Rik Pinxten bekleedt Leerstoel Willy Calewaert

26 01 2007

Prof. dr. Rik Pinxten zal vanaf 12 februari een reeks lezingen geven aan de VUB in het kader van de Leerstoel Willy Calewaert. Pinxten is voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) en antropoloog aan de Universiteit Gent.

Jaarlijks kennen de Unie van Vrijzinnige Verenigingen (UVV) en de Vrije Universiteit Brussel de Leerstoel toe aan een prominente vrijzinnige hoogleraar. Dit academiejaar krijgt HVV-voorzitter Rik Pinxten die eer. Hij zal meer uitleg geven over ‘Antropologische kennis en vrijzinnig humanisme. Het einde van de zelfgenoegzaamheid of het einde van een traditie?’. In andere toespraken snijdt hij onder meer thema’s als globalisering, verstedelijking en de toekomst van vrijzinnig humanisme aan. Nadien worden de teksten gebundeld en uitgegeven.

Willy Calewaert (1916-1993) was minister van Nationale Opvoeding in de jaren ‘70 en ‘80, professor recht en advocaat in Antwerpen. Hij ijverde onder meer voor de erkenning van vrijzinnigheid en de islam en streed voor het recht op anticonceptie en echtscheiding door feitelijke scheiding. In die traditie ontfermen de VUB en UVV zich over zijn gedachtegoed.

Pinxten ontvangt de Leerstoel op 12 februari in Brussel. Tussen 23 februari en 30 maart volgen dan nog een reeks lezingen. Op 12 februari is de toegang voor de inauguratie vrij, maar de VUB raadt aan zich in te schrijven. De lessenreeks zelf kost 30 euro of 5 voor studenten.

Meer over de Leerstoel Willy Calewaert

Het programma

Schrijf je in





Jaap Kruithof krijgt Prijs Vrijzinnig Humanisme

24 01 2007

Op 21 juni, de Internationale Dag van het Humanisme, reikt de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) haar Prijs Vrijzinnig Humanisme 2007 uit aan prof. dr. em. Jaap Kruithof.

Jaap Kruithof was in de jaren ’60 samen met Leo Apostel initiatiefnemer voor de oprichting van de opleiding Moraalwetenschap aan de Rijksuniversiteit van Gent (RUG). Hij was ook actief betrokken bij de opstart van het Humanistisch Verbond (nu HVV) en was in die hoedanigheid gedurende decennia een bevlogen vertolker van de progressieve, vrijzinnig humanistische waarden.

Maar ook vandaag is Kruithof nog steeds een zeer actief en ongemeen scherp analist van de actualiteit. Dat bewijst zijn succesvolle analyse van het dehumaniserende neoliberalisme (Het neoliberalisme, 2000) en zijn aanzet tot actualisering van het humanisme (Het humanisme, 2001).

De uitreiking vindt plaats op 21 juni om 19u in het Zuiderpershuis, Waalse Kaai 14, te Antwerpen.

Björn Siffer
Woordvoerder HVV
Contact





Medische technologie mag geen leed creëren

24 01 2007

Opinie Wim Distelmans

De schrijnende lijdensweg van de aangetaste pasgeborene van Inge Verhelst (DS 7 december) toont duidelijk tot welke miserie therapeutische hardnekkigheid kan leiden. Delicate besluitvorming mag niet afhangen van het medisch team waaraan men – al dan niet toevallig – is overgeleverd of van het ziekenhuis waarin men terecht komt.

Beslissingen over het levenseinde van een pasgeborene hebben niets met euthanasie te maken (zoals foutief geciteerd door het kabinet van volksgezondheid, DS 8 december) want euthanasie kan alleen op uitdrukkelijke vraag van de patiënt zélf. Toch doet dit verhaal herinneren aan onwaardige situaties van voor het bestaan van de euthanasiewet. Toen waren veel doodzieke patiënten ook overgeleverd aan de willekeur van ziekenhuizen en artsen. Hoewel deze bedenkelijke houding nog sterk aanwezig is, weten mensen met een vraag naar euthanasie dat ze, dankzij de wet, ten minste het recht hebben om het te vragen. Regelgeving is dus wel degelijk nuttig.

Hoe radeloos moeten ouders zich immers voelen wanneer ze, bovenop de ontreddering door de aanblik van hun zwaar ziek of getraumatiseerd pasgeboren kindje, van het kastje naar de muur worden gestuurd. Wanneer ze de beslissingen die boven hun hoofd worden genomen wel de rest van hun leven zélf moeten dragen. Uit talloze reacties (DS 8 en 9 december) blijkt trouwens hoezeer dit onze maatschappij beroert.

Het is natuurlijk te eenvoudig om hierbij alle schuld toe te schrijven aan het behandelend team.

Bij ernstige gezondheidsproblemen is de arts verplicht om alle beschikbare medische kennis en technologie in de loop van het proces optimaal te gebruiken. In bepaalde acute situaties weet de arts al vooraf dat intensieve aanpak tot een aanvaardbaar ‘gezond’ resultaat zal leiden. In andere is de uitkomst moeilijk voorspelbaar. Ten slotte kan het snel duidelijk zijn dat, ondanks alle inspanningen, de patiënt (of het patiëntje) nooit een minimaal typisch menselijk leven zal leiden: een sociale en individuele identiteit hebben, kunnen handelen, kiezen, beslissingen nemen. Het heikele punt is te definiëren wat aanvaardbaar en typisch menselijk is. Als artsen of het medisch team hierbij eenzijdig beslissen, wordt het lot van de patiënt bepaald door hun persoonlijke waarden en normen, hun angsten en emoties. Als men anderzijds in deze vaak stresserende, hectische fase de beslissing te veel aan de patiënt of zijn familie overlaat, kan dat ook leiden tot verkeerde keuzes. Strikt overleg tussen enerzijds artsen en zorgverleners en anderzijds patiënten en hun familie resulteert daarom meestal in de beste resultaten.

