Jan Hertogen: het probleem met al die mensen met ‘meningen’.

juli 9, 2009

Volgens Jan Hertogen, in het gelijknamige stukje, is het “Weg met ’t kapje”-probleem een probleem van geborneerde en ‘intolerante’ vrijzinnigen, die bovendien samenspannen op een manier die elke gelovige van de samenzweringstheorieën jaloers doet schuimbekken (sorry, even de stijl van Hertogen misbruikt). Hertogen slaat de bal meer dan behoorlijk mis.  Dat is niet zo omdat hij ‘meent’ fouten of ‘paradoxen’ te ontdekken in het discours van een in zijn ogen wonderbaarlijk eenstemmig vrijzinnig front, maar vooral omdat hij fundamentele maatschappelijke afspraken niet van groepsgevoeligheden kan onderscheiden.

Laat ons een poging doen om een en ander op te helderen.
Het gaat ten slotte over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen.

Hertogen neemt in zijn gehele betoog tegen de perfide vrijzinnigen een a priori aan dat jammer genoeg niet meer geldt. Vanaf de eerste zin gaat het volgens hem over het al of niet toekennen van rechten aan bepaalde levensbeschouwelijke groepen. Hij verengt dit nogal gemakkelijk tot gelovigen tegen ongelovigen. Dat is sinds geruime tijd in onze streken een niet-realiteit: de ‘gelovigen’ zijn sociologisch een absoluut kleine minderheid. De hele idee van een godsdienstig gestuurde of gefundeerde maatschappij (christelijk, joods, islamitisch of wat dan ook) is, tot spijt van wie het benijdt, een vage droom uit het verleden. Natuurlijk zijn er nog landen zoals Saoedi-Arabië, Nigeria en ook de VS, waar drukkingsgroepen (die soms de regering vormen) dit ideaal blijven beklemtonen. Maar de realiteit van een toenemend interdependente wereld met diversiteit, eerder dan ‘één land, één volk, één godsdienst’ maken die droom tot een vreemde, exotische nachtmerrie.
Het maatschappelijk project waarvoor de hele mensheid staat, luidt nu: hoe komen we tot een samenleving met een menselijk, duurzaam en leefbaar afsprakensysteem dat toelaat met verschillen te kunnen samenleven? Dat is het project van de gemengde maatschappij, en dat is dus het project van de verstedelijkte wereld. Daarover heeft Hertogen het niet. Nooit. Hij redeneert voort in de oude zuilenmaatschappij die, het moet gezegd, in de jaren tachtig echt definitief afgestorven is. Maar niet iedereen schijnt dat te weten of te willen toegeven. Die theocratische onzin van vorige generaties bestaat natuurlijk, want het zuilendenken bestaat nog. De argumenten van Hertogen zijn daartoe op merkwaardige consistente manier terug te voeren: de wet geeft die of die mogelijkheid, het zuil(tje) van islamitische scholen is wettelijk mogelijk, enzovoort. Zeer juist. Alleen: wetten zijn menselijke producten en de verzuiling is de voorbije decennia uitgehold en toch nog als machtsbasis (van alle zuilen) gehandhaafd zonder de sociologische achterban. Daarover bestaan studies van katholieke en van vrijzinnigen huize, met dezelfde resultaten: het zuildenken is dienstig aan een machtsapparaat, niet aan een reële bevolkingsgroep, ook niet voor islamieten. Dat vrijzinnige stemmen die conclusie trekken en dan een stap verder zetten naar een niet-zuilgebonden inrichting van de maatschappij is wat er nu aan de hand is. Dat is dus, laat ons wel wezen, veel belangrijker dan de loopgravenmentaliteit die we jammer genoeg als ‘mening’ van Hertogen vernemen.
Zo kunnen we bijvoorbeeld de redenering van Hertogen plaatsen als zou de vrijzinnige gemeenschap nu de moslims uitzonderen, volgens de auteur zoals de nazi’s dat deden met de joden. Sorry, het probleem is foutief geformuleerd: we zijn allemaal geëngageerd in een project waarbij mensenrechten erkend worden voor iedereen, los van afkomst, geslacht, religie, ras… Ook Europa, ook België en ook Vlaanderen heeft zich daarin ingeschreven.
Dat houdt in dat mannen en vrouwen vanuit religieuze overtuiging nooit verschillend-discriminerend kunnen behandeld worden. Dus, meisjes moeten de kans krijgen zich te ontplooien zoals jongens, en niet ‘een beetje’, of alleen en voor zover als de lokale gemeenschap het goed vindt. Dat de gelijkheid van man en vrouw een groot probleem is voor de drie boekgodsdiensten in het bijzonder, en dus ook voor islamieten, is een wetenschappelijk gegeven. Het volstaat om even naar de duizenden andere culturen/religies in de wereld te kijken om te beseffen dat dit voor godsdiensten uit die regio van de Middellandse Zee een lastig probleem is. In Vlaanderen zijn vandaag 174 culturen aanwezig, zoals het populaire tv-magazine ‘Man bijt hond’ ons terecht wekelijks laat horen en zien. Dan is het claimen van slechts drie van die tradities om de wet te spellen problematisch. Dat is simpelweg een verstarde voortzetting van de zuilenmaatschappij van weleer. Wanneer vrijzinnigen dat zeggen, zijn ze niet ‘ook schuldig aan dat exclusief denken’ maar wel realistische en democratische denkers.

Ten slotte een woordje over de vrij onduidelijke uitleg over de omkering van dader en slachtofferrol in Hertogens stuk. Voor zover we dit begrijpen gaat het hier over een interpretatie van psychologische rollen in een politieke context. Dat betekent dat, tenminste volgens onze interpretatie, de reële problematiek handelt over onderdrukking en manipulatie en niet over het erkennen of niet van eigenheden. Doen we die oefening van maatschappijvorming ‘samen’ niet, dan belanden we noodzakelijk in vormen van paternalisme en nieuwe verdrukking. De weg van de vrijzinnige is daarbij niet zacht of vriendelijk zoals de naastenliefde dat voorschrijft, maar wel hard en doortastend overleggend. Dat is een beetje confronterend, maar wel emanciperend. Dat wil zeggen, het is niet vriendelijk of lief of niet-fundamentalistisch om een groep die niet correct behandeld wordt volgens de algemeen afgesproken uitgangspunten (de Grondwet, het Charter van europa, de Mensenrechten) dan maar een bijzondere toelating te geven om volgens hun eigen preferenties voort te doen. Dat soort van ‘begrijpen’ of naastenliefde is in feite onrecht in stand houden, zelfs al lijkt het lief geformuleerd. Het is ook niet fundamentalistisch, maar wel hard en op termijn eerlijk en inderdaad respectvol om te eisen dat alle mensen dezelfde rechten moeten kunnen opnemen en dezelfde ontplooiingskansen als mens krijgen, zelfs als dat tegen de belangen en de schenen van de predikers van een religieuze (of andere) eigenheid is.
Die tweede positie is die van de vrijzinnige woordvoerders die door Hertogen zo vakkundig andere intenties worden aangepraat. Het slachtoffer blijft echter de zwakste of minst beschermde, in dit geval de vrouwen in een eeuwenlange man-gedomineerde reeks van tradities. En nog eens, dat is geen algemeen menselijk fenomeen: sommige culturen kennen die structurele ongelijke behandeling van vrouwen niet, maar de drie boekgodsdiensten hebben voor zover bekend niet anders gekend tot de Verlichtingsfilosofie die machtsverhouding langzaam is beginnen slopen.

