Euthanasie Eluana brengt Italië op de rand van institutionele crisis

9 03 2009

In landen waar de katholieke kerk nog veel explicieter aanwezig is dan in België, kan het euthanasie-debat soms voor heel wat beroering zorgen. Zo ook in Italië, waar de zaak rond Eluana Englaro al tien jaar zorgt voor een hevige juridische en politieke strijd.

Eluana Englaro lag al 17 jaar in coma en werd, op vraag van haar vader, begin februari overgebracht naar een ziekenhuis in Udine waar ze mocht sterven. De rechtse regering-Berlusconi keurde daarop een spoeddecreet goed om de stopzetting van de voeding te verhinderen. De Italiaanse president Giorgio Napolitano weigerde echter het nooddecreet te onderteken, en daarom besliste Berlusconi het parlement in te schakelen. Door de tegenstelling tussen gerecht en president enerzijds en de regering-Berlusconi anderzijds, flirtte Italië met een institutionele crisis.

Op 9 februari kwam dan het bericht dat Eluana was overleden. De ouders van Eluana, die zwaar gekant zijn tegen religieuze begrafenissen, waren niet aanwezig bij de plechtigheid.

Het Italiaanse gerecht bekijkt nu of de vader van Eluana vervolgd kan worden voor moord op zijn dochter. Er zijn ook onderzoeken gestart naar veertien andere personen, onder wie de anesthesist en meerdere verplegers.

bron: www.demorgen.be





25 Belgen per dag laten een officiële wilsverklaring registreren

9 03 2009

Sinds 1 september 2008 kunnen mensen in België een officiële wilsverklaring laten registreren bij hun gemeentebestuur. Meer dan 4500 Belgen hebben dat ook al gedaan, zo blijkt uit cijfers van de FOD Volksgezondheid die de gratis krant De Zondag kon inkijken. Gemiddeld betekent dat 25 mensen per dag. Leen Coene van Volksgezondheid spreekt van een succes, en concludeert dat er heel wat vraag geweest moet zijn naar een dergelijke procedure, waar geen notaris of huisarts aan te pas komt.

De wilsverklaring moet in het bijzijn van twee getuigen worden opgesteld en blijft vijf jaar geldig. Zij is trouwens enkel rechtsgeldig als de patiënt in een onomkeerbare coma ligt, en laat geen ruimte voor specificaties of nuanceringen.

bron: De Zondag, 1 maart 2009





Luxemburg geeft groen licht voor euthanasie

9 03 2009

Sinds eind vorig jaar is Luxemburg het achtste land ter wereld dat een wettelijke regeling heeft over euthanasie, na Nederland, Zwitserland, België, de VS-staten Oregon en Washington, Andalusië en Thailand. De Luxemburgse wet was al een keer goedgekeurd in februari van 2008, maar het had nog heel wat voeten in de aarde voor er een definitieve versie werd aanvaard. De Raad van State bleef maar wijzingen vragen, groothertog Henri wou de wet niet ondertekenen, en het Vaticaan riep de Luxemburgse parlementsleden op om tegen de wet te stemmen.

Het Luxemburgse parlement was echter vastbesloten. Middels een grondwetswijziging werd de macht van de groothertog ingeperkt, en de aanmaningen van de paus misten hun effect: de euthanasiewet werd in december 2008 nipt goedgekeurd.

bron: www.demorgen.be





Opnieuw wachtrijen aan Vlaamse scholen

6 03 2009

ANTWERPEN – In verschillende steden in Vlaanderen staan er opnieuw wachtrijen van ouders die hun kind willen inschrijven. De grootste problemen doen zich voor in Brussel en Antwerpen, maar er zijn ook inschrijvingsfiles in Leuven.
De decreetwijziging waardoor lokale overheden zelf hun inschrijvingsbeleid kunnen vormgeven, zogt voor grote regionale verschillen. Volgens Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) ligt een gebrek aan onderlinge afspraken tussen de scholen aan de basis van de wachtrijen.

Alle steden hebben een eigen aanpak van het inschrijvingsbeleid. Gent is de voorbeeldstad, zo zegt een woordvoerder van Vandenbroucke. Er staan geen rijen omdat daar in het Lokaal Overlegplatform (LOP) werd beslist dat alle scholen een centraal inschrijvingsregister gaan gebruiken.

Ouders kunnen zich op het internet aanmelden om hun kind in te schrijven en creëren zo een virtuele wachtplaats, waardoor het niet nodig is om voor de school te kamperen.

De bedoeling was om dergelijk systeem ook in Antwerpen in te voeren vanaf dit jaar, maar de scholen kwamen niet tot een onderling akkoord. Daardoor blijft ‘wie eerst komt, eerst maalt’, de regel. Het resultaat is dat er al sinds dinsdag aan een lagere school in Borgerhout ouders kamperen, zegt Antwerps schepen van Onderwijs Robert Voorhamme (SP.A).

Hun actie vond navolging in de stad Antwerpen in een drietal andere lagere scholen en sinds zaterdag staan er ook wachtrijen aan populaire middelbare scholen zoals het Sint-Lievenscollege. Verwacht wordt dat in de loop van zondag er nog meer ouders voor de schoolpoorten zullen postvatten.

Voorhamme betreurt dat het LOP in Antwerpen niet tot een compromis kon komen, met alle gevolgen vandien. Hij besliste alvast om in het stedelijk onderwijs de ouders binnen te laten wachten om de hele martelgang wat menselijker te maken.

Sommige scholen in Antwerpen openen hun deuren zondagavond om middernacht al om te starten met de inschrijvingen. Dat kan immers officieel vanaf 2 maart en bepaalde instellingen nemen die datum onder druk van de wachtrijen nogal letterlijk op.

In Brussel zijn de wachtrijen mogelijk nog langer dan in Antwerpen omdat ook daar geen concrete afspraken zijn gemaakt. In Leuven werd er een mini-overeenkomst gemaakt in de secundaire scholen van het vrij onderwijs. In de lagere scholen is het daardoor ook kamperen geblazen.

In Antwerpen zou er alvast binnen het LOP gewerkt worden aan een oplossing tegen volgend jaar.
Kld, DS – 1 maart 2009





‘Dit zijn geen gelijke onderwijskansen’

6 03 2009

De ouders die dagen voor de poort van het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel kampeerden, zijn niet te spreken over de inschrijvingen. ‘Dit systeem geeft macht aan ouders met geld en tijd.’

Zwerfwagens en busjes nabij de schoolpoort van het Sint-Jan-Berchmanscollege in Brussel. Dranghekken voor het geval dat de sfeer wat grimmiger zou worden. En een lange rij jonge ouders.

Zeventien dagen geleden vatten de eersten hier post. Er werden een wachtlijst en een reglement opgesteld: wie langer dan twaalf uur onaangekondigd afwezig bleef, werd van de lijst geschrapt. De hele procedure werd opgevolgd door een gerechtsdeurwaarder.

Fred Dejonckheere kon als eerste zijn zoontje Achiel inschrijven. Zijn vriend Raoul kampeerde zeventien dagen voor de schoolpoort. ‘Ik zit nu met een heel dubbel gevoel. Ik ben natuurlijk opgelucht: het is gelukt, hij is binnen. Maar ik ben zeker niet trots op wat ik hiervoor heb gedaan. Dit systeem dwong ons hiertoe.’

‘Ongelooflijk dat dit in het geciviliseerde België kan gebeuren,’ zucht Steven Verhasselt, die een week voor de poort kampeerde. ‘Met deze voorrangsregels krijgen alleen de ouders die zich twee weken kunnen vrijmaken een kans. Maar niet iedereen heeft de tijd of de middelen. Sommige ouders sliepen comfortabel in een gehuurde mobilhome, anderen hebben twee weken in een tent geslapen. Eén moeder is daardoor met een longontsteking naar het ziekenhuis gebracht. Dit zijn geen gelijke onderwijskansen.’

‘Wij geloofden dat degelijk Nederlandstalig onderwijs in hartje Brussel vanzelfsprekend was, maar dat is het dus niet’, zegt een ouderpaar dat twaalf dagen voor de poort kampeerde.

‘Ons kind mocht zeker niet in een concentratieschool belanden. Als er te weinig Nederlandstalige kinderen in een klas zitten, daalt de kwaliteit van het onderwijs. Het is geruststellend om hier te zien hoeveel ouders begaan zijn met degelijk, Nederlandstalig onderwijs voor hun kind. Een school is geen goedkope babysit. Het is elementair in de opvoeding.’

Het laatst in de rij staat Leila Maher. Ze nam speciaal het vliegtuig uit New York om haar zonen in te schrijven. Maher woont tijdelijk met haar gezin in het buitenland, maar komt binnenkort weer in Brussel-centrum wonen.

‘Dit is een pervers systeem. Kinderen uit de buurt zouden toch voorrang moeten krijgen?’ Maher vreest dat ze haar zonen door de geringe capaciteit in de Nederlandstalige scholen in een Franstalige school zal moeten inschrijven. ‘De Rand is geen optie, want dan moet ik elke dag twee uur vroeger opstaan om de files te trotseren. Je zou bijna willen dat je niet gestudeerd had, dan kreeg je misschien voorrang.’

Af en toe kwam er ook iemand aanwaaien die niet had gekampeerd, maar toch op een miraculeus vrijgekomen plekje hoopte. Directeur Luc De Coninck stelde hen meteen teleur: ‘Er zijn nog nul vrije plaatsen. In deze voorrangsronde mag ik maar 45 procent Nederlandstaligen en 30 procent GOK-leerlingen (kinderen die vallen onder het decreet Gelijke Onderwijskansen) toelaten. Ik kan u op een wachtlijst zetten tot eind maart. Daarna vervalt de lijst en moet u weer aanschuiven op 4 mei, voor de tweede inschrijvingsronde.’

