Wat een journalist niet lijden kan

14 01 2009

In De Standaard van midden september was er heel wat te doen rond werking van de erkenningscommissie van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten. Enkele journalisten stellen zich serieuze vragen en wijzen op subjectiviteit. Zo klaagt hoofdredacteur van Story, Thomas Siffer aan dat hij al zes jaar geen perskaart krijgt omdat hij weigert facturen vrij te geven. “Ik ben bereid een vrachtwagen te huren om alle artikels, reportages, intervieuws, tijdschriften en radio- en televisietapes naar de commissie te transporteren die bewijzen dat ik sinds meer dan twintig jaar mijn goed belegde beterham met journalistiek verdien dat ik al die tijd onafgebroken in de media heb gewerkt.” De vraag is echter of je van iemand kan verlangen dat hij of zij vertrouwelijke informatie door speelt aan mogelijke toekomstige partners? “Ik weiger aan collega’s en concurrenten te tonen hoeveel ik voor welke opdracht heb aangerekend. De voorzitter van de commissie is bijvoorbeeld een werknemer van De Persgroep. Ik heb geen zin hem bloot te geven hoeveel ik momenteel factureer aan Sanoma Magazines Belgium. Het is niet onmogelijk dat ik ooit iemand uit de commissie als sollicitant voor me krijg, of omgekeerd, dat iemand uit die groep mij voor een project wil inschakelen. Het zou erg onhandig onderhandelen zijn mocht hij die tegenover me zit exact weten wat ik voorbije twee jaar voor mijn diensten aanrekende. Welke zelfstandige consulent is bereid al zijn facturen voor te leggen aan zijn concurrenten, zijn potentiële klanten, zijn mogelijke werknemers?” Bovendien stelt de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist enkel dat men ‘vergezeld van de stukken ter verantwoording van de aanvraag’ moet kunnen aantonen twee jaar onafgebroken zijn hoofdinkomen met journalistiek moet verdiend hebben. Nergens staat echter dat enkel facturen als bewijs kunnen dienen.

Sara Frederix, ex-journalist, die onder andere werkte voor MO*, Koppen, Menzo, Flair, De Morgen en Kanakna, leverde wel haar boekhouding binnen. Het onderzoeksproces dat hierop volgde leek op totale willekeur. “De toenmalige commissieleden waren niet geschokt door de vaakschandalig lage prijzen waaraan jonge freelance journalisten werken. Nee, hun inquisitie concentreerde zich enkel op de facturen met iets hogere bedragen. In mijn geval: opdrachten voor communicatiebureaus en reporterwerk voor Temptaion Island. ‘Geen journalistiek werk’, zwaaide de commissie met de wet van 1963 op de bescherming van de beroepsjournalist. ‘Gij zult geen enkele vorm van handel drijven of op reclame gerichte werkzaamheden uitoefenen’. Reisreportages, lichte tot luchtige bijdragen voor allerhande rubrieken en media… waren voor de commissieleden blijkbaar wel hoogstaand journalistiek werk.” Enige duidelijkheid over welke journalistieke opdrachten je mag aannemen en welke niet kon de commissie geen duidelijkheid geven. Een lijst met de spelregels blijkt onbestaande. “Waarom wordt een reisreportage volledig betaald door de toeristische industrie wel beschouwd als journalistiek werk? Waarom is een grappig item voor Man bijt Hond wel journalistiek werk en gelijkaardig werk voor Temptation Island niet? En wat met de bekende en erkende journalisten en hun goed betaalde schnabbels?”

Bron: De Standaard 16/09/2008 en 17/09/2008

Advertenties

Acties

Information

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: