Over de aanpassing van de abortuswet

14 04 2010

Op 3 april 1990 werd in België de wet Lallemand-Herman-Michielsens van kracht, waardoor vrouwen die zich in een noodsituatie bevinden hun zwangerschap kunnen laten afbreken tot en met de twaalfde week – of de veertiende week na de laatste menstruatie. De Belgische abortuswet werd dus onlangs twintig jaar oud. Een verjaardag die niet iedereen wilde vieren, zo bleek. In het weekend van 27 en 28 maart vond er in Brussel een ‘Mars voor het leven’ plaats. Een 1700 betogers, vergezeld door aartsbisschop Léonard, protesteerden daarmee tegen het recht op abortus. De organisatoren wilden “de stilte breken rond het lijden en de psychische gevolgen waarmee vrouwen af te rekenen krijgen na een abortus, die ze vaak tegen hun zin en door economische, sociale, familiale of medische druk ondergingen”. Een reactie volgde snel, want op 1 april trok er een ‘Mars voor het recht op abortus in Europa’ door de straten van Brussel. Deze manifestatie werd georganiseerd door de Unie van Vrijzinnige Verenigingen en tal van vrouwenorganisaties, en hield halt voor de ambassades van enkele landen waar abortus nog steeds illegaal is, zoals Polen en Ierland.

Het abortusdebat is daarmee helemaal terug van weggeweest. Intussen hebben ook verschillende politici al van zich laten horen in de kwestie. Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx denkt erover om de wettelijke termijn waarbinnen een zwangerschap kan worden afgebroken te verlengen. Volgens de minister zouden jaarlijks een duizendtal vrouwen die een abortus wensen (op een totaal van 18000 abortussen), worden doorverwezen naar het buitenland, omdat ze al langer dan twaalf weken zwanger zijn. De Gentse gynaecologe en SP.A-senatrice Marleen Temmerman vindt ook dat de huidige wet op sommige punten herbekeken kan worden, maar wil eerst zo objectief mogelijk vaststellen hoe vaak precies wordt doorverwezen naar het buitenland. Pieter Marechal, de voorzitter van Jong CD&V, laat zich, het mag gezegd, van een erg scherpzinnige en redelijke kant zien. Hij is niet te vinden voor een verlenging van de wettelijke termijn, maar toont zich niettemin bereid tot een constructieve dialoog over een aantal andere aspecten van de abortuswet. Iedereen lijkt het er in elk geval over eens te zijn dat er maximaal moet worden blijven ingezet op sensibiliseren en preventie.

Wat valt er nu eigenlijk nog ten goede te veranderen aan de huidige wet? Als inderdaad blijkt dat jaarlijks een duizend vrouwen door de Belgische gezondheidszorg in de steek worden gelaten omdat ze te laat opmerken dat ze zwanger zijn (en dit kan om verschillende redenen gebeuren, bijvoorbeeld door een onregelmatige cyclus), dan heeft een discussie over de verlenging van de wettelijke termijn zeker zin. Algemeen wordt aangenomen dat een foetus levensvatbaar is – dus eventueel buiten het lichaam van de moeder kan overleven – vanaf 22 weken. Dat is ook de limiet die momenteel in Nederland wordt gesteld.

Verder kan er misschien eens nagedacht worden over de formulering van de wet. ‘Noodsituatie’ bijvoorbeeld, is wel een erg hol woord. Als een vrouw aangeeft dat ze geen kind wil omdat ze zichzelf niet klaar acht voor het moederschap, geldt dit dan als een persoonlijk motief? Of betekent het dat ze de sociale of financiële druk niet zal aankunnen? Vormen deze zaken in een mensenleven in feite niet altijd een onontwarbaar kluwen? Misschien kan de wet beter spreken over ’vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken’, zonder meer.

We moeten proberen om, als vrijzinnig humanisten, het debat zo redelijk en correct mogelijk te voeren. Dat zou alvast meer zijn dan wat Léonard doet, wanneer hij abortus vergelijkt met pedofilie, en zo het werk dat mensen in abortuscentra verrichten op één lijn stelt met het najagen van perverse persoonlijke genoegens. Of Michel De Keukelaere van de ‘Mars voor het leven’, die in Knack geen onderscheid weet te maken tussen abortus en vrouwenbesnijdenis. HVV wil meer intellectuele eerlijkheid aan de dag leggen en is tevreden dat de discussie geopend is.

Marijn Van Dyck
educatief medewerker HVV

Advertenties




Het debat over het debat

9 04 2010

Op 31 maart werd op de campus van de Universiteit Antwerpen een lezing verstoord van auteur Benno Barnard. De lezing droeg als titel “Leve God, weg met Allah” en werd georganiseerd door de Vrijzinnige Dienst van de U.A. Onmiddellijk na het incident brak een storm van reacties los en over die reacties willen we het hier even hebben.

De eerste reactie die we u voorschotelen is er één van onze voorzitter, Prof. Rik Pinxten. Hij verdedigt in de traditie van Voltaire de vrije meningsuiting, ook voor hem waar hij het niet overal mee oneens is (in dit geval Benno Barnard).