De Coninck hoopt dat er snel een oplossing komt. ‘Maar een consensus in Brussel vinden is niet eenvoudig. Er zijn helaas nog te veel verschillende visies.’
Lennie Stinissen, DS – 3 maart 2009





Studentencomités voor sans-papiers verenigen zich

6 03 2009

BRUSSEL – De studenten van de actie- en steuncomités voor de mensen zonder papieren van verschillende instellingen hoger onderwijs verenigen zich in een federatie. Dat beslisten ze tijdens een algemene vergadering in de ULB.
De steuncomités willen ‘hun acties coördineren’ en ‘ze samen voeren om de druk op de regering op te drijven’. De nieuwe federatie eist de toepassing van het regulariseringsluik van het regeringsakkoord van 18 maart 2008. Ze vreest dat de opgelegde criteria te streng zijn.

De comités roepen op tot een algemene staking van het hoger onderwijs op 18 maart, met acties in heel België.
De vakbonden ABVV en ACV, die woensdag op de vergadering aanwezig waren, zeggen op dezelfde golflengte te zitten als de comités.
DS, 4 maart 2009





www.evolutietheorie.be

6 03 2009

Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming (12 februari 2009)

Ondanks het enorme wetenschappelijke succes van Darwins evolutietheorie, bestaan hierover nog veel misverstanden en vooroordelen. Om aan kinderen, jongeren en iedereen die interesse heeft in de evolutietheorie beter uit te leggen waarover ze wel en niet gaat, is vanaf vandaag de website www.evolutietheorie.be online. Deze website van de Universiteit Gent, in samenwerking met diverse partners, biedt op een wetenschappelijk verantwoorde manier teksten en beeldmateriaal aan over de evolutietheorie. Ze maakt deel uit van het project Wetenschapscommunicatie en Evolutietheorie waarvoor minister van Onderwijs Vandenbroucke 200.000 euro uittrekt.
Frank Vandenbroucke: “Vooral in de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk is het ideeëngoed van creationisme en intelligent design opvallend aanwezig. Maar ook bij ons kent dit pseudowetenschappelijke denken verspreiding, wat ongetwijfeld voor een deel te maken heeft met vooroordelen en misverstanden over wetenschap in het algemeen en de evolutietheorie in het bijzonder. Het project Wetenschapscommunicatie en Evolutietheorie kan bijdragen tot de wetenschappelijke geletterdheid van kinderen, jongeren en volwassenen.”
Vandaag is het tweehonderd jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren. In 2009 is het ook honderdvijftig jaar geleden dat Darwins belangrijkste boek “On the origin of species” (Over de oorsprong van de soorten) verscheen. Darwins inzichten veranderden onze visie op de geschiedenis van het leven ingrijpend. Zijn theorie legde het fundament voor een wetenschappelijke verklaring van de eigenschappen van organismen en van het ontstaan, de verspreiding en het uitsterven van soorten. Ook de herkomst en de ontwikkeling van de mens kunnen we dankzij het werk van Darwin begrijpen.
Ondanks het enorme succes van deze evolutietheorie bestaat nog veel discussie over de werkelijke en vermeende gevolgen voor ideologie, politiek en geloof. Sommige jongeren lopen bijvoorbeeld hoog op met het ideeëngoed van het creationisme en intelligent design. Het is belangrijk om erop te wijzen dat evolutietheorie, zoals alle wetenschappelijke kennis, over de feitelijke werkelijkheid gaat, en niet over waarden, normen of zingeving. Kennis van de moderne evolutietheorie, honderdvijftig jaar na Darwin, is essentieel om inzicht te krijgen in de kennis van alle levenswetenschappen, zoals bijvoorbeeld genetica, anatomie, geneeskunde en ecologie. Alleen al daarom is het belangrijk dat evolutietheorie aan bod komt in het onderwijs.
Via de eindtermen van de derde graad biologie is de evolutietheorie stevig verankerd in het algemeen secundair onderwijs. Voor het beroeps-, kunst- en technisch onderwijs is die sluitende verankering er niet, gezien het beperkter aanbod aan wetenschappen. Deze eindtermen kunnen worden herzien tijdens de volgende legislatuur zodat de evolutietheorie vanaf dan wellicht in alle onderwijsvormen een plaats krijgt. In het beroeps-, kunst- en technisch onderwijs kunnen de scholen vandaag al aandacht besteden aan evolutietheorie, bijvoorbeeld in de lessen ‘Project algemene vakken’ en wetenschappen.
De eindtermen natuurwetenschappen van de eerste graad zijn zopas vernieuwd en worden binnenkort voorgelegd aan het parlement. Wetenschappelijke vaardigheden moeten de jongeren op een wetenschappelijke manier leren nadenken over natuurlijke verschijnselen en hypothesen leren formuleren. Deze vaardigheden geven een aanzet om in de hogere jaren de evolutietheorie aan bod te laten komen.
De website www.evolutietheorie.be biedt tal van wetenschappelijke artikels aan over de evolutietheorie. Sommige zijn vertaald naar het Nederlands, andere zijn geschreven door Nederlandstalige onderzoekers en docenten. Zowel leraren en leerlingen uit het secundair en hoger onderwijs en algemeen geïnteresseerden kunnen hiermee aan de slag. Naast teksten zijn er ook video-opnames van lezingen die meer uitleg geven over wetenschappelijke, historische, filosofische en andere vragen rond de evolutietheorie. Ook voor kinderen is er een link die o.a. zeer toegankelijke tekenfilmpjes bevat over het recht van de sterkste, natuurlijke selectie,… Vanzelfsprekend zal de komende jaren het informatieve aanbod op de website verder toenemen.





Media over de eigen mediaproducten: incestueuze berichtgeving?

5 03 2009

Goed nieuws is geen nieuws… Behalve over jezelf
Er zijn drie soorten leugens: lies, damned lies en statistics. Het is een eeuwenoude boutade die nog niets van haar pluimen verloren heeft. Want als we de statistieken moeten geloven, boekt elke krant kwartaal na kwartaal en jaar na jaar vooruitgang en bereiken de Vlaamse kranten steeds meer en jongere lezers én vervrouwelijkt hun publiek. Relevante informatie of zuivere reclame, de kranten vullen er gewillig hun pagina’s mee. “Ik stoor me vooral aan het gebrek aan continuïteit. Ook als het minder goed gaat, moet je cijfers geven”, vindt Pol Deltour.

“Er dringt zich een strikte scheiding op tussen de berichtgeving enerzijds en reclame, promotie en merchandising anderzijds.” Zo reageerde de Vlaamse Vereniging voor Journalisten eind 2007, toen Corelio-hoofdredacteur Peter Vandermeersch verkozen werd tot ‘Marketeer van het Jaar’. De marketingafdeling op een andere verdieping, in een andere vleugel of toch minstens achter een fysieke scheidingsmuur, dat is wellicht wat de meeste mensen zich dan voorstellen bij zo’n “strikte scheiding”.

Maar zo’n scheidingsmuur houdt lang niet alles tegen. Want wat als de marketingdienst niet nodig is om promotiecampagnes op touw te zetten? Wat als redacteurs het zelf kunnen doen? En wat als de CIM-cijfers daar op regelmatige tijdstippen een ideale gelegenheid toe bieden?

Eén keer per jaar maakt het Centrum voor Informatie over de Media (CIM) de bereikcijfers van de pers bekend. Daaruit blijkt hoe vaak elke krant gelezen wordt en hoe de gemiddelde lezer van elke krant eruit ziet. Jong of oud? Man of vrouw? Hoog opgeleid of niet?

Veel doet het CIM echter niet met die cijfers. De vzw, die de reclameagentschappen, de media en de adverteerders samenbrengt, beperkt zich immers tot het uitvoeren van de survey, het verwerken van de resultaten en het beschikbaar stellen van de cijfers. De interpretatie van die cijfers laat ze over aan adverteerders, bestuurslui uit de mediasector en journalisten. En dat leidt al eens tot uiteenlopende artikels en krantenkoppen. Terwijl De Tijd in 2007 bijvoorbeeld “Kranten verliezen lezers” kopte, pronkte in De Morgen “Kranten zijn in topvorm” boven een artikel over dezelfde cijfers.

VERLEIDINGSSPEL
Bij het CIM tilt men echter niet zwaar aan die uiteenlopende interpretaties. “We spreken daar eigenlijk nauwelijks over, alleen als er echt manifeste fouten gepubliceerd worden”, zegt Stef Peeters, algemeen directeur van het CIM. “Meestal gaat het maar om een selectieve lezing van de cijfers en – eerlijk gezegd – daar dienen die cijfers ook voor. Het zijn instrumenten in het spel van verleiding en onderhandeling in de advertentiewereld. De bron is betrouwbaar en de leden van het CIM mogen die cijfers volgens eigen inzicht gebruiken. De markt corrigeert zelf wel de misbruiken of het ongeloofwaardig gebruik van cijfers.”

Volgens Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten, is zo’n gekleurde berichtgeving een oud zeer. Deltour volgt de redenering van Peeters niet. “Ik vind dat het CIM zijn opdrachtgevers te veel naar de mond praat. De vereniging redeneert te commercieel en heeft de neiging de eenzijdige berichtgeving te relativeren. Ik vind het normaal dat uitgevers die cijfers gebruiken in hun onderhandelingen met adverteerders. Maar moet dat via de krant gebeuren, met de lezer als getuige? De hoofdredacteurs hebben de taak zo objectief mogelijk te berichten over een bepaalde situatie.”

Het CIM zelf voelt zich echter niet geroepen om over die objectiviteit te waken door zelf de cijfers toe te lichten en te analyseren. “De rol van het CIM is inderdaad vrij beperkt”, bevestigt Stef Peeters. De website van de vereniging omschrijft het als volgt: “Het CIM stelt zich tot doel zijn leden op permanente en regelmatige basis binnen de kortst mogelijke termijn nauwkeurige en betrouwbare gegevens te leveren die noodzakelijk zijn voor de objectieve weergave en de optimalisering van de reclamebestedingen in België.” Peeters vult aan: “In overleg met alle spelers op de publiciteitsmarkt stellen wij alles in het werk om betrouwbare cijfers te leveren over bereik en bestedingen. Onze leden zijn best in staat om zelf hun (langetermijn)analyses te maken. Het CIM ziet erop toe dat er geen manifest misbruik wordt gemaakt van de cijfers, maar daar houdt het op.”

