Hoofddoekendebat barst los

6 11 2007

Het hoofddoekendebat is in alle hevigheid losgebarsten. De meningen zijn uitermate verdeeld. Politici verschillen van mening, zelfs binnen de eigen partijen. Ook vrijzinnigen verschillen onderling van mening. Uiteindelijk is dat geen probleem. Het positieve aan het verhaal is dat er eindelijk gediscussieerd wordt en dat het opnieuw eens over samenleven mag gaan in plaats van over Brussel-Halle-Vilvoorde of de Lange Wapperbrug.

Hieronder vindt u het standpunt van Prof. Dr. Rik Pinxten, voorzitter van HVV.

1. Het politieke klimaat. Sinds 11 september 2001 is het moeilijker geworden om een sereen en doordacht standpunt te ontwikkelen rond intercultureel en interreligieus samenleven. In de Europese context (en dus de Belgische en Vlaamse deelcontexten) zou het ideaal natuurlijk zijn om religie en politiek radicaal gescheiden te houden. Principieel is dat juist. Pragmatisch is dat op dit moment een zoveelste loopgraaf in de lange reeks van loopgraven die we zien ontstaan. Voor het feitelijke samenleven van deze en volgende generaties winnen we niets bij principiële strijd. Het zogenaamde hoofddoekenverbod is in die optiek een conflictpositie die we beter zouden vermijden in plaats van er veel verbittering en tweestrijd mee te zaaien. Maar de vrees is gewettigd dat het daarvoor nu al te laat is.

2. De basislijn van respectvolle behandeling van mensen. Duurzame omgang met mensen in een klimaat van wederzijds respect is een humanistisch uitgangspunt. Langs de kant van de Europeaan is dit soms moeilijk omdat hij meer en meer mensen ontmoet die ‘anders’ leven en denken dan hij. Hij doet er dus best aan die andere invullingen te leren kennen om er eventueel een plaats voor te geven, in plaats van ze onmiddellijk te veroordelen. Men moet geen islamiet worden (zoals antidemocraten beweren) om een islamiet gelijkwaardig te behandelen. Hetzelfde moet natuurlijk gerespecteerd worden door ‘anderen’ die hier komen wonen en leven. Voor hen zijn wij anders en die andersheid moet door hen evenzeer verkend, gekend en gelijkwaardig bejegend worden. Langs beide zijden is hier veel werk aan de winkel.

3. Niet uiterlijk, noch geloof, maar het functioneren is het ijkpunt. Afkomst, uiterlijk, seksuele geaardheid of religie mogen geen criterium zijn om mensen anders (minderwaardig) te behandelen. Dit is de oplossing die wij na Wereldoorlog II hebben gevonden om de ergste barbarij te voorkomen. Dit is het basisdevies van de Europese constructie. Geen discriminatie noch uitsluiting op a priori gronden. Voor iedereen die hier leeft, recent of sinds generaties, is dit de Grondwet, het systeem van basisafspraken. Minister van Gelijke Kansen, Kathleen Van Brempt, geeft ons, door haar pleidooi voor Meldpunten Discriminatie in de centrumsteden, de slagkracht om deze houding ook afdwingbaar te maken.

Voor het hoofddoekendebat betekent dit praktisch dat niet hoe iemand eruitziet een grond voor sanctionering kan zijn. Want waar zal dat eindigen? Wie kent alle symbolen van de honderden verschillende religieuze groepen in ons land? Hoe maak je dit praktisch mogelijk? Een gezonde lijn is dan ook om de correcte vervulling van een functie als criterium te nemen, in plaats van uiterlijke kenmerken. Kan iemand een openbare functie goed vervullen tegenover elke mogelijke klant, wanneer die uiterlijke kenmerken van een geloof draagt? Dat is het criterium dat we moeten hanteren. Argument voor deze stelling is dat men dan in elk geval openlijk toont wat men denkt of gelooft, en dat de burger hem daar dan terdege kan op afrekenen (‘hij is katholiek en ik niet: heeft dat effect op de dienst die hij moet leveren?’). Wanneer de gehele diversiteit aan overtuigingen zo getoond wordt moet iedereen volwassen ermee omgaan en bereik je dus neutraliteit door de diversiteit. Als je uiterlijke tekenen (bvb. de hoofddoek, tenminste voor een beperkt aantal draagsters ervan) verbiedt, dan weet je niet wat de functionaris denkt of gelooft en ben je dus in grotere onzekerheid over de ‘neutraliteit’ van de dienstverlening. Door het verbod geef je aan dat je problemen hebt om op een volwassen manier met diversiteit om te gaan.

