Het nieuwe financieringsvoorstel van de Vlaamse minister van onderwijs, Frank Vandenbroucke, geeft ons de kans om het overwegend pessimistisch gevoel over zijn beleid langs de kant te zetten en verslag te doen van een positieve passage in het door Vandenbroucke geredigeerde onderwijsverhaal. Dit alles neemt niet weg dat we ook enkele regels moeten wijden aan een aantal negatieve bemerkingen, vanuit zowel de zijde van de onderhandelaars, als diegenen die door de minister niet uitgenodigd werden voor een gesprek.
Heeft minister Frank Vandenbroucke een ‘historisch akkoord’ bereikt over het financieringsmodel voor het leerplichtonderwijs? Worden met dit akkoord ‘revolutionaire hervormingen’ (een andere betiteling uit eenzelfde bekend dagblad) in de financiering van het leerplichtonderwijs bewerkstelligd? In wat volgt benaderen we de vragen van op een afstand en proberen we een eerste korte verduidelijking van de verschillende commentaren te geven. Nu, ook al zou de denkpiste van het opheffen van de netten, financieel nog altijd de meest voordeligste oplossing bieden, binnen de verschillende netten en aan beide zijden van de levensbeschouwelijke scheidslijn hoort men vooral tevredenheid over het bereikte akkoord waarvan de krijtlijnen al vastlagen in het regeerakkoord van 2004.






Discussieer mee