Over de aanpassing van de abortuswet

14 04 2010

Op 3 april 1990 werd in België de wet Lallemand-Herman-Michielsens van kracht, waardoor vrouwen die zich in een noodsituatie bevinden hun zwangerschap kunnen laten afbreken tot en met de twaalfde week – of de veertiende week na de laatste menstruatie. De Belgische abortuswet werd dus onlangs twintig jaar oud. Een verjaardag die niet iedereen wilde vieren, zo bleek. In het weekend van 27 en 28 maart vond er in Brussel een ‘Mars voor het leven’ plaats. Een 1700 betogers, vergezeld door aartsbisschop Léonard, protesteerden daarmee tegen het recht op abortus. De organisatoren wilden “de stilte breken rond het lijden en de psychische gevolgen waarmee vrouwen af te rekenen krijgen na een abortus, die ze vaak tegen hun zin en door economische, sociale, familiale of medische druk ondergingen”. Een reactie volgde snel, want op 1 april trok er een ‘Mars voor het recht op abortus in Europa’ door de straten van Brussel. Deze manifestatie werd georganiseerd door de Unie van Vrijzinnige Verenigingen en tal van vrouwenorganisaties, en hield halt voor de ambassades van enkele landen waar abortus nog steeds illegaal is, zoals Polen en Ierland.

Het abortusdebat is daarmee helemaal terug van weggeweest. Intussen hebben ook verschillende politici al van zich laten horen in de kwestie. Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx denkt erover om de wettelijke termijn waarbinnen een zwangerschap kan worden afgebroken te verlengen. Volgens de minister zouden jaarlijks een duizendtal vrouwen die een abortus wensen (op een totaal van 18000 abortussen), worden doorverwezen naar het buitenland, omdat ze al langer dan twaalf weken zwanger zijn. De Gentse gynaecologe en SP.A-senatrice Marleen Temmerman vindt ook dat de huidige wet op sommige punten herbekeken kan worden, maar wil eerst zo objectief mogelijk vaststellen hoe vaak precies wordt doorverwezen naar het buitenland. Pieter Marechal, de voorzitter van Jong CD&V, laat zich, het mag gezegd, van een erg scherpzinnige en redelijke kant zien. Hij is niet te vinden voor een verlenging van de wettelijke termijn, maar toont zich niettemin bereid tot een constructieve dialoog over een aantal andere aspecten van de abortuswet. Iedereen lijkt het er in elk geval over eens te zijn dat er maximaal moet worden blijven ingezet op sensibiliseren en preventie.

Wat valt er nu eigenlijk nog ten goede te veranderen aan de huidige wet? Als inderdaad blijkt dat jaarlijks een duizend vrouwen door de Belgische gezondheidszorg in de steek worden gelaten omdat ze te laat opmerken dat ze zwanger zijn (en dit kan om verschillende redenen gebeuren, bijvoorbeeld door een onregelmatige cyclus), dan heeft een discussie over de verlenging van de wettelijke termijn zeker zin. Algemeen wordt aangenomen dat een foetus levensvatbaar is – dus eventueel buiten het lichaam van de moeder kan overleven – vanaf 22 weken. Dat is ook de limiet die momenteel in Nederland wordt gesteld.

Verder kan er misschien eens nagedacht worden over de formulering van de wet. ‘Noodsituatie’ bijvoorbeeld, is wel een erg hol woord. Als een vrouw aangeeft dat ze geen kind wil omdat ze zichzelf niet klaar acht voor het moederschap, geldt dit dan als een persoonlijk motief? Of betekent het dat ze de sociale of financiële druk niet zal aankunnen? Vormen deze zaken in een mensenleven in feite niet altijd een onontwarbaar kluwen? Misschien kan de wet beter spreken over ’vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken’, zonder meer.

We moeten proberen om, als vrijzinnig humanisten, het debat zo redelijk en correct mogelijk te voeren. Dat zou alvast meer zijn dan wat Léonard doet, wanneer hij abortus vergelijkt met pedofilie, en zo het werk dat mensen in abortuscentra verrichten op één lijn stelt met het najagen van perverse persoonlijke genoegens. Of Michel De Keukelaere van de ‘Mars voor het leven’, die in Knack geen onderscheid weet te maken tussen abortus en vrouwenbesnijdenis. HVV wil meer intellectuele eerlijkheid aan de dag leggen en is tevreden dat de discussie geopend is.

Marijn Van Dyck
educatief medewerker HVV

Advertenties

Acties

Information

4 responses

14 04 2010
Lebrocquy Huguette

Het is zeker een goede zaak dat vrouwen tegenwoordig de mogelijkheid hebben hun zwangerschap te onderbreken om diverse redenen , en zeer zeker zijn vele daarvan door ons Humanisten te begrijpen (verkrachting, incest enz.)
Maar ergens wringt er bij mij toch iets als men dit te veel dreigt te veralgemenen.Een paar generaties terug “kreeg” men ook kinderen, soms ver boven het aantal dat men zelf zou gewenst hebben, en ze werden in de meeste gevallen met liefde aanvaard. Immers, “zou men honger lijden om een mondje meer?”
Nu kunnen sommige vrouwen b.v. een derde kind “niet meer aan”…Is er geen gevaar dat men de huidige oppervlakkigheid en materialisme in de hand kan werken als al te gemakkelijk , en ver boven de periode dat het nog voor de moeder veilig is (boven 3 maanden)een zwangerschap afbreekt?
Misschien volgt er nu een stortvloed van verontwaardigde reacties, zo van : “wil je nu de vooruitgang tegenhouden?” maar ik kan het toch niet laten de vrouwen van vroeger te bewonderen, die zelfs in oorlogstijd de moed hadden in hun gezin hun ongewenste kind(eren) toch met liefde te ontvangen.Kan men dat nu niet meer?

