De school als muilezel van de samenleving

30 05 2008

Amok op de tram, de school moet het oplossen. Jongeren zijn te dik? De school moet het oplossen”. Tegenwoordig wordt er zoveel van scholen verwacht dat het hoog tijd wordt voor prioriteiten. “Wilfried De Rijck is directeur van het Koninklijk Atheneum in Mortsel en ziet bij elk actueel thema de hoofden in de richting van het onderwijs draaien. ‘Als er bijvoorbeeld drugsproblemen zijn, dan moet de school het oplossen. Net zoals de school de problemen van orde en tucht moet oplossen. Steeds meer krijgen we taken toegeschoven die tot de opvoeding behoren. We zijn bereid om oplossingen te zoeken. We zijn niet alleen lesgevers, maar ook opvoeders. En we willen meegaan met de maatschappij. Maar het moet wel nog haalbaar blijven. We moeten het als school aankunnen, in het oog houdend dat onze lessen van een goed niveau blijven. Want in de eerste plaats hebben we de verplichting om de eindtermen te behalen.’”.

Hugo Deckers, secretaris-generaal van de socialistische vakbond ACOD-onderwijs, heeft eenzelfde aanvoelen. “Leraars moeten er maar steeds meer bij nemen, maar niemand vraagt hen hoe ze dat bolwerken, en met welke middelen ze dat doen.” Het stoort hem nog het meest dat er bij dit alles geen vragen gesteld worden. “Iedereen vindt het blijkbaar vanzelfsprekend dat de scholen extra taken op zich nemen. Het is als een sluipend gif, waardoor leraars ongemerkt heel veel taken op zich nemen die niet tot hun corebusiness behoren. Een leraar is er toch nog steeds in de eerste plaats om les te geven?

Hoofdredacteur van Klasse, Leo Bormans, heeft begrip voor deze klacht, maar wijst op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van het onderwijs. “De school heeft een verantwoordelijkheid omdat ze dingen kan doen die in sommige gezinnen uitgesloten zijn. Waar moet bijvoorbeeld een kind naartoe met ouders die psychisch niet gezond zijn? Leraren hebben een belangrijke functie in het detecteren van problemen.” Bormans ziet de school ook als een sociaal oefenterrein. “Vroeger waren het gezin en de straat het oefenterrein voor een volwassen leven. Op straat leerde je met mensen omgaan. Je leerde er de vaardigheden om later ook in de echte, samenleving te overleven. Intussen hebben we de kinderen van de straat geplukt en voor een computer gezet. Daardoor is nu de school het enige sociale oefenterrein geworden.” Barmans begrijpt dat het voor scholen niet gemakkelijk is om daarop in te spelen. “Het belangrijkste is dat de leerlingen zich goed voelen. Als dat niet het geval is, kunnen ze ook niet goed presteren.’ Bormans begrijpt dan ook niet goed het argument dat lesgeven de corebusiness is, en dat andere zorgtaken op de tweede plaats komen. ‘Iemand met zelfmoordgedachten zal niet veel aan de lessen wiskunde hebben. Daarom is het belangrijk in de eerste plaats een warme school te hebben, en die warmte kost geen geld.

Bron: De Standaard 29/04/2008





Geestelijke gezondheid op school

30 05 2008

Volgens het onderwijstijdschrift Klasse kampt een op de drie leerlingen met psychische problemen als angststoornissen, hyperactiviteit en depressie. Omdat er nog steeds taboes en vooroordelen over deze problemen bestaan maakte Klasse een stappenplan. Op deze manier wil ze scholen ondersteuning bieden in de aanpak van de geestelijke gezondheid van hun leerlingen. “Voor een goede aanpak van de geestelijke gezondheid worden vijf pijlers naar voren geschoven. Zo krijgen scholen de raad een aangenaam klimaat te creëren, bijvoorbeeld door middagactiviteiten en een antipestplan. Een tweede pijler is de vorming van leraren en ouders rond geestelijke gezondheid. Via trainingen kunnen ze hun relationele vorming en sociale vaardigheden bijspijkeren. Ook snel signalen herkennen is een belangrijke pijler. Via vertrouwensleraren en mentoren kunnen de problemen sneller doorstromen naar de juiste personen. De vierde pijler is een goede begeleiding binnen de school, en ten vijfde is er de samenwerking met partners buiten de school”.

Bron: De Standaard 29/04/2008





Academisch onderzoek steeds meer gesponsord door bedrijven

30 05 2008

In De Morgen van 14 april geraakte bekend dat zowat elke Vlaamse universiteit een vijfde tot een vierde van haar onderzoeksmiddelen vanuit het bedrijfsleven ontvangt. In het Research & Development centrum van de KU Leuven spenderen 47 mensen er een fulltime dagtaak aan om de wensen van het bedrijfsleven en de Leuvense vorsers op elkaar af te stemmen. “Van de universiteit uit is private financiering dan ook gewoon een noodzaak”, aldus Paul van Dun, hoofd van R&D. “De overheidsfinanciering is verre van voldoen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland, waar universiteiten per student een drievoud krijgen van die in Vlaanderen. Wij kunnen daarenboven niet rekenen op hoge inschrijvingsgelden.”. Van Dun begrijpt de scepsis ten opzichte van private financiering maar deze hoeft volgens hem niet een bedreiging voor de kwaliteit van onderzoeken te zijn. “Volgens mij maakt het percentage gesponsord onderzoek niet zoveel uit. Belangrijk is dat je intern voor een goede ondersteuning zorgt, waardoor het op geen enkele manier een uitverkoop wordt. Dat spreekt voor zich.

VUB-onderzoeksverantwoordelijke Jan Cornelis vindt het deel van hun opdracht. “Maatschappelijke dienstverlening bestaat naast het uitvoeren van opdrachten van de overheid, het creëren van spin-offs en het laten doorstromen van onderzoeksresultaten naar de non-profitsector ook uit het uitvoeren van onderzoek op verzoek van de bedrijven. Wij gaan geen resultaatsverbintenissen aan, dus risico is er niet.” Van Dun bevestigt: “De maatschappij vraagt meer return van de universiteiten. De tijd van de ivoren toren is voorbij”. Wel is natuurlijk belangrijk dat er strikte regels worden opgelegd. “We hebben wat dat betreft al een lange weg afgelegd. Ook internationaal wordt een en ander de laatste jaren streng gecontroleerd. Toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften eisen dat er bij een onderzoek duidelijk vermeld wordt wie mee instond voor de financiering.” Dat de ideeën voor samenwerking vooral van bedrijven komen is niet noodzakelijk zo. Bovendien kunnen professoren weigeren, al gebeurt dan niet vaak.

Ook de overheid springt op deze trend en start een nieuw project op: Het Baekelandfonds, dat een uitwisseling van onderzoekers tussen bedrijfswereld en universiteiten mogelijk maakt. “Wij willen het mogelijk maken om ook een tijdje naar het bedrijfsleven te trekken. Omgekeerd moet het ook kunnen dat iemand uit het bedrijfsleven voor onderzoek tijdelijk naar de universiteit gaat. Het loon van de onderzoeker in kwestie zal deels door de Vlaamse overheid, deels door de bedrijfswereld betaald worden”, aldus Vlaams minister van Wetenschap en Innovatie Patricia Ceysens.

Bron: De Morgen 15/04/2008





Anecdotitis, een bedreiging?