‘Meningen’ zijn slechts zinvol wanneer ze de realiteit ernstig nemen. Het afschrijven van dorpse reacties van ‘wij tegen de anderen’ als onzin is dus geen ‘mening’ van fundamentalistische vrijzinnigen, maar wel een realistische houding.

Hendrik Pinxten (voorzitter HVV),
Björn Siffer (woordvoerder van HVV) bjorn.siffer@h-vv.be
en Eric Goeman (voorzitter Attac Vlaanderen).


Een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld

juni 29, 2009

STANDPUNT van Rik Pinxten en Björn Siffer (voorzitter en adjunct-directeur HVV)

Is de hoofddoek een godsdienstig symbool of niet? Wij vermoeden van wel gezien de hevige tegenstand van moslims. Is een hoofddoek nu verplicht of niet in de islam? Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben, want dit is een geloofskwestie en ik geloof niet. Ik beweer wel iets te weten over het begrip ‘identiteit’. Hoe definieer je identiteit? We vergeten te vaak dat onze afstamming gemengd is en we verkiezen ons in te beelden dat we een vaste en zekere identiteit bezitten, omschreven en bepaald door de bodem, of door de godsdienst, of door de volksgroep of door de natie. Nationalisten en racis-ten baseren hun identiteit hoofdzakelijk op één aspect. Bodem, of volkscultuur, of ras. Nochtans is een identiteit vooral meerlagig. Een mens kan afkomstig zijn uit een bepaalde streek, een bepaalde politieke overtuiging hebben of een bepaalde levensbeschouwing aanhangen. Dat zijn allemaal aspecten van een identiteit. De Frans-Libanese auteur Amin Maalouf schreef er een interessant essay over: “Les identités meurtrières”. Als je één aspect uit je identiteit licht en je je enkel daar mee vereenzelvigt, dan word je afhankelijk van dat ene aspect en ben je ook snel geraakt als men je aanvalt op dat aspect. Het is algemeen bekend dat nogal wat migranten een identiteitscrisis doormaken. Ze beseffen dat hun afkomst of die van hun (voor)ouders elders ligt, ze zijn vaak de taal onvoldoende machtig en ze zien er ook wat anders uit dan de meerderheid van de andere mensen die ze dagelijks op straat ontmoeten. Ook een goede job vinden, ligt soms heel moeilijk. Wat is dan een begrijpelijke, menselijke reactie? Terugplooien op een facet in je leven waarin je wel houvast vindt. Voor vele migranten is dit godsdienst. Wanneer ze dan ook nog eens op dit aspect worden aangevallen – geef toe, de islam is niet echt populair in het westen – dan gaan ze heel defensief en radicaal reageren. Maar ze laten zich te gemakkelijk voor één gat vangen. En een overheid, of in dit geval een school die bij voorkeur een instituut is dat een pedagogisch project uitdraagt in de hoop jongeren op te voeden tot kritische bur-gers, heeft het recht, ja zelfs de plicht, om haar jongeren bij te sturen indien het dreigt mis te lopen met die identiteitsbeleving. Het godsdienstige aspect van hun identiteit is té prominent aanwezig. In die zin dat het niet gezond meer is. Het is niet gezond dat aan jonge mensen niet meer kan gevraagd worden om die ene, meestal godsdienstige, uiting van hun nochtans meerlagige identiteit, even – gedurende de schoolu-ren – af te zetten. Dit is problematisch. Zoals het ook problematisch is dat een imam een binnen de schoolpoorten georganiseerd beschaafd debat monopoliseert en een ganse menigte “Allah Akbar” laat schreeuwen. Of oproept niet meer naar school te gaan, waarmee hij eigenlijk de boodschap geeft dat godsdienst belangrijker is dan onderwijs. De Athenea van Antwerpen en Hoboken verbieden overigens alle politieke en religieuze symbolen. Dus niet enkel de hoofddoek. Dat de athenea een poging doen om kledingvoorschriften voor iedereen gelijk te stellen, komt in het debat van de voorbije dagen onvoldoende aan bod. Het valt ons inderdaad op dat er weinig wordt gezegd over de grond van de zaak. Niemand verwoordt dit beter dan directrice Karin Heremans zelf: “Ik denk dat we naar een samenlevingsmodel moeten waarin we compromissen kunnen vragen van iedereen en waarbij we aan allochtonen kunnen vragen dat de hoofddoek soms afgedaan wordt.” In de meeste Antwerpse scholen geldt – zeer eenvoudig – een hoofddekselverbod. Iedereen wordt gevraagd dit te respecteren. Waarom zou voor moslims dan een uitzondering moeten gemaakt worden? Omdat het over godsdienst gaat? Heeft godsdienst dan zo’n verheven statuut dat ze boven algemene regels staat? Ik denk dat de seculiere rechtsstaat hier het belangrijke signaal moet geven dat dit niet zo is. Onder normale omstandigheden zou een hoofddoekverbod misschien niet aan de orde zijn. De vraag is echter of er nog sprake is van normale omstandigheden. Dat de islamitische godsdienst oprukt en radicaliseert, daarover is iedereen het eens. Je ziet vandaag veel meer hoofddoeken op straat en op school dan vroeger. Leerkrachten krijgen het steeds moeilijker om te onderwijzen over de evolutieleer en moeten steeds vaker hun lessen onderbreken omdat islamitische leerlingen protesteren en de leerkracht verwijten “haram” kleding te dragen of meningen te vertolken die haram zijn. Wie twijfelt aan dit snel oprukkende fenomeen moet maar eens wat minder opiniestukken lezen en praten met mensen in het veld. Met onderwijzers en maatschappelijk assistenten bijvoorbeeld. Zij ondervinden de problematiek dag na dag en wensen deze niet meer te relativeren. Zij vragen dat de overheid ingrijpt en eens duidelijk zegt waar de grenzen van godsdienstige aanspraken liggen en waar het algemeen belang primeert boven godsdienst. Denkt u nu echt dat het daar in Antwerpen en Hoboken allemaal dommeriken zijn die niet weten dat hun maatregel er op korte termijn voor zorgt dat bepaalde meisjes van hun familie niet meer mogen studeren? Denkt u nu echt dat die progressieve directies in Antwerpen en Hoboken niet weten dat emancipatie best van de onderdrukte groep zélf uitgaat en dat emancipatie onder dwang nogal paternalistisch is? Denkt u nu echt dat een progressief instituut als het Atheneum van Antwerpen, dat al jaren schitterend werk levert rond actief pluralisme, nu opeens gekaapt wordt door rabiate godsdiensthaters? Zou er echt niet een klein beetje meer aan de hand zijn? Zou het niet kunnen dat dit een schreeuw is naar onze politici om eindelijk eens beleid te voeren rond integratie? Dat dit een daad is – uit noodzaak – die even duidelijk wil stellen waar het algemeen belang primeert boven godsdienstige belangen? Dat dit een pedagogische maatregel is die het belang van godsdienst even terug in het juiste perspectief en binnen de juiste proporties wil brengen? Net als Meyrem Almaci (Groen!), Kris Van Dijck (NVA) en vele andere politici vraag ik een open debat – feiten op tafel – over de machocultuur bij moslimjongens, over familiaal geweld, over godsdienstige indoctrinatie, over gelijkheid van man en vrouw, over schijnhuwelijken en huwelijksmigratie, over scheiding van kerk en staat, over vrijheid van meningsuiting. Ik vraag méér dan een meldpunt discriminatie. Ik vraag dat het thema hoog op de politieke agenda wordt geplaatst en niet wordt overgelaten aan de profeten van de clash of civilizations, zoals dat vroeger gebeurd is. Ik stel voor dat de Minister van Onderwijs zich niet langer wegsteekt achter de autonomie van de scholen en eens nagaat in hoeverre gescheiden godsdienst- en zedenleerklasjes bijdragen tot het onbekend-maakt-onbemind fenomeen. Bereiden we onze jongeren zo optimaal voor op een interculturele samenleving? Vinden wij het normaal dat jongeren al vanaf hun zesde geïndoctrineerd worden dat ze van klei gemaakt zijn en pas vanaf hun twaalfde vernemen dat ze van apen afstammen? Hoe komt het dat een zelfbewuste en niet van assertiviteit gespeende moslima in het KA Antwerpen verklaart dat er een islamitische expansie aan de gang is die door de goddelijke hand wordt gestuurd? Ik stel ook voor dat de overheid een grondige bevraging organiseert over de verhouding tussen levensbeschouwing en overheid. In de eerste plaats bij de mensen in het veld. Bij onderwijzers, maatschappelijk assistenten, verenigingen, medewerkers van VDAB, politieagenten, straathoekwerkers, kortom bij mensen die dagdagelijks geconfronteerd worden met de samenlevingsproblemen. Ik stel ten slotte ook voor dat iedereen eens rustig de tijd neemt om voor zichzelf uit te maken wat er nu werkelijk aan de hand is. Beste moslima’s, een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld. Ga vooral verder met studeren. Discussieer met elkaar over godsdienst, maar ook over politiek, over sport, over liefde, over seks, over alle dingen die het leven mooi of lelijk maken. En draag die hoofddoek thuis of op straat, niemand verbiedt dit. Draag hem even niet op school of wanneer je een openbare functie uitoefent. Geef en neem.

