Documentaire ‘Mag ik dood?’ doet Nederlands euthanasiedebat weer opflakkeren

14 01 2009

Bij onze noorderburen is er in 2008 weer fel gediscussieerd over zelfbeschikking en euthanasie. Het debat spitst zich toe op het recht op hulp bij een zelfgekozen levenseinde voor mensen die ernstig psychisch lijden.

Concrete aanleiding was de documentaire ‘Mag ik dood?’ van Eveline van Dijck, waarin ze een indringend portret schetst van chronisch psychiatrische patiënten met een doodswens. De conclusie van de documentaire is dat chronisch psychiatrisch patiënten die wilsbekwaam zijn en uitzichtloos en ondraaglijk lijden, in de praktijk altijd worden afgewezen wanneer zij om hulp bij zelfdoding vragen. Nochtans staat de Nederlandse Euthanasiewet deze hulp wel toe.

De film, mede mogelijk gemaakt door HV Nederland, werd op verschillende manieren verspreid en op 4 juni 2008 uitgezonden op Nederland 2. Hij lokte al heel wat reacties uit, ondermeer Kamervragen aan staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jet Bussemaker. Deze stelde dat psychiaters de Euthanasiewet moeten respecteren en hun verantwoordelijkheid opnemen, maar dat een verzoek om stervenshulp in de eerste plaats beschouwd moet worden als een verzoek om levenshulp. Dit maakt het nog steeds mogelijk voor psychiaters om de vraag van de patiënt naar eigen goeddunken te interpreteren, dan wel te negeren.

HV Nederland werkt inmiddels nauw samen met de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig levensEinde (NVVE), en zet het debat voort. Voor ons in Vlaanderen zeker interessant om in het oog te houden.

De film ‘Mag ik dood?’ kan online bekeken worden op http://player.omroep.nl.

Bron: http://www.humanistischverbond.nl/dossierlevenseinde





Toveren aan de KULeuven

14 01 2009

Binnen vijf jaar zal de KULeuven een universiteit zijn met 21 campussen in 11 Vlaamse steden, van Brussel over Antwerpen tot Turnhout en Torhout. “’Bovenal een economisch manoeuvre’, zo noemde Geert Buelens het plan van de KULeuven  (…) Buelens had het daarbij over imperialisme en diplomadevaluatie. ‘Terwijl überrector Oosterlinck alleen denkt in termen van ‘groter’ en ‘meer’ houden zijn student hem een andere economische wet voor. Die van de schaarste. Als straks half Vlaanderen een KULeuvendiploma heeft, devalueert hij daarmee alleen zijn eigen merk.” Een antwoord van André Oosterlinck bleef niet uit. Buelens voorziet de rector wederom van een repliek.

“Zo kennen we überrector Oosterlinck weer: wie vragen heeft bij het door hem gevoerde beleid heeft er niets van begrepen en kan rustig afgeblaft worden zonder op de grond van de zaak in te gaan. (…) Het punt is dus niet dat ik het decreet niet zou kennen (…) maar dat ik vragen heb bij de uitgangspunten en de concrete uitwerking ervan. Het meest verbluffende is natuurlijk dat Oosterlinck de kern van het debat miskent: ‘De vraag van collega Buelens ‘of de hogeschoolopleidingen die de KULeuven nu usurpeert wel van universitair niveau zijn’, is zonder voorwerp.’ Daarmee wordt de universiteit dus zoiets als een modern kunstwerk: ‘Het is een universiteit, omdat ik ze zo noem’. En door een simpel wilsbesluit bezitten alle studenten van die hogescholen plots ook allemaal een academische geest en instelling. Tovenarij! Ik ben benieuwd of de klagende KULeuvenstudenten die hun diploma gedevalueerd zien ook betoverd geraken door die redenering.

