De start van het lage onderwijs of de secundaire school vormt het moment waarop kinderen belangrijke stappen zetten in hun leven: ze zijn gegroeid, zowel fysiek, emotioneel, sociaal als mentaal en worden verantwoordelijker voor hun eigen doen en laten. Net zoals de katholieke gemeenschap rond deze overgangsperiodes belangrijke rituelen voorziet, hebben ook vrijzinnig humanisten hun eigen overgangsplechtigheden met bijhorende feesten.
Daarnaast hebben de feesten natuurlijk ook hun wortels in de overgang van kleuter naar kind, en van kind naar (pre-)puber, wat gepaard gaat met een verruiming van de eigen leefwereld en mogelijkheden.
Het lentefeest (6-7-jarigen) en feest vrijzinnige jeugd (12-jarigen) is bedoeld voor alle kinderen die de lessen niet-confessionele zedenleer respectievelijk aanvatten of beëindigen.
Ze zijn dus niet vrijblijvend, maar gebonden aan de keuze voor een bepaald gedachtegoed en gekoppeld aan een leertraject. De eerste lentefeesten en feesten vrijzinnige jeugd werden georganiseerd op het einde van de 19de eeuw.
Het vrijzinnig humanisme baseert zijn gedachtegoed en denken niet op dogma’s maar op het “zelf denken”, en hecht daarnaast veel belang aan de autonomie én de verbondenheid van de mens(en). Bij lentefeesten en feesten vrijzinnige jeugd wordt dan meestal ook aandacht besteed aan zowel het sociale functioneren als aan de eigen inzet en inspraak van elk kind.
Maar natuurlijk gaat het er ook om de kinderen in de bloemetjes te zetten en om feest te vieren.
Het aantal leerlingen dat niet-confessionele zedenleer volgt in Vlaanderen, neemt gestaag toe. In Antwerpen deed zich over de afgelopen 10 jaar zelfs een stijging met 22 procent voor. Hoewel vooral de oudere generaties het moeilijker hebben met het loslaten van de Kerk en het vormsel, kiezen steeds meer ouders én jongeren, voor een andere levensbeschouwing.





