Strijd Mensenhandel moet hoger op agenda

Mensenhandel is een dagelijks fenomeen en volgens cijfers van de federale politie in opmars. Toch merkt Jozef Dewitte van het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding dat in de politieke wereld een vorm van gelatenheid optreedt.

België vervult dan wel een voortrekkersrol in de Europese strijd tegen mensenhandelaars – slachtoffers van mensenhandelaars krijgen hier een permanente verblijfsvergunning, als ze meewerken met de justitie om de netwerken op te rollen – maar het moet beter, vindt Dewitte.

Justitie zet nog onvoldoende rechercheurs en middelen in om de steeds meer geprofessionaliseerde criminele organisaties achter de mensenhandel op te sporen en uit te schakelen. Ook de inzet (en bescherming) van slachtoffers die als informanten optreden, kan worden geoptimaliseerd. De politie beschouwt slachtoffers van economische uitbuiting te vaak nog als zwartwerkers of illegalen die snel het land moeten worden uitgezet. Het Centrum vraagt dan ook een effectieve toepassing van de wettelijke reflectieperiode van 45 dagen tijdens dewelke slachtoffers zich kunnen beraden over medewerking als informant.

Slachtoffers hebben tenslotte ook vaak behoefte aan anonimiteit, omdat zij of hun familieleden in hun thuisland niet zelden worden bedreigd.

www.diversiteit.be

Reageer