Men mag niet vergeten dat de huidige grensverleggende en levensverlengende medische technologie nog maar enkele decennia beschikbaar is. Men wordt pas nu met de keerzijde van het doorgedreven aanwenden van spitstechnologie geconfronteerd en verplicht hierover ethisch te reflecteren. Om deze besluitvorming te verbeteren en transparanter te maken hebben we onlangs het LevensEinde Informatie Forum (LEIF) opgericht met een telefonische hulplijn (LEIFlijn) voor de bevolking en een opleiding voor artsen (LEIFartsen) en verpleegkundigen (LEIFnurses) zodat zij hun collega’s in moeilijke situaties kunnen bijstaan.

Een bijkomend probleem ontstaat als de patiënt (patiëntje) niet (meer) wilsbekwaam is en men, uit barmhartigheid en soms met de rug tegen de muur, in zijn plaats moet beslissen. Ook hier is het aangewezen te blijven dialogeren met de goede ‘advocaat’ van de patiënt: zijn familie en betrokken omgeving. Jammer genoeg is die overlegcultuur nog niet voldoende aanwezig.

Volwassenen die wilsonbekwaam zijn geworden (zoals dementerenden) of een ernstige lichamelijke handicap ontwikkelen, moeten goed verzorgd en omkaderd worden, wars van therapeutische hardnekkigheid (zoals het vastbinden om kunstmatig te voeden). Het is immers de plicht van een democratische maatschappij voorzieningen te treffen om dat soort leed degelijk op te vangen. Anders is het wanneer men het leven van een pasgeborene met een dramatische prognose tot elke prijs in stand wil houden en op die manier nieuw leed creëert.

Wanneer men (in samenspraak) opteert dit niet te doen, dan zal men op de meest milde wijze dit prille leven afronden. In sommige gevallen kan dat door het stoppen of niet meer opstarten van levensondersteunende, maar zinloos geworden behandelingen. Maar in veel situaties, zoals bij volwassenen in coma met een wilsverklaring, is de meest waardige manier een directe levensbeëindiging. Denk hierbij aan de beslissing tot levensbeëindiging bij mevrouw Terry Schiavo, die vijftien jaar lang kunstmatig in leven werd gehouden in een persisterende vegetatieve status (leven als een ‘plant’). De toediening van voeding en vocht werd gestopt zodat het nog twee weken heeft geduurd vooraleer Schiavo overleed. Dit had veel humaner gekund door haar iets te geven waardoor ze onmiddellijk was gestorven.

Zelfs ontvankelijke artsen zijn minder geneigd tot overleg bij beslissingen bij het levenseinde uit angst voor maatschappelijke controle met nare juridische consequenties.

In het geval van beslissingen bij wilsonbekwame kinderen ontwikkelden de kinderartsen van de universiteit van Groningen samen met Justitie een protocol waardoor ze elk levensbeëindigend handelen aangeven aan de gerechtelijke instanties. Verdere juridische stappen worden zo vermeden als uit het overgemaakt rapport blijkt dat de besluitvorming zorgvuldig was genomen. Die richtlijnen worden nu over heel Nederland toegepast. Bovendien zal men begin 2007 een nationale toetsingscommissie installeren als buffer tussen de praktiserende artsen en justitie. Het palliatief support team, samen met de kinderartsen van het AZ VUB, overlegt sinds kortom dit protocol ook toe te passen.

Het zou ideaal zijn mocht men in ons land, naar analogie met de federale commissie euthanasie, een commissie oprichten waar alle andere beslissingen bij het levenseinde getoetst kunnen worden. Het zou bijdragen tot een transparante besluitvorming, een betere praktijk en het voorkomen van vermijdbare ellende.

Ten slotte is het belangrijkste, alle richtlijnen ten spijt, wat Wivina Demeester gisteren in De zevende dag heeft gezegd: naast medisch-technische vaardigheden moeten artsen en zorgverleners vooral over empathie beschikken.

Wim Distelmans

(De auteur is LEIFarts en hoogleraar palliatieve geneeskunde aan de VUB.) www.leif.bewww.rws.be. Dit opiniestuk verscheen eerder in De Standaard.





Testament levenseinde best in dossier huisarts

24 01 2007

De Gentse huisartsen Marc Cosyns en Myriam Deveugele hebben in het tijdschrift Huisarts Nu en het weekblad De Artsenkrant betoogd dat wilsbeschikkingen over het levenseinde best in het medisch dossier bij de huisarts komen. Het zou niet enkel gaan over wensen inzake euthanasie in de strikte zin van het woord (zoals bepaald in de wet), maar ook over het al dan niet voortzetten van een behandeling, over sedatie en allerlei andere behandelingen die niet onder de euthanasiewet vallen.

De  behoefte aan het kennen van de wil van personen over hun levenseinde neemt immers almaar toe. Veel mensen stellen zelf zo’n document op, soms vrij amateuristisch. Veel rusthuizen laten bewoners een eigen ontworpen document invullen. Het modelformulier van Cosyns en Deveugele overstijgt alle problemen die daarmee waren en spoort artsen en patiënten aan er goed op tijd over te spreken. Het is te vinden op www.domusmedica.be.





Morning-afterpil gratis in familiale centra

24 01 2007

De morning-afterpil zal gratis verdeeld worden in familiale centra die officieel door de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof) erkend zijn. Dat werd bekendgemaakt door de Brusselse staatssecretaris Emir  Kir. Hij wil met de maatregel de pil toegankelijk maken voor jonge vrouwen die geen ander voorbehoedsmiddel hebben gebruikt, in een moeilijke situatie zitten en soms nog bij hun ouders wonen.





