Interview met Siegfried Bracke “In onze club is een reglement”

30 03 2011

Interview met Siegfried Bracke

Ik ontmoet Siegfried Bracke in z’n kleine bureau in het federaal parlement. Een klein bureau, zonder luxe, dat hij deelt met z’n medewerker. Hier wordt noest gearbeid! We treffen elkaar in een periode dat Brackes aandacht vooral gaat naar de moeilijke regeringsvorming en naar de bijzondere commissie kindermisbruik in de kerk. Over dit laatste zegt hij: “Ik vind het een vorm van immanente rechtvaardigheid – dit is een boodschap voor Léonard – dat ze dit nog als een boemerang in hun gezicht krijgen!” Het besnorde boegbeeld van de gematigde vleugel van de NVA is duidelijk in vorm…

Het Vrije Woord: We zullen onmiddellijk met de deur in huis vallen: bent u voor of tegen een uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen en dementerenden? En wat is de houding van uw partij? Is iedereen vrij om te stemmen?

Siegfried Bracke: De houding van mijn partij is hier volledig vergelijkbaar met bijvoorbeeld de Open VLD: elk parlementslid is vrij in dit soort ethische kwesties om naar zijn of haar geweten te stemmen. Los daarvan vinden wij dat de bestaande euthanasiewet inderdaad het best wordt aangepast, uitgebreid ook. Maar ik moet u wel zeggen – en dan spreek ik als individu – dat ik daar vroeger veel gemakkelijker standpunten over innam dan nu, omdat ik nu ook wel besef dat ik ooit weleens op dat knopje zal moeten drukken en een ja of een neen geven, want onthouden vind ik in dezen niet gepast. Dit gezegd zijnde, wil ik toch benadrukken dat ik in mijn leven van weinig verenigingen lid ben geweest, maar een van de eerste waar ik toch lid van werd, was Recht op Waardig Sterven. Omdat ik de dood zo fundamenteel en zo universeel vind – uiteindelijk is het de enige zekerheid… Palliatieve zorg blijft ook belangrijk: ik steun Wim Distelmans en zijn palliatieve dagcentra absoluut. Dat lijkt mij minstens even belangrijk. Het is dus een én-énverhaal en een verhaal van nuance.

HVW: En als zo’n stemming er komt, kunt u dan voorspellen hoeveel mensen van uw 27-koppige fractie voor zouden stemmen?

SB: Neen, omdat het afhangt van die modaliteiten. Nu, wij zijn geen ethisch conservatieven. Wij zijn ethisch conservatief op andere fundamentele punten, ik ook. Dat gaat dan over ethiek in andere kwesties dan abortus en euthanasie.

HVW: Dan bedoelt u bijvoorbeeld de multiculturele samenleving? Hoe staat u ertegenover? Vindt u de kritiek terecht?

SB: Natuurlijk. We hebben ons vastgereden in een angst voor het Vlaams Belang. Dat heeft ervoor gezorgd dat samenlevingsproblemen, zodra ze ook maar iets met allochtonen te maken hadden, onbespreekbaar waren. Het siert de burgemeesters van Gent en van Antwerpen dat ze ooit letterlijk in een interview in een tijdschrift van hun partij aanklaagden dat dit soort van problemen in hun partijen niet besproken mocht worden. Ach, we hebben een gigantische prijs betaald. En de media, ook ikzelf, zijn daar in de fout gegaan. Als er iemand was die een scheve toestand recht wou zetten, hebben wij jarenlang gevraagd: “Loopt u het Vlaams Belang niet achterna?” Waarop de politicus bijna een beroerte kreeg van de schrik. Dat heeft ons verblind, verdwaasd en verdoofd. Er zijn dus samenlevingsproblemen, en een van de redenen waarom ik naar de NVA ben gegaan, is omdat die partij op dat vlak erg duidelijk is. Ons standpunt is dat wij tegen iedereen zeggen: “Kom er maar bij, maar je bent lid van onze club en in onze club is er een reglement en je houdt je daaraan. Zonder onderscheid van kleur, ras of godsdienst. En trouwens: als je lid bent van de club, probeer dan maar dat reglement te veranderen.” Dit is de uitgestoken hand: iedereen doet mee. Dat was ook de houding van Martin Luther King: het gaat over gelijke rechten, en de allochtonen hebben die. In Nederland is er een zogenaamd ‘ranzig kabinet’ met de gedoogsteun van Wilders. Wat dat kabinet heeft beslist in verband met volgmigratie, dat kan ik steunen. Want het is in het belang van die mensen, opdat ze niet voortdurend zouden moeten herbeginnen.