’t Is zo maar een gedachte…

25 05 2010
Wim Moreels

1. Iets wat in veel teksten over abortus opvalt, is dat er niet, of nauwelijks, over het ongeboren kind wordt gesproken.

Een vraag die ik wil opwerpen op dit forum: hoe moet ik begrijpen dat in een humane samenleving het zelfbeschikkingsrecht van de ene persoon (in dit geval een vrouw die ongewenst zwanger is), via wetgeving dermate benadrukt worden dat het de onderdrukking (in dit geval: de dood) van een ander betekent?

Het lijkt me soms alsof alleen maar religieuze groeperingen een stem willen geven aan het ongeboren leven.
Waarom komt er vanuit de hoek van het vrijzinnig humanisme – toch een voorvechter voor gelijke kansen en mensenrechten – geboren én ongeboren – geen sterk signaal hierrond?

2. Rond het eventueel optrekken van de leeftijd wil ik noteren: als we naar 22 weken gaan, komen we zeer dicht bij de leeftijd waarbij een foetus levensvatbaar wordt. We komen dan tot een beknellend ethisch spanningsveld: op de ene plaats wordt een “foetus” geaborteerd, op een andere plaats (misschien niet ver daar vandaan) wordt door man en macht op de afdeling neonatologie gevochten om het leven van een te vroeg geboren kind in leven te houden.
Het willen optrekken van de leeftijd, zal mijns inziens onlosmakelijk dienen gekoppeld te worden aan een nieuwe ethische bezinning rond de gehele abortus problematiek en wetgeving.

3. Het begrip “noodsituatie” dient in de wet zeker geherdefinieerd te worden, en versmald te worden. Op dit moment worden in België jaarlijks zo’n 18.000 abortussen uitgevoerd. Daarmee scoort Belgie niet slecht in vergelijking met andere landen. Evenwel, dit cijfer houdt ook in, dat er dagelijks in 50 concrete situaties beslist wordt dat zich ontwikkelende leven abrupt moet stoppen. Het is toch haast onmogelijk dat het hier telkens om 50 situaties gaat waarin het kind op geen enkele manier een menswaardig bestaan/opvoeding gaat kunnen krijgen? Het toont voor mij zeer duidelijk dat het begrip “noodsituatie” te vaak een lege doos is. En dus m.i. dringend scherper dient afgelijnd te worden (vgl euthanasie waar de voorwaarden wél duidelijk omschreven en toetsbaar zijn)

Wim Moreels

14 06 2010
Björn Siffer

De kern van de zaak ligt inderdaad in de vraag: “Vanaf wanneer is er sprake van een ‘persoon’ die gedood wordt?” Ik wil daar ook niet te romantisch over doen, het argument van een “onschuldig levend wezentje dat gedood wordt” is volgens mij wetenschappelijk niet correct.

5 08 2010
Rudi De Cock

Ik sluit me aan bij Wim Moreels en wens me af te zetten tegen de stelling dat het argument van “onschuldig levend wezentje doden” wetenschappelijk incorrect zou zijn. Dat is een echte dooddoener, op vlak van argumentatie. Er is wel degelijk wetenschappelijk onderzoek verricht naar het ongeboren leven. En de foetus vertoond wel degelijk schrik- en pijnreacties bij een abortus. Zoals dat ook het geval is mocht men een levend persoon aan stukken trekken of doorboren met lansen. Dat dit leven nog niet zelfstandig kan bestaan maakt niets uit aan het zijn van een andere identiteit, een andere persoon.
De vrijzinnigheid hecht enorm veel belang aan het recht van een individu. Maar het recht tot het zijn van een individu wordt door dezelfde vrijzinnigheid ontkent als het gaat om een foetaal individu. Dan blijkt het plots slechts een hoopje cellen te zijn zonder enige persoonlijkheid of denkvermogen. Dat zou hetzelfde zijn als het gelijkstellen met een hoopje cellen van een bepaalde bevolkingsgroep.

Leven is leven, een individu is een individu, en ELK heeft recht op bestaan en om in leven gelaten te worden. Anders zie ik geen verschil tussen de eeuwen ontstaan uit de Verlichting en de tijden van de Middeleeuwen.

Als de vrijzinnigheid zou stellen dat er geen god is en dus ook geen hiernamaals dan zou het haar kerntaak moeten zijn om het leven ten alle tijde te beschermen ongeacht welk leven dit ook is!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: