Elk jaar zijn er 20.000 zelfmoordpogingen in Vlaanderen. Driemaal zoveel mensen hebben het ooit overwogen. Iedere dag sterven drie Vlamingen door zelfdoding. In 2004 stierven in totaal 1.085 personen door zelfdoding. Per 100.000 inwoners maken hier negentien mensen een einde aan hun leven, het wereldgemiddelde ligt op veertien. Zelfdoding is de meest voorkomende doodsoorzaak bij mannen tussen 30 en 49 jaar, en bij vrouwen tussen 20 en 34 jaar. Eén op de acht Vlamingen kampt met ernstige psychische problemen. Volgens een recent onderzoek zou 42% van de consultaties bij de huisarts deels of volledig betrekking hebben op psychische problemen. Tele-Onthaal krijgt gemiddeld 335 telefoontjes per dag. Deprimerende cijfers, en dan hebben we het nog niet eens gehad over de twintig procent met slaapproblemen, de zes procent met angstgevoelens en de acht procent met somatische klachten. Nochtans is Vlaanderen een welvarende regio.
De Vlaamse overheid erkent de problemen wel – dat blijkt uit haar doelstellin-gen die sinds 1999 in het regeerakkoord staan – maar de maatregelen die ze treft zijn ruim onvoldoende omdat ze niet raken aan de kern van de problema-tiek. Bijna alle initiatieven zijn gericht op het individuele, psychische niveau. De verhoging van het aantal jobs in de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg en de recente campagne ‘Fit in je hoofd, goed in je vel’ zijn waardevol maar slechts gericht op een individuele aanpak. Verleden vrijdag nog kondigde de Vlaamse regering aan de toegang tot spoorwegen, bruggen en hoge gebouwen te beveiligen tegen mensen die een einde aan hun leven willen maken. Een mooie poging, maar het zal hen enkel van methode doen veranderen. Een aanpak die mensen eigenlijk ontmoedigt om zich te bezinnen over de maatschappelijke dimensies van hun levensproblemen. Een aanpak die hen verplicht zich te spiegelen aan betwistbare normen waaraan ze zogezegd moeten voldoen om ‘gezond’ te zijn.
De ondertekenaars van dit platform vinden dat een inclusief welzijnsbeleid niet blind mag blijven voor de maatschappelijke dimensie van onze geestelijke gezondheid. Welvaart vertaalt zich niet automatisch in welzijn. De economische rat race zorgt ervoor dat een enorme stress alle sferen van ons bestaan aantast. Flexibilisering en herstructurering eisen hun tol. Klachten als depressies, burn-out, angst- en paniekaanvallen en het chronisch vermoeid-heidssyndroom (CVS) zijn duidelijk stress-gerelateerd en bevatten dus een maatschappelijke dimensie. Uit vele onderzoeken blijkt dat geestelijke (on)gezondheid mee wordt bepaald door structurele of maatschappelijke factoren die het niveau van het individu overstijgen. Hoe hoog ben ik ge-schoold? Zit ik onder of boven de armoedegrens? Ben ik getrouwd of alleenstaande? Ook de verwachtingen over succes zijn in onze prestatiemaat-schappij enorm hoog, waardoor mensen, in het bijzonder kinderen, snel het gevoel hebben te mislukken.
Die normerende benadering, waarbij het individu gevraagd wordt enkel naar zichzelf te kijken, werkt de medicalisering van onze samenleving in de hand. Voor elke ziekte een pil, zeg maar. De farmaceutische industrie bloeit als nooit tevoren. Het propageren en verhandelen van ziektes neemt onrustwekkende proporties aan. Onder het mom van ‘voorlichting’ worden door farmaceutische bedrijven ziektes gepropageerd bij media, dokters en publieke opinie. En voor die ziektes worden dan gretig geneesmiddelen geproduceerd. Een typisch voorbeeld is het zogenaamde erectieprobleem bij veertigplussers, een hype die in gang werd gezet door de producent van… Viagra.
Volgens ons wordt het hoog tijd om de problematiek eens globaal te bekijken en duidelijk te maken waar we met onze samenleving naartoe willen. Willen we evolueren naar een New Yorks model waar elk individu twee jobs en twee psychiaters nodig heeft om het hoofd boven water te houden? In die optiek pleiten wij ervoor om ook structurele en maatschappelijke factoren van geestelijke gezondheid in kaart te brengen en daar de gepaste maatregelen tegenover te zetten. In welke mate blijven holebi’s gebukt gaan onder de hetero-norm? Wat doen we aan de hoge depressiviteit bij alleenstaande vrouwen boven de veertig? Leven we in een waan van bio-optimisme of is er meer aan de hand? Wij passen voor een maatschappij waarin we enkel produceren, consumeren, visites betalen en pillen slikken. We staan voor een samenlevingsmodel waarin duidelijk wordt dat geestelijke gezondheid geen zaak is van het individu alleen maar een zorg van iedereen.Wij vragen de Vlaming en de overheid om zich te bezinnen over de oorzaken van de geestelijke ongezondheid, die stilaan epidemische proporties aanneemt.
