Een op de twintig bejaarden heeft ernstige depressie

21 03 2007

Vijf procent van de 65-plussers heeft een ernstige depressie. Vijftien tot dertig procent heeft last van depressieve symptomen. Eén op de tien rusthuisbewoners maakt een depressie door. Daarvan pleegt vijftien procent zelfmoord. Bij de thuiswonenden lijdt acht tot twaalf procent aan een depressie.

Maar al te vaak wordt een depressie bij bejaarden niet als dusdanig herkend: ‘Ach, die oudjes klagen toch altijd!’ Daarom trekt Vlaams minister van Welzijn Vervotte 175 miljoen euro uit om de screening van depressies bij ouderen te verbeteren. De manier van werken mogen de Centra voor Geestelijke Gezondheid zelf kiezen.

Een goed initiatief. Ook HVV pleitte in de recente campagne Gezonde samenleving, gezonde mensen al voor meer aandacht voor de eenzaamheid in onze maatschappij.

Advertenties




Jongeren Info Life bepleit terugschroeven abortusrecht

21 03 2007

In het ‘christelijk opinieweekblad’ Tertio van 7 februari analyseert Peter De Langhe van de anti-abortusvereniging Jongeren Info Life de onlangs bekendgemaakte abortuscijfers 2004-2005. Die zijn inderdaad niet mals. Het aantal gemelde abortussen is sinds 1993 met bijna 30 procent gestegen naar 17.867 abortussen. 56 procent van de vrouwen die een abortus liet uitvoeren, gebruikte anticonceptiva.

De Langhe stelt de abortuscentra verantwoordelijk: “De wet schrijft het duidelijk formuleren en doornemen van een alternatief voor abortus voor, maar nergens wordt gecontroleerd of de abortuscentra die voorwaarde ook echt invullen. Tja, als je die gesprekken alleen in abortuscentra laat plaatsvinden, is het antwoord op een mogelijke zwangerschapsafbreking wel te raden zeker? De aanstaande moeder krijgt ook geen eerlijke keuze: abortus is gratis terwijl het opvoeden van een kind handenvol geld kost. Vrouwen worden dikwijls gedwongen tot abortus. De oplossing ligt niet in meer en gratis abortuscentra, maar in hulpverlening met een fijnmazig sociaal vangnet, met mensen die met aanstaande moeders mee op weg gaan en hen de keuze laten bewust  voor hun kind te kiezen.”

Vreemd. Als “nergens wordt gecontroleerd of de abortuscentra die voorwaarde ook echt invullen”, op welke feiten baseert De Langhe zich dan om te stellen dat “vrouwen dikwijls worden gedongen tot abortus?” De Langhe zou beter eerst zijn eigen wilde aannames op hun realiteit controleren, alvorens het personeel van abortuscentra van malafide praktijken te betichten. Maar ja, wat te verwachten van een vzw die zich naar eigen zeggen “uitgesproken pluralistisch opstelt” omdat ze “ook een luisterend oor biedt voor moslimmeisjes en jonge vrouwen van andere denominaties.” Misschien best ook eens de betekenis van ‘pluralisme’ opzoeken, beste mijnheer De Langhe.





Veertig procent van abortussen gebeurt bij allochtone vrouwen

21 03 2007

In ons land gebeuren vier op de tien abortussen bij allochtone vrouwen. De eerste generatie allochtonen is goed voor liefst 27.5 procent van alle abortussen. Het gaat over vrouwen die minder dan vijf jaar in ons land verblijven en waarvan de herkomstlanden liggen in Midden- en Oost-Europa en zwart Afrika. Samen met de tweede generatie vrouwen – vooral uit Turkije en Marokko – geeft dat een aandeel van 40 procent.

Bij de eerste generatie is er voornamelijk een gebrek aan anticonceptiva. De kostprijs is te hoog of er is gewoon te weinig kennis over. De tweede generatie allochtone vrouwen gebruikt de pil of andere anticonceptiva wel, maar niet op de juiste manier. Of ze geraken niet tot bij de dokter voor uitleg of een voorschrift.

Vlaams parlementlid Vera Jans wijst in De Morgen het taboe op seksualiteit aan als voornaamste reden van het hoge aantal abortussen in deze groep:  “Het gaat om een heel kwetsbare en geïsoleerde groep die afkomstig is uit gemeenschappen waar seksualiteit wordt doodgezwegen. Ongewenste zwangerschappen zijn er al helemaal onbespreekbaar.”

Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen liet al weten dat in de inburgeringscursussen nu al aandacht wordt besteed aan anticonceptiva, maar dat hij het belang ervan nog extra in de verf zal laten zetten.





In memoriam Hugo Van den Enden (2)

21 03 2007

Afgelopen dinsdag overleed in het Gentse universitaire ziekenhuis de Vlaamse ethicus Hugo Van den Enden. Van den Enden studeerde eerst Germaanse filologie aan de Universiteit Gent. Hij hield er een levenslange liefde voor de Duitse taal en cultuur aan over. In het bijzonder bewonderde hij Richard Wagner, over wiens oeuvre hij in de loop der jaren een grote expertise opbouwde. Tijdens zijn studie woonde hij ook de lessen bij van de toen nog jonge filosofen Leo Apostel en Jaap Kruithof. Vooral deze laatste overtuigde hem ervan dat hij eerder in de wieg was gelegd om ethicus te worden in plaats van filoloog. Van den Enden behaalde zodoende ook een diploma wijsbegeerte en werd na een korte loopbaan als leraar zedenleer assistent van Kruithof.

In 1972 werd hij doctor in de wijsbegeerte, met een studie over het werk van de jonge Karl Marx. In die periode was hij reeds bekend als een buitengewoon begaafd lesgever. Duizenden studenten wijsbegeerte, moraalwetenschappen en andere studierichtingen kwamen in de ban van zijn gedrevenheid, helderheid en intellectuele scherpte. De honderden voordrachten die hij gaf voor diverse socio-culturele organisaties en zijn aanwezigheid in de media zorgden voor zijn reputatie als kritisch en geëngageerd intellectueel, die nooit een blad voor de mond nam.

In 1971 publiceerde hij Abortus Pro/Contra, waarin hij pleitte voor de legalisering van abortus. Gemotiveerd door een diepe verontwaardiging over het lot en leed van ongewenst zwangere vrouwen, die in België aan hun lot werden overgelaten, bracht hij een glasheldere analyse van de argumenten voor en tegen abortus. Het boek droeg ongetwijfeld bij tot de totstandkoming van de Belgische abortuswet. Hetzelfde geldt voor zijn boek Ons levenseinde humaniseren (1995, tweede editie 2004), waarin hij pleit voor een legalisering van euthanasie. Ook aan dit boek ligt een oprechte verontwaardiging ten grondslag, met name over het gebrek aan respect voor het lijdende, stervende invididu waarvan men het recht op zelfbeschikking niet erkent.

Van den Endens boek is wellicht het beste dat men in het Nederlands kan lezen over de ethische aspecten van het euthanasiedebat. Ook van dit werk kan men zonder overdrijven stellen dat het de wetgeving mede vorm gaf. Jarenlang was hij vice-voorzitter van de vereniging Recht op Waardig Sterven. Hij schreef vele bijdragen voor het ledenblad van de vereniging. De laatste jaren engageerde hij zich ook als bestuurslid van De Maakbare Mens vzw. Behalve ethische boeken en artikelen met een grote maatschappelijke relevantie schreef hij ook technische en gespecialiseerde stukken. Een aantal hiervan werd ter gelegenheid van zijn emeritaat gebundeld in het boek Op het Scherp van de Rede (2003).

De laatste jaren had hij moeite met het leven. Zijn hart wou niet meer mee, versleten als het was tengevolge van ruim vijftig jaar kettingroken. Toen zijn vrouw vijf jaar geleden overleed dreigde hij in een existentiële leegte terecht te komen, een toestand waarover hij zelf vaak doceerde, aan de hand van het werk van filosofen zoals Max Stirner en Albert Camus. Hij ontliep de leegte door op reis te gaan, ondermeer naar Africa en Azië. Maar het reisplezier dat hij in de jaren zeventig en tachtig had ervaren, toen hij zich vrijwel ieder weekend in een andere Europese stad bevond, kwam niet terug. Tijdens die periode was hij ook bekend als verslaggever voor De Morgen van de motorcross-wedstrijden. Met de dood van Hugo Van den Enden verliest Vlaanderen een van de markantste ethici van de afgelopen veertig jaar. Vandaag, zaterdag, om 11u30 wordt afscheid van hem genomen in crematorium Westlede, Lochristi.

Johan Braeckman
(Verbonden aan de Vakgroep Wijsbegeerte & Moraalwetenschap, Universiteit Gent)





In memoriam Hugo Van den Enden (1)

21 03 2007

Op dinsdag 23 januari overleed prof. dr. Hugo Van den Enden, emeritus hoogleraar van de Universiteit Gent.

Hij was geboren in Antwerpen op 27 juni 1938, volgde de humaniora (Grieks-Latijnse) bij de Jezuïeten in het Xaveriuscollege (Borgerhout) en studeerde daarna Germaanse filologie en Wijsbegeerte aan de Gentse Universiteit. Zijn eerste leermeester was professor Uyttersprot, die hij erg waardeerde – en de waardering was wederzijds -. Daarna was de confrontatie met de professoren Apostel en Kruithof voor zijn verdere ontwikkeling beslissend.