Hendrik Pinxten en Björn Siffer
(De auteurs zijn respectievelijk voorzitter en woordvoerder van HVV)
Verschenen in De Morgen van 26 juni 2009


Euthanasiewet moet eindelijk uitgebreid!

april 28, 2009

Sinds mei 2002 heeft België een euthanasiewet. Sinds 2002 is er de discussie of die wet al dan niet uitgebreid moet worden.
Wim Distelmans vindt van wel: voor dementerenden, maar ook voor mensen die lijden aan ernstige hersenaandoeningen en er zelf via een wilsverklaring om vragen.
Politici en bekende Vlamingen sloten zich al aan bij deze vraag.  Maar een uitbreiding, zelfs een diepgaand debat, bleef uit.
Hugo Claus vroeg om euthanasie binnen de krijtlijnen van de huidige wet; op een ogenblik dat hij nog duidelijk zijn wil kenbaar kon maken. Omdat hij de aftakeling van dementie niet wilde meemaken. Dat  was zijn beslissing, zijn vraag, zijn recht op zelfbeschikking.
De weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus, getuigde dit weekend op het symposium over dementie in Grimbergen het volgende: ‘Mijn man is uit het leven gestapt op het moment dat hij het nog lief had. Mensen vragen me steeds of het niet te vroeg was. Ja, het was te vroeg.”
Het was inderdaad te vroeg. Hugo Claus wees door zijn weloverwogen keuze op een tekort in onze wetgeving. Want onze wet laat alleen toe dat comapatiënten euthanasie krijgen. Anderen (dementerenden, Alzheimerpatiënten, mensen met ernstige hersenaandoeningen) die niet meer bewust zijn, kunnen geen euthanasie krijgen, zelfs niet na het invullen van een wilsverklaring. Voor hen blijft onze wet een lege doos, en dit terwijl de euthanasievraag hier ook als terecht ervaren wordt in onze samenleving.
Nu steunt ook de Vlaamse Alzheimerliga de vraag de wet uit te breiden. Een bewijs dat de vraag ruim gedragen wordt: én door patiëntenverenigingen én door onze samenleving.
Ook de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging wil een uitbreiding van de euthanasiewet. Omdat het zelfbeschikkingsrecht ook voor mensen die niet meer bewust zijn, mogelijk moet zijn na het opstellen van een wilsbeschikking.
En als een uitbreiding van de wet zo ruim gedragen wordt, moeten de politici dan niet eindelijk hun werk voortzetten en de wet uitbreiden voor dementerenden, Alzheimerpatiënten en mensen met ernstige hersenaandoeningen?
“Het onderwerp van dit debat ligt gevoelig. Maar als er in de samenleving een duidelijke vraag naar is, dan moeten politici hun verantwoordelijkheid opnemen. Onze steun hebben ze!”,  zegt Rik Pinxten, voorzitter van HVV.