CHAMPAGNE EN ARTIKELS
Op “manifest misbruik” van de cijfers konden we de Vlaamse kranten de voorbije zes jaar niet betrappen. Maar dat de berichtgeving omtrent de CIM-cijfers regelmatig bijgekleurd wordt, valt moeilijk te ontkennen. Dat blijkt uit een analyse van artikels die berichten over de bereikcijfers en die tussen 2002 en 2007 in de Vlaamse dagbladen verschenen zijn. Of een krant lezers gewonnen dan wel verloren heeft, vertaalt zich in de manier waarop de kranten uitpakken met die bereikcijfers.

Zo stellen we vast dat het aantal krantenartikels over de CIM-cijfers over de jaren heen parallel verloopt met de situatie op de Vlaamse krantenmarkt. Als de Vlaamse kranten erop vooruit gaan, neemt ook het aantal artikels toe. Dat aantal neemt af als de dagbladen rake klappen krijgen. Kranten besteden dus meer aandacht aan de CIM-cijfers als ze zelf goede resultaten kunnen voorleggen.

Andere cijfers bevestigen dat. Tussen 2002 en 2007 pakten acht kranten uit met twee of meer artikels over de CIM-cijfers. Zeven van die acht kranten hadden een succesvol jaar achter de rug. In 2007 was een groei van 4,1 procent voor De Morgen en een groei van 7,2 procent voor Het Belang van Limburg voldoende om er elk drie artikels aan te wijden. Het Laatste Nieuws spande echter de kroon in 2004. De krant haalde toen voor het eerst meer dan één miljoen lezers, en dat werd niet alleen gevierd met champagne, maar ook met vijf artikels over die CIM-cijfers.

Maar naast het aantal artikels blijkt ook de lengte en de plaats van de artikels samen te hangen met het resultaat van de krant. Van de 25 langste artikels verschenen maar vijf berichten in een krant die zijn lezersbereik zag dalen. En ook de voorpagina is in negen van de tien gevallen pas bereikbaar als de krant met mooie cijfers kan uitpakken. Bij positieve resultaten vinden we de helft van de artikels terug op de eerste twee pagina’s. Als de resultaten tegenvallen, moeten we de eerste tien pagina’s doorbladeren om 50 procent van de CIM-artikels te lezen.

Na een slecht jaar werd de berichtgeving soms zelfs naar de economiekatern verbannen. Op die manier krijgen veel minder lezers de slechte cijfers onder ogen. Bovendien kun je het nieuws vanuit een andere invalshoek bekijken. Toen De Standaard 5,7 procent achteruitging, belandde het CIM-artikel in 2007 op de economiepagina’s en zoomden de kop en de onderkop in op het bedrijfsnieuws: “Krantengroep Corelio nummer een in België. Corelio, de uitgever van onder meer De Standaard, blijft de grootste uitgever van het land”.

DEONTOLOGISCHE FOUTEN
Pol Deltour vindt het normaal dat verschillende kranten een ander verhaal brengen rond dezelfde cijfers. “Je kan niet verwachten dat kranten de CIM-cijfers letterlijk en integraal publiceren. Eigen klemtonen moeten kunnen.” Toch heeft Deltour een dubbel gevoel bij de CIM-bericht-geving. “Ze doen de waarheid nooit geweld aan, ze liegen niet en ze verdraaien geen cijfers. Maar de sfeer is uiteraard wel heel marketinggericht. Grote deontologische fouten kunnen we het niet noemen en er is ook nog nooit een formele klacht ingediend naar aanleiding van dergelijke berichtgeving. Maar gelukkig ben ik er niet mee.”

Wat Deltour vooral stoort, is het gebrek aan continuïteit. “Als je de CIM-cijfers geeft, erken je het belang van die resultaten en vind je dat de lezer recht heeft op die informatie. Maar dan moet je ze ook geven als het minder goed gaat met de krant.”

CIM-directeur Stef Peeters ziet minder graten in het feit dat de positieve resultaten uitvergroot worden en de minder goede cijfers op de achtergrond blijven. “Bovendien krijg je een vertekend beeld doordat enkel krantenartikels onderzocht werden. Voor ons en voor de professionele reclamemarkt is wat in de dagbladen verschijnt immers secundair. Veel belangrijker is wat gepresenteerd wordt op professionele symposia of wat gepubliceerd wordt in de professionele pers, zoals PUB en Media Marketing, en in de eigen uitgaven van media-agentschappen en reclameregies.”

De adverteerders en reclamebureaus zullen zich dus niet zo snel laten misleiden. Maar de doorsnee burger heeft geen abonnement op vakbladen en verkiest een dagje zee boven dergelijke symposia. Is het daarom geen goed idee om die cijfers door een externe instantie te laten beheren, een instantie die de cijfers niet enkel voor marketingdoeleinden gebruikt, maar ook de wetenschappelijke waarde ervan ten volle benut? “Daar valt heel veel voor te zeggen”, beaamt Pol Deltour. “Het CIM werkt voor opdrachtgevers die zelf voorwerp uitmaken van de CIM-onderzoeken. De cijfers zouden ook toevertrouwd kunnen worden aan een onafhankelijk observatorium voor de media, zoals de Vlaamse Regulator voor de Media.”

CREATIVITEIT
Maar tot het zover is, moet de lezer zich tevreden stellen met de informatie die kranten verschaffen. En daarbij kunnen niet alleen het aantal, de lengte en de plaatsing de misleidende indruk wekken dat het om correcte en relevante nieuwsfeiten gaat. Ook inhoudelijk worden tal van trucjes toegepast om een positieve boodschap over te brengen. Zo komt uit het onderzoek naar voren dat ook de keuze van de krantenkoppen in grote mate samenhangt met het resultaat van de bereikcijfers. Een goede prestatie wordt benadrukt door de naam van de krant in de titel op te nemen. Ook andere verwijzingen naar de eigen krant, zoals “Uw krant”, “Onze krant” en “De krant van één miljoen”, komen vaker voor als het dagblad mooie cijfers kan voorleggen. Daarnaast blijken ook absolute cijfers (“1.060.000 lezers”), percentages (“10 procent”) en rangtelwoorden (“de derde krant van Vlaanderen”) het goed te doen.

En zelfs of u zich momenteel, als schrijver van zo’n gekleurd CIM-artikel, geviseerd moet voelen, hangt samen met de prestaties van uw krant. Goede prestaties worden namelijk veel vaker anoniem gepubliceerd. Op die manier wil men duidelijk maken dat de goede cijfers aan de hele redactie te danken zijn. Óf alleen aan de hoofdredacteur, want ook die kruipt opvallend meer in zijn pen als de krant een goed resultaat geboekt heeft. En vallen de CIM-resultaten tegen, dan is het vooral een uitdaging om dat zo goed mogelijk te verpakken. Dat uitgerekend u dat moet doen, betekent alleen maar dat u volgens uw hoofdredactie over veel creativiteit beschikt…

Auteur: Jonas Truwant

Bron: www.mediakritiek.be





Internet doorbreekt de omerta over mediacrisis

5 03 2009

Verontruste professoren schreven samen met de algemeen secretaris van AJP (Association des journalistes professionnels) een vlammend opiniestuk over het brutale ontslag van de hoofdredactrice en drie journalistes van het weekblad Vif/L’Express. Maar zowel le Soir als La Libre Belgique weigerden het stuk. Een mooi voorbeeld van de omerta in de media over de eigen crisis. Het opiniestuk maakte furore op het internet en werd uit eindelijk toch gepubliceerd door La Libre Belgique. Le Soir zag zich verplicht in een artikel uit te leggen waarom het niet gepubliceerd werd.

Op een meeting over de crisis in de media (14/02) hekelde Marc Van de Looverbosch, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Journalisten de zwijgplicht in de media. Volgens Van de Looverbosch is er in een aantal gevallen zelfs sprake van censuur door hoofdredacteuren die niet willen dat het thema in hun krantenkolommen aan bod komt. Het geweigerde opiniestuk over de problemen bij Le Vif is een mooi voorbeeld van die omerta. Zes professoren, een oud-medewerker van RTBF en de algemeen secretaris van de Franstalige journalistenbond waren verontwaardigd over het ontslag van vier journalistes van Le Vif. De vier – die samen 55 jaar anciënniteit hebben – werden per sms ontboden, de mededeling van hun ontslag duurde drie minuten en ze kregen op een zaterdag twee uur de tijd om in aanwezigheid van de bewaking hun archief op te halen.

De tekst herleidt het debat tot een clash tussen stoute uitgevers en journalisten. En dat is een beetje kort door de bocht, vond de hoofdredactrice van Le Soir Béatrice Delvaux. Ambigu en een amalgaam, vond de hoofdredacteur van La Libre Belgique Michel Konen. Het opiniestuk werd dan maar duchtig rondgemaild en op blogs en sites geplaatst. De buzz was zo groot dat La Libre Belgique het stuk uiteindelijk toch plaatste op 29 januari. Le Soir wijdde er dan maar een artikel aan met de uitleg van Béatrice Delvaux waarom de mening van de verontruste professoren en journalisten niet welkom was. De Nederlandse versie vindt u hieronder.

Een journalistiek in het gelid
Het brutale ontslag zonder reden van vier ervaren journalisten van het weekblad Le Vif/L’Express is niet zomaar een spijtige wending in een groot bedrijf zoals er helaas elke dag gebeuren in dit land. Het aan de kant schuiven van medewerkers die tot twintig jaar anciënniteit hebben binnen het magazine en die er mee de waarden en de reputatie van hebben gesmeed, komt in dit geval neer op een zuivering waarvan de intenties zorgwekkend zijn voor de redactionele vrijheid van Le Vif en voor de journalistiek in het algemeen.

