Een donor via internet

8 04 2011

Uit de aflevering van Telefacts van 7 april blijkt dat er een groot verschil kan zijn tussen de geest van een wet en de letter ervan, dat een weloverwogen wet  een argument kan zijn voor praktijken die diezelfde wet verbiedt.

In 2007 werd in de Senaat een wetsvoorstel over de medisch begeleide voortplanting (MBV) en de bestemming van de boventallige embryo’s en gameten uitvoerig  besproken en uiteindelijk gestemd.

De wet kwam er omdat de MBV zich al jaren in een stroomversnelling bevond, en de ethische problemen zich opstapelden. Ook de toegenomen vruchtbaarheidsproblemen zorgden ervoor dat MBV (in vitro fertilisatie, ICSI, sperma- en eiceldonatie,…) steeds belangrijker werd. De problematiek belangt nagenoeg ieder van ons aan.

Het wetsvoorstel houdt maximaal rekening met de belangen van alle betrokkenen, voorziet oplossingen voor een aantal wetenschappelijke en ethische vraagstukken en houdt rekening met de huidige praktijk in onze fertiliteitcentra. Aan een aantal knelpunten werd een  duidelijk wettelijk antwoord gegeven: de bestemming van de overtallige embryo’s, de ruimte die er blijft voor de “saviour-baby”, de maximale leeftijd waarop in vitro fertilisatie nog mag voor een vrouw, de genetische pre-implantatie diagnostiek, … Een aantal handelingen werd strikt verboden, zoals de eugenetische ingrepen, de commercialisering van eicellen, zaadcellen en embryo’s en de vrije geslachtskeuze.

De wet bepaalt dat donatie van sperma (en eicellen) aan een spermabank anoniem en op niet-commerciële basis gebeurt. Daarenboven mogen slechts enkele  kenmerken van de donor, zoals huidskleur en kleur van de ogen, door de behandelende arts actief “aangewend”  worden om er voor te zorgen dat de baby “matcht” met de beide wensouders. Gegevens over IQ, studies, beroep, atletisch vermogen en dergelijke worden niet vrijgegeven aan de wensouders om te beletten dat  men baby’s kiest zoals een kleedje uit de catalogus van “3 Suisses”. In de wet staat letterlijk dat  een fertiliteitcentrum de anonimiteit van de donoren moet waarborgen door alle gegevens die zouden kunnen leiden tot hun identificatie ontoegankelijk te maken. Het voorstel om de fysieke en sociale gegevens  van de donor indien gewenst door de ontvanger(s) te ontsluiten werd  weggestemd. Artikel 57 laat dan weer wel toe dat de niet-anonieme donatie, berustend op een wederzijdse overeenkomst tussen de donor en de ontvanger(s) toegestaan is. Dit artikel kwam er om de zogenaamde “bekende” donatie toe te laten. In praktijk vaak toegepast door lesbiennes die een vriend vragen om sperma te doneren, of een zus die eicellen afstaat voor haar onvruchtbare zus (dit is voor eiceldonatie vaak de enige manier om op een legale manier aan eicellen te geraken). Nu blijkt dat het woordgebruik “niet-anonieme” donor (ipv “bekende” donor) en het ontbreken van een duidelijke definiëring van dit woord in de wet, dit artikel interpreteerbaar maakt buiten datgene wat de bedoeling was van de makers van de wet.

De spermakeuze op een buitenlandse website zoals dit in de reportage voorgesteld doet echter wel denken aan de catalogus van “3 Suisses” en gaat op drie punten in tegen de geest van de wet. Het gaat hier duidelijk niet over een bekende donor, wel over een onbekende waarvan je via een commerciële website alle gegevens kan terugvinden, buiten de noodzakelijke fysieke kenmerken voor een goede “matching” ook nog het beroep, foto, stemgeluid, en allerlei andere kwaliteiten. Zodoende kan de ontvanger hier een donorkeuze maken die verder gaat dan de door de wet toegelaten “matching”. Het kiezen uit allerlei andere kenmerken (goede student, sportief, job,  …) gaat in de richting van eugenetica wat zeer duidelijk bij wet verboden is!

Om de betwistbare interpretaties die de wet omzeilen af te blokken moet de wet misschien bijgestuurd worden tenzij een rechtbank uitmaakt welke interpretatie de juiste is. Als men de wet aanpast zijn er twee opties:  duidelijk inschrijven dat artikel 57 enkel en alleen slaat op bekende donatie en dat begrip zal dan duidelijk gedefinieerd moeten worden.

Of we laten toch de niet-anonieme donatie naast de anonieme donatie toe (tweesporen beleid), maar dan onder strikte voorwaarden die eugenetica en commercialisering uitsluiten. Zo moet de niet-anonieme donor gekozen worden door een fertiliteitcentrum op basis van de  ‘matching’ en nooit door de ontvanger(s) rechtstreeks via een commerciële site. Alle andere gegevens kunnen enkel en alleen vrijgegeven worden als er een terechte vraag is van het donorkind, en dit trapsgewijs.

De ondergetekenden die meeschreven aan de wet vinden dat deze reportage aantoont dat de wet overschreden en uitgehold wordt. Ze laat zien dat zorgvuldig en goed overlegd parlementair werk, in samenwerking met de fertiliteitcentra en specialisten MBV, ingehaald wordt door internettechnologie (websites).

Jacinta De Roeck,                                                                           Patrik Vankrunkelsven,

Gewezen senator                                                                         gewezen senator

en directeur HVV

Advertenties