Danneels tegen euthanasie bij dementerenden en minderjarigen

24 01 2007

“De uitbreiding van de euthanasiewet naar dementerenden en minderjarigen is onaanvaardbaar.” Dat zei kardinaal Danneels in het medisch weekblad de Huisarts van donderdag 11 januari ’07. Hij benadrukt dat we het leven gekregen hebben. “We hebben het hoederecht over het leven, niet het eigendomsrecht.” Vanuit die opvatting verwerpt Danneels euthanasie bij dementerenden en minderjarigen. “Zij kunnen niet ja of nee zeggen. Anderen doen het in hun plaats. Ik vind dat echt onaanvaardbaar.”

Twee bemerkingen.

De kardinaal vindt, ten eerste, dat minderjarigen geen ja of nee meer kunnen zeggen!? Nochtans tonen wetenschappelijke studies aan dat minderjarigen, vaak al op zeer jonge leeftijd, begrip hebben van hun medische toestand. Door hun ondraaglijk lijden ontwikkelen ze een grote mate van maturiteit, waardoor niet de objectieve, maar de mentale leeftijd belangrijk wordt. Daarom stelde het Kinderrechtencommissariaat ook in een advies van 20 maart 2002 dat minderjarigen in een situatie kunnen komen waarin een vraag tot euthanasie kan gerechtvaardigd zijn. Op ondraaglijk lijden staat geen leeftijd.

En wat, ten tweede, euthanasie bij dementerenden betreft: dat God de kardinaal heeft ingefluisterd dat mensen niet het eigendomsrecht over hun eigen leven hebben, dient als diens eigen hoogstpersoonlijke auditieve hallucinatie met alle respect benaderd te worden. Ieder zijn meug. Maar een beetje respect voor andersdenkenden is op zijn plaats. Als diepgelovige katholieken (al lang geleden overigens dat ik er nog zo eentje ben tegengekomen) op religieus-ethische gronden voor zichzelf euthanasie verwerpen, geen probleem. Wél problematisch wordt het als zelfs een 21ste eeuwse schakel in de apostolische successie nog altijd het zelfbeschikkingsrecht ontkent.

De keuze van wie – om welke reden dan ook – beslist dat het  in dementie voortleven zijn waardigheid al te zeer zou aantasten, dient te worden gerespecteerd. Dat een dementerende in een bepaald stadium niet meer zinvol ja of nee kan zeggen is evident, en helemaal geen reden tegen euthanasie. Het is immers deze situatie die mensen die een voorafgaande wilsbeschikking opstellen, willen tegengaan. Op het moment dat ze wél nog geïnformeerd ja en nee kunnen zeggen.





Eindelijk actieplan zelfmoordpreventie

24 01 2007

De losstaande Vlaamse initiatieven voor zelfmoordpreventie zijn samengesmeed.

Jaren nadat het zelfmoord als een van de grote problemen had ontdekt en de strijd tegen de zelfmoord als een van zijn prioritaire gezondheidsdoelen erkende, heeft Vlaanderen een heus Actieplan Zelfmoordpreventie. De Vlaamse minister van Welzijn, Inge Vervotte (CD&V) presenteerde het vrijdag 8 december.

In Vlaanderen plegen de helft meer mensen zelfmoord dan gemiddeld in Europa. 1.100 per jaar. Het actieplan wil dat met minstens 10 procent doen dalen. Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak tussen 20 en 40 jaar. De meest gebruikte methode is een overdosis pillen.

Het actieplan volgt vijf strategieën.

Het bouwt de geestelijke gezondheidszorg beter uit en ontwikkelt een zelfbeoordelingstest.

Tele-onthaal en de telezorg in het algemeen worden ook beter uitgebouwd en zullen ook via het internet oproepbaar zijn.

De deskundigheid bij de huisartsen wordt opgedreven. Meer dan de helft van de mensen die zelfmoord plegen, raadplegen nog een huisarts een maand voor de feiten. Ook het rusthuispersoneel, de politie en de jongerenbegeleiders krijgen extra opleidingen. De wachtlijsten in de Centra Geestelijke Gezondheidszorg moeten slinken en die centra moeten efficiënter kunnen omgaan met mensen met suïcidale neigingen.

De ,,uitlokking” van zelfmoorden zal worden tegengegaan door afspraken met de media en door een betere beveiliging van spoorwegovergangen, bruggen en hoge gebouwen. Minister Vervotte wil ook, zoals in Engeland, de grote verpakkingen van kalmeerpillen verbieden.

Er komt ook aandacht voor specifieke groepen. Een heel grote groep zijn de mensen met psychiatrische problemen. 90 procent van de suïcidegevallen behoren daartoe.

En ten laatste komt er ook meer aandacht voor kinderen van ouders met psychiatrische problemen en voor de nabestaanden van zelfmoordplegers.

Het stemt de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging hoopvol dat er eindelijk een geïntegreerd actieplan zelfmoordpreventie is. Toch willen we blijven benadrukken dat geestelijke gezondheid geen zaak is van het individu alleen. Veel psychisch leed vloeit voort uit de imperatieven van onze huidige neoliberalistische samenleving. Een échte zelfmoordpreventie moet dan ook die maatschappelijke oorzaken aanpakken. Zolang dat niet gebeurt, blijft elke zelfmoordpreventie louter symptoombestrijding.

Ook over depressie verschenen deprimerende cijfers. HVV heeft over deze problematiek samen met verschillende partners de campagne ‘Gezonde samenleving, gezonde mensen’ gelanceerd. Neem een kijkje op www.gezondesamenleving.be.





TV: een blik vooruit

24 01 2007

De verwachtingen betreffende digitale televisie zijn erg hoog gespannen. Niet alleen wordt de komende jaren een serieuze groei verwacht, er wordt ook gehoopt op de inburgering van ‘on demand kijken’ en het doorbreken van interactieve televisie gaande van meespelen met allerhande tv-spelletjes als het bestellen van een product uit een interactieve commercial. Kijkers zullen minder en minder verknocht geraken aan zenders, maar meer en meer aan programma’s. Er wordt ook verwacht dat gebruikers (nog meer) mee gaan bepalen wat er uitgezonden wordt, vergelijkbaar met de huidige trend op het internet.

