Rik Pinxten bekleedt Leerstoel Willy Calewaert

26 01 2007

Prof. dr. Rik Pinxten zal vanaf 12 februari een reeks lezingen geven aan de VUB in het kader van de Leerstoel Willy Calewaert. Pinxten is voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) en antropoloog aan de Universiteit Gent.

Jaarlijks kennen de Unie van Vrijzinnige Verenigingen (UVV) en de Vrije Universiteit Brussel de Leerstoel toe aan een prominente vrijzinnige hoogleraar. Dit academiejaar krijgt HVV-voorzitter Rik Pinxten die eer. Hij zal meer uitleg geven over ‘Antropologische kennis en vrijzinnig humanisme. Het einde van de zelfgenoegzaamheid of het einde van een traditie?’. In andere toespraken snijdt hij onder meer thema’s als globalisering, verstedelijking en de toekomst van vrijzinnig humanisme aan. Nadien worden de teksten gebundeld en uitgegeven.

Willy Calewaert (1916-1993) was minister van Nationale Opvoeding in de jaren ’70 en ’80, professor recht en advocaat in Antwerpen. Hij ijverde onder meer voor de erkenning van vrijzinnigheid en de islam en streed voor het recht op anticonceptie en echtscheiding door feitelijke scheiding. In die traditie ontfermen de VUB en UVV zich over zijn gedachtegoed.

Pinxten ontvangt de Leerstoel op 12 februari in Brussel. Tussen 23 februari en 30 maart volgen dan nog een reeks lezingen. Op 12 februari is de toegang voor de inauguratie vrij, maar de VUB raadt aan zich in te schrijven. De lessenreeks zelf kost 30 euro of 5 voor studenten.

Meer over de Leerstoel Willy Calewaert

Het programma

Schrijf je in





Jaap Kruithof krijgt Prijs Vrijzinnig Humanisme

24 01 2007

Op 21 juni, de Internationale Dag van het Humanisme, reikt de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) haar Prijs Vrijzinnig Humanisme 2007 uit aan prof. dr. em. Jaap Kruithof.

Jaap Kruithof was in de jaren ’60 samen met Leo Apostel initiatiefnemer voor de oprichting van de opleiding Moraalwetenschap aan de Rijksuniversiteit van Gent (RUG). Hij was ook actief betrokken bij de opstart van het Humanistisch Verbond (nu HVV) en was in die hoedanigheid gedurende decennia een bevlogen vertolker van de progressieve, vrijzinnig humanistische waarden.

Maar ook vandaag is Kruithof nog steeds een zeer actief en ongemeen scherp analist van de actualiteit. Dat bewijst zijn succesvolle analyse van het dehumaniserende neoliberalisme (Het neoliberalisme, 2000) en zijn aanzet tot actualisering van het humanisme (Het humanisme, 2001).

De uitreiking vindt plaats op 21 juni om 19u in het Zuiderpershuis, Waalse Kaai 14, te Antwerpen.

Björn Siffer
Woordvoerder HVV
Contact





Medische technologie mag geen leed creëren

24 01 2007

Opinie Wim Distelmans

De schrijnende lijdensweg van de aangetaste pasgeborene van Inge Verhelst (DS 7 december) toont duidelijk tot welke miserie therapeutische hardnekkigheid kan leiden. Delicate besluitvorming mag niet afhangen van het medisch team waaraan men – al dan niet toevallig – is overgeleverd of van het ziekenhuis waarin men terecht komt.

Beslissingen over het levenseinde van een pasgeborene hebben niets met euthanasie te maken (zoals foutief geciteerd door het kabinet van volksgezondheid, DS 8 december) want euthanasie kan alleen op uitdrukkelijke vraag van de patiënt zélf. Toch doet dit verhaal herinneren aan onwaardige situaties van voor het bestaan van de euthanasiewet. Toen waren veel doodzieke patiënten ook overgeleverd aan de willekeur van ziekenhuizen en artsen. Hoewel deze bedenkelijke houding nog sterk aanwezig is, weten mensen met een vraag naar euthanasie dat ze, dankzij de wet, ten minste het recht hebben om het te vragen. Regelgeving is dus wel degelijk nuttig.

Hoe radeloos moeten ouders zich immers voelen wanneer ze, bovenop de ontreddering door de aanblik van hun zwaar ziek of getraumatiseerd pasgeboren kindje, van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wanneer ze de beslissingen die boven hun hoofd worden genomen wel de rest van hun leven zélf moeten dragen. Uit talloze reacties (DS 8 en 9 december) blijkt trouwens hoezeer dit onze maatschappij beroert.

Het is natuurlijk te eenvoudig om hierbij alle schuld toe te schrijven aan het behandelend team.

Bij ernstige gezondheidsproblemen is de arts verplicht om alle beschikbare medische kennis en technologie in de loop van het proces optimaal te gebruiken. In bepaalde acute situaties weet de arts al vooraf dat intensieve aanpak tot een aanvaardbaar ‘gezond’ resultaat zal leiden. In andere is de uitkomst moeilijk voorspelbaar. Ten slotte kan het snel duidelijk zijn dat, ondanks alle inspanningen, de patiënt (of het patiëntje) nooit een minimaal typisch menselijk leven zal leiden: een sociale en individuele identiteit hebben, kunnen handelen, kiezen, beslissingen nemen. Het heikele punt is te definiëren wat aanvaardbaar en typisch menselijk is. Als artsen of het medisch team hierbij eenzijdig beslissen, wordt het lot van de patiënt bepaald door hun persoonlijke waarden en normen, hun angsten en emoties. Als men anderzijds in deze vaak stresserende, hectische fase de beslissing te veel aan de patiënt of zijn familie overlaat, kan dat ook leiden tot verkeerde keuzes. Strikt overleg tussen enerzijds artsen en zorgverleners en anderzijds patiënten en hun familie resulteert daarom meestal in de beste resultaten.

Men mag niet vergeten dat de huidige grensverleggende en levensverlengende medische technologie nog maar enkele decennia beschikbaar is. Men wordt pas nu met de keerzijde van het doorgedreven aanwenden van spitstechnologie geconfronteerd en verplicht hierover ethisch te reflecteren. Om deze besluitvorming te verbeteren en transparanter te maken hebben we onlangs het LevensEinde Informatie Forum (LEIF) opgericht met een telefonische hulplijn (LEIFlijn) voor de bevolking en een opleiding voor artsen (LEIFartsen) en verpleegkundigen (LEIFnurses) zodat zij hun collega’s in moeilijke situaties kunnen bijstaan.

Een bijkomend probleem ontstaat als de patiënt (patiëntje) niet (meer) wilsbekwaam is en men, uit barmhartigheid en soms met de rug tegen de muur, in zijn plaats moet beslissen. Ook hier is het aangewezen te blijven dialogeren met de goede ‘advocaat’ van de patiënt: zijn familie en betrokken omgeving. Jammer genoeg is die overlegcultuur nog niet voldoende aanwezig.

Volwassenen die wilsonbekwaam zijn geworden (zoals dementerenden) of een ernstige lichamelijke handicap ontwikkelen, moeten goed verzorgd en omkaderd worden, wars van therapeutische hardnekkigheid (zoals het vastbinden om kunstmatig te voeden). Het is immers de plicht van een democratische maatschappij voorzieningen te treffen om dat soort leed degelijk op te vangen. Anders is het wanneer men het leven van een pasgeborene met een dramatische prognose tot elke prijs in stand wil houden en op die manier nieuw leed creëert.

Wanneer men (in samenspraak) opteert dit niet te doen, dan zal men op de meest milde wijze dit prille leven afronden. In sommige gevallen kan dat door het stoppen of niet meer opstarten van levensondersteunende, maar zinloos geworden behandelingen. Maar in veel situaties, zoals bij volwassenen in coma met een wilsverklaring, is de meest waardige manier een directe levensbeëindiging. Denk hierbij aan de beslissing tot levensbeëindiging bij mevrouw Terry Schiavo, die vijftien jaar lang kunstmatig in leven werd gehouden in een persisterende vegetatieve status (leven als een ‘plant’). De toediening van voeding en vocht werd gestopt zodat het nog twee weken heeft geduurd vooraleer Schiavo overleed. Dit had veel humaner gekund door haar iets te geven waardoor ze onmiddellijk was gestorven.

Zelfs ontvankelijke artsen zijn minder geneigd tot overleg bij beslissingen bij het levenseinde uit angst voor maatschappelijke controle met nare juridische consequenties.