Journalist bij een ministerie

HVW: Hebt u veel invloed gehad op de journalistiek in Vlaanderen? U staat bekend als de gevatte interviewer die het brave van de Vlaamse journalistiek trachtte te overstijgen, maar tegelijk wordt u ook geassocieerd met de onderbreek-cultuur en de korte soundbite-cultuur. Hoe kijkt u daar achteraf op terug?

SB: Ook dat is een en-en-verhaal. Dat van die zestien seconden – het is ondertussen al minder – is een gemiddelde. En met gemiddelden moet je geweldig goed opletten. De media moeten alles doen: de snelle happen, maar ook de bredere stukken. Kijk, je treedt op een bepaald moment binnen in een instituut als de toenmalige BRT en dat was toen een ministerie, met alle kwalijke kantjes van de ambtenarij. Dat was  een gepolitiseerde omroep met een cultuur die erop gericht was, met name als je politieke verslaggeving deed, om de aandeelhouder, de politici die in de Raad van Bestuur zaten, te plezieren. De bazen waren ook allemaal politiek benoemd en ik deed zo aan journalistiek dat mijn bazen tevreden waren en dat ik gerespecteerd werd in de Wetstraat. Op een bepaald moment is mijn frank gevallen, in de periode dat men van het ministerie een bedrijf heeft gemaakt dat VRT heet. Toen heb ik alle principes overboord gegooid, want ze klopten gewoonweg niet. Ik deed namelijk aan journalistiek voor gelijkgezinden. En ik vind dat een massamedium, betaald met het belastinggeld van iedereen, er voor iedereen moet zijn. De versnelling van het medium is iets wat zich wereldwijd heeft voltrokken, je kunt dat niet tegenhouden. Waarom had de BRT op een bepaald moment geen kijkers meer? Omdat men geen rekening hield met de kijkers. De kijker keek naar “Holland”, naar de Berend Boudewijn Show, waar ze koelkasten en wasmachines uitdeelden. Maar wij vonden dat het volk opgevoed moest worden.

HVW: Denkt u dat de burger beter geïnformeerd is dan vroeger?

SB: Absoluut.

HVW: Maar gaat dat ook niet gepaard met oppervlakkigheid? Want door de versnelling van het medium kan men toch vaak minder diep op een thema ingaan?

SB: Helemaal niet. We zijn er veel beter aan toe dan tevoren! Tindemans, die heeft ooit een gewéldige verkiezingsoverwinning behaald, een miljoen stemmen, en weet je met welke slogan? “Met deze man wordt het anders”. (ironisch) Geweldige programmaboodschap, hé. Ik zeg niet dat die man nergens voor stond, maar die had op dat moment het marketinggevoel beet.

Nationalisme

HVW: Guy Verhofstadt trok voor enkele maanden fel van leer tegen het nationalisme. Hij kreeg in een opiniestuk lik op stuk van Bart De Wever. Heeft de nationalistische component van de NVA u nooit doen twijfelen om de stap te zetten?

SB: Als nationalisme exclusief is, in de zin van “Wij zijn de Vlamingen en van de rest willen we niet weten”, dan is dat fout. Maar nationalisme betekent ook: zorg voor de gemeenschap waartoe je behoort. Ik ben nogal verslaafd aan podcasts (geluidsbestanden van internet, nvdr). Wel, Guy Verhofstadt doet op een bepaald moment een heel lang interview op de Nederlandse radio, waarin hij voortdurend zegt dat hij het nationalisme bestrijdt. Tot het op een bepaald moment gaat over zijn eigen familie en de mevrouw die hem interviewt, zegt: “U hebt een Italiaanse schoonbroer?” Waarop Verhofstadt zegt: “Nee nee, dat is geen Italiaan, dat is een Napolitaan, dat is compleet iets anders.” En dat is inderdaad iets anders, hij had gelijk.