Rik Pinxten
Voorzitter HVV


Lijden

april 3, 2009

Amelie Van Esbeen uit Merksem is 93 en een kranige dame. Ze is naar eigen zeggen ‘helemaal op’. Ze is niet ongeneeslijk ziek, maar heeft een hele verzameling ouderdomskwalen die samen haar leven ondraaglijk maken. Dat vindt ze zelf. De vrouw vraagt om te mogen sterven, maar ze komt niet in aanmerking voor euthanasie omdat ze niet binnen de voorwaarden van de wet valt. Daarvoor moet je immers lijden aan een niet te genezen aandoening die ondraaglijk lijden veroorzaakt.

Zoals Amelie zijn er velen, en met de groeiende vergrijzing van de bevolking en een steeds groter aantal hoogbejaarden zullen gevallen als het hare steeds vaker voorkomen. Voor- en tegenstanders van euthanasie in dit soort gevallen hebben valabele argumenten.

Tegenstanders betogen dat ouder worden hoe dan ook het leren aanvaarden van een aantal verliezen is: van gezicht, gehoor, geheugen, mobiliteit, onafhankelijkheid van anderen. Maar dat al dat verlies daarom nog geen reden tot een doodswens moet uitmaken, en dat donkere gedachten en depressies ook kunnen verholpen worden door met technische hulpmiddelen of therapie de hoogbejaarde weer een zekere levenskwaliteit te geven. Wanneer zoiets helpt, is het natuurlijk de aangewezen weg.

Maar wat doe je als het doodsverlangen ondanks die medische en therapeutische interventies blijft, wanneer langdurig en herhaaldelijk de wens wordt uitgesproken om het leven te mogen verlaten?

Wie is in zulke gevallen dan de ultieme scheidsrechter om te oordelen over de echtheid van het ondraaglijk lijden? Over de wens daaraan een einde te maken? Voor gelovigen zijn zij dat zelf niet en die mening verdient alle respect.

Maar wanneer een wilsbekwaam en autonoom individu zelf wenst dat er einde aan haar lijden gemaakt wordt, is dat ook een mening waarvoor anderen respect dienen op te brengen. Dat is trouwens de basisethiek achter de wetgeving op euthanasie. Die wetgeving, zo leert Amelie ons, is aan verfijning toe.

Want nu zitten we met de vrij surrealistische situatie dat Amelie wel het recht heeft om in hongerstaking te gaan en zichzelf zo een uiterst onmenselijke hongerdood te laten sterven, maar dat ze van het recht op een pijnloze en genadige dood onthouden blijft. Die keuze zou men niemand mogen aandoen, wat ook je levensbeschouwing is.

Yves Desmet
Politiek commentator
DeMorgen 24/03/09


Welke macht mag deze Kerk nog claimen?

april 3, 2009

Absoluut beschamend. Zo kunnen we het optreden van paus Benedictus XVI van de laatste maanden zonder veel zin voor overdrijving omschrijven. De rehabilitering van de negationistische bisschop Richard Williamson van het Broederschap Pius X is een zwaar omen voor de koers die de Rooms-Katholieke Kerk wil gaan varen. Hiermee schoffeert de paus de Joden. Dit broederschap ijvert ook voor het terugschroeven van de progressieve veranderingen binnen de Kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie. Zo schoffeert de paus ook zijn progressieve achterban. In 2006 citeerde de paus de Byzantijnse keizer Paleologos die zei dat ‘Mohammed de wereld niets dan slechte en onmenselijke dingen heeft gebracht’. Hiermee schoffeerde de paus de moslims. De paus vindt ook dat homoseksueel gedrag voorkomen en vermijden even belangrijk is voor de mensheid als de redding van het regenwoud. Hiermee schoffeert de paus alle homo’s en lesbiennes. Hij schoffeert er maar op los, niet beseffend dat zijn uitspraken dehumaniserend zijn. Ze tasten de waardigheid van mensen aan. Vooral van minderheden.
De Kerk komt hierdoor steeds meer in verdrukking. In Spanje, de VS, Engeland en Nederland spelen voor- en tegenstanders van God oorlogje door autobussen vol te plakken met slogans voor of tegen God. Zo’n vaart loopt het in België gelukkig niet. Wat voor zin heeft het trouwens om een proces tegen God te voeren? Of hij nu bestaat of niet, het kan ons als vrijzinnige humanisten eigenlijk weinig schelen. Wij hebben ook niet de behoefte om te gaan bewijzen dat de goede fee of Sinterklaas of de Ver-schrikkelijke Sneeuwman niet bestaat. Als een of andere tovenaar morgen bewijst dat God niet bestaat, zullen wij antwoorden met de wijze woorden van François Mitterand: “Et alors?”. In de wetenschap dat duizenden mensen in dit deeltje van de wereld zich reeds met het merkwaardige tijdverdrijf van het bewijs en het tegenbewijs hebben beziggehouden, zonder resultaat dat de mensheid iets bij-bracht, opteren we voor andere kritiek: wat doen de mensen, die namens die god spreken?
Wat volgens ons wel de moeite waard is om over te strijden, zijn de maatschappelijke gevolgen van de macht en invloed die blijft uitgaan van de Rooms-Katholieke Kerk. Gepatenteerd wereldvreemd, discriminerend en dehumaniserend in haar uitspraken, posteert zij zich nog steeds als één van ’s werelds belangrijkste morele autoriteiten. Redelijk paradoxaal, als je het ons vraagt. Er gaapt een levensgrote kloof tussen de leiding van de Kerk en haar basis. Die basis verwerpt de ideeën van de paus en zijn conservatieve clerus. Die basis verwerpt de ideeën van machtsgroepjes als Opus Dei en het Broederschap Pius X, die door de laatste twee pausen worden opgevrijd. Die basis verwerpt de standpunten van haar leiding omtrent abortus, euthanasie, homofilie, voorbehoedsmiddelen en celibaat. Die basis voelt zich eerder gematigd christelijk dan katholiek, maar wordt wel vertegenwoordigd door een extreem-katholieke paus en zijn Heilige Stoel. De aanspraken van de Roomse leiders op macht en morele autoriteit zijn in een democratische tijd niet langer houdbaar. Maar toch blijven de media de paus opvoeren als morele opinieleider. De oplossingen voor deze paradox moeten natuurlijk van de gelovigen zelf komen, maar als ‘deelgenoten aan de invloed van Rome’ hebben niet-gelovigen hierin zeker ook een belangrijke stem .
Wij als humanisten kunnen enkel vragen aan de media en aan de politici om het instituut Rooms-Katholieke Kerk een beetje te relativeren en tot haar ware proporties te brengen. In Vlaanderen zou dat moeten lukken. Bij ons is God toch eerder een cultureel gegeven geworden, een passe partout om bij een bepaalde gemeenschap te horen, eerder dan een bovennatuurlijk wezen dat boven onze hoofden zweeft en ons leven stuurt. In de VS is niet geloven in God minder evident. Atheïst is daar nog een scheldwoord, een synoniem zelfs voor communist. Het was historisch dat een zwarte president werd, maar het zou nog historischer zijn mocht er een president komen die zichzelf atheïst noemt. Obama zorgde voor een kleine doorbraak door in zijn inauguratiespeech ook de ‘nonbelievers’ te vernoemen. En de held-piloot Chesley Sullenberger antwoordde – zeer diplomatisch – op de vraag of hij snel een schietgebedje had gedaan voor hij met zijn Airbus een noodlanding maakte op de Hudson: “Ik rekende erop dat iemand anders in het vliegtuig die job wel op zich zou nemen.” Er is dus nog hoop, maar we roepen media en politiek, althans in onze contreien, wel op om inmiddels de juiste maatschappelijke gevolgen te erkennen van het seculariseringsproces. Het heeft immers geen zin dat de hoofden van de mensen zich bevrijden van het juk van de Rooms-Katholieke Kerk, maar dat diezelfde Rooms-Katholieke Kerk ondertussen wel steeds meer financiële middelen en media-aandacht krijgt. Maatschappelijke evoluties kunnen we maar beter naar waarde schatten, zoniet worden we schizofreen. Een beetje moed en verantwoordelijkheid dus: we hebben twee eeuwen geleden geko-zen voor zelfbeschikking en we hebben daartoe een maatschappij op poten gezet die de burger ver-antwoordelijkheid en een kritische zin geeft. Geen zogenaamde ongenaakbare autoriteit mag dat verkwanselen voor het belang van de eigen kring. Dus, medeburgers van de media en het beleid: een beetje moed en kiezen voor die schitterende constructie van democratische zelfbeschikking. Met ons.

