Een pleidooi voor het recht op een waardig levenseinde

24 01 2011

De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig  Levenseinde (NVVE) deed een haalbaarheidsstudie om te peilen of Nederland klaar is voor een ‘levenseindekliniek’. Uit de studie blijkt dat zo een kliniek maatschappelijk gedragen wordt, meer zelfs, ziekenhuizen zijn bereid mee te werken aan zo een kliniek. Maar waarom een levenseindekliniek als er al een euthanasiewet is? Een terechte vraag want Nederland heeft net als België een euthanasiewet, een relatief goede wet trouwens.

De Belgische wet laat euthanasie toe voor terminale patiënten na een eenvoudige en strikte procedure. Voor niet terminale patiënten is de procedure strenger.
En er bestaat een procedure voor patiënten die niet meer bewust zijn. Spijtig genoeg beperkt de wet zich in dit geval tot patiënten die in coma liggen. In tegenstelling tot wat velen denken, en vooral hopen, is onze wet niet van toepassing voor mensen met dementie. Wat je ook in je wilsverklaring stipuleert: onomkeerbare hersenaandoeningen die leiden tot verworven wilsonbekwaamheid  vallen niet binnen de wet.

Maar hoe goed onderbouwd deze wet ook is, hoe maatschappelijk gedragen en algemeen aanvaard ze ook is, na 8 jaar praktijk stuit de wet meer en meer op tegenkanting. Deze  komt niet van de samenleving, niet van de patiënt maar wel van bepaalde zorginstellingen die euthanasie weigeren na een beslissing van hun ethisch comité. Tot nu toe is er nog geen enkel juridisch precedent dat deze handelswijze laakt. De vraag is of die weigering op morele gronden binnen de muren van de instelling (en dus niet door een individuele arts) wel kan?  Is deze weigering niet in strijd met onze euthanasiewet en de wet op de patiëntenrechten? En, meer nog, kan een ziekenhuis, dat werkt met de subsidies van de federale overheid, een wet van diezelfde overheid de facto niet uitvoeren?

Maar het meest schrijnende is dat er dan patiënten in de kou blijven staan omdat een arts niet durft te handelen uit angst zijn of haar job te verliezen. In Nederland hebben ze dit al langer door. En pragmatisch Nederland zou Nederland niet zijn als de rangen niet gesloten werden. NVVE heeft een goed onderbouwd dossier voor een levenseindekliniek voorbereid. Ze deden een bevraging en komen nu met de resultaten. De levenseindekliniek zal geheel binnen de grenzen van de euthanasiewet opereren en zo een oplossing bieden voor die patiënten die in de kou blijven staan.

Ook in België zitten we niet stil. LEIF (LevensEinde InformatieForum), RWS (Recht op Waardig Sterven) en politici reageren regelmatig op wantoestanden die bewijzen dat onze wet 8 jaar na datum nog steeds niet correct toegepast wordt.

De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging  startte ook met een petitie (www.h-vv.be) voor een verdere verfijning en uitbreiding  van de wet. Een werkgroep bereidde een ronde tafel voor met specialisten. Twee punten werden uitvoerig besproken: hoe kunnen we ervoor zorgen dat patiënten die in de kou blijven staan (binnen de euthanasiewet) toch geholpen worden? Een levenseindekliniek of de zorginstellingen die weigeren niet meer subsidiëren? En wat met de zelfdodingsvraag gebaseerd op ondraaglijk psychisch lijden – hier bewandelen we een erg delicaat  pad –  wat met een vraag om hulp bij zelfdoding? Moet er een suïcidecentrum komen zoals in Zwitserland?

We zijn er ons perfect van bewust dat er een aantal patiënten tevreden zal instemmen met het voorstel de euthanasievraag te laten vallen en voor sedatie te kiezen. Wie zijn wij om anders te oordelen als de patiënt hier ook écht voor kiest? Andere patiënten zijn nog voldoende mondig of ‘fit’ dat ze naar huis kunnen gaan om euthanasie te krijgen wanneer het in de zorginstelling wordt geweigerd. Maar er blijven  patiënten die nergens terecht kunnen, omdat de medische zorg te technisch is om naar huis te kunnen gaan of omdat er geen thuis is. Voor deze mensen kan een goed uitgebouwde, professionele en warme levenseindekliniek een oplossing bieden, net zoals sommigen tijdens hun laatste dagen  voor terminale zorg naar een palliatieve eenheid worden verwezen. En dat alles voor euthanasievragen die binnen ons wettelijke kader vallen.