HVW: Is het een fout geweest van bepaalde generaties van politici om die drang naar vertrouwde structuren te ontkennen?

SB: Natuurlijk! Hoe globaler de wereld, hoe belangrijker die lokale structuren zijn. Dat is de paradox van de globalisering. Maar als je nationalisme zoals Verhofstadt gaat associëren met de Holocaust, ja zeg, daar hebben wij niets mee te maken, hé. Volstrekt niets. Alleen, zorg dat je een soort van publieke ruimte hebt die je deelt met mensen, die niet noodzakelijk daar geboren zijn, want dat is Bloed-en-Bodemnationalisme, en je zegt daartegen: “Je kan gerust lid worden van onze club, graag zelfs, we zullen je met plezier ontvangen, en je doet zoals alle anderen.” Alsof ik zou denken dat elke liberaal een sociale bloedhond is en elke socialist een geldverbrasser.

HVW: VIVES (Vlaams Instituut Voor Economie en Samenleving, onderzoeksgroep van de KUL) stelt zich voor als een onafhankelijke economische denktank, maar lijkt eerder een politieke lobbygroep met een duidelijke Vlaams-nationalistische agenda. De directeur van dat onderzoeksinstituut is Koen Algoed, de kabinetschef van Vlaams NVA-minister van Begroting Muyters. Wat vindt u als aanhanger van vrij onderzoek van deze aanpak?

SB: Ik vind om te beginnen net dat vrij onderzoek bepaalt dat je de dingen niet mag omkeren. Het is niet omdat je tot een bepaalde conclusie komt en dat toevallig overeenkomt met de visie van partij A, B of C, dat je ook partij A, B of C aanhorig bent. Vrij onderzoek betekent voor mij dat je naar eer en geweten de waarheid probeert te vinden. En dat is wat die denktank doet. Of die denktank nu in de universiteit van Leuven zit, of in die van Gent of in die van Brussel, het maakt mij niet uit. Ik ga ervan uit dat deskundigen in alle onafhankelijkheid werken. Dat is hetzelfde met mij: ik ben nu een NVA-politicus. Denkt u nu echt dat ik niet meer in staat ben om vanaf nu een politiek interview te doen? Natuurlijk kan ik dat.

HVW: Dus u hebt er geen probleem mee dat de kabinetschef van Muyters, onder het mom van een onafhankelijke onderzoeksgroep van een universiteit, politieke stellingnames doet? Ik zou als universiteit niet blij zijn.

SB: Ik zie het probleem niet. Koen Algoed is een wetenschapper en ook kabinetschef. Dat zijn onderscheiden dingen. Het is goed dat men dat in alle duidelijkheid weet. Kijk ook eens naar de daden en niet naar de etiketten. Vindt men ergens een stuk waar de betrokken wetenschapper de waarheid en de zoektocht naar die waarheid methodisch en ten gronde zo inhoudelijk geweld aandoet, dat dat stuk werkelijk nergens op slaat?

HVW: Ik herinner mij toch de ongelukkige communicatie over hoe de onderwijsnetten de slaagkansen in het hoger onderwijs bepalen. Daar werden toch conclusies getrokken die volledig fout of niet genuanceerd waren? Zeker in de – eveneens katholieke – De Standaard. Er was ook de resem van persberichten die alle pleitten voor splitsing van België of allerminst gevoelige delen van onze sociale zekerheid.

SB: Verbaast het resultaat van dat onderzoek u? Ik heb mij een aantal jaren van mijn leven grondig beziggehouden met dat thema. Er bestaan heel goede katholieke scholen en er bestaan heel goede andere scholen. Ik zou aan iedereen die een school moet kiezen de raad geven niet af te gaan op de reputatie. Want dat kan ontzettend misleidend zijn. De doorlichtingen van al die scholen liggen ter beschikking. Ik heb voor mijn kinderen indertijd een school gekozen waarvan ik zeker was dat het een goede school was. Dat was nochtans een school zonder reputatie. Ik ken natuurlijk het artikel niet meer vanbuiten, ik heb het wel gelezen, misschien staan er dingen in die onvolledig zijn of waarbij ik bedenkingen heb.