Schaamteloos is dan weer de manier waarop Oosterlinck een citaat van de nieuwe Antwerpse rector inzet om zijn eigen regionalisme goed te praten. Jarenlang al gaat hij geen kans uit de weg om te sneren dat de universiteiten van Antwerpen en Brussel eigenlijk te klein zijn. Maar nu heet hij plots een voorstander van ‘bachelors onder de kerktoren’. Meer nog: hij beweert daardoor de inderdaad broodnodige instroom van allochtonen te gaan bevorderen. Dat is cynisme ver voorbij. De integratie van die groepen studenten zal in hoge mate moeten gebeuren via studies als rechten, geneeskunde en toegepaste economische wetenschappen, maar die kan Oosterlinck in Geel en Roeselare niet aanbieden. Als hij die ernstig meen, zou Oosterlinck moeten pleiten voor extra middelen voor Antwerpen en Brussel, want dat zijn de steden met de belangrijkste migrantenbevolking. Dat de hogescholen zelf voor de associatievorm gekozen hebben, geloof ik graag. Dat dit, zoals Oosterlinck suggereert, impliceert dat er van imperialisme geen sprake kan zijn overtuigt me veel minder. België is ook niet onder Amerikaanse militaire bedreiging lid geworden van de NAVO. Het deed dat zogenaamd uit vrije wil, maar vooral in het volle besef dat het in de Koude Oorlog enkel kon overleven door zich onder hoede van de VS te plaatsen. Als Oosterlinck het debat binnen zijn associatie met evenveel openheid en eerlijkheid voert, dan kan ik de leden van die associatie alleen maar veel sterkte toewensen.”

Bron: De Morgen 25/09/2008 en 27/09/2008





Kids@risk

14 01 2009

Vijftien procent van de jongeren hapert op de weg naar volwassenheid. Bij 70.000 jongeren loopt het echt uit de hand. De reeks Kids@risk in De Morgen ging dieper op de problematiek in. Zo wees journalist Filip Rogiers op de zware lasten die soms op de jonge schouders rusten, maar ook op de veerkracht van die schouders. In een opiniestuk in diezelfde krant schrijft Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke over het belang van de leraar en de school om jongeren warme cultuur en sterke structuur te bieden.

“Met Kids@risk bracht De Morgen een indrukwekkende reeks. Ze liet een deel van de Vlaamse jeugd zien vanuit een niet-traditionele invalshoek: vanuit zichzelf en degenen die dicht bij hen staan. Doorgaans kijken we naar jonge mensen vanuit het perspectief van de gevestigde samenleving en beoordelen we hen vanuit wat in ‘onze’ wereld wenselijk en redelijk is. De reeks was ook interessant omdat ze de aandacht vestigt op cruciale sleutels voor gelijke kansen die niet materieel zijn. De antwoorden die naar voren komen, zijn moeilijk te vatten in wetten, decreten of budgetten. Ze zijn eerder een zaak van cultuur. We zijn zo druk bezig met teksten en centen dat we vergeten dat het immateriële vaak belangrijker is dan het materiële.

De jongeren die aan bod kwamen, leken ten prooi gevallen aan vertwijfeling. Velen missen houvast in een complexe, nerveuze wereld. Die wereld neemt ook met kracht het schoolplein in. Er gaat inderdaad ‘exponentieel veel meer om op school dan twintig of dertig jaar geleden’. (…)De reeks is leerrijk om te begrijpen cruciaal de taak van leraren vandaag is. Leerlingen ervaren druk, vaak veel druk. Er is minder sociale controle, minder steun uit hun onmiddellijke omgeving. Dat maakt van de school een veel complexere habitat dan enkele decennia geleden. Het is een van de uitdagingen van de huidige scholen, vooral maar niet enkel van de secundaire scholen, om in zo’n turbulente context toch resultaten te blijven boeken.