Björn Siffer, Peter Algoet en Wouter Aers (Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging)
Dit humanistisch platform bestaat uit volgende partners: Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging vzw, Sarah Beweging, Holebifederatie vzw, Netwerk Psychiatrie en Samenleving, Els Ooms (assistente vakgroep psychoanalyse, UGent), Prof. dr. Ronald Commers (ethicus CEVI, UGent), Prof. dr. Filip Geerardyn (psychoanalyticus, UGent), Prof. dr. Fred Louckx (gezondheidssoci-oloog VUB), Prof. dr. Walter Vandereycken (psychiater KUL), Prof. dr. Jan Vranken (socioloog OASeS, UA).






december 22, 2006 at 10:50 am |
Het is zeker een goed initiatief om zich te bezinnen over de “geestelijke ongezondheid” van onze maatschappij. De verschijningsvormen beperken zich niet tot verhoogd percentage aan zelfmoorden, depressiviteit, stress en burn-out. De toenemende agressiviteit en verzuring zijn eveneens onmiskenbaar; een verschijnsel dat vooral opvalt als we na een vakantie in één of ander zonnig maar ‘arm land’ terugkeren in ons eigen ‘landje van belofte’, met een ongemeen hoge welvaartsgraad. Van waar komt die discrepantie tussen welvaart en welzijnsgevoel?
In eerste instantie is men geneigd om te stellen dat wij overbevolkt zijn; ‘te dicht op elkaars lip leven’. Persoonlijk zie ik nog andere structurele factoren, die waarschijnlijk gelden voor de ganse West-Europese maatschappij.
Een eerste factor is mogelijk het rechtstreekse gevolg van die overbevolking. Om onze plaats in het ‘peleton’ te verzekeren, concentreren we ons vooral op de positie van de medeburgers.
Het welzijnsgevoel wordt in overdreven mate bepaald door onze bezorgdheid om ‘achter te blijven’, vooral op materieel vlak. Waarom hebben wij slechts èèn appartement en twee kleine auto’s in plaats van een villa, twee grote monovolumes en een sportauto? Zoals onze buren of kennissen? Hoe komt het dat diezelfde buren zich regelmatig kunnen laten behandelen in een welnesskliniek, zodat ze er tien jaar jonger uitzien dan wij?
En de oplossing maakt de zaak alleen maar erger: de opmars van de tweeverdieners.
Kinderen naar de opvang, afbrokkeling van het gezinsleven, gebrek aan quality time, geen tijd voor het doorgeven van samenlevingsnormen en waarden. En die ‘normen en waarden’ hebben niets te maken met de reclamecampagne van de CD&V en de kerkfabrieken!
Ik ben ervan overtuigd dat de tweeverdienersmaatschappij voor een groot deel aan de basis ligt van de aangehaalde verzuring en ontevredenheid. En het moet dan allemaal maar de schuld zijn van de regering, de staat, het gezag en dus de politiekers.
Een tweede oorzaak zou wel eens de uitdeinende kloof kunnen zijn tussen de leefwereld van de ‘gewone mens’ en de enorme snelheid waarmee wetenschap en techniek zich ontwikkelt. De modale burger zou zich gewoon kunnen distanciëren van al die ‘abracadabra’, maar ze worden wel geconfronteerd met de spin-off, de toepassingen van de progressie op wetenschappelijk vlak. Hoeveel mensen zijn amper in staat hun ‘ouderwetse video’ in te stellen, te installeren of te programmeren? Laat staan het bedienen van computers, DVD’s, camcorders en andere vruchten van het baanbrekend wetenschappelijk onderzoek. Wie de moeite nog doet om deze ontwikkelingen via de media te volgen, kan amper nog het onderscheid maken tussen realiteit, science-faction en science-fiction. Voor mij staat het vast dat de ‘modale burger’ zich om die reden begint af te zetten tegen al die nieuwe uitvindingen en daarom zoeken steeds meer mensen hun toevlucht in een conservatieve attitude. De groenfundamentalisten dromen weer van hun terugkeer naar de natuur. Een trend die ik zelfs in bovenstaande tekst terugvind als het gaat om de “medicalisering van de samenleving”. Weer zo’n complottheorie waarbij deze keer de farmaceutische industrie wordt geviseerd.
Wat deze ontwikkeling betreft kan ik alleen maar pleiten voor een doorgedreven informatie-actie en popularisatie van de wetenschappelijke ontwikkelingen en hun methodologie. Zowel in het schools onderwijs als via populaire tijdschriften en ‘de media’. Hopelijk wordt daarbij nog eens duidelijk het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap toegelicht.
Ik denk echter nog de aandacht te moeten vestigen op een derde mogelijke oorzaak van onze epidemie. Tijdens een voordracht van Patrick Loobuyck ergerde ik me over het kunstmatig begrip ‘Fictionalisme’. Rik Torfs en zijn discipelen kunnen zich misschien wel genoegzaam in, hun handen wrijven, want het gaat inderdaad om een methode om toch nog ‘normen en waarden’ te honoreren terwijl men zich van God en religie distanciëert. Gelovigen (met grote G) hebben tijdens die scheiding van “Kerk en gebed” immers de neiging te denken dat er zonder god geen moraal meer is. Fictionalisme – het doen alsof die ‘christelijke waarden’ toch nog van kracht blijven – kan inderdaad voor zo’n ontwortelde Gelovige de gepaste methadonkuur betekenen. Vrijzinnige atheïsten en agnosten hebben dat echter niet nodig, want zij zijn opgevoed met het besef dat het om ‘menselijke’, humane normen en waarden gaat, die zeker niet door Christus, Mohammed, Jahweh of Boeddha werden uitgevonden.
Ze zitten volgens mij verankerd in het evolutionair opgebouwd menselijk brein en de genen. Wij beseffen maar al te goed dat als we onze medemens iets aandoen dat we zelf niet zouden willen ondergaan, de bal ooit wel eens teruggekaatst krijgen. Wie die reflex niet heeft, speelt Lotto en dat betekent op lange termijn steeds zo’n 50% verlies…
Door de verhoogde graad van ontwikkeling (schoolplicht) én het voortdurend aanscherpen van ons kritisch vermogen (vrije meningsuiting) brokkelt de archaïsche invloed van de katholieke kerk steeds meer af. Geen rijstpap met gouden lepeltjes (alleen nog een portie voor Rik Torfs), geen duivel met zwaveladem en bokkenpoten, geen rondfladderende engeltjes, de bijbelteksten zijn nog slechts ‘symbolisch te interpreteren’ en zelfs pauzen verontschuldigen zich voor hun feilbaarheid. De grote meerderheid van de afvallige Gelovigen blijven echter wel op zeker spelen en vormen de wat hypocriete meerderheid van de ‘Ietsisten’: de katholieke kerk, het Vatikaan met zijn blunderende en zelfs misdadige pauzen (condoomverbod, homofobie, vrouwendiscriminatie, e.d) kun je aan hen niet meer verkocht krijgen, maar toch nog even oppassen want er moet of zou toch wel ergens ‘Iets’ kunnen zijn.
Welnu, ik denk dat buiten de 3% ‘officieel geregistreerde vrijzinnigen en amper evenveel échte Gelovigen, die grote groep van “Ietsisten” in de steeds versnellende maatschappij het Noorden een beetje kwijt zijn en dat alles verklaart het toenemend succes van conservatieve stromingen in onze maatschappij. En voor mij is conservatisme een anti-evolutionaire attitude, die ons wel voor beperkte tijd kan laten afzakken naar een soort mini-Middeleeuwen.
Geestelijke gezondheid is vanzelfsprekend een zaak van de hele samenleving en er dringt zich een multidisciplinaire campagne op. Een pleidooi voor het belang van meer quality time versus materialistische wedloop, meer sociaal contact en daarbij het opwaarderen van verenigingsleven (sport, cultuur,…). Misschien is er een belangrijke opdracht voor onze humoristen weggelegd: dat ze ons de spiegel voorhouden en het belachelijke doen inzien van ons gedrag in die ‘rat race’. En bovendien een opdracht aan ons allemaal om de ‘verzuurde onheilsprofeten’ onmiddellijk lik op stuk te geven als ze weer zo’n kotstekst rondsturen met vage maar opruiende beschuldigingen aan het adres van ‘de politiekers, zakkenvullers’, ‘de pillendraaiende pharma-industrie’, ‘de luie en criminele allochtonen’ of ‘de dwalende wetenschappers’. Als er concrete wantoestanden zijn, bestaan er in ons landje meestal wel de nodige instanties om ze onder controle te houden of aan te klagen. Wat zeker geen pleidooi inhoudt om de kop in ’t zand steken, want die fout heeft natuurlijk ook kwalijke gevolgen. Er is in elk geval werk aan de winkel voor iedereen die invloed kan uitoefenen tegen de stress en verzuring in onze samenleving en de mensen kan motiveren tot een meer positieve levenshouding.
Willem