Vrijzinnigheid

HVW: Hoe kijkt u als buitenstaander, maar toch behept met enige sympathie, naar de vrijzinnigheid?

SB: Heel vreemd, moet ik bekennen. Ik gebruik altijd hetzelfde beeld. Er zijn mensen die goed kunnen zingen, en wat doen die? Die verzamelen zich en die vormen een koor. Maar er bestaat geen koor voor mensen die niet kunnen of niet willen zingen. Vrijzinnigheid is in de samenleving van vandaag de norm en dus geen verbindend element. Vooral ook omdat vrijzinnigheid onvoldoende is ongevuld. De vrijzinnigheid is te veel op zichzelf gericht. Men heeft te veel de drang om ernstig genomen te worden. Kom naar buiten, lachend, zelfbewust, met de hand uitgereikt! (declameert) De tijd dat de papen de ketens smeedden waarmee onze ziel aan banden werd gelegd, is voorbij, hoor! Ik heb de tijd voor het Vaticaanse Concilie nog geweten, ik heb de overgang gezien. Ik ben lid van de bijzondere commissie kindermisbruik en ik vind het een vorm van immanente rechtvaardigheid – dit is een boodschap voor Léonard – dat ze dit nog als een boemerang in hun gezicht krijgen. Maar ik had dus gehoopt dat een godsdienst die derwijze het leven van de mensen bepaalt, voorgoed verdwenen zou zijn. Maar goed, ik zie dat er weer een nieuwe groep mensen opstaat, moslims dit keer, met juist dezelfde ambities en ik hoop dat ook zij door drank, pil en wild leven op andere gedachten komen, maar ik weet niet of dat zal lukken.

HVV: U staat bekend als een vrijmetselaar. In De Morgen verscheen er zelfs een artikel waarin u zich beklaagde over broeders die u de stap naar de NVA niet kunnen vergeven.

SB: Ik heb inderdaad een aantal  werkplaatsen bezocht en daar mijn keuze toegelicht. Er waren goede en slechte reacties, maar dat is normaal. We hebben maar 30% gehaald, wat betekent dat er 70% voor anderen hebben gestemd. Binnen de vrijmetselarij heb je zoals in de rest van de samenleving slimme mensen en heel slimme mensen.

HVV: Zijn er mensen die u hebben ontgoocheld? Die u zijn afgevallen?

SB: Dat weet ik niet meteen. Maar ik voel wel dat men het vaak niet begrijpt… Die geweldige clichés ook altijd… Het enige waar ik het moeilijk mee heb, is dat een politieke keuze wordt verbonden aan een ethisch oordeel. Kiezen voor de NVA is een politieke keuze, maar er zijn mensen die daar ook een moreel oordeel aan verbinden. Ik zou dus zeggen: “Heer, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” Ik heb geprobeerd het uit te leggen, maar er zijn natuurlijk mensen die niet willen luisteren, omdat ze bevooroordeeld zijn. Maar u zult het met mij eens zijn dat dat niet de geest van vrij onderzoek is. Er zijn natuurlijk nog vrijmetselaars binnen de NVA, maar ik ben de enige die dat zegt. En er zijn binnen de vrijmetselaarsloges ook ongelooflijk veel sympathisanten. Als je 30% scoort, dan komen je stemmen van overal.

HVV: Denkt u dat pluralisme enkel op papier bestaat, want wij stellen toch vast dat steeds meer scholen en ziekenhuizen katholiek worden en zich niet pluralistisch opstellen. Wat vindt u daarvan, als dienaar van het algemeen belang?