30 05 2008

De verhoudingen in de media zijn verstoord, lezen we in een opiniestuk van Luc Huyse in De Standaard van 19 april 2008. “Er dreigt anecdotitis”. Hij start zijn betoog met een vergelijking tussen de verslaggeving over de openhartoperatie van de toenmalige premier Wilfried Martens in 1983 en de ziekenhuisopname van de toen nog toekomstige premier Yves Leterme in februari 2008. In geval van Martens brengt De Standaard bijvoorbeeld het nieuws de dag nadien vooraan in de krant voorzien van een kanttekening. “Later komen nog twee foto’s van het koninklijk ziekenbezoek, vier korte berichten en een interview met de herstellende eerste minister. De radioberichtgeving op de openbare omroep ligt qua omvang in dezelfde bescheiden lijn. Als toekomstig premier Yves Leterme halfweg februari 2008 in het ziekenhuis wordt opgenomen zal dat in De Standaard leiden tot twee volle voorpagina’s, een redactioneel commentaar en in tataal vijftien berichten. Bij Radio 1 volgt het journaal de ontwikkelingen uiteraard op de voet.” Waarom al die aandacht vraagt Huyse zich af. “Martens was al vier jaar premier. Hij was tijdens die periode voorzitter geweest van de Europese Gemeenschap, had de staatshervorming van 1980 gecoacht, een devaluatie van de Belgische frank doorgevoerd, de opstelling van Navo-raketten mogelijk gemaakt en het explosieve staaldossier ontmijnd. Hij mocht dus na zijn operatie gerust wat aandacht krijgen. En Leterme? Hij had de Vlaamse executieve geleid en was die veertiende februari (misschien) op weg naar de Wetstraat 16. Meer niet.” Huyse zoekt de oorzaak van de verstoorde verhoudingen in de totaal gewijzigde omgeving. “Aanvankelijk werkten kranten, radio- en televisiestations op een gesloten markt met een vaste, comfortabele plaats voor zowat elke speler.” Hieraan kwam een einde enerzijds door de ontzuiling van het medialandschap en anderzijds door technologische vernieuwingen die ervoor zorgden dat nieuws in realtime verwerkt kan worden. “Het is bijgevolg dringen op de mediamarkt. Overleven als medium in zo’n drukken en drukkende omgeving kan alleen door op een of andere manier op te vallen, dag na dag, uur na uur. Nog sneller zijn dan de anderen, bijvoorbeeld. Of nog uitgebreider rapporteren, wat in de redacties bijna onstilbare nieuwshonger veroorzaakt.” Ook de grenzen tussen feit en opinie vervagen volgens Huyse. Journalisten kruiden feiten te vaak met commentaar en hun eigen mening. “Views komt in de plaats van news, de viewspaper verdringt de newspaper”. Daarnaast laten kranten complexe en/of onpopulaire onderwerpen links liggen. “Het overgrote deel van de berichtgeving laat het hart van de politieke besluitvorming, daar waar de cruciale beslissingen vallen ongemoeid. De Europese dimensie van de politiek, want daar gaat het om, is daardoor voor de meeste mensen terra incognita. Wat een groeiterrein zou moeten zijn in de ontwikkeling van een rijper burgerschap blijft grotendeels ontoegankelijk.” Volgens Huyse is het dan ook hoog tijd om even stil te staan en achterom te kijken en te na te gaan of de huidige koers die gevaren wordt wel acceptabel is. “Dat is vooral een opgave voor wie in de wereld van de politieke berichtgeving werkzaam is. Zo’n prove van (liefst publiek) zelfonderzoek vraagt moed. Op individuele critici uit de sector daalt al snel het verwijt van nestbevuiling neer. Het zal dus een collectieve oefening moeten zijn.” Een andere mogelijke oplossing ligt in “de vorming van beter geëquipeerde lezers, luisteraars en kijkers en in de organisatie van wat een ware consumentenbeweging kan worden.

Niet iedereen is het volledig eens met deze visie. Dave Gelders geeft Huyse een recht van antwoord. “Luc Huyse slaat in zijn artikel (…) meermaals de nagel op de kop. Inderdaad er is te weinig media-aandacht voor de almaar ingrijpende Europese besluitvorming (…) En ja, de toegenomen commerciële druk leidt soms tot ‘anecdotitis’, meer kans op fouten en tot het afvoeren van niet door soundbites gedreven programma’s als PolspoeléDesmet. Ook al erkent Huyse dat er veel koren zit tussen het kaf, toch is zijn analyse vrij negatief.” Zo wijst Gelders er op dat er in relatieve termen sinds de jaren ’50-’60 minder inhoudelijk nieuws is en meer aandacht gaat naar wedstrijdnieuws (opiniepeilingen, electorale strategieën) en hoopla nieuws (persoonlijk berichten over politici, campagne events). In absolute termen daarentegen is er nog nooit zoveel inhoudelijk nieuws geweest. Bovendien zijn hoopla news en wedstrijdnieuws niet minderwaardig. Naast ‘news’ zijn ook ‘views’ relevant, aldus Gelders. Ook het kruiden van feiten hoeft op zich niet problematisch te zijn. “Zolang de journalist feiten en interpretaties voldoende scheidt en zelf geen politieke rol speelt, moet dit kunnen. Een mogelijk gevaar van de soundbitecultuur is ook dat het voor politici moeilijker wordt om genuanceerde boodschappen te formuleren. Maar daartegenover staat dat het een verdienste is om kort en krachtig een standpunt te kunnen vertolken: soundbites verplichten politici goed na te denken voer wat ze zeggen en hoe ze het zeggen”. Gelders sluit af een stukje over kritiek en de noodzaak ervan. “De kritiek op de kwaliteit van de mediaberichtgeving gold al in ‘de goede oude tijd’. Ook toen werd geklaagd over de gebrekkige aandacht voor het inhoudelijk politieke discours. De geschiedenis herhaalt zich. Wat niet wil zeggen dat er geen kritiek mag geleverd worden op die mediaberichtgeving. Bepaalde fouten, hypes, kunnen terecht de wenkbrauwen doen fronsen. Zonder dwarsliggers kan een trein niet rijden. Zoals ook de media kritisch moeten berichten over de politiek, zo moeten media, politici, wetenschappers en burgers kritisch staan tegenover mediaberichtgeving.