Maar of het allemaal zo’n vaart zal lopen is nog maar de vraag. Digiboxen en digicorders zijn duur, het aanbod beperkt en voor de interactieve diensten wordt veel te veel geld gevraagd. Bovendien is er nog een kaper op de kust: internettelevisie. Deze is gratis en heeft door de integratie van pc, tv, een kabel- en internetabonnement een volwaardig en degelijk aanbod.

Vlaams Minister van Media Geert Bourgeois wijst terecht op de keerzijde van digitale televisie/internettelevisie. “Iedereen luistert en kijkt naar wat hij wil, wanneer hij wil. Dat brengt veel voordelen met zich mee, maar kan er ook toe leiden dat onze blik op de wereld vernauwt, omdat we alles zien vanuit de ‘ik-interesse’.” De traditionele media behouden ook in de toekomst de belangrijke taak een betrouwbaar en ruim aanbod aan informatie te garanderen.

Bron: De Morgen 2007-01-03





Politici versus journalisten

24 01 2007

Universiteit Antwerpen onderzocht met haar studie ‘Media en politiek’ de relatie tussen politici en journalisten. Deze zou hecht, bijna vriendschappelijk maar daarom niet zonder spanningen zijn. Vooral de macht van journalisten ligt bij politici gevoelig. 60% gelooft dat een journalist meer politieke macht heeft dan een parlementslid. Ook de ondervraagde journalisten erkennen dat ze meer dan vroeger de politieke agenda bepalen. Ze zien dit niet als iets negatiefs, maar als deel van hun maatschappelijke rol.

Dat politici en journalisten veel contact hebben met elkaar en elkaars persoonlijk telefoonnummer enz. hebben, is begrijpelijk en onvermijdelijk. De een kan immers niet zonder de ander. Journalisten hebben politici nodig om informatie te bekomen en politici hebben journalisten nodig om informatie te verspreiden. Maar dat het onderzoek spreekt over een bijna vriendschappelijke relatie tussen beiden is lichtjes verontrustend en doet de vraag rijzen of verslaggeving nog wel neutraal en objectief genoeg is.

Bron: www.m2p.be





Een misplaatste stunt?

24 01 2007

Op woensdag 13 december zond de RTBF een nepjournaal uit waarin een eenzijdige agressieve en karikaturale Vlaamse afhankelijkheidsverklaring in scène werd gezet, en schudde hiermee gans het land wakker. Live-beelden uit de studio werden afgewisseld met vooraf opgenomen nepreacties van politici en fictieve sfeerbeelden van bijvoorbeeld identiteitscontroles aan de grenzen. Omwille van de vele paniektelefoontjes werd na 25 minuten de boodschap ‘ceci est une fiction’ op het scherm getoond. De avond werd afgesloten met een debat tussen Waalse en Vlaamse politici, professoren en journalisten.

Dagen later werd er nog heftig na gediscussieerd, zowel aan Vlaamse als aan Waalse zijde. Franstalige journalisten veroordeelden de journalisten die er aan meewerkten omwille van het in gevaar brengen van de geloofwaardigheid van de journalistiek. Nederlandstalige journalisten hekelden het teruggrijpen naar clichés en eisten nuancering. Politici vielen elkaar openlijk aan over het al dan niet meewerken aan een dergelijke aprilvis. Zelfs academici geraakten er niet uit of de reportage een aanleiding kan zijn om te komen tot een dieper debat.

Over één belangrijk punt werd maar weinig gesproken: Hoe komt het dat zoveel mensen de reportage voor waar aannamen? Zijn we nog wel kritisch genoeg ten aanzien van wat er op TV verschijnt?





Geloven volgens Dawkins

24 01 2007

Het nieuwe boek van de evolutiebioloog Richard Dawkins, God als misvatting, is een sterk antireligieus Dawkins trekt fel van leer tegen de mediterrane godsdiensten – jodendom, christendom en islam – en noemt deze antimenselijk. Ze leiden volgens hem tot geestelijke indoctrinatie, vrijheidsberoving, het doden van afvalligen, het neerschieten van dokters die abortussen uitvoeren en het in brand steken van klinieken, het verbieden van euthanasie, homohaat, vrouwendiscriminatie etc. Dawkins lacht dan ook niet als hij moet vaststellen dat in de V.S. religie immens veel succes boekt. De Gallup-opinie-peiling van 1999 wijst uit dat minder dan de helft van de Amerikanen ooit op een atheïstische presidentskandidaat zou stemmen, intussen zelfs maar 37 procent meer. 92 procent van de onder-vraagden zegt in God te geloven, 2 procent weet het niet en slechts 6 procent noemt zich ongelovig.

Dawkins schenkt bij de omschrijving van het ontstaan en de geschiedenis van de drie grote religies vooral aandacht aan de argumenten waarmee ze hun bestaansrecht menen te kunnen verdedigen, maar hij ontmantelt hun argumenten veelal met gevatte retoriek. Anderzijds wijst hij er in zijn analyse van de argumentatie van de creationisten en de aanhangers van het intelligent design op dat deze de zaken verkeerd voorstellen: ze spreken over toeval terwijl het eigenlijk om een evolutie op basis van natuurlijke selectie gaat, waarbij complexiteit ontstaat uit eenvoudige componenten. Zo winnen ze een valse strijd.

Voor Dawkins is ook nergens bewezen dat religie de basis vormt van onze ethiek. Wetenschappelijk onderzoek leidt immers tot de conclusie dat er geen enkel verschil is tussen het gedrag van christenen, atheïsten en volkeren die zonder enige godsdienst overleven. Ook onze moraal lijkt dus geëvolueerd in plaats van door God gedicteerd.