De directeur van Le Vif/L’Express die zich eerder bij Trends/Tendances liet opmerken door een neiging om C4’s uit te delen en die bij Le Vif al aan 6 ontslagen, 2 journalisten die vertrokken en 2 verplichte overplaatsingen zit, heeft het zelf gezegd: geen enkele economische reden heeft hem verplicht om de hoofdredactrice en drie gespecialiseerde redactrices de laan uit te sturen. De directie roept slechte relaties tussen de redactieploeg en de hoofdredactrice in. Aangezien de directie er niet in geslaagd is om die problemen op te lossen koos ze dan maar voor de meest radicale manier om er een einde aan te maken. Het voorwendsel is niet alleen licht maar slaat bovendien ook niet op alle betrokken journalisten. Uit de wals van ontslagen die bij Le Vif drie jaar geleden werd ingezet, spreekt een constante obsessie: de redactie van het belangrijkste algemene nieuwsmagazine in de Franstalige gemeenschap in het gelid doen lopen. Een redactie die juist haar geloofwaardigheid had gebouwd op een totale onafhankelijkheid van analyse en oordeel zowel tegenover de eigen aandeelhouders – de Vlaamse groep Roularta – als tegenover de politieke en economische machten binnen de Belgische samenleving.

Meer dan twee decennia lang kon Le Vif/L’Express een veeleisende journalistiek verdedigen, bezorgd om de pertinentie en het nut voor de lezers van de onderwerpen die werden aangeraakt. In naam van die ethiek kon het wel eens nodig zijn om een adverteerder boos te maken, om een minister tegen de schenen te schoppen of om een thema aan te snijden dat moeilijker te verkopen is. Dat was niet meer vanzelfsprekend van zodra de directie van Roularta, verontrust door een lichte daling van de verkoop, overtuigd raakte dat ervaren journalisten vervangen moesten worden, dat alle hoofden die er boven uitstaken moesten worden afgehakt en dat gehoorzaamheid aan de economische eisen van het bedrijf de nieuwe geloofsbelijdenis moest worden.

De uitgever van Le Vif is niet de enige die zo zijn redactie het vermogen ontneemt om zelf de prioriteiten vast te leggen en de actieradius te bepalen. Zowel in België als daarbuiten kiezen al te veel ondernemers er voor – soms in naam van economische moeilijkheden – om de inhoud te verarmen, het personeelsbestand in te krimpen, de onafhankelijke geesten en kritische pennen aan de kant te schuiven, onstuimige talenten in te tomen en de voorkeur te geven aan onderdanige hoofdredacteurs.

Le Vif/L’Express is het enige algemene weekblad met een ruime verspreiding in de Franstalige gemeenschap. Diegenen die het van binnenuit ontmantelen dragen een grote verantwoordelijkheid tegenover de hele publieke opinie.

Bovenop de zorg voor de toekomst van de ontslagen journalisten maar ook voor hen die blijven, komt de verbazing over de sociale brutaliteit: de vier journalisten werden ’s avonds per sms ontboden om ’s morgens in alle vroegte de bons te krijgen en het verbod om nog langs te komen op de redactie om hun persoonlijke spullen op te halen. De zaterdag daarop kregen ze daarvoor twee uur onder het toeziend oog van de bewaking. Welke grote fout, welk misdrijf hebben zij gepleegd om zo’n misprijzen te verdienen? Niets rechtvaardigt zo’n geweld in de sociale relaties die in dit geval gepaard gaat met een echt misprijzen voor het arbeidsrecht en contrasteert met het imago van het vredige familiebedrijf dat Roularta zo graag koestert. De reactie van de redactie van Le Vif die zes dagen staakte en de onvoorwaardelijke steun van de journalistenbond en de vakbonden toont aan dat de grenzen van het toelaatbare werden overschreden.

De financiële crisis, de val van de reclame-inkomsten, de technologische diversifiëring van de media en de investeringen die daarmee gepaard gaan kunnen nooit rechtvaardigen dat de journalistiek herleid wordt tot enkel haar economische waarde, dat de journalisten niet langer de waakhonden van de democratie zijn maar de vlijtige soldaten die geformateerde inhouden moeten verkopen om te voldoen aan de commerciële eisen op korte termijn.

Wij hebben ervaren, vrije en onafhankelijke redacties nodig die bovendien voldoende groot zijn. Zoals we ook meer nood hebben aan denkvermogen, ervaring en journalistieke cultuur dan aan extreem gevulgariseerde bladen die zoveel mogelijk mensen moeten behagen. Het gedrag van bepaalde managers en de besparingsplannen zowel in het noorden als het zuiden van het land gaan niet in die richting. Onze media moeten hun intellectuele capaciteiten behouden: respecteer dus de journalisten!

Auteur: Christophe Callewaert
Dit verscheen eerder op indymedia.be

Originele tekst op agjpb.be aan de hand van
Pascal Durand (ULg), Benoit Grevisse (UCL),
François Heinderyckx (ULB), Claude Javeau (ULB),
Jean-Jacques Jespers (ULB), Hugues le Paige (revue Politique),
Gabriel Ringlet (UCL), Martine Simonis (AJP), Marc Sinnaeve (Ihecs)





EFIJ: funding for European investigative journalism that breaks through national barriers

5 03 2009

It is a common belief that well-researched, in-depth investigative journalism is in danger as newspapers worldwide are forced to cut costs in order to survive. By its very nature, investigative journalism is time-consuming, resources-consuming and not as likely to rake in readers as breaking news stories.

But it is also one of the most crucial areas of journalism with regards to its impact, and necessary if the press is to maintain its vital role as watchdog over governments and powerful institutions in a democratic society, and therefore arguably essential to save. Guardian writers Bruce Ackerman and Ian Iyres recently wrote that solutions to the newspapers industry’s woes should focus exclusively on “the collapse of investigative journalism, not the fate of particular delivery systems.” The Editors Weblog spoke to Brigitte Alfter, director of a new European fund, which is doing just that.

The European Fund for Investigative Journalism was launched last week, as a project run by the Belgian Pascal Decroos Fund, although it hopes to become a separate entity in the future. It seems as if there is an increasing need to fund investigative reporting separately from other forms of journalism. “Media is in a time of change,” explained director Brigitte Alfter, “and recently investigative journalism has not been a high priority for editors and publishers.” So the Fund aims to fill this gap, to “keep the quality up.” Europe has been lagging behind the US in terms of finding alternative ways to fund investigative journalism: the US boasts national non-profit investigative reporting outfit ProPublica and local operations such as the VoiceOfSanDiego or MinnPost, as well as more established funds such as the Fund for Investigative Journalism. Why this is the case is not immediately clear and would require some research, but Alfter suggested that part of the reason was America’s “strong philanthropic tradition, that we don’t have in Europe.” It is also possible that the number of newspaper readers has fallen faster in the US, due to more widespread internet usage, among other things, and therefore newspapers have been less able to fund such investigative journalism themselves.

“In Europe we can see that politics, business, even organised crime all cross borders, while journalists and their coverage are often focussed purely on a national target group and are reluctant to cross borders”

The Fund will seek to promote European investigative journalism that crosses national borders, which Alfter sees as a very important aspect of such a project, and one that has not so far been emphasised enough. “In Europe we can see that politics, business, even organised crime all cross borders, while journalists and their coverage are often focussed purely on a national target group and are reluctant to cross borders,” Alfter explained. Along this lines, the grants should provide enough money for the travel and translation costs that such a multi-country story would generate. Stories would be published on a national level, in the countries of those journalists who have contributed, and excerpts or even full stories will appear on the fund’s website.

The plan is to invite proposals for stories on a quarterly basis. The first round of funding is 20,000 euros, provided by Norwegian foundation for freedom of expression, Fritt Ord. The proposals will be assessed by a four-member jury, who will serve for two years and remain anonymous throughout this time. Their anonymity is intended to be a kind of buffer that would mean that they cannot be influenced in their choices, and hence strengthen the credibility of the organisation, believes Alfter. She stressed the care that the fund has taken to make the criteria for choosing pieces public and transparent. Stories which give added value to mainstream coverage will be valued highly, as will those which have relevance to society, and those which involve collaboration between colleagues. One of the issues with investigative journalism is its lack of immediate newsworthiness, and Alfter explained that newsworthiness is not one of the most important criteria that the jury will be looking for. She commented that rather, she hopes that the outcome and impact of stories would be news in itself.

Investigative journalism is evidently more likely to succeed in attracting funding as it represents public interests, and society could suffer significantly without it. If the non-profit, endowed model of news-gathering is to become more prevalent, it is very possible that it would primarily support investigative reporting, to protect it from economic difficulty. Brigitte Alfter expressed her hope that one day the traditional media will once again find enough money to fund a suitable amount of investigative journalism, and explained that she would be delighted if this fund could serve as an inspiration for that. But for now, it appears that it must be funded separately, and she and her team are focussed on providing an impetus to European journalists to take on projects that “go beyond the day-to-day agenda and thus live up to one particular task of journalism, which is to be a watchdog and to provide relevant information to the public debate, that otherwise would not have got out.” Hopefully, they will succeed.

Author: Emma Heald
This article was published on Editorsweblog.org





Groene groei is de enige uitweg

5 03 2009

Ban Ki-moon (secretaris-generaal van de Verenigde Naties) en Al Gore (voormalige vicepresident van de Verenigde Staten) luiden de alarmklok: 2009 is het jaar van de waarheid. Als we nu niet investeren in groene energie en in armoedebestrijding, en als we dit jaar in Kopenhagen geen robuust klimaatakkoord hebben, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
Economische stimuli zijn thans aan de orde van de dag. Dat hoort ook zo, nu regeringen op alle continenten de wereldeconomie weer proberen aan te zwengelen. Maar de leiders die de economie op dit ogenblik de dringend noodzakelijke nieuwe zuurstof willen geven, zouden er met vereende krachten ook voor moeten zorgen dat het nieuwe feitelijke economische model dat hieruit zal ontstaan, duurzaam is voor onze planeet en onze toekomst.