We publiceren in deze Humanieuws ook graag het opiniestuk “Dialoog der beschavingen? Word wakker!’ van Mia Doornaert (artikel 2). Niet omdat Mia nu onze grote vriendin of vijand zou zijn, maar wel omdat het artikel goed illustreert op welke moeilijke lijn we balanceren. Doornaert bekritiseert volkomen terecht de vrijblijvende interculturele praatjes die her en der worden georganiseerd, maar ze reduceert de ‘dialoog der beschavingen’ onterecht tot de fatwa tegen Salman Rushdie, de moord op Theo Van Gogh en de rel met de moslimcartoons. Alsof er geen positieve tegenvoorbeelden bestaan van een ‘botsing der beschavingen’. Doornaert stelt wel terecht dat tolerantie geen dooddoener mag zijn om intolerantie te dulden en ze haalt enkele pertinente voorbeelden aan.

Uit de reacties die we ontvingen op onze steunbetuiging aan de Vrijzinnige Dienst van de U.A., waren er ook enkele die HVV in het vakje van het Vlaams Belang wilden stoppen. U kent het systeem: een organisatie uit kritiek op bepaalde strekkingen binnen de islam en dat volstaat voor sommigen om die organisatie van extreem-rechtse sympathieën te beschuldigen. Intellectueel niet correct, maar toch hardnekkig. In deze categorie past de vraag van Walter Pauli aan Geert Van Istendael en Dirk Verhofstadt: ‘Zeg eens, vinden jullie Dewinter ook een profeet? Erkennen jullie ook dat hij als eerste de juiste weg wees? Wel? Of eerlijk niet?’. Het vingertje van de kijvende oma mag u er zelf bij verzinnen. Ongetwijfeld goed bedoeld en ingegeven door een oprechte hartstocht voor de democratie, maar in het vuur van de hartstocht kan men zich al eens vergalopperen. Van Istendael en Verhofstadt wagen zich aan de intellectuele arbeid om bepaalde mistoestanden binnen bepaalde strekkingen binnen de islam te fileren en daarom moeten ze zich verantwoorden en vrijpleiten van adoratie voor Filip Dewinter. Het getuigt van een bijna mythisch respect voor dialoog dat ze het toch gedaan hebben. Ook deze briefwisseling nemen we op in deze Humanieuws (artikels drie en vier).

Tot slot brengen reserveren we, zoals het hoort, het laatste woord in deze Humanieuws voor de rector van de Universiteit Antwerpen, Alain Verschoren (artikel 5). Hij hekelt de grove taal van Benno Barnard en wijst op een concreet initiatief van zijn universiteit – de opleiding ‘Verdieping in de islamitische godsdienst’ – om ook effectief iets te doén aan de problemen die er wel degelijk zijn. Deze opleiding is bedoeld voor islamleerkrachten in het secundair onderwijs en leert hen islam in de context van onze westerse maatschappij te onderwijzen, in een poging hen buiten de invloed van radicale, onwetenschappelijke en politieke varianten van de islam te houden.

Wanneer we het debat over het samenlevingsdebat aanschouwen, bekruipt ons toch een zeer onaangenaam gevoel. Zowel tijdens de uitwisseling van de argumenten, als achteraf, wanneer het stof gaat liggen, blijft een gevoel van onbehagen. Auteurs, opiniemakers, woordvoerders van maatschappelijk geëngageerde organisaties,… bestoken elkaar met vlijmscherpe opiniestukken. Soms op niveau, soms onder de gordel, maar toch altijd met dat ene doel voor ogen: het doen lukken van het samenleven. Eén groep blijft echter op de achtergrond, bijna afwezig zelfs, en dat is de groep van de traditionele politieke partijen. Zij spreken zich zo min mogelijk uit. Zij schermen hun flanken af, zoals dat heet in het jargon. Want er zijn veel kiezers te verliezen. Mia Doornaert is politiek actief, maar ze stelt zich voor als ‘onafhankelijk adviseur van de premier’. Over de politieke kleur van Dirk Verhofstadt hoeven we niet te gissen, maar hij schrijft in naam van de ‘onafhankelijke denktank Liberales’. Enkele prominente allochtone politici, zoals Meyrem Kaçar en Selahattin Koçak, spreken zich wel uit, maar toch lijkt het dat de ‘grote politiek’ geen stelling durft in te nemen. Een sprekend voorbeeld hiervan is het hoofddekselverbod in het GO!, waar het uiteindelijk het Grondwettelijk Hof – de rechterlijke macht – zal zijn die het parlement – de wetgevende macht – zal verplichten toch duidelijke keuzes. En dat is maar juist ook, daarvoor verkiezen we onze politici toch? Wat volgt is een hypothese, maar zou het niet kunnen dat het huidige samenlevingsdebat ontspoort en leidt tot onbehagen, doordat de kleintjes onderling ruzie maken waar de groten zich afzijdig houden? Waar de groten hun verantwoordelijkheid afschuiven? Zoals de verantwoordelijkheid over de hoofddeksels op school gemakkelijkheidshalve wordt afgeschoven op de ‘autonomie van de scholen’? Is het niet zo dat de extreme stemmen in een debat enkel maar aan bod kunnen komen omdat de gematigde stemmen zwijgen? Of schuiven we liever alles in de schoenen van de media, die weten dat verbale bokswedstrijden tussen Abu Imran en Benno Barnard commercieel geen windeieren leggen? Allemaal pertinente vragen, die aanzetten tot (zelf)reflectie. Wat wij zeker vragen, zijn politici die leiderschap tonen. Intellectuelen kunnen hun rol spelen en het debat voeren en voeden. Maar op een bepaald ogenblik moeten politici daar iets mee doen en keuzes maken. Moedige keuzes, die misschien niet populair zijn bij de achterban, maar die ons land wel redden van immobilisme en achteruitgang.

