Onverdoofd slachten? Onverantwoord!

30 06 2011

De huidige Belgische wetgeving rond de bescherming en het welzijn van dieren (wet van 14 augustus 1986) stelt als algemene regel dat dieren voor het slachten dienen te worden ‘bedwelmd’. Hierop wordt binnen de wet een uitzondering gemaakt wanneer het gaat om een slachting uitgevoerd in het kader van de ritus van een godsdienst, een zogenaamde ‘rituele slachting’. In België komen deze rituele slachtingen voor bij de moslims (‘halal’ vlees) en de joden (‘kosjer’ vlees). Deze rituele slachtingen worden dagdagelijks in bepaalde slachthuizen uitgevoerd, niet alleen dus tijdens bijvoorbeeld het islamitische Offerfeest. Ook bij de joden houdt de zogenaamde ‘sjechieta’ in dat de dieren niet verdoofd geslacht worden. Uit een wetenschappelijk rapport en advies van de Raad voor Dierenwelzijn uit 2007 (‘Welzijnsaspecten bij het slachten (drijven, fixeren, kelen) van runderen en schapen’) blijkt dat 21% van de kalveren, 10% van de runderen en maar liefst 92% van de schapen in België ritueel onverdoofd worden geslacht. Op die manier kan men nog bezwaarlijk van een uitzondering spreken.
Voor de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) is een rituele slachting zonder verdoving onaanvaardbaar. HVV pleit voor het opnieuw veralgemenen van verdoofd slachten in België, dus ook in het geval van alle soorten rituele slachtingen. Wij volgen hierin het advies van de Raad voor Dierenwelzijn en het standpunt van Gaia terzake. In Nederland is er in de Tweede Kamer een wetsvoorstel goedgekeurd dat ‘bedwelming’ bij rituele slachtingen opnieuw verplicht. Er kan een uitzondering toegestaan worden indien de betrokkenen, met name de moslims en joden, wetenschappelijk kunnen aantonen dat dieren bij onverdoofd slachten niet meer lijden dan bij verdoofd slachten. Hierbij wordt de bewijslast dus in het kamp van de islamitische en joodse gemeenschap gelegd. HVV kan ook deze uitzondering niet toestaan, zoals in Nederland nu misschien wel staat te gebeuren – het wetsvoorstel dient nog de Eerste Kamer te passeren – omdat hiermee nog altijd het gelijkheidsbeginsel geschaad wordt.

HVV is voor verdoofd slachten van dieren omdat HVV fundamenteel voorstander is van het gelijkheidsbeginsel en als dusdanig gekant is tegen de idee van uitzonderingen binnen de burgerlijke wetgeving op basis van religieuze motieven. Het maken van uitzonderingen op religieuze basis impliceert een erkenning van religieuze of godsdienstige voorschriften als hebbende meer legitieme macht dan de oorspronkelijke burgerlijke wet waarop de uitzondering van toepassing is. Dit druist regelrecht in tegen de principes van de geseculariseerde civiele samenleving en wij stellen dat de godsdienstvrijheid hier zijn grenzen overschrijdt.
In de geseculariseerde samenleving wordt de staat verondersteld levensbeschouwelijk neutraal te blijven, wat betekent dat zij geen uitzonderingen op de algemene wetgeving mag toestaan op basis van levensbeschouwelijke motieven. Met het legitimeren van uitzonderingen op basis van religieuze motieven wordt de wet in feite herleid tot een vorm van voorwaardelijk gezag dat zijn macht en legitimiteit verliest zodra het in tegenspraak komt met ‘de wil van een god(sdienst)’. Dit kan binnen de seculiere en pluralistische samenleving niet de bedoeling zijn.

Er is een verschil tussen godsdienstvrijheid binnen de grenzen van de wet en godsdienstvrijheid waarvoor men de wet moet aanpassen om ze wettelijk te kunnen maken. Ofwel werkt men de uitzondering weg door ze algemeen te maken, ofwel werkt men ze weg door ze te schrappen, maar zolang er sprake is van uitzonderingen binnen de wet is er sprake van een inbreuk op het gelijkheidsprincipe. Bovendien krijgen we de indruk dat bepaalde wetten ‘democratisch tot stand komen’ eerder op basis van zwaar lobbywerk uit beperkte hoek dan op basis van nuchtere feiten, wetenschappelijk onderzoek en algemene basisbeginselen. We pleiten dus meteen ook voor een discussie ten gronde over de wetgeving in ons land en de manier waarop de wetgevende macht functioneert.

Daarnaast zijn er nog voldoende en afdoende argumenten te geven voor het verdoofd slachten:

1° Wetenschappelijk onderzoek toont overduidelijk en reeds lang aan dat dieren meer en langer lijden bij onverdoofd slachten dan bij verdoofd slachten; ‘The Food Research Institute’ te Langford bijvoorbeeld toonde onder andere via het meten van breinactiviteit aan dat het brein van het dier nog geruime tijd actief blijft na de keling. Bij runderen loopt dit soms op tot een aantal minuten. Bovendien loopt de rituele slachting vaak mis, waardoor het lijden nog langer kan duren. Ook het rapport van de ‘European Food Safety Authority (EFSA) uit 2004 stelt dat verdoving voor het slachten altijd dient plaats te vinden (EFSA Journal 45: 1-29). Daar waar diverse wetenschappelijke onderzoeken mekaar tegenspreken, dienen ook de meettechnieken en omstandigheden van het onderzoek vergeleken te worden en nieuw onderzoek uitgevoerd. Maar het moge duidelijk zijn dat verdoving het gevoel van pijn weghaalt.