4. We zijn dus duidelijk nog niet volwassen genoeg om met de religieuze diversiteit om te gaan. Vergelijk met de vrouwenemancipatie. Vrouwen moesten zich verbergen, weg uit het publieke leven en gehuld in allesbedekkend textiel. Dat was enkele decennia geleden de regel in onze streken, en is dat vandaag nog in fundamentalistische groepen uit de drie godsdiensten van het boek (kijk naar de Saoedi-aanpak van vrouwen, kijk naar de Amish-visie op hun vrouwen, enzovoort). In onze hedendaagse samenleving wordt dit als een vreemdsoortige positie beschouwd. We zijn hierin volwassener geworden (maar de strijd is nog niet helemaal gestreden). In verband met religieuze tekenen zijn we echter nog niet aan een dergelijke volwassen houding toe en trachten we een ongewenste ontwikkeling te beheersen door te verbieden. Dat werkt, pragmatisch, zolang we blijven beseffen dat dit een pijnlijk onvolwassen overgangsfase is. We moeten streven naar een openlijk (niet verhuld, onzichtbaar) leren omgaan met diversiteit. Al het andere zijn conflicten die er eigenlijk niet moeten zijn.

5. Zoals zo vaak is ook dit onvolwassenheidsdossier een symbolenstrijd geworden. Dat is, gezien de vage betekenissen die daarbij steeds spelen, gevaarlijk voor een democratie, precies omdat symbolen enkel aanvaard worden als wat ze altijd zijn (intrinsiek meerzinnig) door een volwassen, openlijk discussiërende en niet bedreigende samenleving. Door de bange, onvoldane, heimelijke of gefrustreerde groepen worden symbolen inzet van strijd, waarbij de ene ware of de exclusieve betekenis nagestreefd wordt. Dat is verstarring, fundamentalisme, geslotenheid. Het hoofddoekendossier is vooral zwanger van dit laatste. Daar moet dus aan gewerkt worden. Eraan toegeven door hoofddoeken vrouwonvriendelijk te gebruiken of door ze aan de andere kant te verbieden, zijn pijnlijke uitingen van onvolwassenheid. Maar gezien het emotionele karakter van het symbool kan een democratische maatschappij er hoogstens pragmatisch mee omgaan door, eens de zaak ontspoord is zoals nu, een in tijd en in toepassing beperkte controle in te stellen, zodat de spiraal van strijd in het symbooldossier zou stoppen. Een democratie zal immers steeds zien dat extremisten de enigen zijn die aan kracht winnen door niet de klaarheid van discussie, maar de duisterheid van symboolinterpretaties hoog in het vaandel te schrijven. Symbooldossiers zijn daarom gevaarlijke dossiers. Het verbod dat nu uitgevaardigd wordt door de Rago is daarom een begrijpbare maar ongelukkige stap, die in een nabije toekomst moet opgeheven worden door grondig overleg en open afspraken met alle betrokkenen. Van de islamgroepen vragen we ondertussen dat ze de basisafspraken van deze maatschappij voluit onderschrijven en ze tevens actief onderwijzen aan hun aanhang. Reciprociteit is ook daar geen ijdel woord. Hier ligt een belangrijke taak voor de Moslimexecutieve en voor alle islamitische rolmodellen. Wij hopen dat zij klaar zijn voor deze moeilijke tocht.

6. De moeilijke positie van het Gemeenschapsonderwijs. Het Gemeenschapsonderwijs is in deze zaak de meest kwetsbare partner, die door dit ‘conflict’ op termijn de meeste schade zou kunnen oplopen. Omdat het open staat voor alle religieuze gezindheden. We roepen op om zeer goed op te letten dat godsdienstig geïnspireerde politici dit thema niet zouden misbruiken om indirect toch vooral deze volwassen onderwijsvorm, waar mensen elkaar in hun verschillen als mensen leren respecteren, te treffen. Sommige geluiden van voortrekkers voor het verbod kwamen op dit punt bijzonder duidelijk uit één soort van hoek. Aan alle humanisten en democraten om deze stemmen tegen te spreken en hen op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

Advertenties

Acties

Information

11 responses

6 11 2007
nederkrant

Als ik even wat steekwoorden uit het artikel neem dan kom ik tot een verbijsterende conclusie. Zo moeten we vooral niet principieel zijn. Mogen we geen negatieve connotaties hebben bij bepaalde symboliek, zoals de hoofddoek. Zowel dan zijn we kennelijk onvolwassen en niet instaat om te gaan met diversiteit. Enzovoort.