Op dit ogenblik hebben we nood aan zowel stimuli als investeringen op lange termijn. Ons antwoord op de crisis moet één wereldwijd economisch beleid zijn waarmee we twee doelstellingen kunnen realiseren: tegemoetkomen aan onze dringende en onmiddellijke economische en sociale behoeften, en een nieuwe, groene wereldeconomie op de rails zetten. Dat heet thans ‘groene groei’

Wat houdt dit dan concreet in?
Ten eerste vereist een gesynchroniseerde wereldwijde recessie een gesynchroniseerd wereldwijd antwoord. Ten tweede moet het bij de stimuli die de economie opnieuw aanzwengelen, om weldoordachte en goed uitgevoerde herstelmaatregelen gaan, die ons tegelijk de nieuwe, koolstofarme weg naar groene groei tonen.
De afschaffing van de subsidies voor fossiele brandstoffen – momenteel wereldwijd driehonderd miljard dollar per jaar – zou de uitstoot van broeikasgassen met maar liefst zes procent verminderen en zou overal ter wereld bijdragen tot een stijging van het bruto binnenlands product. De ontwikkeling van hernieuwbare energie brengt soelaas op de plaatsen waar de nood het grootst is. Nu al zijn ontluikende economieën goed voor veertig procent van de bestaande hernieuwbare energiebronnen overal ter wereld, en voor zeventig procent van de zonneboilercapaciteit.

Leiders overal ter wereld en met name in de Verenigde Staten en China worden er zich stilaan van bewust dat groen geen optie maar een noodzaak is, als ze hun economieën willen recht trekken en banen willen scheppen. Enkele cijfers: op dit ogenblik stelt de sector van de hernieuwbare energie wereldwijd 2,3 miljoen mensen tewerk: meer dan het aantal rechtstreekse banen in de olie- en gassector. In de Verenigde Staten is de windenergiesector nu al een grotere werkgever dan de hele mijnsector.

De herstelplannen van president Barack Obama en van de Chinese overheid zijn een belangrijke stap in de goede richting en hun groene maatregelen moeten dringend worden toegepast. We dringen er echter bij alle regeringen op aan om groene stimuli in te voeren op het vlak van energiebesparing, hernieuwbare grondstoffen, openbaar vervoer, nieuwe intelligente elektriciteitsnetten en herbebossing, en om hun inspanningen op elkaar af te stemmen zodat de resultaten snel volgen.

Daarnaast ook beleidsstrategieën nodig om de armoede te bestrijden. Regeringen van de geïndus-trialiseerde landen moeten daarom over de grenzen heen hulp aanbieden en onmiddellijk investeren in rendabele projecten die de productiviteit van de armsten verhogen. Ook de sociale vangnetten moeten worden verstevigd. Een armoedebestrijdingsbeleid houdt ook in dat we investeren in een beter grondgebruik, waterbescherming en droogtebestendige gewassen. Zo kunnen we boeren helpen om zich aan te passen aan het veranderende klimaat, anders kunnen chronische hongersnood en ondervoeding het resultaat zijn.

Er is in Kopenhagen een robuust klimaatakkoord nodig. Het tempo van de klimaatgesprekken moet drastisch worden verhoogd en het thema moet aandacht krijgen op het hoogste niveau, liefst nog vandaag. Dat is de basis voor een echt duurzaam economisch herstel waar wij én de kinderen van onze kinderen in de komende decennia de vruchten van zullen plukken.

Investeren in groene economie is geen optionele kost. Het is een slimme investering voor een eerlijkere, welvarende toekomst.

Bron: DS





Adresboekje voor arme Gentenaren

5 03 2009

In onze steden blijft de armoede toenemen. En armoede vergt creatief omgaan met de schaarse middelen. Vandaar het nut van een adresboekje zoals ‘Met weinig geld overleven in Gent’.
Het adressenboekje is een initiatief van Samenlevingsopbouw Gent dat intussen aan zijn tweede editie toe is. ‘Dit adresboekje is een prima initiatief omdat het bijdraagt tot zelfredzaamheid’, vindt schepen Tom Balthazar. Het bevat een hele reeks tips zoals waar je voor 1 euro een warme maaltijd krijgt, waar nachtopvang te vinden is, waar opvoedingshulp geboden wordt, enzovoort.

In 2004 waren in Gent 276 kinderen geboren in kansarme gezinnen wordt geboren, in 2006 ging het om 443 kinderen. Het aantal mensen met een leefloon steeg lichtjes, van 3.273 in 2006 naar 3.557 in 2007. Ook senioren met een klein pensioentje kunnen een financiële ondersteuning krijgen. De strijd om te overleven, wordt steeds feller. We zien ook nieuwe groepen armen opduiken, zoals de alloch-tone gemeenschap, waar de solidariteit afneemt. Ook de armoede bij mensen zonder papieren wordt groter, en meer mensen komen door pech zoals een echtscheiding of werkloosheid sneller in acute armoede terecht.
Begin dit jaar ging een stedelijke cel armoedebestrijding van start, die alle initiatieven terzake moet coördineren. Gent wil in de sector van de sociale economie duizend banen scheppen. Voor het eerst zal men ook particuliere initiatieven die armoede aanpakken, financieel ondersteunen. De stad trekt daar 130.000 euro voor uit, het OCMW brengt 80.000 euro in. De gesubsidieerde organisaties zijn vooral bezig met noodhulp, maar ook met dialoog en zelforganisatie. Ze werken aanvullend op de overheidsdiensten.’
Kris Dom van Samenlevingsopbouw Gent vzw vindt het een prima zaak dat nu ook basisnoden als voedselbedeling op steun van de overheid kunnen rekenen, want armen kampen meestal met nijpende problemen zoals gebrek aan eten, stromend water en kleding.

Bron: DS





Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden’

5 03 2009

Pater Luc Versteylen wil in de Scheldestad een interreligieuze dialoog creëren waarbij hij de verschillende gemeenschappen nauw wil betrekken. Dat schrijft hij in zijn nieuwe boek De Verbaasde Bogen, dat nu al forse tegenkanting krijgt uit alle hoeken.
Begin dit jaar protesteerde Versteylen al eens samen met joden en moslims voor de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal tegen het geweld in Gaza. Nu wil hij de verschillende godsdiensten in de Scheldestad dichter bij elkaar brengen. Een mooie, maar moeilijke dialoog die al tijdens de persvoorstelling van De Verbaasde Bogen tegenkanting kreeg. Luc Versteylen en inspiratiebron Tacetdin Cayit van Het Centrum voor Dialoog & Begrip in Antwerpen (Cediba) werden in twee bekende cafés op de Grote Markt geweigerd vanwege de politieke geladenheid van de nieuwe uitgave. De kerk had dan weer bezwaren omdat er te veel seks en een te prominent pleidooi voor samenwerking met de moslimgemeenschap in de publicatie zouden staan.

Versteylen pleit in De Verbaasde Bogen voor meer dialoog tussen de diverse religies. ‘Het kan toch niet dat er zo’n prachtige gebouwen – kerken, moskeeën, synagogen – enkel zijn voorbestemd voor één religie. Waarom delen we die kunstwerken niet in periodes van diepe vreugde maar ook van diepe rouw?’ zegt de stichter van Agalev. ‘Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden, waar alle religies vreedzaam samenleven’, aldus de pater. Om deze boodschap te bekrachtigen kondigde Versteylen aan dat er op 22 maart in zijn brouwerij in Viersel naar aanleiding van zijn 50-jarig priesterjubileum een lentefeest zal zijn waar jonge christenen, joden, moslims en vrijzinnigen gezamenlijk de stap naar volwassenheid zullen zetten, net zoals bij een plechtige communie. (cdh/belga)

Bron: DS





Kortrijk erkent moskee Attakwa, grootste moskee in Oost-en West-Vlaanderen

5 03 2009

De stad Kortrijk erkent de moskee Attakwa en adviseert de provincie West-Vlaanderen hetzelfde te doen. De verantwoordelijken van de moskee willen een erkenning door Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen (Open VLD). Dat zou veel voordelen met zich meebrengen: zo wordt de imam betaald door het ministerie van Justitie en worden de financiële tekorten door de provincie bijgepast. De stad Kortrijk heeft na het geven van een gunstig advies geen financiële verplichtingen.

Een moslimvertegenwoordiging zat de voorbije maanden rond de tafel met een delegatie van minister Keulen en de stad Kortrijk. Een erkenning kon alleen als aan bepaalde voorwaarden werd voldaan. De moskee moet Nederlandstalige bestuursleden hebben, Nederlandse lessen geven en een boekhouding bijhouden.
Voor het offerfeest kunnen de moslims vanaf nu terecht in de sporthal van het atheneum Drie Hofsteden. Daar komen 1.500 mensen naartoe, de locatie in de Stasegemsestraat is te klein geworden.’

Op 5 maart brengt de provincieraad haar advies uit, waarna minister Marino Keulen de knoop doorhakt. Attakwa wordt de grootste erkende moskee in West- én Oost-Vlaanderen. Nu al komt ongeveer zeven procent van de bevolking in Kortrijk wekelijks naar de moskee.

Bron: DS





Bijna 99.000 kleefbriefjes tegen groeiende gezondheidskloof

5 03 2009

De vzw Welzijnszorg heeft donderdag bijna 99.000 ingezamelde kleefbriefjes overhandigd aan Vlaams minister van Welzijn Veerle Heeren en federaal staatssecretaris voor Armoedebestrijding Jean-Marc Delizée. De actie vormde het slot van de campagne “Armoede schaadt de gezondheid”.
De afgelopen maanden voerde Welzijnszorg campagne tegen deze groeiende gezondheidskloof tussen arm en rijk. Waarom dergelijke campagne?
Uit onderzoeken blijkt dat mensen met een lager opleidingsniveau 15 jaar minder lang leven in goede gezondheid. Voorts bereiken grootschalige preventieve campagnes vaak amper mensen die in armoede leven. Bovendien stelt 20 procent van de mensen met een laag inkomen noodzakelijke zorgen uit om financiële redenen.
De campagne werd gesteund door de drie mutualiteiten en ziekenzorg cm. Concreet wordt er onder meer een automatisch recht op de derdebetalersregeling gevraagd.