In het geval van beslissingen bij wilsonbekwame kinderen ontwikkelden de kinderartsen van de universiteit van Groningen samen met Justitie een protocol waardoor ze elk levensbeëindigend handelen aangeven aan de gerechtelijke instanties. Verdere juridische stappen worden zo vermeden als uit het overgemaakt rapport blijkt dat de besluitvorming zorgvuldig was genomen. Die richtlijnen worden nu over heel Nederland toegepast. Bovendien zal men begin 2007 een nationale toetsingscommissie installeren als buffer tussen de praktiserende artsen en justitie. Het palliatief support team, samen met de kinderartsen van het AZ VUB, overlegt sinds kortom dit protocol ook toe te passen.

Het zou ideaal zijn mocht men in ons land, naar analogie met de federale commissie euthanasie, een commissie oprichten waar alle andere beslissingen bij het levenseinde getoetst kunnen worden. Het zou bijdragen tot een transparante besluitvorming, een betere praktijk en het voorkomen van vermijdbare ellende.

Ten slotte is het belangrijkste, alle richtlijnen ten spijt, wat Wivina Demeester gisteren in De zevende dag heeft gezegd: naast medisch-technische vaardigheden moeten artsen en zorgverleners vooral over empathie beschikken.

Wim Distelmans

(De auteur is LEIFarts en hoogleraar palliatieve geneeskunde aan de VUB.) www.leif.bewww.rws.be. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.





Testament levenseinde best in dossier huisarts

24 01 2007

De Gentse huisartsen Marc Cosyns en Myriam Deveugele hebben in het tijdschrift Huisarts Nu en het weekblad De Artsenkrant betoogd dat wilsbeschikkingen over het levenseinde best in het medisch dossier bij de huisarts komen. Het zou niet enkel gaan over wensen inzake euthanasie in de strikte zin van het woord (zoals bepaald in de wet), maar ook over het al dan niet voortzetten van een behandeling, over sedatie en allerlei andere behandelingen die niet onder de euthanasiewet vallen.

De  behoefte aan het kennen van de wil van personen over hun levenseinde neemt immers almaar toe. Veel mensen stellen zelf zo’n document op, soms vrij amateuristisch. Veel rusthuizen laten bewoners een eigen ontworpen document invullen. Het modelformulier van Cosyns en Deveugele overstijgt alle problemen die daarmee waren en spoort artsen en patiënten aan er goed op tijd over te spreken. Het is te vinden op www.domusmedica.be.





Morning-afterpil gratis in familiale centra

24 01 2007

De morning-afterpil zal gratis verdeeld worden in familiale centra die officieel door de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof) erkend zijn. Dat werd bekendgemaakt door de Brusselse staatssecretaris Emir  Kir. Hij wil met de maatregel de pil toegankelijk maken voor jonge vrouwen die geen ander voorbehoedsmiddel hebben gebruikt, in een moeilijke situatie zitten en soms nog bij hun ouders wonen.





Danneels tegen euthanasie bij dementerenden en minderjarigen

24 01 2007

“De uitbreiding van de euthanasiewet naar dementerenden en minderjarigen is onaanvaardbaar.” Dat zei kardinaal Danneels in het medisch weekblad de Huisarts van donderdag 11 januari ’07. Hij benadrukt dat we het leven gekregen hebben. “We hebben het hoederecht over het leven, niet het eigendomsrecht.” Vanuit die opvatting verwerpt Danneels euthanasie bij dementerenden en minderjarigen. “Zij kunnen niet ja of nee zeggen. Anderen doen het in hun plaats. Ik vind dat echt onaanvaardbaar.”

Twee bemerkingen.

De kardinaal vindt, ten eerste, dat minderjarigen geen ja of nee meer kunnen zeggen!? Nochtans tonen wetenschappelijke studies aan dat minderjarigen, vaak al op zeer jonge leeftijd, begrip hebben van hun medische toestand. Door hun ondraaglijk lijden ontwikkelen ze een grote mate van maturiteit, waardoor niet de objectieve, maar de mentale leeftijd belangrijk wordt. Daarom stelde het Kinderrechtencommissariaat ook in een advies van 20 maart 2002 dat minderjarigen in een situatie kunnen komen waarin een vraag tot euthanasie kan gerechtvaardigd zijn. Op ondraaglijk lijden staat geen leeftijd.

En wat, ten tweede, euthanasie bij dementerenden betreft: dat God de kardinaal heeft ingefluisterd dat mensen niet het eigendomsrecht over hun eigen leven hebben, dient als diens eigen hoogstpersoonlijke auditieve hallucinatie met alle respect benaderd te worden. Ieder zijn meug. Maar een beetje respect voor andersdenkenden is op zijn plaats. Als diepgelovige katholieken (al lang geleden overigens dat ik er nog zo eentje ben tegengekomen) op religieus-ethische gronden voor zichzelf euthanasie verwerpen, geen probleem. Wél problematisch wordt het als zelfs een 21ste eeuwse schakel in de apostolische successie nog altijd het zelfbeschikkingsrecht ontkent.

De keuze van wie – om welke reden dan ook – beslist dat het  in dementie voortleven zijn waardigheid al te zeer zou aantasten, dient te worden gerespecteerd. Dat een dementerende in een bepaald stadium niet meer zinvol ja of nee kan zeggen is evident, en helemaal geen reden tegen euthanasie. Het is immers deze situatie die mensen die een voorafgaande wilsbeschikking opstellen, willen tegengaan. Op het moment dat ze wél nog geïnformeerd ja en nee kunnen zeggen.





Eindelijk actieplan zelfmoordpreventie

24 01 2007

De losstaande Vlaamse initiatieven voor zelfmoordpreventie zijn samengesmeed.

Jaren nadat het zelfmoord als een van de grote problemen had ontdekt en de strijd tegen de zelfmoord als een van zijn prioritaire gezondheidsdoelen erkende, heeft Vlaanderen een heus Actieplan Zelfmoordpreventie. De Vlaamse minister van Welzijn, Inge Vervotte (CD&V) presenteerde het vrijdag 8 december.

In Vlaanderen plegen de helft meer mensen zelfmoord dan gemiddeld in Europa. 1.100 per jaar. Het actieplan wil dat met minstens 10 procent doen dalen. Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak tussen 20 en 40 jaar. De meest gebruikte methode is een overdosis pillen.

Het actieplan volgt vijf strategieën.

Het bouwt de geestelijke gezondheidszorg beter uit en ontwikkelt een zelfbeoordelingstest.

Tele-onthaal en de telezorg in het algemeen worden ook beter uitgebouwd en zullen ook via het internet oproepbaar zijn.

De deskundigheid bij de huisartsen wordt opgedreven. Meer dan de helft van de mensen die zelfmoord plegen, raadplegen nog een huisarts een maand voor de feiten. Ook het rusthuispersoneel, de politie en de jongerenbegeleiders krijgen extra opleidingen. De wachtlijsten in de Centra Geestelijke Gezondheidszorg moeten slinken en die centra moeten efficiënter kunnen omgaan met mensen met suïcidale neigingen.

De ,,uitlokking” van zelfmoorden zal worden tegengegaan door afspraken met de media en door een betere beveiliging van spoorwegovergangen, bruggen en hoge gebouwen. Minister Vervotte wil ook, zoals in Engeland, de grote verpakkingen van kalmeerpillen verbieden.

Er komt ook aandacht voor specifieke groepen. Een heel grote groep zijn de mensen met psychiatrische problemen. 90 procent van de suïcidegevallen behoren daartoe.

En ten laatste komt er ook meer aandacht voor kinderen van ouders met psychiatrische problemen en voor de nabestaanden van zelfmoordplegers.

Het stemt de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging hoopvol dat er eindelijk een geïntegreerd actieplan zelfmoordpreventie is. Toch willen we blijven benadrukken dat geestelijke gezondheid geen zaak is van het individu alleen. Veel psychisch leed vloeit voort uit de imperatieven van onze huidige neoliberalistische samenleving. Een échte zelfmoordpreventie moet dan ook die maatschappelijke oorzaken aanpakken. Zolang dat niet gebeurt, blijft elke zelfmoordpreventie louter symptoombestrijding.

Ook over depressie verschenen deprimerende cijfers. HVV heeft over deze problematiek samen met verschillende partners de campagne ‘Gezonde samenleving, gezonde mensen’ gelanceerd. Neem een kijkje op www.gezondesamenleving.be.