Waarin in het artikel volstrekt voorbij wordt gegaan is het feit dat het hoofddoekje juist beladen is met symboliek. Symboliek die velen doet denken aan de barbaarse racistische benadering van vrouwen binnen de islam. Vele ook doet denken aan andere symbolische stukken textiel. Waaronder textiel waarop een hakenkruis verbeeld is.

Mijn inziens spreekt het juist van volwassenheid om principieel tegen dit soort symboliek te zijn. Het heeft ook totaal niets te maken met diversiteit. Het heeft alles te maken met het feit dat wij geen apartheid wensen te accepteren binnen onze samenleving. Ongeacht op welke (in dit geval religieuze ideologische) gronden.

6 11 2007
Rob Chaffart

Proficiat voorzitter

Het is altijd aangenaam een hoogstaand intellectueel artikel te lezen.

Mag ik bij uw artikel ook verwijzen naar het artikel van prof. Herman de Dijn in DS van 6.11.07, naar het artikel in de laatste aflevering van VAT over het boeddhisme en naar het werk van Finkielkraut.

We zullen maar in een echte pluralistische maatschappij leven als we andere in zijn anderszijn erkennen en bereid zijn eens na te denken over onszelf.

Voltaire wist dat al. Maar ja, iedereen is niet even snel.

6 11 2007
Pieter Hugo Pelgrims

Hoofddoeken zoals alle andere religieuze symbolen moeten absoluut geweerd worden in alle staats- en overheidsdiensten. Mensen die religieuze symbolen dragen proberen hun zienswijze op te leggen aan de anderen, ze geven de boodschap : “wij zijn niet zoals jullie, wij zijn zelfs beter dan jullie”.

7 11 2007
Vrijdenker

Rik Pinxten analyseert, argumenteert, wijst op de complexiteit van de materie en vervolgens gooit hij het werk neer, stelt dat het probleem eigenlijk geen probleem is (ook al omdat het zogezegd geen probleem waard is?), dat het zichzelf wel zal oplossen (als de anderen “volwassen” gaan worden : een pijnlijk onvolwassen overgangsfase). Ik heb problemen met die strategische optie en hoop dat dergelijke gelatenheid geen exponent van ons strijdbaar humanisme wordt. Een strategische vlucht weg van dit “symbool :-)”-dossier lijkt mij niet te rijmen met het begrip strijdbaarheid. Het is juist uit deze confrontatie dat dient te blijken welke maatschappelijke relevantie het vrijzinnig humanisme heeft. Ik weet wel dat extreem-rechts de gemoederen weet op te hitsen en juist daarom dienen we ons in dit dossier te kunnen profileren, enerzijds om te verhinderen dat extreem-rechts nog verder winst boekt op het terrein van de onverdraagzaamheid en ten tweede is het een lakmoesproef die het onderscheid tussen de onverdraagzaamheid van extreem-rechts en het vrijzinnig humanisme duidelijk moet kunnen maken.

Generaties voor ons hebben bij mondjesmaat de principes van de Verlichting op de maatschappij weten te realiseren. Zowel vrijzinnig als christelijk humanisten staan achter de seculiere rechtstaat. Hoewel een absolute neutraliteit utopisch is, wil dat niet zeggen dat we daarom aan de idee van een neutrale dienstverlening dienen te verzaken. Nog minder dienen we daaraan te verzaken, omdat een minderheid dat ongenegen is. Ik geloof niet dat het omgaan met diversiteit een unilateraal gegeven is. Het erkennen van elkaars diversiteit kan pas werken als ze bilateraal werkt. Tot nog toe, heb ik vanuit de moslim-hoek weinig beweging hieromtrent gezien. Blijkbaar interesseert hen die weg naar “volwassenheid” niet.

Op de vraag of iemand, die een hoofddoek (als religieus symbool) draagt, goed zijn werk in een openbare dienst kan verrichten, wil ik en wellicht vele anderen met “nee” antwoorden. Niet uit onverdraagzaamheid, maar uit de gedachte dat enkel een “neutrale” dienstverlening staat voor een gelijkwaardige behandeling van iedereen. Wij dienen diversiteit te cultiveren, maar dan binnen de afbakeningen van ons seculier, democratisch staatsbestel. Anders kiezen we voor de anarchie.