Dawkins meent overigens dat mensen niet zozeer geloven uit schuld of troost, maar als gevolg van onze bereidheid om ons over te geven aan een externe autoriteit – wat eigenlijk slechts een ongewild bijproduct is van een noodzakelijk geëvolueerd overlevingsmechanisme. Eigenlijk is het met gelovigen net als met kinderen: ze hebben een blind vertrouwen in een hogere autoriteit en gehoorzamen eraan.

Dawkins toont in zijn boek de evolutionaire oorsprong van geloof aan maar zegt vooral ook dat de drang om te geloven iets volstrekt irrationeels is. Jammer genoeg eigenlijk. Is er dan geen hoop? Volgens Dawkins kan het succes van religie pas afnemen als de wereld een rechtvaardiger en menslievender plaats is geworden, wat volgens hem ook verklaart waarom religie in het de V.S. beter aanslaat dan in Europa. Dat betekent volgens HVV vooral dat wij mensen er werk van moeten maken om onze wereld en samenlevingen vreedzamer, gezonder en vervullender te maken.





Arabische wereld kan maar vooruit door het erkennen van vrouwenrechten

24 01 2007

Indien de Arabische wereld zich verder wil ontwikkelen, moeten overheden en volkeren hun religieuze erfenis en traditionele sociale structuren herzien en moderniseren.  Niet minder dan de verbetering van de positie van de vrouw en de deelname van de vrouw aan de maatschappij zijn nodig om stappen voorwaarts te kunnen zetten.

Het recentste Arab Human Development Report Towards the rise of women in the Arab world wijst naast de gebrekkige kwaliteit van het onderwijs, het gebrek aan politieke vrijheid vooral naar de miskenning van vrouwenrechten om de stilstand in de Arabische wereld te verklaren. Een hoge ongeletterdheid, een lage actieve deelname van vrouwen aan de economie en politiek zijn typische pijnpunten.

De rapporteurs wijzen ononwonden op de overdracht van oude juridische interpretaties van de koran als ooraak: ze leiden ertoe dat patriarchale gewoonten en tradities worden voortgezet. Ze ijveren dan ook voor een herinterpretatie (de verlichte lezingen van de ijtihad) gebaseerd op de gelijkheid van man en vrouw.

Peilingen van de rapporteurs (o.a. in Marokko, Egypte, Libanon en Jordanië wijzen uit dat de meerderheid va de bevolkingen echt klaar is voor een omwenteling.  Men wil gelijke onderwijsrechten, arbeidsrechten, politieke rechten en men wil dat er een halt wordt toegeroepen aan het geweld tegen vrouwen. Daarvoor zullen ook acties moeten ondernomen worden.

Daarnaast moet er gewerkt worden aan een groot en efficiënt maatschappelijk middenveld, op nationaal en op regionaal vlak. Gelukkig is dit proces al in gang gezet.

Zie www.rbas.undp.org voor het rapport.





Berichtgeving over relaties, opvoeding en huwelijk wordt vertekend

24 01 2007

De recent uitgebrachte gegevens over huwelijksmigratie brengen veel reacties teweeg. Sommige critici (bv. Noel Clycq, onderzoeker sociologie aan de UA) merken op dat de berichtgeving niettemin heel tendentieus is.  Zo is er de grote aandacht voor cijfers ten nadele van inhoudelijke analyse.  Als er al inhoudelijk iets wordt gezegd, bulken berichten soms van de fouten, veralgemeningen en eenzijdigheden.   Zo is er de tendens om een bepaald fenomeen te ‘allochtoniseren’, zoals bij het belang van de invloed die ouders, peergroups en media op een individu uitoefenen.  Deze invloed is er evenzeer bij gewone Belgen als bij Marokkanen, of gelijk welke andere ‘groep’.

Opvallend in het onderzoek is wel het feit dat zowel Belgische als allochtone ouders veel belang lijken te hechten aan de religieuze background van de partner van hun kind.  Men ziet zijn zoon of dochter veel liever huwen met iemand van dezelfde overtuiging, omdat dit continuïteit schept.  Dit was ook al op te maken uit het Levensvragenonderzoek van de Unie Vrijzinnige Verenigingen (2006) bij meer dan 1.900 Vlamingen: amper zestig procent van de ouders vindt een interetnische partnerrelatie aanvaardbaar en vooral het religieuze element zou daarin van gewicht zijn (wellicht naast taal).

Al bij al lijken er lang niet zoveel verschillen tussen autochtone en allochtone ouders te bestaan: zo vinden beide groepen veelal dezelfde normen en waarden belangrijk vinden, zoals respect, sociale vaardigheden en een goede opleiding.

Het zou dan ook gepast zijn mochten de media wat accurater, genuanceerder (bijvoorbeeld het feit dat tegenwoordig veel allochtone jongeren wél zelf hun partner kiezen) en minder polariserend berichten over deze thema’s.





Wat zegt trendbarometer over levenbeschouwing?

24 01 2007

Volgens de trendbarometer ,,Op de hoogte van de Lage Landen” van Wegener DM en Bexpertise zouden Belgen in vergelijking met Nederlanders zich eerder zorgen maken om veiligheid dan om onverdraagzaamheid. Nochtans zijn in België vaak genoeg staaltjes van onverdraagzaamheid en van een typische uiting ervan – racisme – te zien. Maar blijkbaar haalt het onveiligheidsdiscours – waarbij de onveiligheid enerzijds vaak wordt uitvergroot en anderzijds niet zelden juist het gevolg is van onverdraagzaamheid – het in de hitlijst.

Om de trends te ontleden werden ruim 22.000 Nederlanders en Belgen ondervraagd over thema’s als werk, vrije tijd, geld, schoonheid, politiek en religie.

De ‘analysten’ stellen ook dat het ego of ik-tijdperk definitief voorbij is.  We vragen ons af waar ze dit uit afleiden. Zijn mensen minder egoïstisch?  Consumeren ze minder?  Zijn ze vaker betrokken bij het verenigingsleven of doen ze vaker aan vrijwilligerswerk?  Het is ons niet duidelijk.  Toch vreemd ook dat plastische chirurgie – gelukkig geen taboe meer – zo populair is in dit zogenaamd ego-arme tijdperk.

