Een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld

29 06 2009

STANDPUNT van Rik Pinxten en Björn Siffer (voorzitter en adjunct-directeur HVV)

Is de hoofddoek een godsdienstig symbool of niet? Wij vermoeden van wel gezien de hevige tegenstand van moslims. Is een hoofddoek nu verplicht of niet in de islam? Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben, want dit is een geloofskwestie en ik geloof niet. Ik beweer wel iets te weten over het begrip ‘identiteit’. Hoe definieer je identiteit? We vergeten te vaak dat onze afstamming gemengd is en we verkiezen ons in te beelden dat we een vaste en zekere identiteit bezitten, omschreven en bepaald door de bodem, of door de godsdienst, of door de volksgroep of door de natie. Nationalisten en racis-ten baseren hun identiteit hoofdzakelijk op één aspect. Bodem, of volkscultuur, of ras. Nochtans is een identiteit vooral meerlagig. Een mens kan afkomstig zijn uit een bepaalde streek, een bepaalde politieke overtuiging hebben of een bepaalde levensbeschouwing aanhangen. Dat zijn allemaal aspecten van een identiteit. De Frans-Libanese auteur Amin Maalouf schreef er een interessant essay over: “Les identités meurtrières”. Als je één aspect uit je identiteit licht en je je enkel daar mee vereenzelvigt, dan word je afhankelijk van dat ene aspect en ben je ook snel geraakt als men je aanvalt op dat aspect. Het is algemeen bekend dat nogal wat migranten een identiteitscrisis doormaken. Ze beseffen dat hun afkomst of die van hun (voor)ouders elders ligt, ze zijn vaak de taal onvoldoende machtig en ze zien er ook wat anders uit dan de meerderheid van de andere mensen die ze dagelijks op straat ontmoeten. Ook een goede job vinden, ligt soms heel moeilijk. Wat is dan een begrijpelijke, menselijke reactie? Terugplooien op een facet in je leven waarin je wel houvast vindt. Voor vele migranten is dit godsdienst. Wanneer ze dan ook nog eens op dit aspect worden aangevallen – geef toe, de islam is niet echt populair in het westen – dan gaan ze heel defensief en radicaal reageren. Maar ze laten zich te gemakkelijk voor één gat vangen. En een overheid, of in dit geval een school die bij voorkeur een instituut is dat een pedagogisch project uitdraagt in de hoop jongeren op te voeden tot kritische bur-gers, heeft het recht, ja zelfs de plicht, om haar jongeren bij te sturen indien het dreigt mis te lopen met die identiteitsbeleving. Het godsdienstige aspect van hun identiteit is té prominent aanwezig. In die zin dat het niet gezond meer is. Het is niet gezond dat aan jonge mensen niet meer kan gevraagd worden om die ene, meestal godsdienstige, uiting van hun nochtans meerlagige identiteit, even – gedurende de schoolu-ren – af te zetten. Dit is problematisch. Zoals het ook problematisch is dat een imam een binnen de schoolpoorten georganiseerd beschaafd debat monopoliseert en een ganse menigte “Allah Akbar” laat schreeuwen. Of oproept niet meer naar school te gaan, waarmee hij eigenlijk de boodschap geeft dat godsdienst belangrijker is dan onderwijs. De Athenea van Antwerpen en Hoboken verbieden overigens alle politieke en religieuze symbolen. Dus niet enkel de hoofddoek. Dat de athenea een poging doen om kledingvoorschriften voor iedereen gelijk te stellen, komt in het debat van de voorbije dagen onvoldoende aan bod. Het valt ons inderdaad op dat er weinig wordt gezegd over de grond van de zaak. Niemand verwoordt dit beter dan directrice Karin Heremans zelf: “Ik denk dat we naar een samenlevingsmodel moeten waarin we compromissen kunnen vragen van iedereen en waarbij we aan allochtonen kunnen vragen dat de hoofddoek soms afgedaan wordt.” In de meeste Antwerpse scholen geldt – zeer eenvoudig – een hoofddekselverbod. Iedereen wordt gevraagd dit te respecteren. Waarom zou voor moslims dan een uitzondering moeten gemaakt worden? Omdat het over godsdienst gaat? Heeft godsdienst dan zo’n verheven statuut dat ze boven algemene regels staat? Ik denk dat de seculiere rechtsstaat hier het belangrijke signaal moet geven dat dit niet zo is. Onder normale omstandigheden zou een hoofddoekverbod misschien niet aan de orde zijn. De vraag is echter of er nog sprake is van normale omstandigheden. Dat de islamitische