De klim op de onderwijsladder is niet voor alle jonge mensen vanzelfsprekend. Voor velen onder hen zijn de sporten, ook onderaan op de ladder, te ongelijk of te hoog om ze vlot te nemen. Dus moeten ze afstappen, een alternatief bedenken of aangereikt krijgen om over de moeilijkere stukken van de klim te geraken. Dat kan de school als de louter kennisfabriek die ze vroeger was, niet realiseren. De school moet vandaag veel methodieken uit de welzijnswereld inzetten. (…) Wat doen wij eraan om tegemoet te komen aan zorgen van leerlingen en zo de broodnodige pedagogische rust tot stand te brengen? Mijn voorgangster zette zich al in voor zorguren in de basisschool. Wij hebben die inspanningen versterkt. Kinderverzorgsters in de kleuterschool, zorgcoördinatoren in de basschool, meer GOK-uren in het hele leerplichtonderwijs om ieder kind de kansen te geven waarop het recht heeft. Spijbelbeleid, uitbreiding van time-out en herstelgericht opvoedingsprojecten (Hergo). Inspanningen voor internaten. Brugprojecten, voortrajecten en persoonlijke ontwikkelingstrajecten voor wie bij het deeltijds leren nog niet aan werken toe is. Onze inspanningen voor leerzorg, gesprekken die we voeren over de profilering van de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB’s), het decreet dat we willen uitvaardigen over ouderenengagement (…) dienen allemaal hetzelfde doel. Aan sommige problemen zijn we nog niet echt toe, zoals hoe we moeten omgaan met de echt ‘niet-schoolbare’ jongeren. Alle indicatoren geven aan dat de werelden van welzijn en van onderwijs meer moeten samenwerken. De school kan van de jeugdbeweging leren waar veel jongeren wel graag toeven. Welzijnswerkers en onderwijsmensen moeten samen zorg dragen voor het traject van vele leerlingen. (…)

Het juiste midden vinden tussen vertrouwen geven, rust brengen, waardering tonen en inspanning vragen: dat is de warme en sterke cultuur die ik van scholen verwacht. Het in Kids@risk genoemde Afrikaanse gezegde parafraserend dat je een heel dorp nodig hebt om jongeren op te voeden, moet je vandaag stellen that it takes a whole school to raise a child. Wat een reusachtige maar fantastische doelstelling.”

Bron: Frank Vandenbroucke in De Morgen 25/09/2008





Doemdenken op het internet

14 01 2009

“Google bestaat tien jaar en viert dat met een ideeënwedstrijd om de wereld te verbeteren. Maar Google is allang niet meer alleen die zoekrobot, maar een metafoor voor het internet. Heeft dat web de wereld wel verbeterd?” Net zoals in het verleden technologische vooruitgang door sommigen scheef bekeken werd – denk maar aan de voorspellingen dat koeien geen melk meer zouden geven bij het zien van een trein, dat raketten gaten schieten in de atmosfeer, … – circuleren ook nu nog dergelijke voorspellingen. Zo zou het internet domoren van ons maken. Voortrekkers van deze stelling zijn Nicholas Carr en Mark Bauerlein. “Deze zomer lanceerde de Amerikaanse publicist Nicholas Carr in The Atlantic Monthly de noodkreet dat het internet zijn hersenen aan het herporgrammeren is. Het zou hem zozeer gewoon hebben gemaakt aan een specifieke manier van informatie verstrekken, in flarden en bij voorkeur opgeleukte fragmenten, dat hij niet meer in staat is om nog lange teksten te lezen en niet langer de volgehouden aandacht kan opbrengen om de lectuur van een goed boek tot een dito eind te brengen”. Niettemin is het internet uitgegroeid tot een informatieberg waarvan de omvang zonder voorgaande is in de geschiedenis. En die informatie is bovendien nooit verder dan een muisklik verwijderd. “Maar tegelijk is het net een even gigantische doolhof, waarin een kat haar jongen niet meer terugvindt, alle zoekmachines ten spijt”. Haar onbeperkte omvang zorgt er ook voor dat er geen kwaliteitscontrole is, met alle gevolgen van dien. “Wat tevoren in de gevestigde communicatiemedia maar meilijk aan de oppervlakte kon komen vanwege zijn economische of maatschappelijke marginaliteit, krijgt alle kansen op dat internet. In die vrolijke anarchie zijn controle of censuur afwezig, en bestaan hiërarchie, rang noch stand. Wat dus ook betekent dat een zoekmotor als Google in principe de grootste onzin, als die maar voldoende is aangeklikt, even prioritair zal aanleveren als wat het resultaat is van het nobelste of diepste denken. En onzin is er genoeg, want anders dan in bijvoorbeeld bibliotheken heerst in de virtuele ruimte nooit plaatsgebrek; waarom zou men die dus niet gedogen?” Maar het gaat verder nog verder dan dat. “Ondertussen houden machtige servers van de zoekmotoren bij wie wat heeft opgezocht en desgevallend kunnen de politieke autorieiten daar kennis van nemen. Zeker jonge gebruikers zien daar weinig graten in. Ze nemen het niet zo nauw met hun privacy en geven argeloos informatie over zichzelf vrij. Daar verliezen ze elke controle over en ze zal in de virtuele ruimte zo lang beschikbaar blijven als de servers blijven draaien. (…) Sommigen laten zelfs toe dat Google de mails scant die ze via Gmail versturen, wat ook gebeurt bij de webmail van Yahoo!, waarna ze, op basis van de in die mails aangetroffen trefwoorden, ‘aangepaste’ reclame krijgen toegestuurd. Want zowat alles op het internet mag dan gratis zijn, daar staat wel wat tegenover”.