Daarnaast lijken religie en rituelen in onze samenleving aan belang te winnen, wat elke wakkere observator al kon merken.  Zowel traditionele (waaronder zeker ook de belangstelling voor de ‘ingevoerde’ tradities) religies als nieuwe bewegingen en allerlei mengvormen boeken succes bij het grote publiek.  Het feit dat rituelen ook aan belang winnen is wellicht een illustratie van de nood aan zingeving en de huidige trend om het formaliseren en ritualiseren van belangrijke gebeurtenissen te herwaarderen.





800.000 Vlamingen zijn laaggeletterd

24 01 2007

Het aantal jongeren met lees- en schrijfproblemen neemt ieder jaar toe

Zeventien procent of een op de zes Vlamingen is laaggeletterd. Dat aantal stijgt snel, met name onder jongeren, zegt Peter Strijdonk van het Vlaams Ondersteuningscentrum voor Basiseducatie (VOCD).

Zo’n 800.000 volwassenen in Vlaanderen kunnen niet goed lezen, rekenen of schrijven, en weten meestal ook niet hoe ze met een computer moeten omgaan, blijkt uit het rapport ‘Laaggeletterdheid in de Lage Landen’ van de Nederlandse Taalunie. De meesten hebben grote moeite om een baan te vinden en raken geïsoleerd. Anderen hebben wel een vaste baan, maar vallen door de mand als er op het werk plots iets verandert.

Volgens het Vlaams Ondersteuningscentrum voor Basiseducatie (VOCD), dat aan laaggeletterden cursussen aanbiedt, wordt het probleem steeds groter. “Het aantal laaggeletterden neemt ieder jaar toe. Vooral de situatie onder jongeren is zorgwekkend”, zegt Peter Strijdonk, directeur van het VOCD. “Inmiddels is 7 procent van alle schoolverlaters niet in staat een eenvoudige tekst te lezen.”

Een belangrijke reden is dat er in het Vlaamse onderwijs te weinig aandacht wordt besteed aan goed leren lezen en schrijven, vindt Strijdonk. “Er wordt meer nadruk gelegd op het ontwikkelen van vaardigheden dan op het verwerven van kennis. Leerlingen die foutloos een brief kunnen schrijven, zijn een uitzondering. Dat geldt niet alleen voor het technisch onderwijs. Zelfs op universiteiten en hogescholen hebben studenten begeleiding nodig bij het schrijven van een fatsoenlijke tekst voor de thesis.”

Het veelvuldig sms’en en chatten bevordert het gevoel voor taal bij jongeren niet, weet Strijdonk.

Laaggeletterdheid komt voor in elk sociaal milieu. “Vaak ligt een negatieve schoolervaring aan de grondslag van het probleem. Leerlingen zijn gepest of konden niet mee omdat ze dyslectisch waren. Ze hebben de school voortijdig verlaten en een afkeer tegenover lezen ontwikkeld.”

Ook onder ouderen en allochtonen bevinden zich veel laaggeletterden, zegt Strijdonk. “Ouderen zijn vaak jong begonnen met werken. Wie zich niet voortdurend heeft bijgeschoold, is ingehaald door de snelle ontwikkelingen op technologisch vlak.”

De eisen aan geletterdheid zijn sterk gestegen, vult collega Kathy De Winter aan. “Vroeger was het niet nodig dat een fabrieksarbeider goed kon lezen. Hij deed toch altijd hetzelfde werk. Vandaag moet hij verschillende taken kunnen uitvoeren en een werkschema kunnen lezen. Hetzelfde geldt voor schoonmaaksters.”

Vorig schooljaar volgden er 32.000 mensen een cursus bij het VOCD. “Dat is slechts een klein percentage van het aantal laaggeletterden”, geeft De Winter toe. “Het is niet makkelijk om als volwassene toe te geven dat je niet goed kunt lezen of schrijven. Mensen hebben uit schaamte vaak allerlei trucs ontwikkeld om hun handicap te verbergen. Het duurt soms jaren voor ze de moed hebben gevonden om een cursus te gaan volgen.”

7 procent schoolverlaters kan geen eenvoudige tekst lezen

Bron: ‘800.000 Vlamingen zijn laageletterd’ door Janine Meijer in De Morgen van 12/1/07





Nieuwe studiefinanciering goedgekeurd

24 01 2007

Het voorontwerp van het decreet over studiefinanciering van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) is door de Vlaamse regering goedgekeurd. Het decreet voorziet onder meer in de invoering van een gezinsdossier. Daardoor zullen familiale gegevens beter gebundeld worden, waardoor administratieve overlast bij het toekennen van een beurs vermeden wordt.

Tegelijkertijd worden de toelagen voor het secundair onderwijs hoger, komt er op termijn een beurs voor kinderen in de basisschool en stijgt het aantal beursgerechtigden in het secundair van 72.000 vorig schooljaar naar 273.000 in het schooljaar 2008-2009.

Het decreet regelt ook de studiefinanciering in het hoger onderwijs. Vooral het feit dat de inkomensgrenzen en de bedragen niet stijgen, is een doorn in het oog van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS).

“Hoewel een studie van de Universiteit Antwerpen aantoonde dat, hoewel het systeem an sich wel werkt, veel te weinig mensen recht hebben op een beurs én je al onder de armoedegrens moet zitten om een volledige beurs te krijgen, verandert Vandenbroucke niks. Ervoor zorgen dat meer studenten in het hoger onderwijs recht hebben op een beurs is nochtans een belofte die in het regeerakkoord staat”, stelt de VVS.

Bron: ‘Nieuwe studiefinanciering goedgekeurd’ door Kim Herbots in De Standaard van 16/12/06





10.000 studenten meer in hoger onderwijs

24 01 2007

Het aantal studenten aan Vlaamse universiteiten en hogescholen is de afgelopen vijf jaar met 10.000 toegenomen. Dit jaar tellen de hogescholen en universiteiten 168.328 studenten, een toename met 1,67 procent ten opzichte van vorig jaar. Dat blijkt uit de beperkte statistische telling die eind oktober werd uitgevoerd.

