Democratisering onderwijs blijft uit

17 04 2008

Kinderen van hogere bedienden hebben vier keer meer kans om de overstap naar het hoger onderwijs te maken dan een arbeiderskind. Dat was vlak na de Tweede Wereldoorlog zo, en het geldt nu nog steeds”. Terwijl het lager en middelbaar onderwijs de voorbije decennia stilaan gedemocratiseerd zijn, is dat voor de universiteiten en hogescholen niet het geval. Dit blijkt uit een nieuw onderzoek van het Leuvense Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA). De conclusie van het onderzoek is duidelijk: er studeren nu meer arbeiderskinderen voort dan vroeger, maar toch is er geen sprake van gelijke kansen. “Want terwijl de participatie van lagere sociale groepen is vooruitgegaan, is ook die van de hogere sociale groepen minstens evenveel gestegen”, aldus onderzoeker Steven Groenez. “Een echte democratisering zou betekenen dat de ongelijkheid tussen die groepen verkleint maar dat is hier niet het geval. Er heeft een massificatie plaatsgevonden, geen democratisering”. Zo hebben kinderen van bedienden nu nog steeds dubbel zoveel kans naar het hoger onderwijs te gaan dan arbeiders. Vrije beroepen en ondernemingsleiders hebben meer dan drie keer zoveel kans.

Maar de grootste obstakels voor een echte democratisering bevinden zich in het secundair onderwijs, aldus Groenez. ‘De expansie van de arbeiderskinderen in de middelbare scholen heeft zich vooral in het technisch en beroepsonderwijs voorgedaan. Maar precies die richtingen hebben niet als bedoeling de leerlingen op hogere studies voor te bereiden. Zolang die ongelijkheid er is, blijft de ongelijke toegang tot het hoger onderwijs bestaan.’ Vandaar dat volgens hem de sleutel tot democratisering zich in de eerste plaats niet in de universiteiten en hogescholen bevindt, maar wel in de middelbare scholen. ‘Om de ongelijke kansen in het hoger onderwijs aan te pakken, moet in de eerste plaats de strakke scheiding tussen ASO, TSO en BSO worden aangepakt, net als de ongelijke spreiding van sociale groepen tussen deze onderwijsvormen. Pas dan heeft de democratisering van het hoger onderwijs kans op succes.

Bron: De Standaard 18/03/2008





Internet bloeiplaats voor racisme

17 04 2008

Op het meldpunt Cyberhate kwamen vorig jaar 330 klachten binnen over scheldpartijen, beledigingen, verbaal geweld en regelrecht racisme. Tegen die ‘cyberhate’ voert het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding naar aanleiding van de internationale Dag tegen Racisme campagne. Jozef De Witte, directeur van het Centrum, zegt dat het fenomeen hand over hand toeneemt en stilaan over hete hele internet is te vinden. De laagdrempeligheid en anonimiteit van het internet werken het racisme sterk in de hand. Daarnaast is vooral de toename van islamhaat opvallend, waarbij manipulatie van gegevens of beelden, overigens niet wordt geschuwd.

Het Centrum kan optreden op basis van de wetten tegen discriminatie, racisme en negationisme. Er zijn drie gevallen bekend waarbij verspreiders van dergelijke boodschappen veroordeeld werden.

In geval van racisme kan klacht neergelegd worden bij de politie maar ook zelf ageren wordt aanbevolen door De Witte.

Aanbieders van mediawebsites proberen hun steentje bij te dragen door inzendingen te controleren. Zo heeft de website van de BBC verschillende mensen in dienst die enkel met het filteren van reacties bezig zijn.


www.cyberhate.be

www.diversiteit.be





Hollywood regisseert oorlog in Irak

17 04 2008

Vijf jaar na het begin van de oorlog in Irak proberen voormalige Hollywoodmedewerkers vanuit het Witte Huis het conflict in de media nog steeds zo heroïsch mogelijk te verkopen. In de reportage ‘De verkoop van een oorlog’ van het Nederlandse VPRO-programma Tegenlicht zagen we hoe communicatie-experts naast de gewone werkelijkheid een gemedialiseerde – en politieke – realiteit bouwen. Een van de bekendste ‘artificial reality imagineers’ is Scot Sforza die tot de zomer van 2007 de zichtbare optreden van Bush regisseerde. “Sforza is een ex-studioregisseur en art director van ABC News die sinds 2001 door het leven ging als ‘special assistant to the president’ en vicecommunicatiedirecteur in het Witte Huis. In de schaduw zorgde hij ervoor dat Bush op televisie zo goed mogelijk in het licht kwam te staan. Aanvankelijk deed hij dat door tijdens persconferenties ‘wallpapers’ achter de president te projecteren. Daarop zijn slogans te zien die permanent zijn boodschap herhalen, zoals ‘Keeping Americans Secure’. Doel was kijkers maximaal bloot te stellen aan de boodschap, zelfs als ze ongeïnteresseerd waren in wat Bush eigenlijk te vertellen had”.