Bron: Marc Reynebeau in De Standaard 27/09/2008





Wat een journalist niet lijden kan

14 01 2009

In De Standaard van midden september was er heel wat te doen rond werking van de erkenningscommissie van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten. Enkele journalisten stellen zich serieuze vragen en wijzen op subjectiviteit. Zo klaagt hoofdredacteur van Story, Thomas Siffer aan dat hij al zes jaar geen perskaart krijgt omdat hij weigert facturen vrij te geven. “Ik ben bereid een vrachtwagen te huren om alle artikels, reportages, intervieuws, tijdschriften en radio- en televisietapes naar de commissie te transporteren die bewijzen dat ik sinds meer dan twintig jaar mijn goed belegde beterham met journalistiek verdien dat ik al die tijd onafgebroken in de media heb gewerkt.” De vraag is echter of je van iemand kan verlangen dat hij of zij vertrouwelijke informatie door speelt aan mogelijke toekomstige partners? “Ik weiger aan collega’s en concurrenten te tonen hoeveel ik voor welke opdracht heb aangerekend. De voorzitter van de commissie is bijvoorbeeld een werknemer van De Persgroep. Ik heb geen zin hem bloot te geven hoeveel ik momenteel factureer aan Sanoma Magazines Belgium. Het is niet onmogelijk dat ik ooit iemand uit de commissie als sollicitant voor me krijg, of omgekeerd, dat iemand uit die groep mij voor een project wil inschakelen. Het zou erg onhandig onderhandelen zijn mocht hij die tegenover me zit exact weten wat ik voorbije twee jaar voor mijn diensten aanrekende. Welke zelfstandige consulent is bereid al zijn facturen voor te leggen aan zijn concurrenten, zijn potentiële klanten, zijn mogelijke werknemers?” Bovendien stelt de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist enkel dat men ‘vergezeld van de stukken ter verantwoording van de aanvraag’ moet kunnen aantonen twee jaar onafgebroken zijn hoofdinkomen met journalistiek moet verdiend hebben. Nergens staat echter dat enkel facturen als bewijs kunnen dienen.