Globaal gezien gaat het universitair onderwijs, met een groei van vier procent, er sterker op vooruit dan het hogescholenonderwijs (+ 0,35 procent). Van de 29 universiteiten en hogescholen hebben er negentien meer studenten dan vorig jaar aldus Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke.

Bovendien steeg het aantal generatiestudenten met vier procent tot 42.281. De stijging is algemeen: zowel in het professioneel gericht onderwijs aan hogescholen (+ 3,5 pct), het academisch gericht onderwijs aan hogescholen (+ 5,6 pct), als het academisch gericht onderwijs aan universiteiten (+ 4,2 pct) schrijven meer studenten zich voor de eerste keer in.

Uit de resultaten blijkt voorts dat de verhouding tussen mannen en vrouwen vrij constant blijft. Zo zijn 55 procent van alle studenten vrouwen. In de professioneel gerichte opleidingen bedraagt het aandeel vrouwen bijna 60 procent. Bij de academische opleidingen is het aandeel mannen en vrouwen evenwichtiger.

Voor minister Vandenbroucke bewijst deze forse toename van het aantal studenten hoger onderwijs dat het mogelijk is om in Vlaanderen een tweede democratiseringsgolf op de agenda te zetten, waarbij meer jonge mensen, uit alle groepen van de bevolking, zich niet alleen inschrijven voor hoger onderwijs, maar ook slagen in het hoger onderwijs. De realisatie van die tweede golf is één van de stokpaardjes van de SP.A-minister.

Bron: ’10.000 studenten meer in hoger onderwijs’ (Belga) in De Standaard van 13/12/06





Half miljoen euro voor ‘brede school’-projecten

24 01 2007

Veertien Vlaamse en drie Brusselse projecten zijn uitgekozen om de komende drie jaar te testen hoe scholen meer kunnen samenwerken met externe partners. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) gezegd op een studiedag over de ‘brede school’. Voor de projecten trekt Vandenbroucke 250.000 euro uit. Daarbij komt ook nog eens 200.000 euro van het kabinet van Bert Anciaux (Spirit) en 50.000 euro van Brussels minister Guy Vanhengel (VLD).

Omdat het organiseren van een brede school binnen de bestaande regelgeving niet altijd gemakkelijk is, laat Vandenbroucke onderzoeken welke initiatieven hij kan nemen om een en ander te vergemakkelijken. Zo werkt hij aan een plan met minister van Financiën Dirk Van Mechelen (VLD) waarbij scholen hun vrijstelling van onroerende voorheffing niet langer zouden verliezen als ze hun schoolgebouwen ter beschikking van derden stellen.

De meeste scholen die werken aan het bredeschool-idee denken aan samenwerkingen met allerlei buurtverenigingen. In eerste instantie gaat het om initiatieven zoals het openstellen van de sporthal voor plaatselijke clubs of het toegankelijk maken van een ICT-lokaal voor de lokale seniorenclub. Veel school starten ook met cursussen voor de ouders. In heel wat gevallen gaat het om Nederlandse lessen voor allochtone ouders of praatcafés waarbij ouders uitleg kunnen vragen over onderwerpen die met de school te maken hebben. Doordat de nodige financiële steun tot nu toe ontbrak, aarzelden vele scholen om aan dergelijke projecten te beginnen. Bovendien is er vaak ook een organisatorisch probleem: gebouwen moeten langer toegankelijk blijven, leerkrachten moeten overuren maken en praktische beslommeringen op zich nemen.

HVV is vragende partij om proeftuinen op te starten rond interlevensbeschouwelijk onderwijs. Vlaamse jongeren blijken steeds angstiger te worden voor andere culturen en religies. We kunnen geen tijd verliezen om dergelijke projecten op te starten.

Bron: ‘Half miljoen euro voor brede school –projecten’ door Kim Herbots in De Morgen van 12/12/06





Schoolboeken aangepast aan kinderen met dyslexie

15 01 2007

De Vlaams educatieve uitgeverijen hebben de handen in elkaar geslagen om de komende jaren zoveel mogelijk schoolboeken aan te passen aan kinderen met dyslexie. Concreet gaat het om het digitaliseren van bestaande hand- en werkboeken, die vervolgens via de computer ondersteund worden door speciaal daartoe ontwikkelde software. De software leest de teksten hardop voor en bevat allerlei snufjes om het lezen te vergemakkelijken.

Het initiatief komt er omdat uitgeverijen steeds vaker geconfronteerd worden met vragen van scholen en ouders over de beschikbaarheid van aan dyslexie aangepast materiaal. Naar schatting 5 procent van de Vlaamse kinderen kampt in meer of minder mate met de leerstoornis. De software hebben ouders en scholen vaak wel maar het omzetten van de boeken is erg tijdrovend.

Dat hebben de uitgevers zelf ook vastgesteld. Bij een eerste proefproject zette Wolters Plantyn de afgelopen maanden studiemateriaal uit de derde graad lager onderwijs om. Per boek kostte dat gemiddeld zo’n negen uur. In totaal werden 93 boeken gedigitaliseerd. Een werk van lange adem, dat de gezamenlijke uitgeverijen echter willen aangaan. De omgezette schoolboeken zouden niet duurder zijn dan de papieren versies.

Scholen kunnen het nieuwe materiaal onder meer bekostigen met het extra budget dat ze de komende schooljaren krijgen voor investeringen in ICT. Twee weken geleden maakte Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (sp.a) immers bekend dat er in 2007 en 2008 om en bij de 35 miljoen euro uitgetrokken wordt voor ICT op school.