Naast de oorlog tegen terreur regisseerde Sforza vooral het Irakconflict. De beruchte powerpointvoorstelling van ex-buitenlandminister Colin Powell, toen deze in de VN-Veiligheidsraad op 5 februari 2003 de later vals gebleken bewijzen presenteerde dat Saddam Hoessein nog over massavernietigingswapens beschikte, werd door hem in goede banen geleid. Even snel dacht hij de propagandaoorlog te beëindigen. Nog geen anderhalve maand na de inval (…) liet hij op 1 mei 2003 de president op het vliegdekschip USS Abraham Lincoln in een gevechtsvliegtuig landen. In uniform draafde Bush op; als burger zou hij daarna de natie toespreken voor een reusachtig spandoek met daarop de slogan ‘Mission Accomplished’. Dat de oorlog nog maar begon was Sforza en de zijnen worst. Doel was de media en publieke opinie een iconisch beeld in het geheugen te prenten van krachtdadige president en dat, zo blijkt nu, als startschot voor de verkiezingscampagne van 2004. Daarvoor werden kosten noch moeite gespaard. Sforza was al dagen vooraf aanwezig op het vliegdekschip, dat gesommeerd werd diep in zee te varen zodat niemand kon zien dat het schip niet in de Perzische Golf lag maar voor de kust van Californië, naar de geest van Barry Levinsons film ‘Wag the Dog’ uit 1997, waarin de president een regisseur aanstelt om op televisie een fictieve VS-oorlog te tonen om zijn populariteit op te krikken.” En dit is slechts één van de vele voorbeelden. “Wie herinnert zich Jessica Lynch nog? Lynch was eind maart 2003 met collega’s in een hinderlaag gelopen in de buurt van Nasiriyah. De operatie om haar te redden werd op 1 april live op de televisie uitgezonden. Achteraf bleek het verhaal bedacht om het patriottisme weer bij het VS-publiek terug te brengen. Zelfs de vermeende mishandeling en verkrachting bleek gelogen, want Iraakse artsen hadden Lynch beschermd tegen de eigen Iraakse troepen”. John Stauber van het Center for Media & Democracy uit Wisconsin en coauteur van de VS-bestsellers The Best War Ever en Weapons of Mass Deception omschrijft het als militaire PSYOP, psychologische oorlogsvoering waarbij het denken en doen van publieke opinie en media in binnen- en buitenland worden beïnvloed. Volgens hem zijn de mainstreammedia even schuldig aan misleiding van de publieke opinie als de spin-doctors die hen manipuleren. “Door het eindeloos herhalen ‘dat het beter gaat in Irak’ is de oorlog hier van de voorpagina’s verdwenen en begint volgens peilingen de publieke opinie te geloven dat het aantal slachtoffers gezakt is tot een aanvaardbaar niveau. In werkelijkheid blijft de situatie erg slecht. Daarover getuigden afgelopen weekend tweehonderd oorlogsveteranen nog in Washington, maar de Amerikaanse mainstreammedia besteedden aan hun boodschap geen aandacht meer”.

Bron: De Morgen 19/03/2008





Rebelse media uitgestorven?

17 04 2008

Nee hoor. In 2000 richtten vier vrienden in New York het Guerrilla News Network (GNN) op. Eerst als filmmaatschappij, maar nadat hun in your face-videoclips voor Eminem de wereld rondgegaan waren, ging hun website meer door wegen. Een heus netwerk van bloggers (10.000 angry young men) sloot zich aan en ging schrijven over zaken die de traditionele media links lieten liggen of zelfs verzwegen. Brecht Decaestecker van De Morgen had een interview met Stephen Marshall, oprichter van het fenomeen.

“’Voor 2000 reisde ik voortdurend rond de wereld’, vertelt Marschall, als we hem vragen naar de ontstaansgeschiedenis van GNN. ‘Ik filmde drugspanden of neonazi’s en monteerde daar triphop of drum-‘n-bass boven. Die documentaires verkocht ik als videomagazine. CNN wilde mij een eigen kanaal geven, maar toen nam Time Warner CNN over en ging de deal niet door. Daarna werkte ik als trance-dj. Rond de millenniumwissel kreeg ik samen met een paar vrienden het idee om opnieuw video’s te draaien. Anderhalf jaar lang deden we niets anders. We wonnen de ene award na de andere. Onze video S-11 Redux waarin we de verantwoordelijkheid van de Amerikaanse regering voor de aanslagen van 11 september 2001 aankaarten, werd overal vertoond. Plots wilden de Beastie Boys, Eminem en 50 Cent dat we hun video’s maakten. Honderden jongeren surften naar onze website. Die schreven ze vol met hallucinante verhalen. Dus dachten we: ‘laten we van hen de sterren van onze site maken’”.

Marshall omschrijft de site van GNN als volgt: “We creëren een platform waarop ze zelf zowel het journalistieke als het redactionele werk kunnen doen. We hebben ervoor gezorgd dat degenen met de meest gelezen blogs de meeste macht hebben. Zij worden vanzelf de eindredacteurs. Iemand die een stuk wil schrijven, maar dat op taaltechnisch vlak niet goed genoeg kan, stuurt het eerst naar een van die veelgelezen bloggers met de vraag of die het wil nalezen en verbeteren. Zo leren die mensen schrijven. GNN is onze gift aan die gasten.

GNN heeft een kritisch en rebels imago en dat heeft zo zijn redenen. “In Noord-Amerika zijn heel wat mensen ontgoocheld in de mainstreammedia. Ze vinden dat die te veel achter de regering staan en niet genoeg kritische vragen stellen. De media hebben te weinig onderzocht of er nucleaire wapens waren in Irak en of de manier waarop de VS dat land binnenvielen wel de juiste was. Toen we de traditionele media echt nodig hadden, gaven ze niet thuis. Je kunt hen dat niet eens kwalijk nemen. Het zijn logge, commerciële bedrijven die winst moeten maken. Hun werknemers hebben een gezien. Je kunt van de mensen niet verwachten dat ze allemaal Che Guevara worden. Maar dat zorgt er wel voor dat er plaats is voor een platform als GNN.

Op de vraag op traditionele media vervangen moet worden door user generated content stelt Marshall een middenweg voor. “Ja en neen. Ik ben een professionele journalist. Ik heb het vak geleerd met vallen en opstaan. Niet iedereen kan dat, dus zal dat altijd noodzakelijk zijn. Wat wel een probleem van traditionele journalisten is, is dat ze zich vaak afschermen voor hun publiek. Daar wordt het publiek boos om. In de toekomst zullen kranten een community moeten bouwen. Zo kunnen lezers fragmenten uit artikels plukken, die op hun site kleven en ze zo een nieuw leven laten leiden. Dat gebeurt nu al massaal, maar journalisten hebben daar psychologische problemen mee. Ze aanvaarden vaak alleen commentaar van hun hoofdredacteur, maar die drinkt dezelfde frisdrank, eet dezelfde maaltijd en heeft dezelfde baas. Het is goed om uit die wereld te komen.

Bron: De Morgen 07/03/2008





Wanneer wordt een verhaal nieuws?

17 04 2008

In De Morgen van 26 maart vraagt Geert Buelens met het oog op de Amerikaans voorverkiezingen zich af welke nieuwtjes zich nog zullen ontwikkelen tot Nieuws. “Wanneer heeft een verhaal, zoals ze in Amerika zeggen, legs? Wanneer wordt een feit of een menig echt nieuws? Wordt het bericht zo groot dat het zelfstandig kan lopen, van het ene naar het andere medium, zonder dat het nog aangezwengeld moet worden? Het is een vraag die veel mensen in de media bezighoudt en uiteraard ook veel politici en columnisten. Waarom krijg je op het ene stuk massa’s reacties en volgt op die ene bijdrage die je zelf cruciaal vindt alleen maar volstrekte stilte? Bij gebrek aan inhoudelijke criteria hanteren de media bij het vastleggen van het relatieve belang van een nieuwsitem een puur kwantitatieve graadmeter: nieuws wordt pas echt nieuws wanneer het wordt opgepikt door andere media. Maar daarmee wordt het probleem uiteraard enkel verschoven, want niemand weet welke regels daar spelen.” Gevolg: onrust en paranoia. “Doorlopend ontwaren drukkingsgroepen of politici complotten. ‘Typisch! Ik mag beweren wat ik wil, niemand luistert naar mij.’ De verwoording van je boodschap is uiteraard van belang om je waar verkocht te krijgen. Ook daarom is Bart De Wever alomtegenwoordig in de media, de vette vis en de borrelnootjes bepalen mee het discour omdat het sterke beelden zijn. Maar taalgebruik verklaart lang niet alles (of gaat u beweren dat ‘goed bestuur’ een sexy begrip is?)”.