Bron: DS





HVV, Decleir en Tutti Fratelli geven armen een stem

5 03 2009

Reinhilde Decleir is actrice en pas op haar zestigste doorgebroken bij het grote publiek met haar rol als Maria Vangenechten in ‘Van Vlees en Bloed’. Nu hoopt ze die roem te kunnen verzilveren voor die andere verborgen parel: haar toneelgezelschap Tutti Fratelli, dat bijna volledig uit armen bestaat.
Reinhilde Decleir zit nu gewoon weer tussen ‘haar mensen’: het tiental armen dat deel uitmaakt van het gezelschap Tutti Fratelli. Met hun operavoorstellingen in de Roma – een zelfs enkele tryouts in de Bourla – oogstten de amateurs de voorbije maanden overal lof en de repetities voor het volgende stuk zijn volop aan de gang.

‘Tutti Fratelli is eigenlijk heel toevallig ontstaan’, vertelt Decleir. ‘Zeven jaar geleden werd ik gecontacteerd door het Antwerps Platform voor Generatiearmen (APGA) met de vraag om met een aantal van hun leden – allemaal armen dus – een toneelstuk te maken en op te voeren in de Bourla. APGA probeerde al langer om armen meer deel te laten nemen aan het cultureel leven in de stad, en ze vonden dit een ideale manier om hen nog meer te betrekken.’
In het begin had ik mijn twijfels: wat voor nut had het nu om die mensen – ze waren met een man of negen – koste wat het kost op het podium van de Bourla te zetten. Maar achteraf bleek dat toch een goeie keuze. Door in zo’n grote zaal te spelen, moest ik ze ook écht leren spelen. Zo moesten ze bijvoorbeeld leren spreken voor een publiek.
De avond van onze eerste voorstelling was enorm. Ik heb zelden zo’n beladen moment meegemaakt in de Bourla. De zaal zat nokvol met een nooit gezien publiek: vrienden, familie, allochtonen … zelfs Abou Jahjah was er. Er zaten misschien maar twee theatermensen. Maar het enthousiasme bij die voorstelling… Er is daar die avond iets magischs gebeurd.
Sindsdien is er bij Decleir iets fundamenteels veranderd: armen trekken zich vaak terug en denken dat ze niet aanvaard worden door de rest van de wereld, en dat ze niets kunnen. De confrontatie met mensen die middenin armoede zitten, was een openbaring. Al gauw had ik door wat mijn grootste motivatie en uitdaging zou worden. Ik voel een onweerstaanbare drang om hen daaruit te trekken om zich te tonen aan de wereld.’
Het bleek moeilijk mensen een volwaardige rol te geven in het theaterwereldje, daarom werd beslist om dan maar een eigen toneelgezelschap op te richten: Tutti Fratelli was geboren. Via sponsor en subsidies kregen we wat geld in het laatje en het OCMW stelde ons een ruimte ter beschikking in de Lange Gasthuisstraat, onder het Raamtheater.
Decleir legde de lat voor de eerste voorstelling van Tutti Fratelli meteen hoog met de Luizenopera, een bewerking van een opera van Berthold Brecht over… jawel de verschillen tussen arm en rijk. Geen gemakkelijk stuk en dan nog opera. Er is serieus wat werk aan geweest: onze mensen zingen zelf alles. Ik ben bewust erg veeleisend en bij tijd en wijlen ook streng.

Bron: DS

HVV ondersteunt Tutti Fratelli en heeft de Luizenopera reeds geprogrammeerd in het Pajottenland op 2 november 2008.  Ook HVV Gent heeft haar interesse in dit evenement doen blijken, met als gevolg dat de Luizenopera op 22 maart zal afzakken naar de Capitole in Gent.  Meer info bij Tine De Kempe op hvv.ovl@geuzenhuis.be en 09 222 29 48.
Kijk ook op: www.h-vv.bewww.deroma.be of www.tuttifratelli.be





De toekomst van Vlaanderen in een veelzijdige wereld.

5 03 2009

Het onderzoek van Marc Swyngedouw en Jaak Billiet van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (Ispo) van de KU Leuven was de voorbije dagen de aanleiding voor politieke verontwaardiging en liet de opiniepagina’s vollopen met talrijke reacties. We sommen er enkele op: de idee van een onverenigbaarheid van de islam met de Westerse Verlichting of moderniteit, de hardnekkige stereotypen over islam en fundamentalisme die via allerlei nog meer hardnekkige veronderstellingen naadloos worden samen geweven, de noodzaak aan migratie en arbeidskracht wanneer de financiële trom van economische groei wordt geroffeld en natuurlijk de onvermijdelijke imamopleiding. Wij willen enkele vraagtekens plaatsen bij het zogenaamde ‘islamofobiedebat’.
Een eerste vaststelling is dat zowel de onderzoeksvragen, de besluiten als de reacties op het onderzoek één ding gemeen hebben: ze creëren het beeld van homogene culturele blokken: ‘de islam’ en ‘de Europese cultuur’. Niemand stelt zich de vraag in hoeverre dergelijke onderzoeken een realiteit mee helpen creëren die we voornamelijk associëren met culturalistische discours. De lens waardoor gekeken wordt is dat er verschillende “culturele beschavingen” zijn, die de kern vormen van de bestaande conflicten en spanningen. De onderzoeksvragen en de resultaten dwingen mensen om te denken in homogene blokken van mensen die allen hetzelfde zouden denken en in die zin helpen ze, met behulp van het label wetenschap, deze groepen construeren in de hoofden van de geïnterviewden en de lezers van de krant. Dergelijk positivistisch onderzoeksopzet gaat er vervolgens van uit dat die objectieve kennis naadloos in een passend en toereikend beleid uitvloeit. Hoe vaker de wetenschap dergelijke dichotome categorieën als uitgangspunt neemt voor onderzoek, hoe groter het waarheidsgehalte wordt van dat discours en de beleidspraktijken –“piece meal engineering”- daarop worden afgesteld. Kortom dergelijk onderzoek, hoe goed bedoeld ze ook is, helpt de rechterzijde en populistische verwanten om hun discours om te zetten in de realiteit.

De verschillende reacties op dit rapport- die naadloos ingaan op die cultureel-religieuze lens en beschavingslogica die wordt aangeboden- roepen dan ook meer vragen op dan ze antwoorden bieden. Ridouani grijpt terug naar historische data om de kloof tussen “hen” en “ons” te verklaren en bevestigd hiermee het homogene wij-zij-denken vanuit een historisch perspectief. Ook de reactie van Guy Tegenbos laat in die zin te wensen over. Dat de moslims en minderheden in België en Vlaanderen hun ‘marketing’ beter moeten verzorgen, legt de verantwoordelijkheid van de negatieve beeldvorming niet bij onze media en onze politici, die nochtans een zeer groot aandeel hebben in de constructie van dat beeld. De verantwoordelijkheid wordt volledig bij ‘de moslims’ zelf gelegd, alsof zij één monolitisch blok zijn en alsof zij de gebeurtenissen van een verklaring voorzien. Het is dan geen probleem van onze samenleving of onze media maar van ‘hen’, ook al hebben ze vaak met de feiten niets te maken. Ze worden verplicht om zich als allochtoon of moslim verwant of op zijn minst verantwoordelijk te voelen voor terroristische daden in naam van de islam. En zolang ze geen openlijke, lees gemediatiseerde beschuldigingen publiek maken, zijn ze zelf verantwoordelijk voor de stereotypen die over ‘hen’ bestaan. Ook de bijdrage van Van Rooy creëert één monolithische islam, die enkel bestaat uit moorddadige en barbaarse zeloten, een discours dat naadloos aansluit bij het Vlaams Belang –discours dat gematigde moslims niet bestaan.

Het (op zich terechte) pleidooi voor een imamopleiding van Ludo Sannen brengt ons de boodschap van hetzelfde laken en broek die de ‘schuld’ afwentelt op ‘de Ander’. Die Imamopleiding zou “een moeilijke maar onvermijdelijke en noodzakelijke oefening zijn om de Islam echt de kans te geven zich in onze Europese traditie in te bedden en daarmee ook de islamfobie te counteren.” (DS, 28 januari 2009). De reacties gaan nog verder. Swyngedouw en co. stellen dat deze houding een zware hypotheek legt op de ambitieuze toekomstplannen die de Vlaamse regering onlangs in het Pact 2020 bezegelde. Ook Naima Charkaoui bevestigt dit zonder vraagstelling of problematisering. De instrumentalisering van migratiegolven, van diversiteit en pluralisme in onze samenleving wordt naadloos ingeschakeld in het precaire marktkraam. Naar believen- op voorwaarde van arbeidsplaatsen en winstmarges- is er dan plaats voor ‘vreemden’.

Wat ontbreekt in dit debat is de bredere lens van globalisering. Hoe meer de welvaartstaat lijkt weg te ebben onder druk van de economische globalisering en hoe dieper de kloof tussen “have’s” and “have not’s” wordt, hoe meer de externe vijand in het vizier komt. De sociaaleconomische bedreiging, de klassenfactor en de angst voor verdere deregulering en delokalisering, voedt deze schimmel waarop het racisme en xenofobie weelderig voort tiert. ‘De islam’ en ‘moslims’ dienen hier deels als “afleidingsmanoeuvre”. Sindsdien heeft dit discours gestaag aan invloed gewonnen over de ganse wereld en worden structurele sociaaleconomische problemen (zoals werkloosheid, criminaliteit, …) en geopolitieke drijfveren gecamoufleerd door het discours van de botsing der culturen. Statische, homogene cultuurblokken zijn de nieuwe lenzen waardoor we naar de samenleving kijken en dit gaat ten koste van de sociaaleconomische analyses die ook macht en machtsverhoudingen in rekening brengen. Bovendien vertaalt dit discours zich meer en meer in de realiteit, het zijn de nieuwe betekenaars waardoor hele groepen zich vormen. Het gevolg hiervan is de culturalisering van ongelijkheid en de constructie van groepen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Over de ongelijkheid die ons bredere economisch systeem voorbrengt wordt niet meer gesproken. De meest prangende vraag is nu noodgedwongen hoe we reële betekenissystemen zoals religie en cultuur terug serieus nemen en koppelen aan bredere systemen van onderdrukking.

Pascal Debruyne, Ico Maly en Bleri Lleshi

Bron: DS, 30 januari 2009





Is God terug?