HVV zal alvast de rol blijven vervullen die ze vervult. Wij verdedigen het recht op vrije meningsuiting en hopen dat dit recht niet wordt uitgehold door goedkope kretologie. Wij verdedigen het recht op godsdienstkritiek en hopen dat dit recht niet wordt uitgehold door een gratuite associatie met godsdienstfobie of extreem-rechts.

Veel leesgenot!

Björn Siffer
Woordvoerder HVV


Artikel 1 – Democratie en godsdienst, Rik Pinxten
(Rik Pinxten is voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging)

Antwerpen : Benno Barnard spreekt en een groepje “radicale moslims” tracht hem dat te beletten. Democratie is de minst slechte bestuursvorm die de mens ooit ontwikkeld heeft, zei Winston Churchill, een eigenzinnige oorlogsminister. Toch had hij een punt: het kan lijken dat beslissingen en vooruitgang traag tot stand komen, maar wat er gebeurt is wel gedragen door een groot deel van de betrokkenen. Ook worden regelmatig correcties op terreur of machtsmisbruik mogelijk in een democratie. Het groepje moslims in Antwerpen heeft het dus duidelijk verkeerd voor en  moet het proces van democratie, van woord en wederwoord, in ons land respecteren. Of ze voor hun acties moeten vervolgd worden, laat ik aan de juridische specialisten. Als ze de wet overschreden hebben, dan moeten ze gestraft worden. Dat is ook democratie, want de wet is via de verkozen parlementsleden de uitdrukking van de afspraken van en voor het volk dat in dit land leeft. Als de wet niet goed bevonden wordt, dan kan ze via dezelfde parlementsleden veranderd worden. Zo gaat dat. Democratie is immers ook een moeilijke vorm van organisatie van de samenleving. Maar het is de beste, of de minst slechte.

De lezer merkt dat ik het niet heb over Benno Barnard (uiteraard: schiet niet op de boodschapper), en evenmin over zijn standpunten in verband met de Islam. Ik heb het genoegen gehad om samen met hem te publiceren over de islam in Europa en ik deel zijn standpunten meestal niet. Soms zal ik ze ook bekampen, omdat ik vind dat dergelijke standpunten niet tot een oplossing leiden, of vooringenomen zijn, of zelfs tot permanent conflict en vernedering in een samenleving kunnen leiden en daar ben ik hartsgrondig tegen. Dat alles is echter geen reden om hem het spreken te beletten. Zonder vrijheid om je gedachte te formuleren en in debat te gaan, bestaat democratie namelijk niet. De econoom en politieke denker A. Sen (Nobelprijs Economie in 1999 en belangrijke denker rond armoede en ontwikkeling) toont haarscherp hoe publiek debat de enige mogelijke weg is om democratie te vrijwaren. Elk fundamentalisme (van westerse of andere signatuur, van communistische of religieuze aard) heeft het lastig met dat kenmerk. Precies daarom moeten democratieën ook al het mogelijke doen om dat publieke debat open te houden en dat zal dus soms betekenen dat wie de basisregels van democratie overtreedt, moet gestraft worden.  Dat debat is trouwens moeilijker dan enkel maar spreekrecht: in een democratie streven we er immers naar om beslissingen zo te nemen dat een meerderheid  ook steeds de rechten van de minderheden kent en respecteert, terwijl de minderheden de aanvaarde voorstellen van de meerderheid als norm aanvaardt.

Als humanist ben ik er diep van overtuigd dat alle mensen gelijke rechten moeten hebben en die ook ten volle moeten kunnen opnemen. In dat perspectief ben ik het hoegenaamd niet eens met verschillende standpunten van Barnard en anderen in de huidige maatschappelijke debatten. Maar opnieuw is de oplossing dan niet om te elimineren, te verbieden of het zwijgen op te leggen: ik heb dan als plicht om in debat te gaan en de meningen die ik niet deel te proberen te weerleggen. Daarin zit een zeker vertrouwen in de mens of alleszins in de mensheid. In het verbod of in het verhinderen van een boodschap zit alleen maar wantrouwen, en een maatschappij die op wantrouwen gebouwd is, zal enkel leiden naar meer wantrouwen, meer onvrijheid en onmenselijkheid.

Wat is dan de oplossing? Hoe moeilijk ook, mensen moeten samen spreken. Barnard en de ‘radicale moslims’ moeten samen spreken. Ze moeten dat veel doen, want het is in het belang van een gezonde samenleving, waarin men door elkaar te kennen elkaar ook vertrouwt.


Artikel 2 – Dialoog der beschavingen? Word wakker!, Mia Doornaert

(Bron: De Standaard 06/04/10, p.18)  (Mia Doornaert is onafhankelijk adviseur van de premier)

Twintig jaar geleden stond iedereen achter Salman Rushdie, toen die een fatwa over zich heen kreeg, schrijft Mia Doornaert. Tegenwoordig vinden weldenkende mensen het normaal dat wie zich uitspreekt tegen de islam, bescherming moet krijgen.

Het geweld werkt, zoals blijkt uit de intellectuele capitulaties, uit de enorme zelfcensuur over de islam in onze landen en media.