Bronnen: De Morgen 19/04/2008 en 21/04/2008





Rupert Murdoch laat eerste koppen rollen bij The Wall Street Journal

30 05 2008

Nog geen vier maanden nadat Ruper Murdoch de gerenommeerde krant opkocht stapt hoofdredacteur Marcus Brauchli op omdat hij zich niet kan vinden in de ingrijpende veranderingen die de nieuwe eigenaar wil doorvoeren. Een beslissing die overigens niet als een verrassing kwam. “Sinds Rupert Murdoch The Wall Street Journal in handen heeft gekregen, voerde hij al een aantal ingrijpende wijzigingen door. Er moest meer aandacht komen voor algemeen nieuws. Politiek, cultuur en sport wonnen aan belang en Murdoch wilde van het systeem af waarbij langere stukken op de voorpagina beginnen en binnenin gewoon doorlopen. En dus werd er geëxperimenteerd: meer variatie in de lay-out, meer nieuwsstukken op de voorpagina. Hoofdredacteur Brauchli deed zijn best, maar het ging niet snel genoeg.” Brauchli blijft overigens wel aan de slag bij News Corp. Hij zal zich de komende maanden als adviseur buigen over Murdochs plannen om in Azië een eigen nieuwszender te starten. Wie Brauchli zal vervangen bij The Wall Street Journal is nog niet duidelijk. Voorlopig neemt Robert Thomson, de vorige hoofdredacteur van The Times of London, de leiding op zich.

Ondertussen zit ook de mediamagnaat niet stil. “Rupert Murdochs News Corp. neemt na The Wall Street Journal nu ook Newsday over. Met de aankoop van de New Yorkse krant, die een oplage van 380.000 exemplaren heeft, zou een bedrag van 362,5 miljoen euro gemoeid zijn. (…) Met zijn recentste aankoop stuurt Murdoch aan op een frontale botsing met de Federal Communications Commission. Die stemde eind december een nieuwe regel die stelt dat mediabedrijven slechts één krant en één tv-station mogen hebben in dezelfde stad. Met de aankoop van Newsday heeft Murdoch nu maar liefst drie kranten en twee televisiestations in New York onder zijn hoede.

Bron: De Morgen 24 april 2008





De antichrist van Silicon valley

30 05 2008

Een nieuwe tegenstander van web 2.0 is opgestaan: Andrew Keen. Sommige ongelijkgestemden omschrijven de provocateur als “een schandelijke, fascistische, technologische vooruitgangsvijandige, communistische, door controleneurose overheerste monarchistische mislukte internetentrepreneur”. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek The Cult of the Amateur: How Today’s Internet is Killing Our Culture and Assaulting Our Economy. “Keen benadrukt in zijn boek dat MySpace, Facebook en YouTube verantwoordelijk zijn voor een jongerencultuur van digitaal narcisme. Hij zegt dat kennissites als Wikipedia, waaraan door iedere gebruiker informatie kan worden toegevoegd, een aantasting betekenen van de autoriteit van de expert. Hij hekelt de ‘kakofonie van anonieme blogs of inderhaast geschreven meningen die alleen maar tot doel hebben de schrijver van de blog in de schijnwerpers te zetten”. Ook een vergelijking met de bibliotheek van Babel van Jorge Luis Borges wordt uitgetekend. “De ervaring van het surfen op internet lijkt op dolen in de bibliotheekzalen van Borges. Het is de bibliotheek van Babel. Het volgende decennium zullen er twee miljard nieuwe gebruikers op internet komen. In de onderontwikkelde landen is er niemand die hun hand vasthoudt. Wikipedia zal worden gebruikt als gratis vervangmiddel voor een schoolopleiding”. Keen pleit dan ook voor meer expertise en meer mensen die een context schetsen voor de toestromende informatie.





Het Gouden Lampje voor Knack medewerker

30 05 2008

De Leuvense Universitaire Werkgroep Literatuur en Media heeft haar jaarlijkse mediaprijs Het Gouden Lampje uitgereikt aan Eric Van de Casteele, journalist en lector aan de Arteveldehogeschool in Gent. Hij kreeg de prijs voor zijn artikel ‘opinies op papier’ dat op 13 februari in Knack werd gepubliceerd. “Het Gouden Lampje bekroont beurtelings een persartikel of programma van radio of televisie met aandacht voor de problematiek van privacy of verantwoorde mediakritiek. Dit jaar ging het om verantwoorde mediakritiek. In het artikel schetst Van de Casteele het spectrum van politiek of verantwoorde mediakritiek. Dit jaar ging het om verantwoorde mediakritiek. In het artikel schetst Van de Casteele het spectrum van politiek en ideologisch geprofileerde opiniebladen in Vlaanderen”.

Bron: Knack 23/04/2008