SB: (fluistert) Schrikt u daarvan? Weet u, ik ben destijds nog voorzitter geweest van de ARGO, en ook lid van de Raad van Bestuur van de grootste scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs, en ik heb gemerkt hoe dat werkte… Ik kan u zeggen dat het katholieke onderwijs meer is ontsnapt aan wat ik de Vlaamse ziekte noem dan het Gemeenschapsonderwijs. Dit onderwijs wordt namelijk kapotgereglementeerd! Als je personeelsprestaties uitdrukt in minuten, dan ga je kapot. De katholieke scholen kunnen vanwege die bezieling een beroep doen op mensen die zich gratis en voor niets inzetten. In het GO! is er altijd iemand die of ter plekke of vanuit Brussel of vanuit de twee tegelijk met een reglement staat te zwaaien. Wat de gezondheidszorg betreft, vind ik dat een arts het recht heeft om abortus of euthanasie te weigeren. Maar een patiënt heeft het recht dat te krijgen, daarmee is de kous af.

HVV: Akkoord, er is de individuele gewetensvrijheid van de arts. Maar het is ziekenhuiskoepels toch ook verboden om via omzendbrieven artsen te verbieden een wet toepasbaar te maken? Moet de politiek daar niet tegen optreden?

SB: Ik vind het minstens even belangrijk dat je mensen overtuigt dan dat je met regels zwaait. Ik ken trouwens ook iemand die geëuthanaseerd werd in een ziekenhuis dat staat te zwaaien met de boodschap dat ze zoiets nooit zouden doen… Zoals ik ook iemand ken die in een publiek ziekenhuis niet werd geholpen omdat de arts niet wilde. En die arts was niet eens katholiek. Hij kon het gewoon niet…

HVV: Welke boeken of politieke of filosofische denkers hebben uw denken beïnvloed? Toen u jong was en studeerde voor germanist, maar ook tijdens uw journalistieke carrière? Welke geschriften hebben u de keuzes doen maken die u hebt gemaakt?

SB: Sociologen waren er niet bij. Zoals Karel van het Reve ooit zei: “Als sociologie zo belangrijk is, hoe komt het dan dat ik geen enkele belangrijke socioloog kan opnoemen?” Maar dat zal wel aan mij liggen… Ik zal het belang ervan niet genoeg inzien. Wie mijn politieke denken heeft beïnvloed, is Rudolf Boehm met zijn “Kritiek op de grondslagen van de moderne tijd”. Van hem heb ik les gehad en heel veel geleerd. Dat boek gaat over Kant, Spinoza en Descartes, over de moderne tijd in de historische betekenis. Maar ik heb ook van de iets meer encyclopedische cursus van Etienne Vermeersch geleerd. De geschriften van Etienne Vermeersch, ook die over multiculturaliteit en zeker de prachtige teksten over nationalisme, hebben mij gesteund in mijn keuze voor de NVA. Leren is een continuüm natuurlijk. Ik heb bijvoorbeeld ook heel veel gehad aan de leraar in het laatste jaar van de humaniora, die ons dingen heeft doen lezen waar we nog niet aan toe waren. Ik luister in de auto  zodra ik kan naar podcasts, ik ben geabonneerd op de hoorcolleges, die je ook via podcasts kunt beluisteren, ook dat is leren.

HVV: Nog een vraagje buiten categorie. Als u zou mogen dromen, wie is Siegfried Bracke dan over tien jaar en op welke manier is hij perfect gelukkig? Is u dan premier van Vlaanderen in een confederaal België? Of is u dan de uitbater van een gezellige chambre d’hôtes in de Provence, “waar Vlamingen thuis zijn”?

SB: Neen hoor! (mijmert) Dan zit ik met mijn vrouw in een zeteltje en ik lees een boekje en ik hou een praatje met haar en we gaan even wandelen en we gaan iets eten en we slapen wat enzovoort. Dan ben ik zevenenzestig, hé meneer!

HVV: Da’s het begin van een nieuwe carrière! Zult u het niet missen om uw mening te kunnen ventileren en gehoord te worden? Dat is toch verslavend?