Alleen vindt HVV dat ook de vraag om hulp bij zelfdoding ter harte moet worden genomen. Ondanks een warmere samenleving, een optimalere zorg, meer aandacht voor preventie zal het probleem van zelfdoding niet volledig verholpen zijn. HVV is ervan overtuigd dat een levenseindekliniek ook hier, in uitzonderlijke gevallen, een oplossing kan bieden voor degenen die anders, op een gruwelijke manier, hun einde kiezen.

Jacinta De Roeck, directeur HVV en gewezen senator
Peter Algoet, coördinator ‘werkgroep suïcide’
Wim Distelmans, professor palliatieve geneeskunde VUB

Advertenties




Wilders, fascisme, en de erfenis van de Verlichting

6 01 2011

Jan Blommaert

Rechtse taboes

Er is de laatste maanden in Nederland nogal wat te doen over een klein boekje van Rob Riemen, De Eeuwige Terugkeer van het Fascisme (Atlas 2010).

In dat boekje noemt Riemen Geert Wilders een fascist.
Hij doet dat na een rondgang langsheen een ruim aantal schrijvers en filosofen, van Camus over Ortega y Gasset tot en met Thomas Mann en Menno Ter Braak.

Ressentiment, rancune, gecultiveerde haat tegenover een kleine categorie van zondebokken, moreel en ideologisch nihilisme en de cultus van het oppervlakkige, en de doctrine van de menselijke ongelijkheid: deze zaken definiëren voor Riemen het fascisme en Wilders voldoet volmaakt aan deze criteria; hij is dus een fascist.
Alhoewel, dat is problematisch, want op de term fascisme kleeft een taboe.

Dus “zo kunnen we nu constateren dat wat evident een opleving van het fascisme in onze samenleving is, zo toch niet genoemd mag worden”.
Riemen wil niet provoceren met zijn boekje, maar hij wil de dingen wel benoemen zoals ze zijn. Parler Vrai, met andere woorden – iets waar mensen als Wilders anders bepaald niet vies van zijn.

Jan Blommaert is Hoogleraar Taal, Cultuur en Globalisering aan de Universiteit van Tilburg, en Directeur van Babylon, Center for the Study of the Multicultural Society aan dezelfde universiteit.

U kunt het ganse artikel dat ons door hem is toegestuurd bekijken via volgende link: wilders-fascisme-en-verlichting





Zelfdoding. Een anonieme getuigenis.

4 01 2011

“Het is niet dat ik niet meer wil leven. Het is dat ik niet meer zó wil leven”

In Vlaanderen plegen relatief zeer veel mensen zelfmoord en toch blijft daarover praten nog altijd taboe. HVV, dat liever over ‘zelfdoding’ spreekt, wil dit taboe en het eenzijdige discours van louter preventie doorbreken. Wel met begrip voor de pijn van de nabestaanden, maar tevens met respect voor hen die de beslissing namen uit het leven te stappen. Als vereniging wensen wij in te zetten op zingeving en gemeenschapsvorming en op het door-denken van zelfdoding. Alvast een begin hiertoe via onderstaand interview met een persoon die recent een mislukte poging heeft overleefd. De persoon in kwestie wou anoniem blijven. De voornaam is fictief.

Het Vrije Woord: Je hebt een tijdje geleden een ernstige poging ondernomen om zelfmoord te plegen maar dat is niet gelukt. Bij zelfdoding is bij veel mensen de eerste vraag: “Waarom toch?” Kun je hierop nu, na je poging, een antwoord formuleren?