Rik Pinxten en Björn Siffer zijn respectievelijk voorzitter en woordvoerder van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV).
Dit standpunt mag overgenomen worden in andere publicaties mits vermelding van de auteurs.


Een heel boze humanist

april 1, 2009

Verschillende mensen zeggen me dat we moeten ophouden om de katholieke kerk met alle zonden van Israël te beladen: de echte vijand zou de islam zijn, en niet het Vaticaan. Ik doe niet in vijanden, maar probeer met oprechte bedoelingen de  humanistisch geïnspireerde mensen (en daar zitten nogal wat christenen en islamieten bij) in de wereld aan te spreken. Maar dan heb je dus weer paus Benedictus XVI.
Kijk, hoe is het toch in godsnaam of in naam van de mensheid mogelijk om zo bekrompen en zo moreel verwerpelijk op te komen in de (reeds gehavende) gezagspositie die paus en Vaticaan hebben/hadden en de manifeste bewuste en bedoelde antihumane opstelling tegen de mens en de mensheid te blijven preken in een context waar mensen creperen van honger en ziekte? Ik vergeet even mijn spreekwoordelijke rustige en tolerante instelling en vraag me hard en confronterend af hoe die gerokte (jaja, onverdraagzaam hoor, maar heeft hij een jurk aan of niet soms?) en volslagen wereldvreemde moraalridder het in zijn hoofd haalt om noodlijdende en behoeftige mensen in het armlastige zwarte Afrika banvloeken naar het hoofd te slingeren over de onheilsweg van de seculiere maatschappij? Welk recht denkt zo’n man te hebben, en wat stelt zijn instituut eigenlijk voor in dat opzicht? Wat heeft hij voor te leggen als realisatie van menselijke bevrijding, van menselijk geluk en van reële hulp door maar te blijven preken dat condooms (die bewezen levens redden) verwerpelijk zijn en dat de ontkenning van lichaam en zinnelijkheid, zoals dat in het katholieke clubje nu al eeuwen voor verwrongen en hoog gefrustreerde oorlogvoerende groepen verantwoordelijk kan geacht worden, heilzaam is en het condoom een product van de duivel dat toelaat om in je armetierige bestaan nog een beetje genot zonder verschrikkelijke gevaren te kunnen hebben? Wat is dat met die man, en dat instituut? De inlijving van echte fascisten zoals Williamson met zijn ontkenning van de joden- en zigeuner- en vrijdenkersuitroeiing was nog niet genoeg. Nu moet het hele mooie en bevrijdende project van de seculiere maatschappij, waarin de mens in alle feilbaarheid (jaja, moeilijk begrip voor wie van zichzelf moet geloven onfeilbaar te zijn) toch wat geluk en genot in dit leven te kunnen hebben zonder de vreselijkste gevolgen, eraan geloven. Want zijne heiligheid weet het weer beter, ondanks de misdaden van het Vaticaan tijdens Wereldoorlog II (met wegkijken van de nazi-misdaden, en nooit enige verontschuldiging) en erna. Dat moet voor de rechtgeaarde katholiek hard aankomen. Dat is een regelrechte provocatie voor heel Europa van de voorbije twee eeuwen, en een absolute belediging van iedereen die in respect en verdraagzaamheid met anderen wil leven. Zou de hoogste paap nu eindelijk willen ophouden met dat overjaars , intellectueel minderwaardig en gefrustreerd gedoe? Waarom kunnen de seculieren beleefd en opbouwend zijn en de hoofdpaap niet? Staat niet onder naastenliefde misschien? Of moeten we echt gaan geloven dat de Middeleeuwse antichrist baas geworden is van de Heilige Stoel, en dat het godsvolk het nog niet door heeft? Ik wens mijn vrienden onder de christenen een beter lot, maar ik ben wel geschokt en werkelijk door dit soort van brutaliteit in mijn eer en in mijn levensbeschouwing aangetast. Dit hoort niet in een moderne samenleving. Ik verwacht excuses van mijnheer Ratzinger aan de vrijzinnigen en de andersgelovigen in Europa. Dan zullen we misschien weer kunnen praten. Tot zolang beschouw ik hem als een petieterig en overjaars fenomeen dat verkeerdelijk en duidelijk onverantwoordelijk aan het roer staat van een gezagsinstantie als de Rooms katholieke kerk. Jammer zegt een kwade want goedmenende vrijzinnige humanist.