7 11 2007
lydia deveen

Het verbod op het dragen van een hoofddoek is een rem op de emancioatie van de moslimvrouwen, omdat de toegang tot onderwijs en werk wordt verhinderd. Het debat rond de redenen waarom een hoofddoek wordt gedragen is niet voldoende genuanceerd.
Anderzijds is het onmogelijk te bepalen wat als symbool van een bepaalde levensbeschouwing of politieke opvatting moet gelden. en dus verboden zou worden bij het uitoefenen van een openbare functie. Vb.: moet het dragen van bepaalde kleuren die een politieke betekenis KUNNEN hebben worden verboden ?

7 11 2007
michel Ackaert

Penitentiar vrijzinnig beambte schrijft en zegt:
Dagelijks word ik in de bezoekersafdeling van de gevangenis in Brugge geconfronteerd met
Grootmoeders, moeders, zussen en partners van gedetineerden die met hoofddoek op of zelfs in traditionele Arabische kledij hun verwanten komen bezoeken. Zelf draag ik het neutrale blauwe uniform maar toen ik onlangs, het was net voor een verkiezing die heden nog steeds niet resulteerde in een regering, met het minuscule rode driehoekje op de rever mijn dienst deed kreeg ook ik enkele opmerkingen. Inderdaad op een uniform horen geen religieuze of andere symbolen en wellicht staat dat wel in één of ander reglement. Bij mij en anderen werkte het echter verrijkend. De opmerkingen kwamen uit te verwachten en voorspelbare hoeken. Ik leerde iets bij over diegene die er zich druk over maakte en toen ik bewust een discussie op gang bracht kreeg ik meteen de kans om enkele standpunten naar voor te brengen. Mea Culpa, de werkvloer in een openbare dienst zoals een gevangenis is helemaal geen plaats om morele discussies te voeren en ook dat staat wel ergens in één of andere reglement maar als alternatief voor de voetbalcompetitie en de laatste scoop in de damesbladen leek dit toch wel leuk.
Wat die dames collega’s betreft met gouden kruisje om de hals, vriendschapsring om de vinger en zwangerschapshangertje op de buik was het dragen van religieuze en andere symbolen en zeker die bewuste sluier noch als beambte noch als klant (bezoekster gevangenis) NOT DONE.
Toen ik echter een poosje later een jonge gesluierde zus van … inschreef als nieuwe bezoekster en de obligatoire foto maakte voor de badge maakte ik zonder daarbij na te denken een geruststellende opmerking. Dat ze zich helemaal geen zorgen hoefde te maken over de kwaliteit van die neutrale koele opname want dat ze er alsnog heel leuk uitzag op die foto.
De glimlach en de respons die ik hiervoor terugkreeg vertelde heel veel zonder woorden.
Met of zonder sluier, de vrouw die voor me stond was en bleef precies vrouw zoals elke andere vrouw met of zonder symbolen. Blij met een leuk complimentje in een omgeving die niet echt leuk is. En misschien deed ik weeral iets wat niet kan of mag volgens het reglement en mijn collega’s.
Sluier of niet, geen probleem ,als het maar leuk blijft!

