweren dat de islam een verlichting nodig heeft?
JL: Ik hoor dat graag zeggen, maar dat zijn geen zaken die je op commando kunt laten gebeuren. Ik denk niet dat men in de jaren dertienhonderd ergens in de buurt van Parijs is samengekomen en gezegd heeft: “Jongens, die middeleeuwen hebben nu lang genoeg geduurd. Ik stel voor dat we met de renaissance beginnen. Wie is er voor?” Maar zo wordt er soms wel over die islamitische verlichting gesproken. Je kunt in de geschiedenis terugkijken en vaststellen dat er op die bepaalde plaats en in die bepaalde tijdsperiode iets is gebeurd, maar zoiets laat zich niet bestellen. Ten tweede moet je je afvragen: “Wat is er ten tijde van de verlichting in West-Europa precies verlicht geraakt?” Dat was niet de godsdienst. Het is de samenleving die verlicht werd. De samenleving heeft tegen de godsdienst gezegd: “Beste vrienden, de tijd is voorbij dat jullie de lakens kunnen uitdelen en dat iedereen naar jullie pijpen danst. In jullie hoek! En daar mogen jullie nog altijd zeggen wat jullie willen, maar verwacht niet langer dat de hele samenleving daarin mee zal gaan.” Trouwens, op mij maakt paus Benedictus niet echt een meer verlichte indruk dan paus Pius de zoveelste. Als je dat toepast op de Arabische wereld, dan zou het dus niet de islam moeten zijn die verlicht geraakt, maar de Arabische samenleving. Deze zou ook tegen de islam moeten zeggen: “In de hoek!” Als je dat zo formuleert, besef je meteen hoe absoluut utopisch dat is. Godsdienst en politiek zijn daar meer met elkaar vervlochten dan hier misschien ooit het geval is geweest. Als je in België in 1850 zei dat je niet in God geloofde, kreeg je misschien vuile blikken op straat, maar daar is hier nooit iemand voor neergestoken.

HVW:
In de Belgische wet zijn uitzonderingen opgenomen op grond van religieuze motieven? Zo is iedereen die een dier wil slachten verplicht het dier te verdoven, behalve wanneer het geslacht wordt binnen de context van een godsdienstig ritueel. Maar bij moslims en joden betekent slachten per definitie slachten volgens religieuze voorschriften, waardoor er in België massaal onverdoofd geslacht wordt. Is dit aanvaardbaar?
JL: Ik vind dat niet aanvaardbaar omdat ik het niet vind kunnen dat mensen van een bepaalde ideologische strekking rechten krijgen die mensen van een andere ideologische strekking niet krijgen. Verder vind ik ook dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen vrijheid van godsdienst, in de zin van de vrijheid om te geloven waarin je wilt, en anderzijds de vrijheid om het hele pakket aan praktijken dat daarbij komt uit te voeren. Als aan een geloof een praktijk vasthangt die tegen de Belgische wet ingaat, dan is die praktijk verboden. Of je moet ijveren om de wet aan te passen. Maar ik vind niet dat de wet mag discrimineren op basis van religie.

Schizofreen

HVW: Heb je het gevoel dat je muzikale aanleg samenhangt met je filosofische interesses? Of zijn dat twee schizofrene aspecten van een ‘gulzige’ persoonlijkheid?
JL: Nee, dat zijn toch wel twee verschillende “modi” denk ik. Op mijn reizen ben ik onderweg ook nooit meer in het bijzonder aangetrokken door muziek dan door mensen met een interessant verhaal. En ook toen ik op het einde van mijn reis voor “De weg naar het Avondland” aankwam in het oosten van Berlijn, realiseerde ik mij het verschil tussen hoe ik op dat moment naar de stad keek en hoe ik dat twintig jaar geleden deed, toen ik er moest optreden met Soulsister. Dat verschil was enorm. Ik zag toen gewoon andere dingen. En alles wat toen met de DDR te maken had, was niet meer dan een leuk exotisch decor. Eigenlijk was ik toen vooral bezig met: “Kan ik hier een nummer van maken?” Als ik in muziekmodus ben, is dat mijn voornaamste bekommernis, terwijl ik mij, als ik in historische of socioculturele modus sta, vragen stel als: “Wat is de reden dat in Jerevan vrouwen met een decolleté lopen, terwijl je dat net over de grens in Turkije niet meer ziet?” Vroeger liepen die twee modi wel wat meer door elkaar, maar tegenwoordig probeer ik dat meer te programmeren zodat ik weet waar ik het komende anderhalf jaar mee bezig zal zijn. Ik ben een soort geestelijke triatleet. En als het zwemmen is, moet je gewoon helemaal zwemmer worden. Ik weet dat ik onbevredigd en kriegel zou eindigen als ik maar een van die dingen zou doen. Dat was ook de reden dat we er de eerste keer met Soulsister mee ophielden: te veel uren in kleedkamers van tv-programma’s zitten wachten en je afvragen waarom je daar je tijd zit te verdoen. Het leven is daar te kort voor. Maar aan de andere kant ben ik ook niemand om me een halfjaar in een bibliotheek op te sluiten. Mijn levensgevoel is toch: “Het leven is een speeltuin en ik wil overal eens op zitten.”
HVW: Zonder schizofreen te worden dan…
JL: Ach, wat is er mis met schizofreen? Zolang je maar met jezelf overeenkomt. (lacht)

Farid Zahnoun, educatief medewerker HVV