‘Dialoog der beschavingen’, ‘Alliance of Cultures’. Mijn ogen werden al glazig als ik dat soort uitnodigingen in de post vond. Nu staat het vast, ze gaan alle recht in de prullenmand. Ten eerste dient ‘dialoog der beschavingen’ altijd als dekmantel voor één thema: het probleem van de islam met de moderniteit. Ten tweede hebben vrijblijvende discussies van zorgvuldig en evenwichtig uitgekozen panelleden die elkaar in luchtgekoelde conferentiecentra en dure hotels vertellen hoe goed alle beschavingen zijn, niets te maken met de echte dialoog der culturen.

De ‘dialoog der beschavingen’, die hebben we gezien met de fatwa tegen Salman Rushdie, met 9/11, met de moord op Theo Van Gogh, met het geweld dat doorheen de moslimwereld uitbrak om twaalf cartoons in een Deense krant die niemand daar ooit gezien had. En nu, gelukkig minder gewelddadig, met de manier waarop Benno Barnard het spreken verhinderd werd in een universiteit, die een plaats bij uitstek van free speech zou moeten zijn.

Dat het incident zoveel verontwaardiging uitlokt, is geruststellend. Het is inderdaad ver gekomen als je politiebescherming nodig hebt wegens een grapje over godsdienst. Maar er zullen wel vele weldenkenden opstaan om Barnard ‘provocatie’ te verwijten. Om hem in een debat te willen stoppen met een BM (Bekende Moslim) en aldus aan te geven dat hij zich ook moet verantwoorden en dat het gelijk ergens ‘in het midden’ ligt. Of om te suggereren dat hij het zelf gezocht heeft want – een uitdrukking die in Nederland ook vaak gehoord wordt – ‘je speelt niet met lucifers in de buurt van een vuurwerkfabriek’. Anders gezegd, je mag vredelievende lieden om de oren meppen, maar je moet mensen die geweld gebruiken ontzien – wat geen tolerantie is maar appeasement. Die verlichte opvatting gaat ook nog voorbij aan de vraag wie al dat vuurwerk opgestapeld heeft.

Natuurlijk weet iedereen wel dat niet alle moslims fundamentalisten zijn. Maar het is wel zo dat degenen die zich in onze landen agressief keren tegen democratische verworvenheden als scheiding tussen religie en staat, of vrije meningsuiting of gelijkberechtiging van vrouwen, meestal moslims zijn.

Het is nog altijd gewaagd dat te zeggen, zeker in de kringen die, met geld van de belastingbetaler dat via de VN, de Unesco, de Europese Unie en talloze andere subsidies wordt uitgestrooid, in hun ‘dialoog der beschavingen’ de islam steevast vergoelijken. De islam is wezenlijk tolerant, hij wordt alleen politiek misbruikt. Als je durft te vragen waarom die tolerante godsdienst nog geen enkele volledig moderne en democratische staat heeft voortgebracht, dan is dat vloeken in de kerk. Integendeel, de westerling hoort de hand in eigen boezem te steken. Wie zijn wij wel andere beschavingen een gebrek aan tolerantie te verwijten, we zijn toch zelf niet perfect? En zo laten westerse landen die stromen migranten opvangen en hen ongehinderd volgens hun overtuiging laten leven, zich op VN-conferenties de les lezen over ‘islamofobie’ door landen die geen zweem van gewetensvrijheid toestaan, die ‘overspelige’ vrouwen stenigen en homoseksuelen ophangen.

De sluipende intellectuele capitulatie is al lang aan de gang, en ze is meetbaar. Toen de ayatollah Khomeini in 1989 zijn doodvonnis tegen Salman Rushdie uitsprak wegens diens Duivelsverzen, schaarde zowat de hele westerse intelligentsia zich achter Rushdie en het vrije woord. Toen eind 2005 in een groot deel van de moslimwereld geweld uitbrak wegens cartoons in een Deense krant die niemand daar ooit gezien had, was het vrije woord verdacht geworden. Jyllands Posten en premier Rasmussen kregen de schuld. Ze hadden het ‘gezocht’, aldus vele progressieve intellectuelen, de eerste door te publiceren, de tweede door niet door het stof te kruipen voor boze imams.
Een andere dooddoener is dat er geen probleem is met de islam, wel met armoede en uitsluiting. Tja. Opeenvolgende golven migranten – uitgeschudde Armeniërs die de volkerenmoord overleefden, doodarme Italianen en Portugezen, haveloze Joden uit Centraal- en Oost-Europa – hebben in onze landen zwarte armoede gekend, en veel meer racisme en uitsluiting ondervonden dat de huidige migranten in onze zachte multiculturele maatschappijen. Ze pleegden geen geweld en eisten niet dat hun nieuwe land zich aan hen aanpaste.

Het geweld – en wat Benno Barnard overkwam, wás geweld – komt voort uit een radicale, intolerante wereldvisie. En het werkt, jammer genoeg, zoals blijkt uit de intellectuele capitulaties, uit de enorme zelfcensuur over de islam in onze landen en media. De lieden die in hun ivoren torens de ‘dialoog der culturen’ voeren, moeten eindelijk eens wakker worden. De werkelijkheid speelt zich elders af, en is gevaarlijk voor onze onvermijdelijk onvolmaakte maar zo kostbare systemen van vrijheid.

Dit opiniestuk vormt het uitgangspunt voor een debat rond ‘vrijheid van meningsuiting en godsdienst’ tijdens het Feest van de Filosofie op zaterdag 17 april 2010 in Leuven .
http://www.feestvandefilosofie.be.