7 11 2007
Viaene Dominique

Het is de wereld op zijn kop zetten, wat Prof. Pinxten doet : weg met ALLE tekenen van eender welk geloof, en zeker bij mensen die werkzaam zijn in een openbare functie, het openbaar ambt enz… Het is wat mij betreft en dus ook wat de merning van de prof betrft in mijn ogen een zuiver subjectieve argumentatie. Welke plausibele argumenten de prof. ook maar naar voor brengt, het bliojt een non (?) – debat over een onderwerp dat zelfs de media niet op zo’n fulgurante manier zou mogen halen. ik ben absoluut geen racist en duld niet dat ook maar iemand me dit woord in het gerzicht zou werpen. Neen ik ben onvoorwaardelijk gekaznt tegen het dragen van eender welk uiterlijk teken, in de situaries hierboven geschets, dat naar eender welke religie mag verwijzen.
Laten we wel wezen, de moslima’s die zo’n hoofddoek willen dragen ook tijdens hun werk in een openbare functie, doen dit louter en alleen omdat hun etnische bevolkingsgroep arbij ze (willen) behoren, hen dit oplegt. M.a.w. de Vrouwenbeweging bedriegt zichtzelf als ze stelt dat het dragen van een hoofddoek bij moslima’s een teken is van vrijheid, wat een illusie. Maar ik begrijp dit wel: vrouwen moeten de vrouw verdedigen en zich niet afvragen wat de diepe reden is van vrouwenwensen… Neen dus en ik zal me met hand en tand blijven verzetten tegen dit “trendy” verschijnsel. Ik ben blij dat de Rago GO! bij zijn besluit terecht de beperking heeft ingebouwd dat een hoofddoek verboden blijft bij elke pedagogische taak die niets met het geloofsvak heeft te maken. Ik was nog meer tevreden geweest indien het parlement de moed en de durf getoond had om een wet goed te keuren die de hoofddoek sowieso vebood in alle openbare functies: we hadden dan niet die onbegrijpelijk, belachtelijke vaudeville gekend van in die gemeente wél en in die andere niet. Dat we maar eens eens het goede voorbeeld volgen van onze Zuiderburen: er was een korte oprisping na de uitvaardiging van de wet op de hoofddoek en zie, alles is in goede banen geleid en weinig Fransman spreekt nog over het probleem. Het punt is dat de inellectuele elites in ons land doodleuk gecapituleerd hebben voor de eisen van een kleine minderheid die onze cultuur van het begin al beschouwt als minderwaardig. Dit kan alleen nog maar verergeren als we nu nog meer toegeven wat uiterlijke tekenen betreft. In ons bananenkoninkrijk is het altijd noch mossel noch vis, nooit of zeer zelden een echte
duidelijke maatregel, steeds om de kool en de geit te sparen. Ook hier zal wel een historisch misgroeide attidtude zitten. Maar er is hoop: de Belgische wereld begint grondig te wijzigen en het gezond verstand neemt stilaan de bovenhand.

7 11 2007
Viaene Dominique

Het is de wereld op zijn kop zetten, wat Prof. Pinxten doet Mijn wens blijft: weg met ALLE tekenen van eender welk geloof, en zeker bij mensen die werkzaam zijn in een openbare functie, het openbaar ambt enz… Het is wat mij betreft en dus ook wat de mening van de prof betreft in mijn ogen een zuiver subjectieve argumentatie. Welke plausibele argumenten de prof. ook maar naar voor brengt, het blijt een non (?) – debat over een onderwerp dat zelfs de media niet op zo’n fulgurante manier zou mogen halen.
Met bekwaamzijn of niet heeft dit probleem niets te maken. Elke ambtenaar in funcite wordt toch geacht bekwaam te zijn??? ik ben absoluut geen racist en duld niet dat ook maar iemand me dit woord in het gerzicht zou werpen. Neen ik ben onvoorwaardelijk gekant tegen het dragen van eender welk uiterlijk teken, in de situaries hierboven geschetst, dat naar eender welke religie mag verwijzen.
Laten we wel wezen, de moslima’s die zo’n hoofddoek willen dragen, ook tijdens hun werk in een openbare functie, doen dit louter en alleen omdat hun etnische bevolkingsgroep waaarbij ze (willen) behoren, hen dit oplegt. M.a.w. de Vrouwenbeweging bedriegt zichtzelf als ze stelt dat het dragen van een hoofddoek bij moslima’s een teken is van vrijheid, wat een illusie. Maar ik begrijp dit wel: vrouwen moeten de vrouw verdedigen en zich niet afvragen wat de diepe reden is van vrouwenwensen… Neen dus en ik zal me met hand en tand blijven verzetten tegen dit “trendy” verschijnsel. Ik ben blij dat de Rago GO! bij zijn besluit terecht de beperking heeft ingebouwd dat een hoofddoek verboden blijft bij elke pedagogische taak die niets met het geloofsvak heeft te maken. Ik was nog meer tevreden geweest indien het parlement de moed en de durf getoond had om een wet goed te keuren die de hoofddoek sowieso verbood in alle openbare functies: we hadden dan niet die onbegrijpelijk, belachtelijke vaudeville gekend van in die gemeente wél en in die andere niet. Dat we maar eens eens het goede voorbeeld volgen van onze Zuiderburen: er was een korte oprisping na de uitvaardiging van de wet op de hoofddoek en zie, alles is in goede banen geleid en weinig Fransen spreken nog over het probleem. Het punt is dat de inellectuele elites in ons land doodleuk gecapituleerd hebben voor de eisen van een kleine minderheid die onze cultuur van het begin al beschouwt als minderwaardig. Dit kan alleen nog maar verergeren als we nu nog meer toegeven wat uiterlijke tekenen betreft. In ons bananenkoninkrijk is het altijd noch mossel noch vis, nooit of zeer zelden een echte duidelijke maatregel, steeds om de kool en de geit te sparen. Ook hier zal wel een historisch misgroeide attidtude zitten. Maar er is hoop: de Belgische wereld begint grondig te wijzigen en het gezond verstand neemt stilaan de bovenhand.