Marleen: Ik denk dat het voor veel mensen wel duidelijk zou zijn, maar begrijpelijk of aanvaardbaar? Al die jaren vechten om ‘normaal’ te worden, al die emoties of gebeurtenissen die ik maar niet kan of wil plaatsen, het niet vinden van een levenszin of -doel, het niet vinden of kunnen aanvaarden van mezelf, de ‘psychiatrische’ ‘problemen’, altijd maar verschillende ‘diagnoses’,… En nu zou ik een persoonlijkheidsstoornis hebben die verschillende van de vorige ‘diagnoses’ bevat, namelijk borderline. En dan de psychiatrische opnames, het niet weten of willen wat doen, faalangst, geen zelfvertrouwen, geen zelfbeeld, steeds alles in twijfel trekken, te veel interesses,… Nu vastzitten door de jarenlange invaliditeit maar eigenlijk niet meer kunnen, paniekaanvallen, concentratieproblemen, geheugenproblemen, isolement door schaamte ‘het leven niet aan te kunnen’, constant vechten om op te staan, verder doen, ‘normaal’ willen doen, niets willen laten merken aan de buitenwereld – maar dit werd steeds moeilijker, vandaar mijn bewuste isolatie – , gebrek aan steun, de (eigen) druk het zelf te moeten kunnen of doen, enorme zelfhaat, mezelf een ‘alien’ voelen, de ‘overtuiging’ dat ze beter af zouden zijn zonder mij, aangezien ik vroeger altijd alles deed en nooit nee zegde, voor mijn broer, mijn nichten, maar nooit voor mezelf iets deed en nu niets meer kan en me compleet van hen afsluit, heel veel onbegrip. Maar moet je constant leven naar ‘verwachtingen’ en steeds ‘aanpassen’ en ‘ja-knikken’, doen alsof alles ok is, niet laten merken dat je je daar niet goed bij voelt… Is het inderdaad egoïsme als je dat niet meer wil? Verwendheid? Werkt het leven nu eenmaal zo? Heb ik wel psychiatrische problemen? Ok, ik had een behoorlijk problematische kindertijd en er zijn héél veel ‘abnormale’ gedragingen. Maar al die diagnoses, alle therapieën, het helpt allemaal niet… Of wil of kan ik me niet laten helpen? Werk ik tegen, wil ik deze toestand in stand houden, hoe ondraaglijk die ook is? Heb ik te veel angst voor verandering? Ben ik compleet verkeerd bezig en zit ik vast in de ‘medische’ mallemolen? Maar wat is het alternatief? En inderdaad dan ‘kies’ ik voor de dood. Ik ben het vechten zo moe…

HVW: Zeer moeilijk is ongetwijfeld het feit dat de poging mislukt is. Kun je iets meer vertellen over hoe je je voelt bij het feit dat je nog leeft?

Marleen: Dat is zeer moeilijk te beschrijven. Ik voel me gevangen in het leven. Ik heb nog meer gefaald want zelfs dat kan ik niet, uit het leven stappen. De plannen en gedachten van hoe ik het toch in hemelsnaam definitief zou kunnen doen, blijven constant spelen. Maar ik moet deze bannen van de psychiater want het zou “maar een symptoom” zijn en geen èchte wens! Men zegt mij dus dat mijn zelfmoordneigingen symptomen zijn waar ik vanaf moet. Maar ik kan maar kiezen voor het leven als er zin is. “U mag dat niet voeden”, zegt de therapeute. “Daarom wil ik er met u niet over praten. Omdat dat uw gedachten alleen maar voedt.” Dan zeg ik: “Maar ja, door er misschien juist over te praten, kan u me tonen dat het niet hoeft?” “Neen!”, zegt de therapeute. Dat wil ze dus niet. Het is gewoon een symptoom. Ik moet dat aanvaarden. Het is zoals het is. En ik mag daar niet op ingaan. Zoals in de mindfulness, weet je wel: je laat je gedachten passeren (lacht) en je geeft er geen aandacht aan. Zèèr gemakkelijk allemaal.

HVW: Geslaagde zelfdodingen hebben natuurlijk met de sterkte van het motief te maken, maar ook met de gebruikte middelen. Welk middel heb jij gebruikt en is er dan een verband met het feit dat de poging niet gelukt is?