Bron: ‘Schoolboeken aangepast aan kinderen met dyslexie’ door Kim Herbots in De Morgen van 7/11/06





Jeugd conservatiever dan gedacht

15 01 2007

Vlaams minister van Gelijke Kansen Van Brempt: Jongeren hebben het niet begrepen op holebi’s, zo blijkt uit een nieuwe studie. Als daar één ding uit blijkt, dan wel dat een jarenlange juridische ontvoogding nog niet hetzelfde is als maatschappelijke aanvaarding. ‘Ik dacht dat we gelijke rechten gerealiseerd hadden’, zegt Kathleen Van Brempt, ‘maar dat is niet meer waar.’ De jeugd is redelijk onverdraagzaam tegenover holebi’s. Erg opvallend is dat die haat toeneemt naarmate jongeren vaker religieuze diensten bezoeken.

Uit diezelfde studie van Marc Hooghe werden eerder al cijfers over de attitude van jongeren tegenover allochtonen bekendgemaakt. Die zijn net zo negatief. Is de jeugd oerconservatief? Van Brempt: ‘Conservatief is één ding, onverdraagzaam een ander. Dit is schrikbarend.’

Geconfronteerd met de cijfers over de onverdraagzaamheid van jongeren gingen de onderzoekers – Marc Hooghe en zijn Canadese collega – op zoek naar mogelijke oorzaken. Geen oorzaak: de scholingsgraad. Bij jongeren van wie de moeder hoger onderwijs genoot, wil nog altijd 36 procent betogingen van holebi’s verbieden, niet zoveel minder dan de 40 procent bij de andere groep.

De geografische afkomst dan maar? Die blijkt al een belangrijkere impact te hebben. Noordelijke Europese landen als België, Nederland, Frankrijk of Duitsland blijken minder intolerant. Scoren Belgische jongeren gevraagd naar hun steun voor holebirechten op een schaal van 0 tot 10 gemiddeld 5,49, dan zakt dat cijfer verder naar het zuiden: Spanje haalt 4,5, Italië 3,85, Marokko 2,57 en Turkije 2,31.

De belangrijkste verschillen zijn die tussen jongens en meisjes – respectievelijk 6,51 en 4,09 – en tussen religieuzen en niet-religieuzen. Erg opvallend is dat holebihaat toeneemt naarmate jongeren vaker religieuze diensten bezoeken. Islamieten die elke week naar de moskee trekken, zitten op een score net boven 1, terwijl hun niet-praktiserende geloofsgenoten tegen de 4 aanschurken. Ook katholieken lijden aan dat fenomeen: van meer dan 5 voor wie nooit naar de kerk gaat, tot 4 voor wie dat wekelijks doet.

Volgens Van Brempt tonen de cijfers aan dat gelijke rechten voor holebi’s verre van een realiteit zijn. “Dit is des te verschrikkelijker omdat uit ander onderzoek blijkt dat depressies bij holebi-jongeren twee keer zo frequent zijn. Als zoveel jongeren geen open en tolerante geest hebben naar een op de tien van hun leeftijdsgenoten, maakt dat het alleen maar moeilijker.”

De politiek zette de jongste jaren zijn geld in op een juridische gelijkberechtiging van holebi’s, met onder meer het homohuwelijk en holebiadoptie. Maar nu wil Van Brempt een stap verder gaan. “Ik werk aan een globaal gelijkebehandelingsdecreet. Dat betekent dat we de federale antidiscriminatiewet gaan omzetten naar Vlaams beleid, vooral op het vlak van echt Vlaamse bevoegdheden als wonen, arbeid en onderwijs.” In dat kader wil Van Brempt ook meer aandacht voor bemiddeling en preventie.

Uit het onderzoek, tot slot, komt het beeld van een oerconservatieve jeugd naar voren. Zeker in combinatie met eerdere cijfers over allochtonen. Liefst 60 procent van de jongeren vindt de aanwezigheid van migranten namelijk bedreigend. “Dat is schokkend. Want dit is de generatie die over tien of twintig jaar het roer van de samenleving in handen neemt. Je kunt wel conservatief zijn, maar dit is intolerant. We zullen nog hard moeten werken om de beeldvorming om te keren.”

Je kunt wel conservatief zijn, maar dit is intolerant. In een reactie op het onderzoek van de VUB zegt Wel Jong Niet Hetero, de grootste holebi-jongerenorganisatie van het land, dat Vlaamse jongeren op school meer en betere informatie moeten krijgen over holebi’s, zelfs al vanaf de derde graad in de lagere school.

“We zijn erg geschrokken van de cijfers “, zegt woordvoerster Barbara Van Speybroeck. “We hadden nooit gedacht dat het zo erg zou zijn. Het onderzoek legt de schijntolerantie bloot waarmee jonge holebi’s te maken krijgen. Dat bijna de helft van de jongeren negatief denkt over holebiseksualiteit is een grauw voorteken voor de toekomst. Kordate acties dringen zich op, vooral in het onderwijs.”

“Een open sfeer van aanvaarding op school is erg belangrijk”, vindt Van Speybroeck. “Momenteel staat holebiseksualiteit enkel in de eindtermen van de tweede en de derde graad van het secundair onderwijs. Eindtermen bepalen wat leerkrachten allemaal moeten behandelen in hun lessen. Het is goed dat het behandeld wordt, maar eigenlijk wordt het veel te laat op school gebracht”, luidt het.

Door in de derde graad van het lager onderwijs al over holebiseksualiteit te praten help je zowel die holebi-jongeren als hun klasgenoten, zegt Wel Jong Niet Hetero. “Kinderen krijgen in die derde graad al les over seksualiteit, holebi’s mogen daarin niet ontbreken. Positieve en juiste informatie over holebi’s is en blijft de beste remedie tegen homofobie”, besluit de organisatie.

Bron: ‘Jeugd conservatiever dan gedacht’ door Fabian Lefevere in De Morgen van 4/11/06 en ‘Scholen moeten jongeren informeren over holebi’s’ (Belga) in De Morgen van 6/11/06