11 11 2007
vansweevelt george

levensbeschouwelijke symbolen in openbare instellingen, in casu het GO!

U merkt al dadelijk dat ik het thema niet wil verengen tot een “hoofddoekendebat”. Dat zouden sommige enggeestige personen of partijen maar al te graag hebben.
Feit is dat het GO!, het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap (vroegere Gemeenschapsonderwijs) opgezadeld zit met een uitspraak van de Raad van Stae die niet alleen een schorsingsarrest is (dus niet ten gronde) maar ook zeer duidelijk onvolledig en zelfs onjuist is. Het kwam inderdaad de Raad van het GO! toe om voor haar instellingen de algemene norm te bepalen inzake het dragen van levensbeschouwelijke of politieke kentekens. Het GO! is een open en actief pluralistich onderwijsnet dat bovendien van de Vlaamse Gemeenschap (regering en parlement) bijkomende opdrachten en taken decretaal heeft meegekregen. Dit houdt o.a. een neutraliteitsverklaring in, maar ook de plicht om alle leerlingen te aanvaarden los van afkomst, geslacht of filosofische overtuiging. De scholen zelf zijn bevoegd om via hun schoolreglement de rechten en plichten van de lmeerlingen vast te leggen. Deze schoolreglementen worden voor akkoord door de ouders ondertekend. Het arrest gaaat echter NIET OVER DE LEERLINGEN maar over de personeelsleden. En hier is er al een eerste adder onder het gras. Door zijn decretaal vastgelegde drieledige bestuursvorm met eigen plichten en bevoegdheden (de school- de schgolengroep de raad). De scholengroepen zijn bevoegd voor het aanwerven, benoemen en eventueel ontslaan van de personeelsleden. de raad is echter bevoegd om het pedagogisch project, de gehechtheidsverklaring en de neutraliteitsverklaring voor het personeel goed te keuren. De neutraliteitsverklaring werd nog onlangs possitief aangepast en geactualiseerd. Het GO! heeft ook een “diversiteitsverklaring ” en een daaraan gekoppeld engagement, door de Raad uitgevaardigd, en voor alle scholen van het GO! Een zeer goed gestoffeerde boek dat door het GO! terzake werd uitgegeven illustreert op een prachtige wijze, via getuigenissen, hoe die diversiteit in de dagdagelijks reliteit in de scholen wordt beleefd.
Het dossier rond de “hoofddoeken” is natuurlijk op dit ogenblik binnen de Vlaamse politieke context een uiterst gevoelige materie en het dient gezegd dat velen in het GO! het niet altijd met elkaar eens zijn over de te volgen weg. Maar dat is nu eenmaal de vrijgheid van opinie voor zover ze op een eerlijke wijze wordt geargumenteerd.
De Raad heeft dan ook een grondig debat gevoerd om haar reeds vroeger ingenomen standpunten te verduidelijken. Hieronder vindt U de integrale tekst van de Raadsbeslissing. Ik sta er volledig achter op dit ogenblik, maar zou het in een politiek sereen klimaat liever anders zien. Een evolutie in het denken en herdenken van deze aangelegenheid is op termijn noodzakelijk.

Beslissing van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap naar aanleiding van het arrest van de Raad van State 175.886 van 18 oktober 2007

Het GO! is als onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap grondwettelijk gehouden aan het neutraliteitsbeginsel. Dat houdt onder meer de eerbied in voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van alle ouders en leerlingen. Vanuit deze filosofie worden in het GO! zeven verschillende levensbeschouwelijke vakken onderwezen. Dit samengaan van verschillende levensbeschouwingen zorgt ervoor dat de leerkrachten en leerlingen in de scholen van het GO! op een actief pluralistische wijze met elkaar kunnen omgaan.
De beslissing van de Raad GO! is daarop geënt.