Rik Pinxten
Voorzitter Humanistisch Vrijzinnige Vereniging


Euthanasie Eluana brengt Italië op de rand van institutionele crisis

maart 9, 2009

In landen waar de katholieke kerk nog veel explicieter aanwezig is dan in België, kan het euthanasie-debat soms voor heel wat beroering zorgen. Zo ook in Italië, waar de zaak rond Eluana Englaro al tien jaar zorgt voor een hevige juridische en politieke strijd.

Eluana Englaro lag al 17 jaar in coma en werd, op vraag van haar vader, begin februari overgebracht naar een ziekenhuis in Udine waar ze mocht sterven. De rechtse regering-Berlusconi keurde daarop een spoeddecreet goed om de stopzetting van de voeding te verhinderen. De Italiaanse president Giorgio Napolitano weigerde echter het nooddecreet te onderteken, en daarom besliste Berlusconi het parlement in te schakelen. Door de tegenstelling tussen gerecht en president enerzijds en de regering-Berlusconi anderzijds, flirtte Italië met een institutionele crisis.

Op 9 februari kwam dan het bericht dat Eluana was overleden. De ouders van Eluana, die zwaar gekant zijn tegen religieuze begrafenissen, waren niet aanwezig bij de plechtigheid.

Het Italiaanse gerecht bekijkt nu of de vader van Eluana vervolgd kan worden voor moord op zijn dochter. Er zijn ook onderzoeken gestart naar veertien andere personen, onder wie de anesthesist en meerdere verplegers.

bron: www.demorgen.be


25 Belgen per dag laten een officiële wilsverklaring registreren

maart 9, 2009

Sinds 1 september 2008 kunnen mensen in België een officiële wilsverklaring laten registreren bij hun gemeentebestuur. Meer dan 4500 Belgen hebben dat ook al gedaan, zo blijkt uit cijfers van de FOD Volksgezondheid die de gratis krant De Zondag kon inkijken. Gemiddeld betekent dat 25 mensen per dag. Leen Coene van Volksgezondheid spreekt van een succes, en concludeert dat er heel wat vraag geweest moet zijn naar een dergelijke procedure, waar geen notaris of huisarts aan te pas komt.

De wilsverklaring moet in het bijzijn van twee getuigen worden opgesteld en blijft vijf jaar geldig. Zij is trouwens enkel rechtsgeldig als de patiënt in een onomkeerbare coma ligt, en laat geen ruimte voor specificaties of nuanceringen.

bron: De Zondag, 1 maart 2009


Luxemburg geeft groen licht voor euthanasie

maart 9, 2009

Sinds eind vorig jaar is Luxemburg het achtste land ter wereld dat een wettelijke regeling heeft over euthanasie, na Nederland, Zwitserland, België, de VS-staten Oregon en Washington, Andalusië en Thailand. De Luxemburgse wet was al een keer goedgekeurd in februari van 2008, maar het had nog heel wat voeten in de aarde voor er een definitieve versie werd aanvaard. De Raad van State bleef maar wijzingen vragen, groothertog Henri wou de wet niet ondertekenen, en het Vaticaan riep de Luxemburgse parlementsleden op om tegen de wet te stemmen.

Het Luxemburgse parlement was echter vastbesloten. Middels een grondwetswijziging werd de macht van de groothertog ingeperkt, en de aanmaningen van de paus misten hun effect: de euthanasiewet werd in december 2008 nipt goedgekeurd.

bron: www.demorgen.be


Opnieuw wachtrijen aan Vlaamse scholen

maart 6, 2009

ANTWERPEN – In verschillende steden in Vlaanderen staan er opnieuw wachtrijen van ouders die hun kind willen inschrijven. De grootste problemen doen zich voor in Brussel en Antwerpen, maar er zijn ook inschrijvingsfiles in Leuven.
De decreetwijziging waardoor lokale overheden zelf hun inschrijvingsbeleid kunnen vormgeven, zogt voor grote regionale verschillen. Volgens Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) ligt een gebrek aan onderlinge afspraken tussen de scholen aan de basis van de wachtrijen.

Alle steden hebben een eigen aanpak van het inschrijvingsbeleid. Gent is de voorbeeldstad, zo zegt een woordvoerder van Vandenbroucke. Er staan geen rijen omdat daar in het Lokaal Overlegplatform (LOP) werd beslist dat alle scholen een centraal inschrijvingsregister gaan gebruiken.

Ouders kunnen zich op het internet aanmelden om hun kind in te schrijven en creëren zo een virtuele wachtplaats, waardoor het niet nodig is om voor de school te kamperen.

De bedoeling was om dergelijk systeem ook in Antwerpen in te voeren vanaf dit jaar, maar de scholen kwamen niet tot een onderling akkoord. Daardoor blijft ‘wie eerst komt, eerst maalt’, de regel. Het resultaat is dat er al sinds dinsdag aan een lagere school in Borgerhout ouders kamperen, zegt Antwerps schepen van Onderwijs Robert Voorhamme (SP.A).

Hun actie vond navolging in de stad Antwerpen in een drietal andere lagere scholen en sinds zaterdag staan er ook wachtrijen aan populaire middelbare scholen zoals het Sint-Lievenscollege. Verwacht wordt dat in de loop van zondag er nog meer ouders voor de schoolpoorten zullen postvatten.

Voorhamme betreurt dat het LOP in Antwerpen niet tot een compromis kon komen, met alle gevolgen vandien. Hij besliste alvast om in het stedelijk onderwijs de ouders binnen te laten wachten om de hele martelgang wat menselijker te maken.

Sommige scholen in Antwerpen openen hun deuren zondagavond om middernacht al om te starten met de inschrijvingen. Dat kan immers officieel vanaf 2 maart en bepaalde instellingen nemen die datum onder druk van de wachtrijen nogal letterlijk op.

In Brussel zijn de wachtrijen mogelijk nog langer dan in Antwerpen omdat ook daar geen concrete afspraken zijn gemaakt. In Leuven werd er een mini-overeenkomst gemaakt in de secundaire scholen van het vrij onderwijs. In de lagere scholen is het daardoor ook kamperen geblazen.

In Antwerpen zou er alvast binnen het LOP gewerkt worden aan een oplossing tegen volgend jaar.
Kld, DS – 1 maart 2009


‘Dit zijn geen gelijke onderwijskansen’

maart 6, 2009

De ouders die dagen voor de poort van het Sint-Jan Berchmanscollege in Brussel kampeerden, zijn niet te spreken over de inschrijvingen. ‘Dit systeem geeft macht aan ouders met geld en tijd.’

