Jan Hertogen: het probleem met al die mensen met ‘meningen’.

9 07 2009

Volgens Jan Hertogen, in het gelijknamige stukje, is het “Weg met ’t kapje”-probleem een probleem van geborneerde en ‘intolerante’ vrijzinnigen, die bovendien samenspannen op een manier die elke gelovige van de samenzweringstheorieën jaloers doet schuimbekken (sorry, even de stijl van Hertogen misbruikt). Hertogen slaat de bal meer dan behoorlijk mis.  Dat is niet zo omdat hij ‘meent’ fouten of ‘paradoxen’ te ontdekken in het discours van een in zijn ogen wonderbaarlijk eenstemmig vrijzinnig front, maar vooral omdat hij fundamentele maatschappelijke afspraken niet van groepsgevoeligheden kan onderscheiden.

Laat ons een poging doen om een en ander op te helderen.
Het gaat ten slotte over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen.

Hertogen neemt in zijn gehele betoog tegen de perfide vrijzinnigen een a priori aan dat jammer genoeg niet meer geldt. Vanaf de eerste zin gaat het volgens hem over het al of niet toekennen van rechten aan bepaalde levensbeschouwelijke groepen. Hij verengt dit nogal gemakkelijk tot gelovigen tegen ongelovigen. Dat is sinds geruime tijd in onze streken een niet-realiteit: de ‘gelovigen’ zijn sociologisch een absoluut kleine minderheid. De hele idee van een godsdienstig gestuurde of gefundeerde maatschappij (christelijk, joods, islamitisch of wat dan ook) is, tot spijt van wie het benijdt, een vage droom uit het verleden. Natuurlijk zijn er nog landen zoals Saoedi-Arabië, Nigeria en ook de VS, waar drukkingsgroepen (die soms de regering vormen) dit ideaal blijven beklemtonen. Maar de realiteit van een toenemend interdependente wereld met diversiteit, eerder dan ‘één land, één volk, één godsdienst’ maken die droom tot een vreemde, exotische nachtmerrie.
Het maatschappelijk project waarvoor de hele mensheid staat, luidt nu: hoe komen we tot een samenleving met een menselijk, duurzaam en leefbaar afsprakensysteem dat toelaat met verschillen te kunnen samenleven? Dat is het project van de gemengde maatschappij, en dat is dus het project van de verstedelijkte wereld. Daarover heeft Hertogen het niet. Nooit. Hij redeneert voort in de oude zuilenmaatschappij die, het moet gezegd, in de jaren tachtig echt definitief afgestorven is. Maar niet iedereen schijnt dat te weten of te willen toegeven. Die theocratische onzin van vorige generaties bestaat natuurlijk, want het zuilendenken bestaat nog. De argumenten van Hertogen zijn daartoe op merkwaardige consistente manier terug te voeren: de wet geeft die of die mogelijkheid, het zuil(tje) van islamitische scholen is wettelijk mogelijk, enzovoort. Zeer juist. Alleen: wetten zijn menselijke producten en de verzuiling is de voorbije decennia uitgehold en toch nog als machtsbasis (van alle zuilen) gehandhaafd zonder de sociologische achterban. Daarover bestaan studies van katholieke en van vrijzinnigen huize, met dezelfde resultaten: het zuildenken is dienstig aan een machtsapparaat, niet aan een reële bevolkingsgroep, ook niet voor islamieten. Dat vrijzinnige stemmen die conclusie trekken en dan een stap verder zetten naar een niet-zuilgebonden inrichting van de maatschappij is wat er nu aan de hand is. Dat is dus, laat ons wel wezen, veel belangrijker dan de loopgravenmentaliteit die we jammer genoeg als ‘mening’ van Hertogen vernemen.
Zo kunnen we bijvoorbeeld de redenering van Hertogen plaatsen als zou de vrijzinnige gemeenschap nu de moslims uitzonderen, volgens de auteur zoals de nazi’s dat deden met de joden. Sorry, het probleem is foutief geformuleerd: we zijn allemaal geëngageerd in een project waarbij mensenrechten erkend worden voor iedereen, los van afkomst, geslacht, religie, ras… Ook Europa, ook België en ook Vlaanderen heeft zich daarin ingeschreven.
Dat houdt in dat mannen en vrouwen vanuit religieuze overtuiging nooit verschillend-discriminerend kunnen behandeld worden. Dus, meisjes moeten de kans krijgen zich te ontplooien zoals jongens, en niet ‘een beetje’, of alleen en voor zover als de lokale gemeenschap het goed vindt. Dat de gelijkheid van man en vrouw een groot probleem is voor de drie boekgodsdiensten in het bijzonder, en dus ook voor islamieten, is een wetenschappelijk gegeven. Het volstaat om even naar de duizenden andere culturen/religies in de wereld te kijken om te beseffen dat dit voor godsdiensten uit die regio van de Middellandse Zee een lastig probleem is. In Vlaanderen zijn vandaag 174 culturen aanwezig, zoals het populaire tv-magazine ‘Man bijt hond’ ons terecht wekelijks laat horen en zien. Dan is het claimen van slechts drie van die tradities om de wet te spellen problematisch. Dat is simpelweg een verstarde voortzetting van de zuilenmaatschappij van weleer. Wanneer vrijzinnigen dat zeggen, zijn ze niet ‘ook schuldig aan dat exclusief denken’ maar wel realistische en democratische denkers.

Ten slotte een woordje over de vrij onduidelijke uitleg over de omkering van dader en slachtofferrol in Hertogens stuk. Voor zover we dit begrijpen gaat het hier over een interpretatie van psychologische rollen in een politieke context. Dat betekent dat, tenminste volgens onze interpretatie, de reële problematiek handelt over onderdrukking en manipulatie en niet over het erkennen of niet van eigenheden. Doen we die oefening van maatschappijvorming ‘samen’ niet, dan belanden we noodzakelijk in vormen van paternalisme en nieuwe verdrukking. De weg van de vrijzinnige is daarbij niet zacht of vriendelijk zoals de naastenliefde dat voorschrijft, maar wel hard en doortastend overleggend. Dat is een beetje confronterend, maar wel emanciperend. Dat wil zeggen, het is niet vriendelijk of lief of niet-fundamentalistisch om een groep die niet correct behandeld wordt volgens de algemeen afgesproken uitgangspunten (de Grondwet, het Charter van europa, de Mensenrechten) dan maar een bijzondere toelating te geven om volgens hun eigen preferenties voort te doen. Dat soort van ‘begrijpen’ of naastenliefde is in feite onrecht in stand houden, zelfs al lijkt het lief geformuleerd. Het is ook niet fundamentalistisch, maar wel hard en op termijn eerlijk en inderdaad respectvol om te eisen dat alle mensen dezelfde rechten moeten kunnen opnemen en dezelfde ontplooiingskansen als mens krijgen, zelfs als dat tegen de belangen en de schenen van de predikers van een religieuze (of andere) eigenheid is.
Die tweede positie is die van de vrijzinnige woordvoerders die door Hertogen zo vakkundig andere intenties worden aangepraat. Het slachtoffer blijft echter de zwakste of minst beschermde, in dit geval de vrouwen in een eeuwenlange man-gedomineerde reeks van tradities. En nog eens, dat is geen algemeen menselijk fenomeen: sommige culturen kennen die structurele ongelijke behandeling van vrouwen niet, maar de drie boekgodsdiensten hebben voor zover bekend niet anders gekend tot de Verlichtingsfilosofie die machtsverhouding langzaam is beginnen slopen.

‘Meningen’ zijn slechts zinvol wanneer ze de realiteit ernstig nemen. Het afschrijven van dorpse reacties van ‘wij tegen de anderen’ als onzin is dus geen ‘mening’ van fundamentalistische vrijzinnigen, maar wel een realistische houding.

Hendrik Pinxten (voorzitter HVV),
Björn Siffer (woordvoerder van HVV) bjorn.siffer@h-vv.be
en Eric Goeman (voorzitter Attac Vlaanderen).

Advertenties