godsdienst oprukt en radicaliseert, daarover is iedereen het eens. Je ziet vandaag veel meer hoofddoeken op straat en op school dan vroeger. Leerkrachten krijgen het steeds moeilijker om te onderwijzen over de evolutieleer en moeten steeds vaker hun lessen onderbreken omdat islamitische leerlingen protesteren en de leerkracht verwijten “haram” kleding te dragen of meningen te vertolken die haram zijn. Wie twijfelt aan dit snel oprukkende fenomeen moet maar eens wat minder opiniestukken lezen en praten met mensen in het veld. Met onderwijzers en maatschappelijk assistenten bijvoorbeeld. Zij ondervinden de problematiek dag na dag en wensen deze niet meer te relativeren. Zij vragen dat de overheid ingrijpt en eens duidelijk zegt waar de grenzen van godsdienstige aanspraken liggen en waar het algemeen belang primeert boven godsdienst. Denkt u nu echt dat het daar in Antwerpen en Hoboken allemaal dommeriken zijn die niet weten dat hun maatregel er op korte termijn voor zorgt dat bepaalde meisjes van hun familie niet meer mogen studeren? Denkt u nu echt dat die progressieve directies in Antwerpen en Hoboken niet weten dat emancipatie best van de onderdrukte groep zélf uitgaat en dat emancipatie onder dwang nogal paternalistisch is? Denkt u nu echt dat een progressief instituut als het Atheneum van Antwerpen, dat al jaren schitterend werk levert rond actief pluralisme, nu opeens gekaapt wordt door rabiate godsdiensthaters? Zou er echt niet een klein beetje meer aan de hand zijn? Zou het niet kunnen dat dit een schreeuw is naar onze politici om eindelijk eens beleid te voeren rond integratie? Dat dit een daad is – uit noodzaak – die even duidelijk wil stellen waar het algemeen belang primeert boven godsdienstige belangen? Dat dit een pedagogische maatregel is die het belang van godsdienst even terug in het juiste perspectief en binnen de juiste proporties wil brengen? Net als Meyrem Almaci (Groen!), Kris Van Dijck (NVA) en vele andere politici vraag ik een open debat – feiten op tafel – over de machocultuur bij moslimjongens, over familiaal geweld, over godsdienstige indoctrinatie, over gelijkheid van man en vrouw, over schijnhuwelijken en huwelijksmigratie, over scheiding van kerk en staat, over vrijheid van meningsuiting. Ik vraag méér dan een meldpunt discriminatie. Ik vraag dat het thema hoog op de politieke agenda wordt geplaatst en niet wordt overgelaten aan de profeten van de clash of civilizations, zoals dat vroeger gebeurd is. Ik stel voor dat de Minister van Onderwijs zich niet langer wegsteekt achter de autonomie van de scholen en eens nagaat in hoeverre gescheiden godsdienst- en zedenleerklasjes bijdragen tot het onbekend-maakt-onbemind fenomeen. Bereiden we onze jongeren zo optimaal voor op een interculturele samenleving? Vinden wij het normaal dat jongeren al vanaf hun zesde geïndoctrineerd worden dat ze van klei gemaakt zijn en pas vanaf hun twaalfde vernemen dat ze van apen afstammen? Hoe komt het dat een zelfbewuste en niet van assertiviteit gespeende moslima in het KA Antwerpen verklaart dat er een islamitische expansie aan de gang is die door de goddelijke hand wordt gestuurd? Ik stel ook voor dat de overheid een grondige bevraging organiseert over de verhouding tussen levensbeschouwing en overheid. In de eerste plaats bij de mensen in het veld. Bij onderwijzers, maatschappelijk assistenten, verenigingen, medewerkers van VDAB, politieagenten, straathoekwerkers, kortom bij mensen die dagdagelijks geconfronteerd worden met de samenlevingsproblemen. Ik stel ten slotte ook voor dat iedereen eens rustig de tijd neemt om voor zichzelf uit te maken wat er nu werkelijk aan de hand is. Beste moslima’s, een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld. Ga vooral verder met studeren. Discussieer met elkaar over godsdienst, maar ook over politiek, over sport, over liefde, over seks, over alle dingen die het leven mooi of lelijk maken. En draag die hoofddoek thuis of op straat, niemand verbiedt dit. Draag hem even niet op school of wanneer je een openbare functie uitoefent. Geef en neem.

Hendrik Pinxten en Björn Siffer
(De auteurs zijn respectievelijk voorzitter en woordvoerder van HVV)
Verschenen in De Morgen van 26 juni 2009