Marleen: Ik ben niet zo zeker of het slagen te maken heeft met de sterkte van het motief. Het moest nu ècht lukken. Het was mijn best geplande poging ooit, met ‘back-up’! Eerst heb ik me op verschillende plaatsen proberen op te hangen in mijn appartement. Dat kon alleen aan de lampen en die zijn allemaal losgeschoten… Ik was duidelijk te zwaar dus. Dan de ‘back-up’: alle medicatie ingenomen die ik liggen had, en dat was wel een pak, want ik had net al mijn nieuwe voorschriften opgehaald. Niet met de bedoeling daardoor te sterven, want dan had ik er enkele andere zaken moeten in steken, maar met de bedoeling zo snel mogelijk bewusteloos te worden of in slaap te vallen, wachten tot je je voelt ‘wegzakken’. Dan de zak over het hoofd, stevig vastknellen en dan zou ik bewusteloos moeten geworden zijn of in slaap moeten gevallen zijn alvorens te stikken. Op de een of andere manier werd ik toch weer alerter. De angst, de adrenaline? In ieder geval raakte ik serieus in paniek toen ik begon te stikken. Bewust stikken is verschrikkelijk en dan heb ik in paniek de zak stukgescheurd. En dan nog meer paniek: al die pillen… niet dodelijk, maar welke effecten? Want dat is mijn grootste angst bij het plannen: niet slagen maar achteraf met zware gevolgen zitten. Dus uiteindelijk maar de 112 gebeld, nog naar beneden kunnen gaan, daar heel fel beginnen braken – wat blijkbaar mijn ‘geluk’ geweest is –  en dan bewusteloos gevallen. Ik hoorde wel net de ambulance en de MUG aankomen. Dan is het een gat tot in de spoed en de dreiging tot collocatie, zeker aangezien ze ook mijn automutilatie hadden gezien en de ‘ernst’ van de poging… Alles was ook gepland qua achteraf ‘gevonden worden’ en zo. Dat het niet iemand zou zijn die me kende.

HVW: Een van de cruciale kwesties bij preventie van zelfdoding gaat over de alternatieven: wie overgaat tot zelfdoding, ziet geen alternatieven meer. Klopt dat? Hoe zit dat bij jou?

Marleen: Ik zie inderdaad geen alternatieven meer. Ik voel me gevangen in het leven en vooral in het eerder genoemde ‘vastzitten’ door de jarenlange invaliditeit.

HVW: Zin, zingeving en een zinvol bestaan, met daarbij letterlijk een gevoel van voldoening, van erkenning. Is het zo dat die twee facetten zouden maken dat, als je die vindt en voelt, je eindelijk af bent van dat zogenaamd symptoom, van die zogenaamde goesting om er niet meer te zijn?

Marleen: Ik denk het wel, maar het probleem is dat je daar maar met heel weinig mensen, zoniet met niemand kunt over spreken. Aan de Zelfmoordlijn hoor ik te dikwijls gekende clichés, maar ook ongehoorde reacties. “En waarmee kunnen we u helpen?” en “U zal het nu wellicht moeilijk hebben…”. Dan gooi ik de telefoon dicht! In de therapeutische setting leven nog vooroordelen in de trant van “Zelfmoord plegen is egoïstisch.” en “Je leven staat in dienst van anderen.” What the hell!? Wat ik nodig heb, heeft te maken met zingeving en met ernstig ingaan op mijn zelfmoordneigingen. Dat vind ik niet in de wereld van de therapeuten. Het is niet dat ik niet meer wil leven. Het is dat ik niet meer zó wil leven. Het samen verder en dieper exploreren van de doodswens is ontzettend belangrijk voor suïcidepogers. Dat wordt te weinig gedaan in de zelfmoordpreventie.

HVW: Geloof jij zelf dat iemand echt kan verlangen naar de dood, echt liever en langdurig kan willen er niet meer te zijn, veel liever dan er wel nog te zijn? Dat ‘er niet meer te zijn’ voor betrokkene eigenlijk beter is dan ‘er wel nog te zijn’?

Marleen: Héél overtuigd ja!

HVW: Er wordt maatschappelijke druk uitgeoefend op mensen. Stel dat die druk minder wordt of wegvalt. Zou je je dan beter voelen en is dat een voldoende reden voor jou om toch voor het leven te kiezen?

Marleen: Dat is het juist wat ik nu aan het zoeken ben. Het bizarre is dat ik wel blijf zoeken. Vooral door veel te lezen… Ik lees gigantisch veel. Ik zoek enorm. Ik wil er  wel ergens zijn, voor mijn broer bijvoorbeeld. Hij verwacht nu een tweede kind en hij zet daarmee zoveel druk op mij… Hij zegt dan: “Doe het dan voor die kinderen. Je ziet zo graag kinderen.” Daar komt nog bij dat ook een vriendin van mij zelfmoord heeft gepleegd. Ik heb er alles aan gedaan om haar ‘tegen te houden’. Dat zit in elke mens, zeker? En net op die dag was het dan weer een jaar geleden dat haar vriend zelfmoord had gepleegd. Ik krijg er weer helemaal kippenvel van. Nu heb ik echt zoiets van: “Ik wil het eens een kans geven, zodanig dat de zelfmoord van mijn vriendin niet helemaal voor niets is geweest.” Of dat een goeie motivatie is of niet, weet ik niet.