Als tiener en als jonge student, ging zijn belangstelling overwegend uit naar de literatuur, vooral de Duitse, en naar de muziek van Wagner. Zowel het muzikale als het muziektheoretische werk van die componist kende hij reeds in de humaniora door en door. Hij was al vroeg ongelovig geworden en zijn wereldbeschouwing als eerstejaarsstudent was sterk door Goethe bepaald en, onder de hedendaagse essayisten, door de gebroeders Jünger, vooral Friedrich Georg, over wie hij een voortreffelijke licentieverhandeling zou schrijven.

Het is niet onbelangrijk daarop te wijzen omdat zijn latere ontwikkeling naar een eerder neopositivistische visie op wetenschap en wijsbegeerte helemaal niet geduid kan worden als een gebrek aan vertrouwdheid met de artistieke en geesteswetenschappelijke tradities.

Ik heb het voorrecht gehad samen met deze briljante student een levensbeschouwelijke ommekeer mee te maken. In het academiejaar 59-60 volgden wij bij Apostel en Kruithof seminaries over kennisleer, antropologie en ethiek. Wij werden gestimuleerd om bijna wekelijks ‘papers’ te schrijven waarin wij een standpunt moesten formuleren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Zo groeiden wij in een vinnige maar vriendschappelijke confrontatie meer en meer naar elkaar toe en tegen het einde van dat jaar hadden wij weliswaar onze eigen wijsgerige persoonlijkheid ontwikkeld, maar tevens een terrein gevonden waarop we elkaar voor de rest van ons leven konden stimuleren en waarderen.

Heel vlug na zijn licentie wijsbegeerte interesseerde Hugo zich voor de ethisch-politieke kwesties die toen aan de orde waren. Kruithof en Van Ussel, die de discussies over jeugdseksualiteit en contraceptie gelanceerd hadden, vonden in hem een actieve bondgenoot, maar als snel verplaatste hij het debat naar een terrein waar ze hem slechts aarzelend konden volgen. Zijn eerste, blijvende, verdienste voor de ethische ontvoogding in Vlaanderen, was immers zijn inzet voor de abortuswet. In talloze lezingen en artikels over dit onderwerp maakte hij brandhout van de argumenten van de tegenstanders en dat leidde in 1971 tot het boek “Abortus, pro en contra” (Wereldvenster), dat ook in Nederland veel succes kende.

Maar lang voor de abortuswetgeving in België uiteindelijk tot stand kwam (1990), had Hugo zich reeds volop in een nieuwe strijd geëngageerd. In 1983 werd de “Vereniging voor het Recht op Waardig Sterven” gesticht, waarvan hij jarenlang de actieve ondervoorzitter was. Ook hierover gaf hij talloze lezingen en publiceerde hij een reeks artikelen, in binnen- en buitenland. Zo ontstond in 1995 “Ons levenseinde humaniseren. Over waardig sterven en euthanasie” (VUB Press). De Belgische euthanasiewet trad in werking op 23 september 2002 en als reactie daarop bracht hij een herziene uitgave van dit boek in 2004.

Zowel de abortuswet als de euthanasiewet beantwoordden niet volledig aan het ideaal dat Van den Enden voor ogen had. Toch kan men zeggen dat hij de vreugde beleefd heeft de twee belangrijkste doelstellingen op het ethisch-politieke vlak waarvoor hij jarenlang heeft gestreden, in grote mate te zien realiseren. In beide gevallen mocht hij zonder aarzelen het woord van Goethe (1792) op zichzelf toepassen: “wir sind dabei gewesen”.

Maar niet alleen op het vlak van de actie heeft hij zijn verdiensten gehad. Naar aanleiding van zijn emeritaat hadden we in 2003 de gelegenheid een aantal van zijn publicaties te bundelen: “Op het scherp van de rede. 40 jaar kritisch denken.” (Garant). Naast de teksten voor een breder publiek vindt men hier enkele strikt wetenschappelijke bijdragen tot de ethiek en de wijsbegeerte, die getuigen van de scherpte van zijn analytisch denken. Om slechts één voorbeeld te noemen, zijn analyse van de wetenschapskritiek van de Frankfurter Schule is niet alleen voor deze stroming relevant: een groot deel van het ‘postmodernistisch’ denken kan men met vergelijkbare argumenten ontkrachten.

En ten slotte is er zijn activiteit als professor. Honderden studenten hebben hem meegemaakt als een briljante lesgever en door zijn bijdrage tot de vorming van de leraars Moraal moet, indirect, zijn invloed op talloze jongeren aanzienlijk zijn geweest.