Artikel 3 – Avonturen van een dichter en zijn profeet, Walter Pauli
(Bron: De Morgen 03/04/10, p. 17)

Bij de recente peilingen – die niemand gelooft, maar waarmee iedereen rekening houdt – ging alle aandacht uit naar het succes van Bart De Wever en zijn N-VA. Dat was redelijk geinig voor het Vlaams Belang, want die partij ging ook vooruit. Maar niemand spreekt erover. In La Libre Belgique bezette het VB al een mooie derde plaats. Die trend werd trouwens bevestigd in de peiling van De Standaard en VRT: van 12,8 naar 14 procent. Dat is nog lang niet wat het ooit was, maar het is vooruitgang.

Het spoort nochtans niet met de beproefde Wetstraatuitleg. Volgens die leer verliest elke partij die intern verdeeld is en openlijk ruzie maakt. Juist wat het VB overkwam. Frank Vanhecke en Marie-Rose Morel lieten geen kans onbenut om de clan-Dewinter te hekelen. En toch gaat het VB vooruit. Of minstens: men realiseert een zekere remonte, pakt in peilingen een virtueel stukje terug wat in verkiezingen feitelijk verloren ging.

Er bestaat wellicht een uitleg voor. Het VB groeit noch daalt namelijk door wat die partij in de Wetstraat doet, of zelfs door wat hun figuren kakelen op de zogenaamd ‘politieke’ pagina’s van de kranten. Het VB werd niet groot in de Wetstraat, maar ondanks de Wetstraat. Het zal ook niet vallen of krimpen in de Wetstraat, maar op straat. Dat die partij dat níét doet, doet vermoeden dat de maatschappelijke voedingsbodem waaruit het VB groeide er nog altijd is.
Deze regeringsperiode is al meer omschreven als een nieuw ‘malgoverno’ – een verwijziging naar de ‘slechte’ regeringen van de late jaren zeventig, vroegste jaren tachtig. Dat waren regeringen die net als nu voortdurend in naam bezig waren met begroting, sociaaleconomische sectoren in moeilijkheden (toen staal en steenkool, vandaag banken en autoassemblage), en net als nu voortdurend verlamd werden door communautaire disputen. En die net als nu te weinig oog hadden voor veel diepere samenlevingsproblemen.

De Kamer kan tegenwerpen: ‘Hoho, wij keurden toch een boerkaverbod goed? Zelfs als eerste land in Europa.’ Als het boerkaverbod voor iets goed is: dat het eindelijk een onderscheid maakt tussen de inderdaad hoogst verwerpelijke boerka en gewone hoofddoeken. Die wet zou zelfs uitgebreid moeten worden: een algemene regeling voor de publieke ruimte. Neen tegen boerka’s en eventuele tegenhangers bij andere godsdiensten. Dus ja tegen kruisjes en kleine hoofddoeken. En waarom voor de georganiseerde vrijzinnigen ook geen kleine humanistische kledij? Een korte broek, een minirok?

Helaas leidt in de praktijk het in de commissie goedgekeurde boerkaverbod niet tot een meer tolerant discours, wat toch de bedoeling van de wetgever is. Media brengen vooral ‘nieuws’ dat haaks staat op de vreedzame en kabbelende dagelijkse actualiteit in onze steden en dorpen. Of was het ‘nieuws’ dat een paar jongeren met een Palestijnensjaal om hun hoofd in Antwerpen een lezing onderbraken van Benno Barnard – een ‘niet onverdienstelijk’ dichter, naar verluidt? Onbeleefd was het in elk geval. Politiek verstandig was het zeker niet. Het was ook niet tolerant. Maar was hun infantiel getier een bedreiging van het Vrije Woord?

Even de band terugspoelen. Naar Leuven, jaren tachtig. Een paar keer per maand werd een spreekbeurt door boegeroep onderbroken. Roepers droegen hun Palestijnensjaal niet op het hoofd maar om hun nek, riepen niet ‘vuile Hollander’ maar ‘fascist’. Ze belegerden Benno Barnard niet, maar de proapartheidssprekers die Protea uitnodigde, en natuurlijk Filip Dewinter. Die was zelfs een verkozen parlementslid. Maar wat zij deden, werd door de samenleving gedoogd. Meer nog, er was zelfs enige sympathie voor dat protest, ook op de openbare omroep, toen die nog niet VRT maar gewoon BRT heette.

Ze hadden zelfs een uitgewerkte argumentatie voor hun slogan ‘Geen spreekrecht voor fascisten’. Namelijk: je discussieert alleen met mensen van wie je aanneemt, zij het theoretisch, dat je in een tegensprekelijk debat door hen overtuigd wilt worden. Dus je verhindert geen debat met liberalen, christendemocraten, humanisten, anarchisten, marxisten, antroposofen of wie ook. Wel een met fascisten en racisten. Vandaar die felle maar niet onzinnige slogan (vraag het Mandela maar, of Obama): “Racisme is geen mening, maar een misdaad.”

In die zin is het niet eens onlogisch dat de boze moslims een soortelijke redenering ontwikkelden. Ze kunnen moeilijk op vrijmoedige wijze dialogeren met iemand die hun godsdienst het recht ontzegt om ‘te zijn’. Zeker niet als het gaat om jonge en heethoofdige moslims die aan een universiteit studeren. Die zijn namelijk varianten van de Eeuwige Student, een fenomeen dat al lang bestond voor Paul Goossens en de zijnen er in 1968 de vlam in zetten. Een vast kenmerk van geëngageerde studenten is juist dat ze jong en heethoofdig zijn. Een mens betreurt haast het makke bij de actuele generatie. Leve de studenten die bewogen blijven, maar op hun leeftijd nog geen maat kunnen houden. Dat leren ze later wel, door scha en schande.

Gelijk voor de wet
Er was en is trouwens een vlijtige extreem rechtse variant van die progressieve dadendrang. NSV en TAK waren zelfs professionele tegenbetogers, nooit te beroerd om een te linkse of te Belgische spreekbeurt of samenkomst in het honderd te sturen. Ook onsympathieke en perfide groeperingen hebben namelijk rechten. In die zin zitten NSV en TAK in dezelfde lade als ‘sharia4Belgium’ – zo heet de website/organisatie die tot het moslimprotest opriep: te mijden, die kerels.

En fel te bekampen, zeker als die moslims echt de sharia willen invoeren. Maar inmiddels hebben zij, net als VB’ers, het recht gebruik te maken van de publieke ruimte. Tot in de hoekjes ervan. Zoals TAK en NSV al jaren doen. Vormen ze ooit een privémilitie, zoals het VMO, dan moet die militante tak meteen buiten de wet gesteld. Roepen ze duidelijk op tot actieve discriminatie, tot geweld, dan mogen alle mogelijke wetten ingeroepen worden, en zijn eventueel politionele en gerechtelijke stappen gepast.

Maar verder: iedereen gelijk voor de wet. Ook in de meer ongelukkige uitdrukkingsvormen. En dat Annemie Turtelboom (Open Vld) toch niet de stelling huldigt, zoals ze donderdag zei in de Kamer, dat in dit land geen plaats is voor ‘radicalisme’. Dat is misschien een logisch antwoord voor iemand die als meisje al dweepte met het veilige midden. Maar mogen er nog andere, radicalere of meer idealistische jongeren zijn? Rechts of links, humanistisch, katholiek of islamiet?
Fundamenteel was, en is: dit land kent het recht van spreken en betogen. En ook: tolereert het gewoonterecht van het tegenspreken en tegenbetogen. Toen aartsbisschop Léonard vorige zondag mee opstapte in een betoging tegen de abortuswet, was er prompt een vrijzinnige tegengroep die ‘boe’ riep. Zo gaat dat hier. Dat gebruik dateert trouwens al uit de late negentiende eeuw, bij alle partijen: op socialistische meetings kwam een vermetel christendemocraat ‘tegenspreken’, en omgekeerd. Onuitgenodigd, natuurlijk, en daar was enige moed voor nodig want de ‘tegenspreker’ riskeerde een pak slaag. In die zin is er weinig veranderd tussen de tijd van de rellerige dichter Benno Barnard en die van de oude staatsman Jules Vanden Peereboom.

Wat veranderde, is dat een spreker die een half aulaatje liet vollopen in één klap Groot Nieuws werd. Dat hij op tv Slachtoffer mocht zijn. Zelden een slachtoffer zo tevreden gezien met zijn eigen leed. Hij zei dat ook met zo veel woorden: dit was het grootste geluk dat hem kon overkomen, de gewenste illustratie van zijn gelijk. Je zou hopen dat er uit het as rond Auschwitz ineens een échte jood zou aanwaaien, dat er uit een Argentijnse gracht ineens écht een journalist uit de dood zou opstaan die waarlijk gevaar had ondergaan toen hij zijn leven riskeerde voor het vrije woord. Het verschil zou snel duidelijk zijn, tussen een slachtoffer en deze poseur, intens zelfingenomen omdat hij met zijn provocaties het tv-scherm had gehaald.

Bekeerling
Nuance: Benno Barnard is geen poseur in wat hij verkondigt – provocatief, kwetsend, maar dat is zijn recht. Hij gelooft wat hij zegt, en zo hoort het. Hij is een poseur in de exploitatie van zijn vermeend leed. Een beetje spreker kan op tegen wat schreeuwers in het publiek. Beeld je in dat Hugo Claus bij elke katholiek die hem ooit lijfelijk beledigde, had gejankt om bescherming van de politie.

Intussen beschouwt Benno Barnard zich als slachtoffer van “de islam” en zelfs van “de moslims”. Maar dat is voor Benno Barnard en co. geen punt meer. Ineens komt het er in een interview uit: “Tegenwoordig vind ik dat Filip Dewinter een profeet is.” Zo staat het er: Dewinter is een profeet, anti-islamisme is de religie, en Benno Barnard zijn voorlezer. Een bekeerling, dus altijd radicaler, blinder en dwazer dan normale gelovigen. Waarbij Barnard, met zijn bekering (of tenminste met zijn outing als bekeerling, de echte ommekeer heeft zich wellicht al enige tijd terug voorgedaan), zijn vrienden en medestanders noopt zichzelf even uit te spreken. Zeg eens, Geert Van Istendael (niets mis dat je je vriend Benno in kwade dagen steunt, dat siert je zelfs), of Dirk Verhofstadt? Vinden jullie Dewinter ook een profeet? Erkennen jullie ook dat hij als eerste de juiste weg wees? Wel? Of eerlijk niet?

Maar het illustreert waarom die VB-cijfers in de peilingen absoluut niet fantaisistisch zijn: de visvijver van Filip Dewinter kronkelt tot einders waar God of Allah dat amper voor mogelijk hielden.


Artikel 4 – We kunnen niet langer zwijgen, Dirk Verhofstadt en Geert Van Istendael

(Bron: De Morgen 06/04/10, p. 15)  (Dirk Verhofstadt en Geert Van Istendael en zijn respectievelijk kernlid van de onafhankelijke denktank Liberales en voorzitter van PEN-Vlaanderen, de Vlaamse franchise van de vereniging die overal ter wereld het vrije woord verdedigt.)