HVW: Kristien Hemmerechts schrijft in haar boek ‘De dood heeft mij een aanzoek gedaan’ het volgende: “Ik ben een blanke vrouw van drieënvijftig en ik overweeg mijn leven af te ronden. Voilà, het staat in al zijn kuisheid op papier. We plegen geen zelfmoord, we ronden het af.”  Wat roept dat bij je op?

Marleen: Jaloezie! Maar ik zou het zo graag kunnen afronden met ‘begrip, aanvaarding en steun’ van mijn familie, vooral van mijn broer. Dat ik afscheid zou kunnen nemen en dat hij er ook een zekere vrede in vindt.

HVW: Wat vind je van iemand die zegt “Er scheelt niets met mij, ik ben kerngezond en toch wil ik eruit stappen.” We kunnen deze situatie ‘levensmoeheid’ noemen. En vind je dat iemand hulp bij zelfdoding moet kunnen krijgen in zo’n geval?

Marleen: Zéér moeilijke vraag… Voorlopig heb ik daar geen antwoord op.

HVW: Hoe sta je tegenover andere mensen die zelfdoding overwegen: heb je het gevoel die mensen te willen helpen of heb je eerder het gevoel ze gelijk te willen geven?

Marleen: Eigenlijk beide… Ergens heb ik de neiging om te proberen alternatieven te helpen zoeken. Niets opleggen of zeggen “Je hebt toch dit of dat!?” Maar ook zeer veel begrip tonen en proberen het te willen verstaan. Maar hen gelijk geven is nog iets anders… Ik wil daar zeker bij niemand op aansturen of zo… Wel hen proberen te begrijpen en te steunen, maar over de keuze of beslissing heb ik geen recht van oordelen.

HVW: Is het zo dat een zelfmoord in de meeste gevallen geen kwestie is van een ‘rationeel weloverwogen besluit tot afronding van het leven’, maar veeleer een ‘emotioneel geen uitweg meer zien en dus radicaal dit leven stopzetten’?

Marleen: Volgens mijn psychiater wel en dat moet ik zo in mijn hoofd ‘programmeren’. Volgens mij kan het echter wel een zéér rationeel weloverwogen besluit zijn. Eerlijk gezegd is het bij mij wel gebaseerd op allerlei ‘emotionele onmogelijkheden’… De kunst is voldoende metgezellen-mensen te vinden om zo samen zinvol de weg van het leven op te gaan. Dan voel je pas hoe hard je de anderen eigenlijk nodig hebt. Terwijl ik al heel wat jaren enorm afgezonderd leef en de enige mensen die ik zie de therapeuten zijn, die dan nog niet aan mijn verwachtingen voldoen want waarmee ik nog niet kan praten over de dingen waar ik eigenlijk zelf wil over praten… Maar ik ga iets moeten doen, hè. Desnoods gebruik ik even zenmeditatie. Maar als ik ooit op een levenspad ga geraken, ga ik wel bij iemand moeten gaan die aandacht besteedt aan zingeving en zo van die dingen, want bij therapeuten vind ik het niet. Therapeuten gaan mij niet op het levenspad krijgen.

HVW: En wat dan met hulp bij zelfdoding: is dat gepast of net ongepast? Voor wie kan het wel nuttig zijn en voor wie niet?

Marleen: Zéér moeilijke vraag natuurlijk. En ik ben serieus bevooroordeeld. Ik zou het wel gepast vinden omdat je dan ‘zekerheid’ hebt en geen risico loopt op ‘nare gevolgen’. Maar nuttig voor wie? Zeker voor (fysisch) ongeneeslijk zieken en dergelijke, ouderen in ‘onleefbare’ omstandigheden, maar waarom ook niet voor mensen met zwaar psychisch lijden?

Peter Algoet, Coördinator Cel Educatie en Maatschappij van HVV.