5 03 2009

DE RADICALEN SPREKEN DE TAAL VAN DE REDE

Er wordt heel wat gekletst over ‘de terugkeer van het geloof’ en over de groeiende, onoplosbare spanning tussen geloof en rationele kennis. Maar BAS HEIJNE denkt dat ratio en religie elkaar niet vaak in de weg lopen. Het echte conflict situeert zich tussen rationele kennis en wat zich als kennis voordoet.

Een moeilijke week voor het geloof. Eerst was er de paus, die behalve wereldse machten ook zijn geloofsgenoten tegen zich in het harnas joeg. Door de Holocaustontkenner Williamson weer liefdevol op te nemen in de schoot van de moederkerk beging hij een blunder, die niet het gevolg kan zijn geweest van onwetendheid. Het is bekend dat deze paus niets moet hebben van een gemoderniseerd, verwaterd katholicisme; het geloof kan alleen overleven wanneer het weer Geloof wordt, wanneer de orthodoxie weer wordt omarmd.

Het priesterbroederschap Pius X, waarvan bisschop Williamson deel uitmaakt, behoort tot de zwartste reactie; geen geloofsvrijheid, geen toenadering tot andere kerken of geloven, geen mis in de volkstaal – en natuurlijk antisemitisme van het geniepigste soort, de haat die zich hult in de taal van de wetenschap. Over dat laatste valt veel te zeggen: radicalen spreken tegenwoordig de taal van de rede. In zijn interviews beredeneert Williamson zijn jodenhaat niet met een beroep op zijn geloof, maar op zogenaamd wetenschappelijke feiten. Niet: in de Bijbel staat, maar: onderzoek heeft aangetoond.

Er wordt de afgelopen jaren heel wat afgekletst over ‘de terugkeer van het geloof’ en over de onoplosbare spanningen tussen een religieus en een rationeel wereldbeeld. Mij lijkt het grootste probleem de spanning tussen een wetenschappelijk en een quasiwetenschappelijk wereldbeeld. De grootste clash vindt plaats tussen deskundigen en ‘deskundigen’, tussen cijfers en ‘cijfers’, tussen feiten en ‘feiten’. Toen ik de Amerikaanse denker en overtuigd Darwinist Daniel C. Dennett een paar jaar geleden voor mijn interviewreeks ‘Grote vragen’ sprak, betrof zijn grootste angst niet de gelovigen die ervan overtuigd zijn dat Christus voor onze zonden is gestorven, maar de manier waarop kennis tegenwoordig gemakkelijk kan worden ondermijnd. ‘Waar haal je het nieuws vandaan? Van blogs? Van kranten, van netwerken? Het verschil tussen betrouwbaar en onbetrouwbaar nieuws wordt steeds moeilijker te onderscheiden. Censuur is er niet, maar er is wel een vloedgolf van verkeerde informatie. Neem mijn boek over religie als een natuurlijk fenomeen. Niemand zal erover piekeren dat te censureren. Mensen die het niet met mij eens zijn, hebben veel betere manieren om mij te bestrijden. Ze kunnen een vloedgolf van geruchten en foutieve informatie razendsnel de wereld rond laten gaan en mij en mijn boek verdacht maken. Daar valt weinig tegen te doen. Dat vind ik pas echt bedreigend.’

Het probleem met een dwaas als Williamson is dus niet zijn geloof, het is zijn ontspoorde rede. Het maken van onderscheid tussen echte kennis en pseudokennis is een grotere kwestie dan de simplistische tegenstelling tussen geloof en wetenschap. Je kunt je afvragen wat schadelijker is: iemand die er tot in het diepst van zijn ziel van overtuigd is dat God de aarde in precies zes dagen schiep of iemand die wetenschappelijk meent te kunnen aantonen dat van opwarming van de aarde geen sprake is. Het eerste is aantoonbaar nonsens, maar zo lang die gelovige mij mijn hersens niet inslaat en mijn kinderen met rust laat, heb ik er geen probleem mee. De tweede overtuiging is een stuk lastiger om tegen de spreken, want mijn eigen kennis schiet wetenschappelijk tekort. In die kwestie geloof je simpelweg degene die je vertrouwt.

Daarmee zijn we bij de tweede geloofskwestie van afgelopen week: de omgekeerde bekering van Andries Knevel. De televisiepresentator liet bekend maken dat hij weliswaar niet van zijn geloof is gevallen, maar dat hij niet langer de letterlijke waarheid van het bijbelse scheppingsverhaal erkent. Dat gaf een schok bij de leden van de Evangelische Omroep. Omdat het om iemand van de televisie ging, gaf het ook een schok in Hilversum – in alle praatprogramma’s haastten EO-coryfeeën zich om tekst en uitleg van Knevels schokkende daad te geven. Het was leerzaam om te zien. Ten eerste vanwege de misverstanden: 1) Darwin heeft zich bij leven nooit als een radicale atheïst ontpopt en 2) lang voordat The Origin of Species het licht zag, twijfelde een beetje intelligente christen allang aan de letterlijkheid van het scheppingsverhaal. In het Victoriaanse Engeland was men vóór Darwin al bereid om grote delen van de Bijbel als symbolisch op te vatten – de evangelische nadruk op Genesis als letterlijke waarheid is juist een reactie op Darwin. De bekering van Knevel zou binnen de omroep als verlossend moeten worden ervaren. Nu de Koran nog.

Maar de Evangelische Omroep komt zelf voort uit een fundamentalistische reactie tegen een verwaterd christendom – vandaar de ophef over Knevel. Fundamentalisme komt voort uit een gevoel van bedreiging, de angst om het houvast te verliezen wanneer men zijn eigen waarheden gaat relativeren. Wanneer ik tegenwoordig gelovigen spreek – christenen en moslims – blijken die zich het drukst te maken over de zeloten in eigen kring, de hardliners die ervoor zorgen dat het niet drinken van alcohol op een feest waar moslims komen, geen individuele keuze meer is maar algemeen wordt afgedwongen. Net zo excuseren leden van de ChristenUnie zich steeds weer over de opvattingen over homoseksualiteit van sommige geloofsgenoten.

Het wordt weleens vergeten dat onder veel gelovigen de laatste jaren een even grote angst voor ‘relativisme’ heerst als onder de pleitbezorgers van de Verlichting. Het is de angst om besmet te worden door andersdenkenden, de angst om weggevaagd te worden in een pluriforme wereld. De opvattingen van de huidige paus zijn er een voorbeeld van, maar de slogancampagne op de Londense bussen van zelfbewuste agnosten komt uit hetzelfde onbehagen voort; wie niet duidelijk zichtbaar en herkenbaar is, legt onherroepelijk het loodje.

In zijn boek La Sainte Ignorance legt de Franse islamdeskundige Olivier Roy uit dat er geen sprake is van een terugkeer van religie. Volgens hem is het juist de voortschrijdende secularisatie die grote groepen ertoe brengt zich nieuwe vormen van religiositeit eigen te maken. Het katholicisme van de jongeren die massaal naar een toespraak van de paus luisteren, is een ander katholicisme dan dat van hun grootouders. Het is een geloof dat niet langer allesomvattend is, het is een geloof dat als uitgangspunt dient in een wereld van andersdenkenden. Zowel fundamentalistische gelovigen als bangige agnosten willen niet erkennen dat ook de godsdienst steeds meer geseculariseerd raakt – zelfs de islam. De huidige paus verzet zich tegen dat besef. Andries Knevel niet meer.

Bas Heijne is columnist.

© NRC Handelsblad

Bron: DS, 12 februari 2009





Van God los op de bus

5 03 2009

Engelse column groeit uit tot internationale atheïstencampagne

Columniste Ariane Sherine begon met de campagne ‘God bestaat waarschijnlijk niet’. Meer als een grap, geeft ze zelf toe. ap

© AKIRA SUEMORI

Alsof het nog niet genoeg rommelt binnen de kerk, barst in vele landen een hevige welles-nietesdiscussie los over het bestaan van God. Favoriet wapen: slogans op autobussen. Na Engeland, de VS en Spanje volgt nu Nederland.

Van onze redacteur

In den beginne was er een blog. Ariane Sherine, een jonge columniste van The Guardian, schreef vorig jaar hoe ze zich op de Londense bussen achtervolgd voelde door bijbelcitaten en religieuze spreuken. Ze ging een kijkje nemen op de website van de adverterende organisatie, en leerde daar dat ‘eenieder die het woord van Jezus aan het kruis niet aanvaardt, de eeuwigheid zal doorbrengen in helse martelingen’. Dat vond Sherine geen prettig dreigement. Ze vond het bovendien onzin.

De columniste belde het advertentiebureau en vernam dat er geen bezwaren bestaan tegen boodschappen met een religieuze of levensbeschouwelijke boodschap. Daarom vroeg Sherine aan atheïstische lezers 5 pond bij te dragen voor een eigen buscampagne: ‘God bestaat waarschijnlijk niet. Maak je niet langer zorgen, en geniet van het leven.’

‘Het was halvelings als grap bedoeld’, zegt Sherine nu. ‘Nooit verwacht dat het zo uit de hand zou lopen.’

Maar dat deed het dus wel, zeker nadat ook Richard Dawkins, auteur van de bestseller God als misvatting, zich had aangesloten bij de oproep. Zowat 172.000 euro rolde er binnen: voldoende om in januari 800 bussen in heel Engeland meer dan een maand van een agnostische slogan te voorzien. En omdat het geld daarmee nog lang niet op was, volgde een campagne op de metro en op lichtkranten in de drukke winkelstraat Oxford Street. Daarop waren atheïstische citaten te lezen van beroemdheden als Albert Einstein, Emily Dickinson en Katharine Hepburn.

Boze reacties bleven niet uit, net zo min als 150 officiële klachten, van burgers en christelijke organisaties zoals Christian Voice. Ze werden verworpen op basis van het recht op vrije meningsuiting. Maar een buschauffeur uit Southampton die op zijn eentje in staking ging omdat hij weigerde in zo’n bus te rijden, werd wel als een held gevierd in christelijke kringen.