‘Tegenwoordig vind ik dat Filip Dewinter een profeet is’, zei Benno Barnard in een kranteninterview na de boycot van zijn lezing in Antwerpen. Walter Pauli had daarop een vraag voor Geert van Istendael en Dirk Verhofstadt, die tegen de boycot door extremistische moslims het vrije woord verdedigden (DM 2/4): ‘Zeg eens, vinden jullie Dewinter ook een profeet?’ (DM 3/4) Geert van Istendael en Dirk Verhofstadt hebben een antwoord klaar.

Walter Pauli vraagt ons rechtstreeks of we Filip Dewinter ook een profeet vinden, zoals Benno Barnard het zei. We kunnen hem gerust stellen. Ons antwoord is volmondig “neen”. Sterker nog, in onze boeken en opiniestukken hebben we extreem rechts steeds bestreden en zelfs duidelijk gemaakt dat extreem rechts en radicale moslims intrinsiek hetzelfde kwaad vertegenwoordigen en elkaar voortdurend voeden.

Vrijheid bedreigd
In onze geschriften en lezingen verzetten we ons voortdurend tegen het cultuurrelativisme én het monoculturalisme die beide de vrijheid van de mens bedreigen. Wij komen op voor een kosmopolitisch humanisme waarbij elke mens, autochtoon of allochtoon, man of vrouw, religieus of niet, gelijk behandeld wordt op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in het uitgaansleven en in andere maatschappelijke domeinen. Onze visie staat haaks op die van extreem rechts zoals het Vlaams Belang. Extreem rechts is niet geïnteresseerd in de gelijke behandeling van ieder mens, in de bestrijding van racisme en discriminatie, in het recht op zelfbeschikking. Voor hen telt het principe ‘eigen volk eerst’. Ze zijn niet uit op emancipatie, omdat in hun visie de vrijheid van de mens ondergeschikt is aan de belangen van de volksgemeenschap. Ze wijzen discriminatie niet af, maar maken een fundamenteel onderscheid tussen eigen volksgenoten en de anderen.

Verderfelijke types als Dewinter
Wat ons in de tekst van Walter Pauli zo stoort, is zijn zoveelste poging om de critici van onaanvaardbare praktijken binnen de radicale moslimwereld gelijk te schakelen met extreem rechts. Zodoende geeft hij zijn lezers de indruk dat wij op dezelfde lijn zouden staan met verderfelijke types zoals Dewinter. Hij zou nochtans moeten weten dat wij, samen met heel wat andere mensen die opkomen voor onze fundamentele grondwaarden, extreem rechts tot in het diepste van onze ziel verfoeien en bekampen. Maar zijn tactiek pakt niet meer. Pauli mag over ons schrijven wat hij wil en misstanden blijven ontkennen of bagatelliseren. Wij kunnen en zullen niet langer zwijgen wanneer we zien hoe extremisten onze rechten en vrijheden proberen te ondermijnen, hoe ze vrouwen onderdrukken, hoe ze homoseksuelen verketteren, hoe ze proberen hun barbaarse ideeën op te leggen en anderen verhinderen vrijuit te spreken aan een universiteit.

Wordt het niet de hoogste tijd dat Walter Pauli en anderen in vergelijkbare posities hun pen gebruiken om al die zogenaamd progressieve stemmen die nog steeds zwijgen als vermoord of, zoals de vertegenwoordigers van het Vrouwen Overleg Komitee en BOEH, zelfs ronduit collaboreren met radicale onderdrukkers, te wijzen op hun schuldig verzuim? Als Pauli, en met hem andere politieke commentatoren, dáárvoor hun pen niet gebruiken, waarvoor zouden ze hun pen dan wel gebruiken?

De essentie in dit debat is het volgende. We kunnen en mogen niet langer wegkijken voor het leed van de anderen. Door de toegenomen informatie via internet en televisie weten we wat er overal gaande is. We kunnen niet zeggen “wir haben es nicht gewusst”. Juist daarom kunnen en mogen we niet langer onverschillig zijn en hebben we de dure plicht om praktijken zoals het verhinderen van de vrijheid van meningsuiting, opgelegde kledij, gedwongen huwelijken, gewelddaden tegen homoseksuelen, genitale verminkingen, verstotingen en eremoorden die gebeuren in naam van God, Allah of wat dan ook, keihard te bestrijden.

In deze kwestie volgen we met overtuiging de uitspraak van Elie Wiesel bij zijn dankrede naar aanleiding van het in ontvangst nemen van de Nobelprijs voor de Vrede op 10 december 1986. Hij benadrukte toen de menselijke plicht om in geval van onrecht partij te kiezen tegen de onderdrukker: “We moeten partij kiezen. Neutraliteit is in het voordeel van de onderdrukker, nooit in het voordeel van het slachtoffer. Stilte moedigt de beul aan, nooit de gefolterde. Soms moeten we ingrijpen. Als menselijk leven in gevaar komt, als de menselijke waardigheid op het spel staat en nationale grenzen en gevoelens irrelevant worden. Overal waar mannen en vrouwen vanwege hun ras, religieuze of politieke overtuiging vervolgd worden, moet die plaats – op dat moment – het centrum van het universum worden.”