Psychosociaal welzijn en sociaal werk op Cuba

4 01 2011

Al decennialang spreekt Cuba tot de verbeelding, sinds Fidel Castro en de zijnen een revolutie ontketenden tegen generaal Batista en het eiland op marxistische leest organiseerden. Cuba blinkt uit in sociale voorzieningen. Maar is Cuba ook geen dictatoriaal regime, waar armoede bestaat en waar vrije meningsuiting en vakbondsvrijheid aan banden worden gelegd? Het Cubaanse regime kent dus voor- en tegenstanders. In volgend artikel laten we een voorstander aan het woord.

Psychosociaal welzijn en sociaal werk op Cuba

Internationale instellingen als de Wereldgezondheidsorganisatie, UNICEF, enz. tonen met objectieve cijfers aan dat Cuba op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs indrukwekkende resultaten boekt: een kindersterfte van vijf per duizend (eerste vijf levensjaren), een levensverwachting van 78 jaar, een alfabetiseringsgraad van bijna 100%. De verleiding is groot om hier uit te pakken met een lange lijst met het aantal houders van een universitair diploma, aantal dokters per inwoner, aantal leraars, enz. en dat te vergelijken met de rest van Latijns-Amerika of de rest van de wereld. Nog een opmerkelijke vaststelling: Cuba heeft de millenniumdoelstellingen bereikt, in tegenstelling tot vele andere landen, die vaak over heel wat meer middelen beschikken.

Economische klap

Men mag inderdaad niet uit het oog verliezen dat het gaat om een landje met zeer beperkte middelen, dat in de jaren negentig een zeer grote economische klap kreeg door het verdwijnen van zijn traditionele handelspartners (USSR en Oost-Europa) en dat het behalve de verwoestende doortochten van orkanen ook nog het hoofd moest bieden aan de gevolgen van de wereldcrisis (dalende inkomsten uit de export en stijgende importprijzen). En dan heb ik nog niets gezegd over de economische, financiële en commerciële blokkade door de Verenigde Staten van Amerika, die Cuba miljarden dollars kost.

Professionele aanpak

Feit is dat de Cubaanse overheid massaal in het psychosociaal welzijn van haar burgers investeert. Het zwaartepunt ligt bij leraars en gezondheidswerkers, maar daarnaast is er – buiten de vrijwilligers die bv. de Vrouwenfederatie (FMC) of de wijkcomités (CDR) mobiliseren – een bijzondere categorie die een vooraanstaande rol speelt: de sociale werkers.

Net zoals in andere landen is ook in Cuba het sociaal werk geëvolueerd van een – vaak door de kerk georganiseerd – paternalistisch oplapwerk in de marge naar een geprofessionaliseerde en multidisciplinaire aanpak. Niet meer in een caritatieve sfeer, maar als onderdeel van een socialezekerheidssysteem. De institutionalisering raakt er vanaf 1998 in een stroomversnelling. In die periode gaat Cuba gebukt onder een zeer zware crisis door het wegvallen van zijn handelspartners in de USSR en Oost-Europa. Fabrieken liggen stil bij gebrek aan grondstoffen, wisselstukken of energie. Vele jongeren maken hun school niet af en hangen maar wat rond, soms in de hoop een rijke toerist te versieren.

Perspectief

De overheid, aangespoord door Fidel Castro, zet allerlei programma’s op het getouw. Jongeren die hun studies afronden krijgen een studieloon, en velen onder hen kunnen nadien een opleiding volgen van sociale werker. Ze gaan van deur tot deur om de leefomstandigheden van de mensen precies in kaart te brengen, ze helpen bij de massale vervanging van gloeilampen door spaarlampen en energievretende koelkasten door zuinige exemplaren. Ze worden ingezet in de strijd tegen corruptie: ze vervangen tijdelijk het personeel in benzinestations of rijden mee op de bus om erover te waken dat de inkomsten ook effectief bij de Staat terechtkomen, die ze broodnodig heeft om duizend en één dingen te subsidiëren.

Op die manier slaat Cuba drie vliegen in één klap: ze biedt werkloze jongeren een perspectief, ze verfijnt het netwerk om de sociale problemen in kaart te brengen en kan ze efficiënt aanpakken. Helemaal niet slecht voor een derdewereldland.

Erwin Carpentier

Vertaler, vakbondsmilitant en bestuurslid van Iniciativa Cuba Socialista (ICS), waarvoor hij o.a. bijdragen publiceert op de website http://www.cubanismo.net en waarvoor hij inleefreizen naar Cuba organiseert.