Tengevolge van zware gezondheidsproblemen en later, het verlies van zijn vrouw, had hij de laatste jaren heel wat van zijn veerkracht en dynamiek verloren, maar wat hij daarvoor realiseerde heeft ertoe bijgedragen het lijden en de wanhoop van veel mensen te verzachten en deze verdienste is een ‘verworvenheid voor altijd’.

Hij wou een filosoof zijn met een streng wetenschappelijke aanpak, die de benaderingswijze van het neopositivisme heel nabij was; maar de vervreemding van een denken dat vooral op zichzelf gericht is heeft hem nooit bekoord. Zoals ‘de kleine Johannes’ wou hij “den killen nachtwind tegemoet (gaan), den zwaren weg naar de groote, duistere stad, waar de menschheid was en haar weedom.”

Zo zag hij zijn opgave als filosoof; maar zijn ethiek was niet eenzijdig gericht: als mens wou hij ook met volle teugen van het leven genieten. Een volmaakt evenwicht tussen deze twee strevingen tot stand brengen is allicht voor niemand weggelegd. Maar hij heeft wel zijn best gedaan.

Dank je, Hugo.

Etienne Vermeersch
(De auteur is hoogleraar emeritus aan de UGent.)





Geen gsm meer op openbaar vervoer?

21 03 2007

De Italiaanse spoorwegen hebben aangekondigd binnenkort te zullen experimenteren met gsm-vrije wagons. De ringtone-vrije wagons zullen ‘Carrozza del silenzio’ (Wagons der stilte) worden genoemd. Het is er immers niet alleen verboden om te telefoneren. Ook al te luidruchtige gesprekken zijn uit den boze.

Ook in België is er momenteel een debat aan de gang over het gebruik van mobiele telefoons op het openbaar vervoer. Een week geleden riep pyschotheratpeut Bob Vansant, woordvoerder van Netwerk Depressie Vlaanderen, nog op tot een verbod van gsm’s op openbaar vervoer.

Volgens hem heeft geluid een nefaste invloed op het ontwikkelen van negatieve stress en depressies. ,,Het telkens opschrikken van rinkelende telefoons, vaak met de meest agressieve beltonen, verhoogt het stressniveau’’, aldus Vansant vorige week in De Standaard en Het Nieuwsblad .

,,Je moet maar eens de trein nemen. Ongewild word je daar geconfronteerd met mensen die luid pratend aan de telefoon hangen. Mensen met een depressie zijn doorgaans supergevoelig voor geluid. Al die lawaaiprikkels vertragen hun genezingsproces, of maken hun toestand zelfs erger’’, vertelde Vansant toen. ,,Gsm’s halen mensen altijd en overal uit hun concentratie. Ze breken ook het werkritme waardoor je werkdruk verhoogt en je langer bezig bent. Mensen moeten tenminste met het openbaar vervoer kunnen rijden zonder dat ze daarbij door mobiele bellers worden gestoord’’.

Netwerk Depressie Vlaanderen heeft ook voorbeelden. Zo is in Japan mobiel bellen in de metro verboden, eisen actiegroepen in Groot-Brittannië een verbod op mobiel bellen in het openbaar vervoer en hebben de Nederlandse Spoorwegen al geruime tijd stiltecoupés waar mobiel bellen verboden is.

www.netwerkdepressievlaanderen.be





Almaar meer euthanasie in België

21 03 2007

Het aantal geregistreerde gevallen van euthanasie in België gaat in stijgende lijn. In 2006 werden 444 gevallen geteld, dat zijn er 37 per maand. Dat verklaarde dokter Wim Distelmans, lid van de federale controlecommissie euthanasie, woensdag 31 januari in de Senaat.

Het vorige rapport van de federale controlecommissie meldde 742 gevallen in de periode 2004-2005, of een gemiddelde van 371 gevallen per jaar.

Volgens Test-Aankoop wordt in Franstalig België even vaak euthanasie toegepast als in Vlaanderen. Uit haar enquête over levensbeëindiging blijkt dat 38 procent van de euthanasiemeldingen betrekking heeft op Franstalige patiënten en 62 procent op Nederlandstalige. Die cijfers liggen dicht bij de bevolkingsverhouding: die is 40/60 procent.

Nog volgens Test-Aankoop vragen patiënten die therapeutische hardnekkigheid van artsen ondergaan meer om levensbeëindiging. De meeste vragen voor levenbeëindiging zijn dan ook geen vragen naar euthanasie, maar vragen naar de stopzetting van een (als zinloos ervaren) levensverlengende behandeling of het niet beginnen met zo’n behandeling.

Dat zegt HVV al jaren. Levensverlenging: ja, maar niet als daarvoor de prijs van het verlengde lijden moet worden betaald!