Wij kunnen en zullen niet langer zwijgen wanneer we zien hoe extremisten onze rechten en vrijheden proberen te ondermijnen, hoe ze vrouwen onderdrukken, hoe ze homoseksuelen verketteren, hoe ze proberen hun barbaarse ideeën op te leggen en anderen verhinderen vrijuit te spreken aan een universiteit.

Artikel 5 – Benno Barnards grote gelijk, Alain Verschoren
(Bron: De Standaard 06/04/10, p. 19)  (Alain Verschoren is rector van de Universiteit Antwerpen)

Beste Benno, waar heb jij je laten wijsmaken dat de UA terroristen en fundamentalisten kweekt?

Beste Benno,
‘Een vraagje aan Hippias’, zo luidde de titel van het opiniestuk (DS 3 april) waarin je nog eens flink en fier je mening hebt verkondigd. Nou ja, opiniestuk De grens tussen een polemische column en brutaal scheldproza blijkt bij jou soms flinterdun te zijn. Over je hybris en goede bedoelingen bestaat gelukkig geen twijfel: je waarschuwt weldenkend Vlaanderen voor een ‘apocalyptische scheiding der geesten’ en voor het ‘Kwaad’ dat volgens jou een Saudische hoofddoek draagt.

Met je smadelijke aanvallen aan mijn adres laat je weinig ruimte voor een hoffelijk debat, maar wellicht is dat eigen aan polemische columns, genre dat je met verve beoefent en dat tenslotte ook je broodwinning uitmaakt. Wat me echter wél stoort, is je ongeloofwaardige karikatuur van het actief pluralisme aan de Universiteit Antwerpen. Van een toch niet onintelligent man als jij had ik meer en beter verwacht. Niet gehinderd door enige kennis van zaken ga je wild tekeer, maar de intellectuele inspanning om verder te komen dan enkele populistische clichés en wat leuke citaten wil of kun je blijkbaar niet opbrengen.

De Universiteit Antwerpen is, en als rector schrijf ik dit met trots en overtuiging, inderdaad een actief pluralistische universiteit. In de Antwerpse en Vlaamse realiteit van vandaag, maken we daarmee geen gemakkelijke, maar wel een noodzakelijke keuze. Actief pluralisme staat geenszins gelijk met vrijblijvend multiculturalisme, maar wil integendeel de mogelijkheden van dialoog, kritische reflectie en herbronning exploreren. Actief pluralisme is zelf geen levensbeschouwing, maar een houding ten aanzien van (de eigen en andere) levensbeschouwingen. Het insisteert op een inhoudelijke dialoog binnen en tussen levensbeschouwingen en op een concreet engagement dat levensbeschouwingen als overtuiging én praktijk ernstig wil nemen. Natuurlijk is een actief pluralistische houding kwetsbaar: vanuit die houding wil men immers spreken met (en dus niet schreeuwen tegen) elkaar en niet over elkaar, de wederzijdse clichés doorprikken en pogen zich in de ander in te leven en zo te verstaan. Dit is een proces van vallen en opstaan, maar het lijkt ons de boeiendste weg om op termijn een samenleving te creëren, waarin – ondanks en dankzij de verschillen – wederzijds respect en verbondenheid geen dode letter zijn.

In Vlaanderen – en zeker in Antwerpen – is de aanwezigheid van uiteenlopende levensbeschouwingen niet meer weg te denken. Naïviteit voor de risico’s daarvan, en in het bijzonder het negeren van het gevaar van extremisme en fundamentalisme, zou misplaatst zijn, ook en vooral in academische middens. Maar als samenleving kunnen wij van die diversiteit ook sterker worden. Maar dat vergt dialoog en het engagement om verder te kijken dan het geroep aan de oppervlakte. Net daarom integreert de Universiteit Antwerpen het actief pluralisme in onderwijs en onderzoek. Al onze studenten volgen een vak levensbeschouwing dat hen kritisch laat kennismaken met de diversiteit aan levensbeschouwelijke en filosofische stromingen. Wij hebben een pastorale dienst en een vrijzinnige dienst, wij hebben toonaangevende instituten en centra zoals het Instituut voor Joodse Studies en het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies en werken onder meer nauw samen met UCSIA, dat de universitaire jezuïtische traditie bewaart.
De Universiteit Antwerpen kiest onverkort voor wederzijds respect, dialoog en studie van levensbeschouwingen op academisch hoog niveau. Nog een goed voorbeeld hiervan is de opleiding ‘Verdieping in de islamitische godsdienst’, waar jij zo graag de spot mee drijft. En waar heb je je laten wijsmaken dat we er terroristen en fundamentalisten kweken, jij die toch het imago had van een kritisch en gedocumenteerd denker? De opleiding, die overigens wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid, is net bedoeld om islamleerkrachten in het secundair onderwijs een verdieping op academisch niveau te bezorgen over de islam in de context van onze westerse maatschappij en zo de kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen over de islam te verhogen. Zo wordt vermeden dat radicale buitenlandse groepen in Vlaanderen varianten van de islam zouden kunnen propageren in een onwetenschappelijk en politiek islamitisch opleidingsaanbod. Want dat wil toch niemand?

Ach, Benno Het zou je sieren mocht je de intellectuele inspanning willen doen om verder te kijken dan je Eigen Grote Gelijk. Voor de Universiteit Antwerpen is dat een dagelijks engagement, dat uiteraard veel meer tijd, moeite en inspanning vergt dan goedkoop populisme. Ik ben er trots op dat er voor dit laatste aan onze Universiteit geen plaats is.