De Raad GO! maakt een duidelijk onderscheid tussen zijn personeel en zijn leerlingen.

Deze beslissingen werden genomen op grond van artikel 24§1 en §2 van de grondwet; artikel 33§1,1° van het Bijzonder decreet van 14 juli 1998; artikel 9 van het Decreet rechtspositie van 27 maart 1991 en luiden als volgt :

In zijn beslissing van 23 januari 2004 over religieuze symbolen bij LEERLINGEN op school stelt de Raad GO! dat het aan de scholen toekomt om te oordelen of zij – binnen hun lokale eigenheid en context – al dan niet religieuze kentekens voor leerlingen toestaan. De Raad GO! is van oordeel dat, wanneer een school het recht van elke leerling op kwaliteitsvol en open onderwijs zonder onderscheid en met eerbiediging van zijn of haar opvattingen kan realiseren, zij autonoom moet kunnen bepalen of dit al of niet met een verbod of een toelating voor het dragen van religieuze kentekens kan.
In zijn beslissing van 22 juni 2006 over het memorandum van het GO! “Zuurstof voor de toekomst” met betrekking tot PERSONEELSLEDEN stelt de Raad GO! het volgende:
“…. Het is personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs niet toegestaan duidelijke tekenen van hun levensovertuiging te dragen, met uitzondering van de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. Ook onze gebouwen dienen vrij te zijn van religieuze symbolen.”
De Raad meent dat het aangewezen is om deze beslissingen te verduidelijken door klaarheid te scheppen voor de situatie waarin de leerkracht levensbeschouwelijke vakken zich buiten de lessen levensbeschouwing bevindt. De beslissing wordt als volgt aangevuld:

“Het is de leerkracht levensbeschouwelijke vakken toegestaan de levensbeschouwelijke symbolen ook buiten de lessen te dragen, maar niet wanneer de leerkracht andere opdrachten uitvoert waarbij hij/zij aan waarden-, kennis- of visieoverdracht doet.

Wanneer de leerkracht levensbeschouwelijke vakken andere opdrachten vervult, bijvoorbeeld als opvoeder of vakleerkracht, of wanneer hij/zij een leidinggevende functie bekleedt, dan dient hij/zij de neutraliteit te respecteren en mag hij/zij de levensbeschouwelijke kentekens niet dragen.”

Met deze beslissing verduidelijkt de Raad zijn vroeger ingenomen beslissing en sluit hij aan bij de praktijk die momenteel reeds in het merendeel van zijn scholen wordt toegepast. De realiteit in onze scholen leert ons immers dat, waar de dialoog wordt gevoerd, dit bijna altijd leidt tot aanvaarde oplossingen.

De Raad GO! onderschrijft hiermee de waarden van het pedagogisch project van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verdraagzaamheid, respect, maatschappelijk engagement en verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn leerlingen en de maatschappij blijven onverkort onze principes.

Beslissing van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap naar aanleiding van het arrest van de Raad van State 175.886 van 18 oktober 2007

Het GO! is als onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap grondwettelijk gehouden aan het neutraliteitsbeginsel. Dat houdt onder meer de eerbied in voor de filosofische, ideologische of godsdienstige opvattingen van alle ouders en leerlingen. Vanuit deze filosofie worden in het GO! zeven verschillende levensbeschouwelijke vakken onderwezen. Dit samengaan van verschillende levensbeschouwingen zorgt ervoor dat de leerkrachten en leerlingen in de scholen van het GO! op een actief pluralistische wijze met elkaar kunnen omgaan.
De beslissing van de Raad GO! is daarop geënt.

De Raad GO! maakt een duidelijk onderscheid tussen zijn personeel en zijn leerlingen.