Sara Frederix, ex-journalist, die onder andere werkte voor MO*, Koppen, Menzo, Flair, De Morgen en Kanakna, leverde wel haar boekhouding binnen. Het onderzoeksproces dat hierop volgde leek op totale willekeur. “De toenmalige commissieleden waren niet geschokt door de vaakschandalig lage prijzen waaraan jonge freelance journalisten werken. Nee, hun inquisitie concentreerde zich enkel op de facturen met iets hogere bedragen. In mijn geval: opdrachten voor communicatiebureaus en reporterwerk voor Temptaion Island. ‘Geen journalistiek werk’, zwaaide de commissie met de wet van 1963 op de bescherming van de beroepsjournalist. ‘Gij zult geen enkele vorm van handel drijven of op reclame gerichte werkzaamheden uitoefenen’. Reisreportages, lichte tot luchtige bijdragen voor allerhande rubrieken en media… waren voor de commissieleden blijkbaar wel hoogstaand journalistiek werk.” Enige duidelijkheid over welke journalistieke opdrachten je mag aannemen en welke niet kon de commissie geen duidelijkheid geven. Een lijst met de spelregels blijkt onbestaande. “Waarom wordt een reisreportage volledig betaald door de toeristische industrie wel beschouwd als journalistiek werk? Waarom is een grappig item voor Man bijt Hond wel journalistiek werk en gelijkaardig werk voor Temptation Island niet? En wat met de bekende en erkende journalisten en hun goed betaalde schnabbels?”

Bron: De Standaard 16/09/2008 en 17/09/2008





JONG, PROGRESSIEF EN TEGEN EEN HOOFDDOEKENVERBOD

14 01 2009

Wij zijn wat Geert van Istendael een tijd terug (DS 23 augustus) omschreef als een groep ‘jonge mensen van Belgische afkomst die vandaag uit progressieve, zeg maar linkse, overtuiging de hoofddoek verdedigen.’ Volgens dezelfde auteur zijn wij dan ook ‘hoofdzakelijk naïef, onnozel of getuigend van een slecht begrepen tolerantie, een weke onverschilligheid, een niet onprettige vaagheid’.
Wat ons nog het meeste stoort is dat Geert van Istendael het voorstelt alsof wij zomaar tegen een hoofddoekenverbod zijn, alsof wij daar niet ernstig over nadenken, alsof wij niet op zoek gaan naar argumenten voor en tegen. Als er één generatie is die zich daar wel mee bezighoudt, dan zijn wij het wel. Wij kennen de standpunten van politieke partijen, het Vlaams Minderhedencentrum, Etienne Vermeersch, Nadia Fadil, Rik Pinxten, Nicolas Sarkozy, Sami Zemni, Patrick Loobuyck, Paul Scheffer, het Steunpunt Allochtone Meisjes en Vrouwen, Baas Over Eigen Hoofd, KAV,… En je kunt moeilijk zeggen dat uit heel deze lijst alleen de voorstanders van een hoofddoekenverbod echte argumenten hebben, terwijl de tegenstanders zich alleen beroepen op de slogan dat neutraliteit ‘kil’ zou zijn – zoals van Istendael lijkt te suggereren.

Wij baseren onze argumenten op studies, verhalen en getuigenissen over de verschillende motivaties waarom Vlaamse moslima’s een hoofddoek dragen, op theorieën over actief pluralisme en interculturaliteit, op ideeën over verschillende manieren waarop je neutraliteit kunt invullen, op studies van en over moslimfeministes,… En één ding is ons alvast duidelijk: je kunt de hoofddoek in Vlaanderen niet zomaar als machistische dwang afschilderen. Het zit veel complexer in elkaar.

Zoals elke nieuwe generatie hebben wij het recht – en zelfs de plicht – om een eigen kijk op levensbeschouwing te ontwikkelen, die verder gaat dan die van onze voorgangers. Wij willen aandachtig luisteren naar en begrip hebben voor de ervaring en argumenten van de generaties voor ons, maar wij weten ook dat ervaringen uit het verleden verblindend kunnen werken. Soms hebben we het gevoel dat de linkse generaties voor ons in hun analyse van religie niet verder zijn geraakt dan ‘religie is opium van het volk’ of ‘religie is onderdrukkend’.

Wij willen vandaag het debat over religie heropenen, religie weer op de agenda zetten, in plaats van haar onmiddellijk naar de privésfeer te verbannen. Vandaag zien wij immers dat heel wat Vlaamse moslims hun religie gebruiken om zich te emanciperen, dat zij een levensbeschouwing uitbouwen waarmee ze zich wapenen tegen onderdrukking – ook tegen onderdrukking onder het mom van religie. Wij zien heel wat jonge intellectuelen die religie weer op een onbevangen manier bekijken en ook oog hebben voor de positieve kanten ervan. Zij ontkennen de gevaren van religieuze onderdrukking niet, maar wijzen ook op de gevaren van seculiere onderdrukking. Zij vragen zich net als ons af of we met de volledige privatisering van levensbeschouwing niet iets zouden weggooien dat een positieve bijdrage aan de samenleving kan leveren. Zij hebben volgens ons geen gebrek aan goede argumenten, alleen hebben zij (nog) niet de naam en de faam om gemakkelijk hun visie in de krant te krijgen.

Rosalie Heens (Vzw Motief) en Saïd Aberkan (verantwoordelijke Islamitische consulenten België en voorzitter van de vereniging van Islamitische Consultatie België), Yasmina Akhandaf (BOEH!), Meyrem Almaci (federaal volksvertegenwoordiger en fractieleider Groen!), Khadija Aznag (ondervoorzitster SAMV), Nadia Babazia (stafmedewerkster SAMV), Sultan Balli (voorzitster SAMV), Hadassah Borreman (Jesjoeroen), Sarah Bracke (sociologe KU Leuven en Nextgenderation), Anneleen Decoene (theologe KU Leuven), Sarah De Mul (literatuurwetenschapper KU Leuven), Wen Geerts (Kanteling), Enissa Kelif, Jelle Laverge (Jona), Dr.Chia Longman (Centrum voor Interculturele Communicatie en Interactie UGent), Patrick Loobuyck (moraalfilosoof UA en UGent), Anne-Lies Meesschaert, Ann Mols, Nadia Norden, Judith Perneel (coördinator SAMV), Freya Piryns (senator Groen!), Liza Schrooten, Sara S’Jegers (FC Poppesnor en BOEH!), Myriam Vandecan (CODIP vzw), Eric Van den Bossche (Jebron), Elke Vandeperre (coördinator Vzw Motief), Leen Vanderwaeren, Alexander Van Leuven (Vzw Motief), Liesbet Van Woensel (Jebron), Eva Vergaelen (auteur Thuis in de islam)





Anglicaanse kerk verwerpt creationisme

14 01 2009

De Britse anglicaanse kerk (Church of England) zet zich af tegen de creationistische leer die stelt dat de schepping het werk is van God. De kerk start deze week zelfs met een website om de evolutieleer van Charles Darwin, die daar lijnrecht tegenin gaat, te verdedigen.  Een opvallend optreden, gezien het meestal juist christenen zijn –hoewel eerder fundamentalisten zoals de gloednieuwe Amerikaanse kandidaat-vice-presidentskandidate Sarah Palin – die meestal heel erg tegen de evolutieleer zijn.

Een woordvoerder van de kerk laat weten dat ‘wetenschap en religie perfect kunnen worden gecombineerd’ en dat het creationisme een ‘verkeerd beeld geeft van wat er in de kerk als geheel leeft’.   Hij somt het kerkelijke uitgangspunt als volgt samen: ‘Christelijke opvattingen moeten enerzijds niet noodzakelijk neerkomen op het onvoorwaardelijk slikken van Darwin en alles wat er in zijn naam is gedaan maar anderzijds evenmin op een volledige verwerping van zo’n wetenschappelijke methode om die dan te vervangen door een letterlijke interpretatie van de bijbel’.

Het standpunt laat dan nog wel een grote grijze zone, het maakt in elk geval duidelijk dat deze Kerk zich niet voor het creationistische karretje wil laten spannen.