SB: Als het God belieft, ga ik door tot zeven- of achtenzestig. Dan heb ik ruim mijn ding gedaan en dan is het aan de anderen. Je moet op tijd plaatsmaken voor de jongere generatie. Gepensioneerden moeten zich niet meer moeien. In mijn geval bedoel ik. Andere gepensioneerden wel! Ik mag nu, en ik ben er ook voor verkozen om mijn mening zeggen en ik zeg dus overal mijn mening! Wie gaat mij tegenhouden? Ik ben zelfs onschendbaar! Een bekend politicus, die nog altijd politicus is, hij is vooraan in de zeventig, heeft mij ooit zelf gezegd: “Als ik vijfenzestig ben en ik ben nog altijd niet gestopt, hou mij dan tegen, hé!” Ik heb het hem wel gezegd, maar het heeft niet geholpen…

HVV: En het is niet Louis Tobback?

SB: Het zou kunnen (lacht).

Björn Siffer





Wensen voor de Internationale Vrouwendag

8 03 2011

Ik heb geen goede herinneringen aan de vrouwendagen die ik in België heb bijgewoond. Ik herinner mij bijeenkomsten her en der in het land, waar het gebak, de exotische muziek en de beauty-workshops weinig te maken hadden met ‘emancipatie’. Onderweg heeft het ludieke blijkbaar de ernst en de urgentie verdrongen.

Emancipatie

Voor mij staat Internationale Vrouwendag voor Emancipatie. Het woord wordt bijna door niemand meer gebruikt. Zowel de vrouwenbeweging als het beleid gebruiken tegenwoordig liever termen als gender mainstreaming, empowerment, gelijke kansen, diversiteit, quota, equal pay, combinatie van arbeid en zorg. Deze moeilijke en vreemde woorden verwijzen naar concrete eisen en procedures en tonen aan dat de techniciteit van het werken aan gelijkheid v/m fel is toegenomen.

Emancipatie is het fundament van al dat streven naar gelijkheid. Emancipatie betekent de nodige troeven verzamelen om je eigen mannetje/vrouwtje te kunnen staan. Het is je talenten koesteren en kweken, je kansen grijpen en verzilveren. Het is andere mensen (en bij uitbreiding de maatschappij) laten meegenieten van wat je doet. ‘Emancipatiebeleid’ betekent ervoor zorgen dat mensen kunnen genieten van hun talenten, zorgen dat niets verschrompelt door toevallige omstandigheden, gewoontes, een gewelddadige omgeving, ziektes of verslavingen, klasse, godsdienst of cultuur.
Emancipatie heeft goed onderwijs, zelfbeschikking, vrijheid nodig. En omgekeerd.

Wat gebeurt er op 8 maart ?

In de geest van de initiatiefneemster voor de eerste Internationale Vrouwendag (Clara Zetkin, 1911) zou 8 maart een dag zijn om zich het lot van alle vrouwen aan te trekken en kracht te putten uit gemeenschappelijke doelstellingen. De prestigieuze VN-Commissie voor de Status van de Vrouw houdt zijn jaarlijkse sessie, in vele steden en dorpen worden voor vrouwen feel good bijeenkomsten gehouden, de media besteden een beetje meer aandacht aan vrouwen dan gewoonlijk.
Vrouwendag is geïnstitutionaliseerd.

Een ludiek feestje ?

Mijn meest levendige herinnering aan vrouwendag was een 8 maart in Bulgarije, waar wandelend op de besneeuwde berg Vitosha een straalbezopen man met een groot keukenmes in de ene en een bloem in de andere hand ons wankelend naar het leven probeerde te staan. Drankmisbruik en geweld tegen vrouwen bleken daar, nog meer dan op andere dagen, een veel voorkomend verschijnsel op de Internationale Vrouwendag, traditioneel een officiële feestdag in die socialistische landen. De geïnstitutionaliseerde vrouwendag was voor die mannen een aanleiding geworden om zich extra uit te leven.

En de VN dan ?

De Verenigde Naties hebben een cruciale rol te spelen in de positie van de vrouw wereldwijd. Enerzijds ondersteunen ze de Internationale Vrouwendag en promoten ze de (vrouwen)emancipatie zoals krachtig geformuleerd in het Actieplatform van Peking 1995. Anderzijds staan de VN onder felle druk van de islamitische landen (verenigd in het OIC, Organization of the Islamic Conference), om elke kritiek op de islam wereldwijd illegaal te verklaren. Zoals bekend onderschrijft de OIC de mensenrechten slechts in de mate dat ze niet in strijd zijn met de sharia. In 2009 kwam het OIC slechts enkele stemmen te kort om hun doel te bereiken via de VN, namelijk het wereldwijd bannen van alle kritiek op de islam en de facto op de sharia, en dus op de positie van de vrouw in de islam. De beruchte anti-blasfemie resolutie vormt voor vrouwen wereldwijd een bedreiging. De spagaat waar de VN in zitten is verscheurend: sinds april 2010 is Iran zelfs lid van de Commissie voor de Status van de Vrouw. Laat ons hopen dat de niet-islam landen kracht putten uit de actuele gebeurtenissen, en dat de bevolkingen van de OIC landen zelf, in het zog van de huidige bevrijdingsbewegingen, weerstand gaan bieden tegen die anti-emancipatie plannen.

Drie wensen

Het is moeilijk laveren tussen de grote woorden van de VN en de gezelligheid van het plaatselijk feestje. Zoekend naar de juiste maat heb ik voor de nabije toekomst drie wensen voor vrouwen in Vlaanderen en België.

(1) Ik hoop dat de wet in verband met quota voor vrouwen in raden van bestuur van overheidsbedrijven en beursgenoteerde bedrijven er niet komt. Quota ontnemen vrouwen hun legitimiteit. Quota pakken de troeven af van vrouwen die in aanmerking komen voor de bedoelde posten, ze beschadigen hen, met blijvende gevolgen voor alle vrouwen.
Na de emancipatiegolven van de jaren 70 en 80 is het nog niet zo lang dat er voldoende vrouwen zijn die in raden van bestuur zouden kunnen zetelen. De rijping duurt minstens een generatie. Nu vrouwen (eindelijk) zoveel troeven verzameld hebben wil men hen – bij wet – het vermogen ontnemen om hun troeven, hun bekwaamheid, uit te spelen. Als men zegt dat het anders nog veel te lang zal duren gelooft men blijkbaar niet in de redelijkheid van de eigen argumenten.

(2) Ik hoop dat binnen de VRT de programmamakers zullen aantonen dat quota hen het werk lastiger maken en vrouwen vernederen. Hopelijk zal het niet lang duren vooraleer de quota-regeling wordt ingetrokken. Niet “een vrouw omdat het moet” maar wel “zeg niet te gauw er is geen vrouw”. Zoek haar, omdat jij en zij dat willen, en omdat de maatschappelijke realiteit haar opdringt.
Sinds jaren draag ik cijfers aan om programmamakers te overtuigen meer vrouwen in hun programma’s te brengen en vrouwen en mannen niet stereotiep voor te stellen. Nu redacties en programmamakers zichtbaar zo hun best aan het te doen zijn (en ja, alles kan beter, en vooral slimmer) gaat men hen quota opleggen. Quota in de media zijn voor mij een belediging voor vrouwen en ook voor programmamakers en redacties.

(3) Ik hoop dat in de loop van het komende jaar het Grondwettelijk Hof zal besluiten dat het gemeenschapsonderwijs (GO !) mag beslissen dat er in GO !-scholen geen hoofddoeken of andere religieuze symbolen mogen worden gedragen. Indien dit niet het geval is dan dienen de volksvertegenwoordigers dringend het kader te schetsen waarbinnen een hoofddoekenverbod toelaatbaar is (om het met Etienne Vermeersch te zeggen). In de geest van de Internationale Vrouwendag kom ik op voor goed onderwijs voor alle meisjes, zonder dat ze gehinderd worden door sociale druk, religieuze beperkingen of persoonlijke gewetenskwesties. Maak een algemene maatregel, zodat de meisjes mee kunnen met de emancipatiegolven die dankzij goed onderwijs (gelukkig) niet tegen te houden zijn.

Ja, het draait allemaal om degelijk onderwijs, zelfbeschikking en vrijheid.
Emancipatie dus. Op 8 maart 2011 heb ik het gevoel dat daar indringend moet aan herinnerd worden.

Magda Michielsens
(De auteur is dr. in de moraalwetenschap en doceerde Vrouwenstudies aan de universiteiten van Nijmegen en Antwerpen)