2° Wetenschappelijk onderzoek toont bovendien aan dat een verdoofde slachting perfect kan voldoen aan de eisen van een correct uitgevoerde rituele slachting.  In de rituele slachting wordt immers een zo volledig mogelijke uitbloeding van het dier beoogd. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de uitbloeding minstens even goed en soms beter verloopt bij verdoving dan bij niet-verdoving. Dit werd aangetoond in een onderzoek van de universiteit van Bristol (UK) onder leiding van Haluk Anil, zowel voor schapen als voor runderen: Animal Welfare, vol 15, p 325.

3° Het is ook niet zo dat onverdoofd slachten een geschreven religieuze verplichting is, of dat verdoving verboden zou zijn. Er wordt in de religieuze geschriften van de islam (Koran en Soenna) vanzelfsprekend niets over verdoving gezegd, simpelweg omdat er toen geen verdovingstechnieken bestonden. Afwezigheid van een bepaalde procedure betekent toch niet dat die procedure verboden zou zijn? Ook hier zien we dat dit ‘gebruik’ vooral gedragen en geregeld wordt door jarenlange traditie zonder vaste bodem. Wel zullen joodse en islamitische geleerden waar nodig herhalen ‘hoe het moet’. HVV vindt het belangrijk dat de samenleving alle respect betuigt voor bepaalde tradities, maar diezelfde samenleving mag van die tradities ook eisen zich mettertijd aan te passen aan nieuwe technologie, nieuwe kennis en evoluerende normen en waarden. Vooral omdat we weten dat er in elke levensbeschouwelijke gemeenschap progressieve krachten aanwezig zijn die minder problemen hebben met verandering.

4° Bij de moslims is er absoluut geen eensgezindheid omtrent de kwestie verdoving en is alles afhankelijk van de interpretatie en goodwill van imams en islamitische geleerden. Dat impliceert opnieuw dat er niet zoiets bestaat als een eenduidige religieuze regel die stelt dat verdoofd slachten verboden is of onverdoofd slachten verplicht. Er zijn trouwens verschillende moslimlanden, zoals Indonesië, Maleisië en de Verenigde Arabische Emiraten die verdoving toestaan of aanvaarden. Er zijn ook al diverse fatwa’s uitgesproken die verdoving goedkeuren, op voorwaarde dat het dier goed uitbloedt en het dier niet sterft door het effect van de verdoving. En er wordt schapenvlees uit Nieuw-Zeeland naar België ingevoerd van verdoofde dieren, voorzien van een halal certificaat! We veronderstellen dat er bij de orthodoxe joodse gemeenschap wel meer eensgezindheid is, maar dat belet niet dat er feitelijk toch heel divers wordt omgegaan met rituele slachtingen in het algemeen, binnen de levensbeschouwelijke gemeenschappen zelf. En dat maakt hun case er niet overtuigender op.

5° In bepaalde Europese landen (Zweden, Noorwegen, IJsland en Zwitserland) is de verplichte verdoving in het geval van rituele slachtingen al een feit en biedt de Europese wetgeving de ruimte aan haar lidstaten de uitzondering uit de wet te halen (richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993). De meest recente beslissing in dit verband werd in Nederland genomen.

6° Ook op economisch vlak ligt de lat niet gelijk en zorgt deze ‘uitzondering’ voor een toestand van ongelijkheid voor de slachthuizen. De ‘verplichte’ procedures op het verdoofd slachten brengen immers kosten met zich mee die de rituele slachter niet in rekening moet brengen. Is hier dan geen sprake van concurrentievervalsing?

7° Uit een enquête van Gaia blijkt ook nog dat slechts 36% van de moslimgemeenschap tegen verdoofd slachten is. De enquête uit 2010 werd afgenomen bij 261 respondenten en toont onder andere aan dat 36% verdoving onaanvaardbaar vindt, terwijl een andere 36% zegt hier neutraal tegenover te staan. 28% vindt verdoving onproblematisch. Er is dus wel degelijk een basis te vinden binnen de islamitische gemeenschap om verdoving  bij rituele slachting in te voeren. We gaan ervan uit dat dit binnen de kleinere joodse gemeenschap nog niet het geval is.

HVV staat dus achter het advies voor de Raad van Dierenwelzijn en achter Gaia, die beide pleiten voor verdoofd slachten, altijd en overal.
We weten ook dat zowel de islamitische als de joodse gemeenschap dierenwelzijn een zeer belangrijke kwestie vinden. Het is in dit licht dat het verdoofd slachten ook voor deze gemeenschappen zelf de meest verantwoorde praktijk is.

Farid Zahnoun en Peter Algoet
HVV – werkgroep atheïsme