Deze beslissingen werden genomen op grond van artikel 24§1 en §2 van de grondwet; artikel 33§1,1° van het Bijzonder decreet van 14 juli 1998; artikel 9 van het Decreet rechtspositie van 27 maart 1991 en luiden als volgt :

In zijn beslissing van 23 januari 2004 over religieuze symbolen bij LEERLINGEN op school stelt de Raad GO! dat het aan de scholen toekomt om te oordelen of zij – binnen hun lokale eigenheid en context – al dan niet religieuze kentekens voor leerlingen toestaan. De Raad GO! is van oordeel dat, wanneer een school het recht van elke leerling op kwaliteitsvol en open onderwijs zonder onderscheid en met eerbiediging van zijn of haar opvattingen kan realiseren, zij autonoom moet kunnen bepalen of dit al of niet met een verbod of een toelating voor het dragen van religieuze kentekens kan.
In zijn beslissing van 22 juni 2006 over het memorandum van het GO! “Zuurstof voor de toekomst” met betrekking tot PERSONEELSLEDEN stelt de Raad GO! het volgende:
“…. Het is personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs niet toegestaan duidelijke tekenen van hun levensovertuiging te dragen, met uitzondering van de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken. Ook onze gebouwen dienen vrij te zijn van religieuze symbolen.”
De Raad meent dat het aangewezen is om deze beslissingen te verduidelijken door klaarheid te scheppen voor de situatie waarin de leerkracht levensbeschouwelijke vakken zich buiten de lessen levensbeschouwing bevindt. De beslissing wordt als volgt aangevuld:

“Het is de leerkracht levensbeschouwelijke vakken toegestaan de levensbeschouwelijke symbolen ook buiten de lessen te dragen, maar niet wanneer de leerkracht andere opdrachten uitvoert waarbij hij/zij aan waarden-, kennis- of visieoverdracht doet.

Wanneer de leerkracht levensbeschouwelijke vakken andere opdrachten vervult, bijvoorbeeld als opvoeder of vakleerkracht, of wanneer hij/zij een leidinggevende functie bekleedt, dan dient hij/zij de neutraliteit te respecteren en mag hij/zij de levensbeschouwelijke kentekens niet dragen.”

Met deze beslissing verduidelijkt de Raad zijn vroeger ingenomen beslissing en sluit hij aan bij de praktijk die momenteel reeds in het merendeel van zijn scholen wordt toegepast. De realiteit in onze scholen leert ons immers dat, waar de dialoog wordt gevoerd, dit bijna altijd leidt tot aanvaarde oplossingen.

De Raad GO! onderschrijft hiermee de waarden van het pedagogisch project van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verdraagzaamheid, respect, maatschappelijk engagement en verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn leerlingen en de maatschappij blijven onverkort onze principes.

george vansweevelt bestuurslid HVV en ondervoorzitter van de Raad GO!

12 11 2007
Jan van Horebeek

Sinds 1930 heb ik, eerst als leerling en student in het Brussels Stadsonderwijs, daarna als leerkracht het verbod gekend, zowel voor leerkrachten als voor leerlingen, op het dragen van symbolen verbonden met politieke of godsdienstige ideologieên. Heb nooit geweten dat iemand daar een probleem van maakte, toen niet en nu nog niet en dit uit respect voor mekaar.
Wanneer Islamieten in openbare dienst vestimentair hun ideologische overtuiging mogen ten toon spreiden dan moet dezelfde vrijheid toegekend worden iedereen : leraar Nederlands met een T-shirt met in grote letters SP.A op, leraar X met Vl. B., leraar Y met ACOD enz. en enz. . zelfde scenario voor de beambten achter de loketten. Geen discriminatie van de niet-moslims.
Sorry, Pinxten, u maakt er een zootje van. Laat a.u.b. dit particratisch denken vallen, stel u daarboven en gebruik het gezond verstand.

13 11 2007
Vrijdenker

Ik heb onder collega’s, vrienden en kennissen gepolst naar hun mening omtrent het dragen van een hoofddoek als loketbediende in een openbare instelling. Uit die antwoorden kreeg ik het gevoel dat er achterliggende gevoelens het debat rond het dragen van het hoofddoek hypothekeren. Als ik een graad van tegenstand zou mogen definiëren, dan lijkt het er op dat christelijke, joodse en hindoe symbolen eigenlijk gemakkelijk geaccepteerd zouden worden, daar waar men vrij categoriek het dragen van een hoofddoek gaat afwijzen. Daar men snel inziet dat dat geen gelijkberechtiging inhoudt, kiest men gemakkelijkshalve voor een totaal verbod op religieuze symbolen. Ik denk dat de negatieve connotatie die de islam hier heeft een sereen en open debat over het dragen van het hoofddoek in de weg staat. Het zou dus goed kunnen dat het dragen van het hoofddoek in bedoeld geval eigenlijk geen probleem is, maar dan dient eerst die negatieve kijk omgekeerd te kunnen worden. Is dat niet het werk van de moslims in de eerste plaats?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: