Gelijkheid of religieuze vrijheid?

14 05 2007

Het gedoe in de rechtbanken over het dragen van religieuze symbolen heeft alvast een interessante vraag opgeworpen: welk principe primeert er eigenlijk?

De Antwerpse rechter Walter De Smedt heeft onlangs namelijk deze prejudiciële vraag gesteld aan het Arbitragehof: moet in de rechtbank het gelijkheidsprincipe primeren boven de religieuze vrijheid?

De incidenten waarbij een moslim weigerde zijn muts af te zetten, omdat hij het te koud vond in de zittingszaal, en een moslima die uit religieuze overwegingen haar hoofddoek niet had willen afnemen tonen het dilemma. De bijhorende ingewikkelde kwestie van achterliggende motieven kwam ook al heel duidelijk naar voren bij de hoofddoekendiscussie van enkele jaren geleden.

De Smedt heeft volgens ons gelijk dat het Arbitragehof hier een stelling moet over innemen, maar de incidenten tonen ook de kwetsbaarheid en mogelijk absurde gevolgen van een rechtstaat die kiest voor een passieve neutraliteit.

Advertenties

Acties

Information

One response

15 05 2007
trebla

Het hoofd ontbloten was uiting geven aan zijn respect voor de (seculiere) rechtbank. De strijd gaat tussen respect voor de seculiere wet en de trouw aan (een bepaalde interpretatie van ) zijn geloof. Het incident doet denken aan het verzet van een aantal Christenen (ten tijde van Napoleon en Willem 1) tegen de verplichting een familienaam aan te nemen.
Albert Comhaire

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




%d bloggers liken dit: