Draag de Rode Driehoek

19 04 2007
Drie op de vier Vlamingen en vijf op de zes Belgen stemden bij de laatste regionale verkiezingen niet op extreem-rechts. En dat vergeten we wel eens. De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) wil deze overgrote meerderheid een stem geven.Daarom gaat HVV naar aanleiding van de federale verkiezingen 2007 door met de campagne Kwestie van overleven. Geen stem voor extreem-rechts. Een informatiefolder met argumenten, de rode driehoekpin, de website www.rodedriehoek.be en ondersteunende videospot door Jaco Van Dormael (regisseur van ‘Le huitième jour’) moeten het publiek stimuleren tot meer actief burgerschap. De campagne focust op het behoud van onze rechten en vrijheden.

“De drager van een Rode Driehoek profileert zich als een gesprekspartner voor gelijkheid, solidariteit en verdraagzaamheid. Deze gesprekspartner staat open voor een opbouwend gesprek dat ingaat tegen verzuring, onverdraagzaamheid en racisme”, vertelt Björn Siffer, woordvoerder van HVV.

Wij nodigen jou uit om deze campagne mee te ondersteunen en te verspreiden:

– Je kunt het steunregister op www.rodedriehoek.be ondertekenen waarmee je aangeeft de campagne te steunen en bekend te maken.
– Je kunt op je website linken naar www.rodedriehoek.be of gebruik RSS.
– Je kunt mee rode driehoekjes verdelen.
– Je kunt de clip tonen op je website en de affiches mee verspreiden.
– Je kunt in je tijdschrift, blog, website en/of nieuwsbrief aandacht besteden aan deze campagne.

Voor de pin en de folder samen wordt 1 euro gevraagd als bijdrage aan de campagne. Affiches zijn gratis. Heb je vragen, of wil je meewerken, aarzel niet om ons te contacteren.

Advertenties




Welk geweld haalt onze voorpagina’s?

10 04 2007

“Stel dat het omgekeerd was geweest. Stel dat een zwanger Vlaams meisje gegijzeld was door haar Marokkaanse schoonouders, die haar twee dagen lang hadden opgesloten, in de buik gestampt, met stokken geslagen en met stroomstoten bewerkt, omdat ze geen Vlaams kleinkind wilden. Zou dat nieuws ook pas op pagina 11 beland zijn? Of zouden er dagenlang verschillende bladzijden voor uitgetrokken zijn, en minstens één keer de voorpagina?

In ‘Voorpagina’s onder vuur’ (DM 2/3) laat Bert Bultinck een aantal journalisten en experts aan het woord over de al dan niet vergrote aandacht voor geweld in de media. Maar de meest essentiële vraag wordt niet beantwoord: wélk geweld haalt onze voorpagina’s? Aan welke criteria moet een misdaad voldoen om tot het belangrijkste nieuws van de dag te worden uitgeroepen?

De barbaarse poging tot abortus op Sana Ammi in Bassevelde is een goed voorbeeld. Het nieuws raakte bekend op dezelfde dag als dat over het familiedrama in Nijvel. Dat laatste domineerde de voorpagina’s van alle Vlaamse kranten, en meestal ook een of meerdere bladzijden binnenin. Ammi’s verhaal eindigde vrij diep in de krant, op de normale plaats voor faits divers, ergens tussen pagina’s 8 en 12. We lezen geen Jef Vermassens, psycho-, socio- of criminologen voor extra duiding. Geen redactionele commentaren. Geen politici die iets mompelen over normen en waarden. En wat ons nog het meest schokte: nauwelijks één lezersbrief. De Vlaamse lezer schreeuwde vorige week zijn verontwaardiging uit over Nijvel, de vrijspraak voor de mishandelende veehandelaars en het inhaalverbod bij regen, maar een vrouw die gefolterd wordt door haar schoonouders omdat die geen Marokkaans kleinkind willen? Och.

Hoe komt dat nu? Welke criteria zijn gebruikt om het Nijvelse drama groter te brengen dan dat van Bassevelde? Onze beredeneerde gok: het resultaat van het geweld, en de slachtoffers ervan. In Nijvel vielen er effectief doden, terwijl in Bassevelde de vrouw en haar foetus overleefden. De slachtoffers van het familiedrama waren jonge kinderen voor wie we een verscheurend medelijden voelen, Sana Ammi is een Marokkaanse die geen Nederlands spreekt, al twee abortussen heeft ondergaan en nu voor de derde keer zwanger is. Het is moeilijker om ons met zo iemand te identificeren. Een mogelijke derde afweging is, ironisch genoeg, de onbegrijpelijkheid van het familiedrama: de daders in Bassevelde hadden een motief, racisme, waardoor we hun misdaad kunnen plaatsen. Een moeder die haar eigen kinderen vermoordt, is zo van God los dat we er dagenlang over blijven praten.

Het zijn verdedigbare criteria, maar het verbaast ons dat alle media ze hebben laten doorwegen. Enkele hadden, bijvoorbeeld, ook kunnen kiezen voor maatschappelijke relevantie. En dan is een racistische foltering veel belangrijker dan een familiedrama waarover je niet veel meer kunt zeggen dan: “Allez zeg, hoe kan een moeder dat nu doen? Daar kan ik met mijn verstand niet bij.” Men had ook kunnen kiezen voor verklaarbaarheid: is geweld met een motief niet interessanter dan geweld waar je enkel termen als ‘zinloos’ en ‘onbegrijpelijk’ voor uit de kast kunt halen? Voor een medium dat het van duiding moet hebben, lijkt het ons van wel.

Maar dat heeft dus geen enkele krant gedaan. De emoties van de lezers – de mate waarin ze geschokt zijn door het geweld en zich identificeren met de slachtoffers ervan – hebben overal prioriteit gekregen op het motief en de relevantie van de misdaad. Dat gebeurt voortdurend: het is de reden waarom de moord op Yannick Amba-Bongelo (zwart, Franstalig, een beetje bekend bij het gerecht) minder groot gebracht is dan die op Bart Bonroy (blank, onbesproken, zou onze zoon kunnen zijn), het is de reden waarom een door Marokkanen gefolterde Vlaamse wél de voorpagina gehaald zou hebben, het is de reden waarom Hamadou Wazir, de zestienjarige Nigerijn die niet lang voor Joe Van Holsbeeck op een vergelijkbare manier om het leven kwam, een paar korte artikels kreeg, zonder naamsvermelding.

Het is daar dat kwaliteitskranten volgens ons in de fout gaan. Dat ze berichten over geweld is geen probleem, wel dat ze daarvoor dezelfde criteria gebruiken als de populaire pers. Een berichtgeving die emoties consequent boven relevantie plaatst, noemen we, in de juiste betekenis van het woord, sensationeel. Het is goed dat een aantal kranten op die manier met geweld omgaat, maar er moeten er ook zijn die een andere afweging maken.”

Tom Naegels en Marjorie Blomme in De Morgen 05/03/2007





De media en allochtonen

10 04 2007

Onderzoekster Ilse Devroe onderzocht hoe de Vlaamse media over allochtonen berichtten in de periode 2002-2004. Uit haar onderzoek blijkt dat allochtonen niet stereotiep worden afgebeeld in de Vlaamse media. Van een expliciete wij-zijtegenstelling is geen sprake. Niettemin komt de etnische origine van misdadigers wel erg vaak aan bod, terwijl de experts dan weer overwegend autochtoon zijn. Wat onbewust een beeld van ‘goede autochtoon’ versus de ‘slechte allochtoon’ kan oproepen. Verder komen autochtonen veel minder aan het woord dan autochtonen bij andere minderheden thema’s zoals racisme, integratie en asielpolitiek.

VTM en VRT verschillen niet wezenlijk in hun allochtonenberichtgeving. Televisie bleek wel een stuk minder genuanceerd te berichten over allochtonen dan kranten. Verder gaf VTM misdaadverslaggeving een stuk meer aandacht (62,5 %) dan VRT (37,5 %). Ook bij kranten onderling zien we hier significante verschillen. “Populaire kranten als Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en Gazet Van Antwerpen brengen allochtonen vooral in verband met misdaad. Kwaliteitstitels als De Morgen, De Standaard en De Tijd daarentegen hebben meer aandacht voor allochtonen en politiek”. De krant De Morgen zou volgens het onderzoek de meeste aandacht besteden aan allochtonenthema’s.

Bron: De Morgen 01/03/2007





‘Kritische’ journalistiek

10 04 2007

In De Morgen van 28 maart 2007 plaatste Geert Buelens enkele kritische kanttekeningen bij de huidige evolutie van ‘kritische’ journalistiek. “Vanzelfsprekend is het een belangrijke taak van de media om machthebbers kritisch te bevragen en te wijzen op dubbelzinnigheden, opportunisme en regelrechte leugens in hun discours. Ook het blootleggen van verborgen agenda’s en doorprikken van opgeblazen ego’s is aan journalisten wel besteed. Al te veel politieke interviews wekken echter al dan niet bewust de suggestie dat de bewindspersoon indien al niet een regelrechte onnozelaar, dan toch zeker een leugenaar, hypocriet of windvaan is die er enkel zit om de kluit en dus ook het volk te belazeren.”

Tim Pauwels reageert verbolgen: “Beste Geert Buelens, de geloofwaardigheid van de politiek zou nog meer lijden als politici NIET werden herinnerd aan eerder gedane uitspraken en de kijker dus terecht zou concluderen dat politici op televisie zo ongeveer gelijk wat kunnen verkondigen. En de averij zou al helemaal niet te overzien zijn als de kijker voortdurend zou moeten zitten denken: “Die journalist zou heel wat moeilijkere vragen kunnen stellen, maar doet het niet omdat hij ‘de politiek’ wil sparen. Niet dus. Ik ben verre van volmaakt, ik laat best wel eens steken vallen, in toon of in inhoud, maar één garantie geef ik: de vragen die je van mij hoort zijn de beste die ik op dat moment, voor dat programma en voor die omstandigheden, kan verzinnen. Zijn er dan geen grenzen aan wat een journalist mag doen? Natuurlijk, maar die worden niet aangegeven door de vraag: “Komt de politiek / het bedrijfsleven / de wielersport er bekaaid uit?” Wel door journalistieke principes: is deze uitspraak correct geciteerd? Gaat ze over hetzelfde onderwerp? Enzovoort. Zelfs als de functies veranderd zijn, ben ik er eigenlijk wel nieuwsgierig naar om te weten hoe de minister reageert op het feit dat hij nog heel anders dacht toen hij geen politicus was. Bovendien zijn politici – of anderen – helemaal niet bij voorbaat kansloos als ze aan een uitspraak uit het verleden worden herinnerd. “Ik ben van mening veranderd” kan – zowel menselijk als politiek – een heel sterk antwoord zijn. Zeker als je heel goed en inhoudelijk kunt beargumenteren waaróm je van mening bent veranderd. Het leren kennen van die argumenten is overigens ook de reden voor het stellen van de vraag. Dat Geert Buelens er bij voorbaat van uitgaat dat politici die argumenten niet hebben, bewijst dat hij de politiek lager inschat dan ikzelf.”

Bron: De Morgen 28/02/2007 en 01/03/2007





Onderwijs en diversiteit

10 04 2007

Uit een onderzoek van de KUL en de VUB blijkt dat allochtonen het in het onderwijs nog altijd moeilijker hebben dan hun autochtone collega’s. Vooral de overgang van lager- naar secundair onderwijs, de doorstroming naar het hoger onderwijs en het slaagpercentage in het eerste jaar blijken kritieke punten te zijn. Niets nieuws, reageert Hakim Boutkabout in De Standaard en hij vraagt zich af wanneer er aandacht komt voor de redenen hiervoor.

“Zou het misschien een klein beetje kunnen dat het Vlaamse onderwijs, dat ongetwijfeld een zeer goed onderwijs is voor de modale Vlaming, een minder goed onderwijs is voor iedere doelgroep die wat afwijking vertoont? Neem nu de vaak geuite grief onder allochtonen dat ze zich weinig herkennen in dat onderwijs. Niet weinigen onder hen spreken in dat verband van de Vlaamse school. Wat meteen bloot legt dat de school een vreemd instituut blijft, waarmee men zich niet verbonden voelt. Maar hoe kan het ook anders? Kosten noch moeite worden gespaard om die andere identiteit uit de scholen te weren. Intercultureel onderwijs blijft een dode letter. Van de opvoeding die allochtone jongeren thuis meekrijgen, de normen en waarden, het geheel aan sociale regels, de geschiedenisverhalen…kortom: het wereldbeeld dat allochtone jongeren thuis meekrijgen, daarvan komt weinig aan bod in het huidige onderwijs.

Geen hechtingspunten, geen spiegelvlakken en geen aanknopingslijnen waarin de allochtone leerling van de Vlaamse school zijn eigen school kan maken. (…) Diversiteit in het onderwijs zou toch moeten betekenen dat het de achtergrond van grote groepen leerlingen in rekening probeert te brengen, niet? Dat is niet alleen in het belang van de allochtone maar ook van de autochtone leerling die van meet af aan mee krijgt dat onze samenleving er één is van multiculturaliteit en multiconfessionaliteit.” Dit laatste is volgens Boutkabout ook een leemte in het beleid van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke: waar blijft de rol van de autochtone leerling in het hele verhaal?

Een paar dagen later publiceerde De Standaard een recht van antwoord van minister Vandenbroucke. Iedereen moet zijn best doen om diversiteit in het onderwijs waar te maken: leerkrachten net zo goed als leerlingen, ouders net zo goed als scholen en ook de politiek moet een handje helpen, zo luidt het. Nu, niemand die dat ontkent, maar aan de kern van Boutkabouts vraag, namelijk ruimte voor de leefwereld van de allochtone leerling, werd niet geraakt.





Student glipt door de mazen van Wikipedia-net

10 04 2007

Een onderzoek van het tijdschrift The New Yorker naar het fenomeen Wikipedia ontmaskerde onverwacht een 24-jarige student die zich voordeed als een gerenommeerd professor in de religie. De student was een bekende en actieve gebruiker van de vrije en door in principe iedereen aanpasbare encyclopedie. Hij bezat dan ook meer rechten dan een gewone vrijwilliger. Hij kwam zelfs naar fysieke meetings in New York. Ondertussen gaf hij zijn werk aan de site op en heeft hij niet langer de autoriteit om artikels te verbeteren. Wikipedia vreest niet voor haar populariteit als informatiebron. Maar de moraal van het verhaal blijft: check, and dubble check.

Bron: De Morgen 07/03/2007





Waarom vinden de media Bart De Wever zo interessant?

10 04 2007

We kunnen er niet om heen, Bart De Wever is alomtegenwoordig. Haalt hij het nieuws niet met beleidsblunders, denk maar aan zijn korte vrijage met Dedecker, dan prijkt hij wel op een beledigende affiche die binnen de huisstijl van het Vlaams Belang zou kunnen passen. Maar alsof dat nog niet genoeg is wordt hij nu ook in zowat elk programma van de VRT uitgenodigd, en dit niet voor een diepgaand en kritisch interview. Lucas Vander Taelen uit zijn ongenoegen als volgt:

“Op de sofa in De laatste show of op de achterbank van een auto met Marc Reynebeau: De Wever wordt nauwelijks aan de tand gevoeld over zijn extreme standpunten. Meer nog: hij wordt op zijn wenken bediend. Zijn roadmovie in Wallonië op Canvas begon bij de scheepslift in Strépy, het N-VA-symbool voor de zogenaamde Waalse verspillingsdrang. In Hornu vroeg De Wever een 18-jarig werkloos meisje waarom ze niet in Vlaanderen ging werken. Reynebeau bood geen weerwerk, waarschijnlijk omdat hij niet opkon tegen zoveel arrogant simplisme. En toen het duo later geconfronteerd werd met Waalse succesverhalen, hield De Wever wijselijk zijn mond. Ik vroeg me af hoe de Vlaamse politieke elite zou reageren als de RTBF José Happart in een of andere Vlaamse volkswijk had gedropt en werklozen zou aansporen om Frans te leren of zich vrolijk zou maken op de ruïnes van de Flanders Language Valley…

De Wever noemt zichzelf complexloos een “rechts nationalist”. Op de eindeloze miserie die deze ideologie de voorbije eeuwen heeft aangericht, wordt hij niet afgerekend. Een politicus die zich even zelfverzekerd “marxist-leninist” zou noemen, zou zich terecht toch aan enige kritische vragen van journalisten mogen verwachten. Van een dergelijke aanpak blijft De Wever echter gespaard. Net zoals er opvallend weinig wordt op gewezen dat de ‘Laat u niet verst(r)ikken’-campagne alle kenmerken heeft van een puur nationalisme: het cultiveren van een extern vijandbeeld. En dat Vlaamse “rechtse nationalisten” op dit vlak niet verschillend zijn van al hun ideologische soortgenoten: het onheil komt van de anderen, van buiten.

Voor de N-VA zijn de Waalse socialisten verantwoordelijk voor zowat alles wat er verkeerd gaat in Wallonië. Dat is natuurlijk een verregaande vereenvoudiging, al was het maar omdat de grote problemen van Wallonië zich vooral in Henegouwen situeren. In andere delen van het gewest ziet de economie er veel gezonder uit. Maar een dergelijk genuanceerd beeld past niet in een nationalistische ideologie.

Die bewuste kortzichtigheid bleek ook uit De Wevers reactie op de Franstalige pogingen om hun Vlaamse landgenoten te begrijpen. Zelfs als Franstaligen Nederlands willen leren, ziet De Wever daar enkel een perfide plan in: ze doen dat om het unitaire België in stand te houden. Want de N-VA verwacht net als het Vlaams Belang slechts heil van een onafhankelijk Vlaanderen, gezuiverd van Franstaligen.

De menselijke meerwaarde van een land met meer dan één cultuur past niet in een nationalistische ideologie. Vandaar ook de totale desinteresse van De Wever voor Brussel, waar culturele vermenging meer en meer de regel is. Het geld dat Vlaanderen in zijn hoofdstad pompt, is volgens de N-VA-voorzitter een “megalomane verspilling”. De Vlaamse Brusselaars weten alvast wat zij mogen verwachten van Bart De Wever.

Het blijft merkwaardig dat CD&V, dat het zo graag heeft over een “warme samenleving”, kartel vormt met een nationalistische partij voor wie de warme, menselijke waarden ophouden bij de grenzen van het eigen gewest. Hoeft het dan te verbazen dat de Franstaligen zich afvragen wie het communautaire discours van Yves Leterme bepaalt?”

Wat is het antwoord op de vraag van de kop? Bart De Wever polariseert en polemiseert graag. De media pikken dit graag op, want controverse verkoopt.

Bron: De Morgen, 21/03/2007