De Amerikaanse voorverkiezingen bieden nog meer schoolvoorbeelden. “Toen een kleine twee weken geleden het verhaal over de pastoor van Barack Obama nieuws werd, circuleerden berichten daarover al meer dan een jaar op allerlei websites. En ook krantenlezers konden het geweten hebben. Pijnlijk ironisch in het licht van wat er vandaag gebeurt: op 6 maart 2007 publiceerde The New York Times een streng stuk waarin Obama werd verweten dat hij uit opportunisme zijn radicale pastor had laten vallen. De avond voor hij bekend zou maken dat hij dandidaat was voor de presidentsverkiezingen had Obama immers pastor Wright, die het openingsgebed zou doen bij die aankondiging, afgebeld”. Hoe langer de strijd duurt, hoe meer de media op zoek zullen gaan naar nieuwe invalshoeken. Buelens waarschuwt dan ook dat wanneer Obama straks ook echt de Democratisch presidentskandidaat wordt, elke steen die hij ooit betrad omgedraaid, besnuffeld en geanalyseerd zal worden. Nieuws hoeft het allemaal niet te zijn, zolang het maar voldoende legs zal ontwikkelen.

Bron: De Morgen 19/03/2008





Mainstream media versus burgerjournalistiek

17 04 2008

In België mag iedereen zich journalist noemen. Een amateurjournalist (…) heeft evenveel rechten als een beroepsjournalist die erkend is door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat betekent dat een burgerjournalist ook beschermd wordt door de wet op het bronnengeheim en dat hij – in geval van een persmisdrijf – ook voor een assisenhof moet verschijnen. (…)

Internetmedia en de mainstream media staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Dat blijkt ook uit het boek Burgermedia: opmars, ervaringen, bedenkingen dat Paul Vanlerberghe (ooit journalist bij De Morgen, maar nu een van de actiefste burgerjournalisten) voor Indymedia heeft samengesteld. In het voorwoord worden wederzijdse vooroordelen opgelijst: ‘Burgerjournalisten spuien vooral opinies en de informaite die ze brengen is lukraak en niet afgetoetst aan woord en wederwoord, luidt de kritiek. Vertegenwoordigers van de burgermedia stellen daartegenover dat de mainstream media de propagandisten geworden zijn van het eenheidsdenken, iets wat vooral zichtbaar wordt wanneer de tegenstellingen wat scherper worden’.

De Vlaamse journalistenbond (VVJ) kiest geen kamp in dit debat. Al wijst nationaal secretaris Pol Deltour op een nieuw fenomeen: de drukte én de broodnijd in de perszaal. (…)

Hoe bits het er soms kan toegaan tussen burgerjournalisten en beroepsjournalisten bleek op 10 maart tijdens een persconferentie in Antwerpen. OCMW-voorzitster Monica De Coninck gaf toen uitleg over een rapport van de Nederlandse onderzoekster Marion Van San over prostitutie. Indymedia-medewerker Koen Calliauw kreeg het aan de stok met beroepsjournalist Kris Goossenaerts (Het Nieuwsblad en De Standaard). ‘Toen ik als journalist van Indymedia vragen stelde, werd het Goossenaerts teveel. Woedend sloeg hij op tafel, roepend dat “hij er genoeg van had”! Waar had hij genoeg van? Van burgerjournalisten die hem, de échte, het gras voor de voeten wegmaaiden. Van burgerjournalisten zonder ‘echte’ perskaart, die zo maar het stadhuis binnendrongen en lastige vragen stelden. Met hem aan tafel zaten. Alle andere échte, van tv en kranten, zwegen zedig.’

Pol Deltour reageert diplomatisch op het incident: ‘Wanneer er op het terrein een territoriumstrijdje ontstaat tussen beroeps- en burgerjournalist, moet die met het grootste respect voor elkaar en in alle beleefdheid worden beslecht’, zegt hij.

Karl van den Broeck

Bron: Knack 23/03/2008





Poetinjeugd voert actie tegen onafhankelijke Russische krant

17 04 2008

Na afloop van de presidentsverkiezingen in Rusland is de groep Nashi, oftewel de Poetinjeugd, met acties begonnen tegen de krant Kommersant. Zo deelden ze in Moskou blaadjes toiletpapier met het logo van de krant erop uit aan de reizigers van de metro. Ook de privételefoonnummers van de uitgever, hoofdredacteur en journalisten van de krant zijn erop terug te vinden. Kommersant is een van de laatste onafhankelijke media in Rusland. Ze staat kritisch tegenover de regering en ontziet de machthebbers in het Kremlin niet. De krant heeft ook al een aantal keren uitgehaald naar Nashi, en de groepsleden ‘willoze volgelingen van de Kremlinheren’ genoemd. “Nashi is in 2005 opgericht en organiseert sportwedstrijden en zogenaamde zomerkampen. De jongeren trekken een soort uniform aan en sommigen, onder meer redacteurs van Kommersant, hebben hen al vergeleken met de Hitlerjugend. Het protest is er vooral gekomen nadat Kommersant heeft geschreven dat het Kremlin liever af zou willen van de lastige Nashigroep en plannen heeft om die te ontbinden”.

Bron: De Standaard 07/03/2008