Carlsberg
In kranten en op het internet werd hard gedebatteerd over de kwestie. Neem nu dat woordje ‘waarschijnlijk’. Waren de atheïsten misschien toch niet zo zeker van hun zaak? De ware reden voor de inlassing van het woordje bleek een knipoog naar de reclameslogan van Carlsberg, ‘probably the best beer in the world’. Al gaf zelfs Richard Dawkins toe niet honderd procent zeker te zijn dat God niet bestaat, ‘net zo min als ik zeker ben dat er geen eenhoorns bestaan.’

Vorige week zat de campagne erop. De initiatiefnemers vonden het wel mooi geweest. Net nu de gelovigen hun reactie klaarhebben: maandag begint een tegencampagne op de Londense bussen, met slogans vóór God. Het initiatief komt van een gelegenheidscoalitie: de Christian Party, de Trinitarian Bible Society en de Russisch-orthodoxe kerk. Hun slogans spiegelen het origineel: ‘God bestaat zeer zeker. Dus word lid van de Christian Party en geniet van het leven.’

Aanvankelijk leek het bussenatheïsme een louter Engels fenomeen te blijven, maar in deze geglobaliseerde wereld blijven sterk gemediatiseerde evenementen zelden nationaal. De eersten die het idee van Ariane Sherine oppikten, waren de Amerikanen, die de Britten zelfs in snelheid klopten. Begin december adverteerde The American Humanist Association op 230 bussen in Washington: ‘Waarom in God geloven? Wees gewoon een goed mens’.

Dat daar relatief weinig protest op volgde, lijkt eigenaardig in het zo door God bezeten Amerika, maar past wel in de Amerikaanse traditie van vrijwel absolute vrijheid van meningsuiting. Ook het uiten van extreem racistische, negationistische of anderszins idiote meningen wordt er zelden beteugeld. Dacht president Obama even aan deze campagne, toen hij in zijn inaugurele rede voor het eerst atheïsten – doorgaans doodgezwegen – als volwaardige burgers van de VS erkende?

Ook Spanje en Zwitserland hebben intussen hun atheïstische buscampagnes. In het van oudsher sterk katholieke Spanje ging dat niet zonder slag of stoot. Kerkelijke leiders maakten de regering van de socialist Zapatero bittere verwijten, nadat een exacte vertaling van de Britse tekst op stadsbussen in Barcelona was verschenen. Maar andere steden volgden. Nu kun je in Madrid zelfs kiezen of je een atheïstische bus neemt of een christelijke.

Toch lukt het niet overal. In Italië botste de aanvraag voor een affichecampagne op bussen in Genua op een radicaal njet van het advertentiebureau. Te beledigend. Atheïstische organisaties schreeuwden moord en brand over censuur. Niet geheel onterecht: een postercampagne met de tekst ‘God bestaat, en zelfs de atheïsten weten het’ wordt wél in heel Italië verspreid.

Creationisme
Later dan we van hen gewend zijn, springen nu ook de Nederlanders op de kar. De filosoof Floris van de Berg van het Center for Inquiry Low Countries (CFI), een vrijzinnige denktank, wil ‘rede, rationaliteit en ongeloof’ promoten in een nationale campagne. Het geld stroomt binnen, mede dankzij de ruime aandacht voor het initiatief in de Nederlandse media.

Een concrete aanleiding is er ook. Naar aanleiding van de tweehonderdste verjaardag van Charles Darwin hebben enkele extreemchristelijke organisaties zes miljoen brochures laten drukken over het creationisme. Dat is de populaire versie van intelligent design, de leer die zegt dat het heelal en het leven geschapen zijn door een ‘intelligente ontwerper’ – tegen de wetenschappelijke evolutieleer van Darwin in. Tot voor kort leek creationisme een gekkigheid uit Amerikaanse bijbelstaten, maar ook in Nederland heeft al in 2005 CDA-minister Maria Van der Hoeven voorgesteld het creationisme aan te leren op school.

De acht pagina’s tellende brochures, getiteld ‘Evolutie of Schepping: wat geloof jij?’, worden gedrukt en verspreid met geld dat werd ingezameld door dominees van gereformeerde kerken. Ze vallen binnenkort bij zes miljoen Nederlandse huishoudens in de bus. Je ontkomt er alleen aan door de sticker ‘NEE géén creationisme, JA wél Darwin’ op je brievenbus te kleven.

‘Dit pseudodebat toont aan hoezeer de religieuze lobby bij ons in Nederland nog zijn invloed uitoefent op de maatschappij’, zegt Floris van de Berg. ‘En met succes. In een land met zestig procent ongelovigen, hebben we een premier (Balkenende, CDA) en een vicepremier (Rouvoet, ChristenUnie) die gereformeerd zijn. Dat is toch bizar?’

‘Nederland is een land waar heel veel mag en kan, maar toch heeft alles wat met religie te maken heeft er nog een bevoorrechte positie.’ Van de Berg noemt voorbeelden. Het omroepstelsel, dat mogelijk maakt dat uit een streng religieuze beweging een omroep groeit die het hoogste aantal zenduren heeft op de openbare radio en tv. Of het onderwijs. ‘In Nederland mag iedereen zijn eigen school oprichten op religieuze gronden, in de klas homofobie aanleren of de Holocaust ontkennen of de evolutietheorie bestrijden – en daar toch volledig voor gesubsidieerd worden.’ En dan is er nog de houding van het kabinet-Balkenende over de wet op de godslastering, die volgens de Tweede Kamer moet verdwijnen wegens verouderd, maar die door het kabinet beschermd wordt.

Pindakaas
Stof genoeg voor een campagne, die aan de Britse originele tekst zou toevoegen ‘durf zelf te denken’. Helaas, pindakaas. Net als in Italië weigert de maatschappij die de reclame op bussen en in bushokjes exploiteert, de campagne. De maatschappij schermt met een richtlijn die religieuze teksten op bussen verbiedt. Maar over bushokjes en perrons zegt die richtlijn niets, dus zetten Van de Berg en de vrijzinnige organisaties die hem steunen daar nu vol op in. ‘Gelijke monniken, gelijke kappen’, zegt Van de Berg, die in zijn beeldspraak nog zo atheïstisch niet is. ‘De Bond tegen het Vloeken, een gereformeerde organisatie, adverteert al jaren op bushokjes en perrons. En een antiabortuscampagne mocht ook. Dus ga ik ervan uit dat onze offerte ook aanvaard wordt. En anders gaan we de politiek inschakelen. De Staatkundig Gereformeerde Partij vloog ons naar de strot zodra we met het voorstel op de proppen kwamen. Ik ga nu de voorzitter van de liberale VVD aanschrijven of zijn partij het niet voor onze vrijheid van meningsuiting wil opnemen. De privileges van de godsdienst in dit land mogen nu toch echt wel afgeschaft worden.’

En als dat ook niet lukt? ‘We hebben inmiddels een kas met vele duizenden euro’s. Er zijn nog andere manieren om zichtbaar te zijn in de openbare ruimte. We zijn al T-shirts en stickers aan het drukken, en we denken er ernstig over om desnoods reclamevliegtuigjes over Nederland te laten vliegen. Sowieso is dit een ideale gelegenheid om eens uitgebreid in de media te komen met een nuttige boodschap: wees niet bang te zeggen dat je ongelovig bent, daar is echt niets mis mee. ‘

www.atheismecampagne.nl

Bron: De Standaard, 07 februari 2009





Godsdienstoorlog in Vlaanderen?

5 03 2009

In Vlaanderen volgen atheïsten met argusogen de buitenlandse buscampagnes. Maar tot een Belgische of Vlaamse versie komt het voorlopig niet.

‘De buscampagne in Engeland was een goed idee’, zegt Sonja Eggerickx van de Unie van Vrijzinnige Verenigingen. ‘Omdat het een reactie was op een provocatie. Ariane Sherine had gelijk dat ze niet pikt dat haar op de bus de eeuwige verdoemenis wordt voorspeld. Ik ben ook blij met de publicaties van Richard Dawkins, die duidelijk maken dat atheïsten geen nihilisten zijn. De suggestie dat je geen normen en waarden kunt hebben als je niet in een god gelooft, is hoogst ergerlijk. Er mag best wel eens wat vaker hardop gezegd worden dat niet geloven normaal is.’

Maar Eggerickx vindt de situatie in ons land minder acuut. ‘Niet-gelovigen worden aanvaard in onze maatschappij, en de scheiding van kerk en staat is strikter dan elders. Daarom voelen wij hier nu ook niet meteen de behoefte om ruzie te stoken zonder concrete aanleiding. Levensbeschouwing is geen afwasproduct waarover je reclame maakt. Maar we blijven wel strijdbaar. Als het de bisschoppen menens wordt met hun aangekondigde grote publiciteitscampagne pro God, dan zullen wij reageren.’

Ook Etienne Vermeersch, Vlaanderens meest gezaghebbende atheïst, heeft zijn reserves. ‘In Engeland en de VS kan zo’n campagne zin hebben, omdat de term God er zeer duidelijk staat voor de god van het christendom, de islam en het judaïsme. Dat die ‘God’, als letterlijke auteur van de Bijbel en de Koran, niet bestaat, is evident. In die geschriften wordt immers de slavernij van de ene mens door de andere goedgekeurd. Een almachtig wezen dat dergelijke instituten goedkeurt, kan onmogelijk goed en wijs zijn – hooguit niet goed wijs.’

Maar in landen als België en Frankrijk ligt het ingewikkelder volgens Vermeersch. ‘Als je hier harde uitspraken doet over God, dan dreigt er begripsverwarring. Veel mensen nemen de Bijbel of de Koran immers niet zo letterlijk. En over vagere godsomschrijvingen – de God van Spinoza, de God van Einstein – kun je geen duidelijke uitspraken doen zoals die slogans op die bussen.’

Sonja Eggerickx ziet het zo: ‘Ik kan niet bewijzen dat God niet bestaat. Ik kan ook niet bewijzen dat er geen kabouters bestaan. Maar mensen die in God of kabouters geloven, kunnen ook niet bewijzen dat ze wel bestaan. Er zijn dus wellicht dringender dingen waarmee we ons moeten bezighouden.’ (sdf)

Bron: De Standaard, 07 februari 2009