Zwerfwagens en busjes nabij de schoolpoort van het Sint-Jan-Berchmanscollege in Brussel. Dranghekken voor het geval dat de sfeer wat grimmiger zou worden. En een lange rij jonge ouders.

Zeventien dagen geleden vatten de eersten hier post. Er werden een wachtlijst en een reglement opgesteld: wie langer dan twaalf uur onaangekondigd afwezig bleef, werd van de lijst geschrapt. De hele procedure werd opgevolgd door een gerechtsdeurwaarder.

Fred Dejonckheere kon als eerste zijn zoontje Achiel inschrijven. Zijn vriend Raoul kampeerde zeventien dagen voor de schoolpoort. ‘Ik zit nu met een heel dubbel gevoel. Ik ben natuurlijk opgelucht: het is gelukt, hij is binnen. Maar ik ben zeker niet trots op wat ik hiervoor heb gedaan. Dit systeem dwong ons hiertoe.’

‘Ongelooflijk dat dit in het geciviliseerde België kan gebeuren,’ zucht Steven Verhasselt, die een week voor de poort kampeerde. ‘Met deze voorrangsregels krijgen alleen de ouders die zich twee weken kunnen vrijmaken een kans. Maar niet iedereen heeft de tijd of de middelen. Sommige ouders sliepen comfortabel in een gehuurde mobilhome, anderen hebben twee weken in een tent geslapen. Eén moeder is daardoor met een longontsteking naar het ziekenhuis gebracht. Dit zijn geen gelijke onderwijskansen.’

‘Wij geloofden dat degelijk Nederlandstalig onderwijs in hartje Brussel vanzelfsprekend was, maar dat is het dus niet’, zegt een ouderpaar dat twaalf dagen voor de poort kampeerde.

‘Ons kind mocht zeker niet in een concentratieschool belanden. Als er te weinig Nederlandstalige kinderen in een klas zitten, daalt de kwaliteit van het onderwijs. Het is geruststellend om hier te zien hoeveel ouders begaan zijn met degelijk, Nederlandstalig onderwijs voor hun kind. Een school is geen goedkope babysit. Het is elementair in de opvoeding.’

Het laatst in de rij staat Leila Maher. Ze nam speciaal het vliegtuig uit New York om haar zonen in te schrijven. Maher woont tijdelijk met haar gezin in het buitenland, maar komt binnenkort weer in Brussel-centrum wonen.

‘Dit is een pervers systeem. Kinderen uit de buurt zouden toch voorrang moeten krijgen?’ Maher vreest dat ze haar zonen door de geringe capaciteit in de Nederlandstalige scholen in een Franstalige school zal moeten inschrijven. ‘De Rand is geen optie, want dan moet ik elke dag twee uur vroeger opstaan om de files te trotseren. Je zou bijna willen dat je niet gestudeerd had, dan kreeg je misschien voorrang.’

Af en toe kwam er ook iemand aanwaaien die niet had gekampeerd, maar toch op een miraculeus vrijgekomen plekje hoopte. Directeur Luc De Coninck stelde hen meteen teleur: ‘Er zijn nog nul vrije plaatsen. In deze voorrangsronde mag ik maar 45 procent Nederlandstaligen en 30 procent GOK-leerlingen (kinderen die vallen onder het decreet Gelijke Onderwijskansen) toelaten. Ik kan u op een wachtlijst zetten tot eind maart. Daarna vervalt de lijst en moet u weer aanschuiven op 4 mei, voor de tweede inschrijvingsronde.’

De Coninck hoopt dat er snel een oplossing komt. ‘Maar een consensus in Brussel vinden is niet eenvoudig. Er zijn helaas nog te veel verschillende visies.’
Lennie Stinissen, DS – 3 maart 2009


Studentencomités voor sans-papiers verenigen zich

maart 6, 2009

BRUSSEL – De studenten van de actie- en steuncomités voor de mensen zonder papieren van verschillende instellingen hoger onderwijs verenigen zich in een federatie. Dat beslisten ze tijdens een algemene vergadering in de ULB.
De steuncomités willen ‘hun acties coördineren’ en ‘ze samen voeren om de druk op de regering op te drijven’. De nieuwe federatie eist de toepassing van het regulariseringsluik van het regeringsakkoord van 18 maart 2008. Ze vreest dat de opgelegde criteria te streng zijn.

De comités roepen op tot een algemene staking van het hoger onderwijs op 18 maart, met acties in heel België.
De vakbonden ABVV en ACV, die woensdag op de vergadering aanwezig waren, zeggen op dezelfde golflengte te zitten als de comités.
DS, 4 maart 2009


www.evolutietheorie.be

maart 6, 2009

Persbericht Kabinet Vlaams minister van Onderwijs en Vorming (12 februari 2009)

Ondanks het enorme wetenschappelijke succes van Darwins evolutietheorie, bestaan hierover nog veel misverstanden en vooroordelen. Om aan kinderen, jongeren en iedereen die interesse heeft in de evolutietheorie beter uit te leggen waarover ze wel en niet gaat, is vanaf vandaag de website www.evolutietheorie.be online. Deze website van de Universiteit Gent, in samenwerking met diverse partners, biedt op een wetenschappelijk verantwoorde manier teksten en beeldmateriaal aan over de evolutietheorie. Ze maakt deel uit van het project Wetenschapscommunicatie en Evolutietheorie waarvoor minister van Onderwijs Vandenbroucke 200.000 euro uittrekt.
Frank Vandenbroucke: “Vooral in de Verenigde Staten, Nederland en het Verenigd Koninkrijk is het ideeëngoed van creationisme en intelligent design opvallend aanwezig. Maar ook bij ons kent dit pseudowetenschappelijke denken verspreiding, wat ongetwijfeld voor een deel te maken heeft met vooroordelen en misverstanden over wetenschap in het algemeen en de evolutietheorie in het bijzonder. Het project Wetenschapscommunicatie en Evolutietheorie kan bijdragen tot de wetenschappelijke geletterdheid van kinderen, jongeren en volwassenen.”
Vandaag is het tweehonderd jaar geleden dat Charles Darwin werd geboren. In 2009 is het ook honderdvijftig jaar geleden dat Darwins belangrijkste boek “On the origin of species” (Over de oorsprong van de soorten) verscheen. Darwins inzichten veranderden onze visie op de geschiedenis van het leven ingrijpend. Zijn theorie legde het fundament voor een wetenschappelijke verklaring van de eigenschappen van organismen en van het ontstaan, de verspreiding en het uitsterven van soorten. Ook de herkomst en de ontwikkeling van de mens kunnen we dankzij het werk van Darwin begrijpen.
Ondanks het enorme succes van deze evolutietheorie bestaat nog veel discussie over de werkelijke en vermeende gevolgen voor ideologie, politiek en geloof. Sommige jongeren lopen bijvoorbeeld hoog op met het ideeëngoed van het creationisme en intelligent design. Het is belangrijk om erop te wijzen dat evolutietheorie, zoals alle wetenschappelijke kennis, over de feitelijke werkelijkheid gaat, en niet over waarden, normen of zingeving. Kennis van de moderne evolutietheorie, honderdvijftig jaar na Darwin, is essentieel om inzicht te krijgen in de kennis van alle levenswetenschappen, zoals bijvoorbeeld genetica, anatomie, geneeskunde en ecologie. Alleen al daarom is het belangrijk dat evolutietheorie aan bod komt in het onderwijs.
Via de eindtermen van de derde graad biologie is de evolutietheorie stevig verankerd in het algemeen secundair onderwijs. Voor het beroeps-, kunst- en technisch onderwijs is die sluitende verankering er niet, gezien het beperkter aanbod aan wetenschappen. Deze eindtermen kunnen worden herzien tijdens de volgende legislatuur zodat de evolutietheorie vanaf dan wellicht in alle onderwijsvormen een plaats krijgt. In het beroeps-, kunst- en technisch onderwijs kunnen de scholen vandaag al aandacht besteden aan evolutietheorie, bijvoorbeeld in de lessen ‘Project algemene vakken’ en wetenschappen.
De eindtermen natuurwetenschappen van de eerste graad zijn zopas vernieuwd en worden binnenkort voorgelegd aan het parlement. Wetenschappelijke vaardigheden moeten de jongeren op een wetenschappelijke manier leren nadenken over natuurlijke verschijnselen en hypothesen leren formuleren. Deze vaardigheden geven een aanzet om in de hogere jaren de evolutietheorie aan bod te laten komen.
De website www.evolutietheorie.be biedt tal van wetenschappelijke artikels aan over de evolutietheorie. Sommige zijn vertaald naar het Nederlands, andere zijn geschreven door Nederlandstalige onderzoekers en docenten. Zowel leraren en leerlingen uit het secundair en hoger onderwijs en algemeen geïnteresseerden kunnen hiermee aan de slag. Naast teksten zijn er ook video-opnames van lezingen die meer uitleg geven over wetenschappelijke, historische, filosofische en andere vragen rond de evolutietheorie. Ook voor kinderen is er een link die o.a. zeer toegankelijke tekenfilmpjes bevat over het recht van de sterkste, natuurlijke selectie,… Vanzelfsprekend zal de komende jaren het informatieve aanbod op de website verder toenemen.


Media over de eigen mediaproducten: incestueuze berichtgeving?

maart 5, 2009

Goed nieuws is geen nieuws… Behalve over jezelf
Er zijn drie soorten leugens: lies, damned lies en statistics. Het is een eeuwenoude boutade die nog niets van haar pluimen verloren heeft. Want als we de statistieken moeten geloven, boekt elke krant kwartaal na kwartaal en jaar na jaar vooruitgang en bereiken de Vlaamse kranten steeds meer en jongere lezers én vervrouwelijkt hun publiek. Relevante informatie of zuivere reclame, de kranten vullen er gewillig hun pagina’s mee. “Ik stoor me vooral aan het gebrek aan continuïteit. Ook als het minder goed gaat, moet je cijfers geven”, vindt Pol Deltour.

“Er dringt zich een strikte scheiding op tussen de berichtgeving enerzijds en reclame, promotie en merchandising anderzijds.” Zo reageerde de Vlaamse Vereniging voor Journalisten eind 2007, toen Corelio-hoofdredacteur Peter Vandermeersch verkozen werd tot ‘Marketeer van het Jaar’. De marketingafdeling op een andere verdieping, in een andere vleugel of toch minstens achter een fysieke scheidingsmuur, dat is wellicht wat de meeste mensen zich dan voorstellen bij zo’n “strikte scheiding”.

Maar zo’n scheidingsmuur houdt lang niet alles tegen. Want wat als de marketingdienst niet nodig is om promotiecampagnes op touw te zetten? Wat als redacteurs het zelf kunnen doen? En wat als de CIM-cijfers daar op regelmatige tijdstippen een ideale gelegenheid toe bieden?

Eén keer per jaar maakt het Centrum voor Informatie over de Media (CIM) de bereikcijfers van de pers bekend. Daaruit blijkt hoe vaak elke krant gelezen wordt en hoe de gemiddelde lezer van elke krant eruit ziet. Jong of oud? Man of vrouw? Hoog opgeleid of niet?

Veel doet het CIM echter niet met die cijfers. De vzw, die de reclameagentschappen, de media en de adverteerders samenbrengt, beperkt zich immers tot het uitvoeren van de survey, het verwerken van de resultaten en het beschikbaar stellen van de cijfers. De interpretatie van die cijfers laat ze over aan adverteerders, bestuurslui uit de mediasector en journalisten. En dat leidt al eens tot uiteenlopende artikels en krantenkoppen. Terwijl De Tijd in 2007 bijvoorbeeld “Kranten verliezen lezers” kopte, pronkte in De Morgen “Kranten zijn in topvorm” boven een artikel over dezelfde cijfers.

VERLEIDINGSSPEL
Bij het CIM tilt men echter niet zwaar aan die uiteenlopende interpretaties. “We spreken daar eigenlijk nauwelijks over, alleen als er echt manifeste fouten gepubliceerd worden”, zegt Stef Peeters, algemeen directeur van het CIM. “Meestal gaat het maar om een selectieve lezing van de cijfers en – eerlijk gezegd – daar dienen die cijfers ook voor. Het zijn instrumenten in het spel van verleiding en onderhandeling in de advertentiewereld. De bron is betrouwbaar en de leden van het CIM mogen die cijfers volgens eigen inzicht gebruiken. De markt corrigeert zelf wel de misbruiken of het ongeloofwaardig gebruik van cijfers.”

Volgens Pol Deltour, nationaal secretaris van de Vlaamse Vereniging van Journalisten, is zo’n gekleurde berichtgeving een oud zeer. Deltour volgt de redenering van Peeters niet. “Ik vind dat het CIM zijn opdrachtgevers te veel naar de mond praat. De vereniging redeneert te commercieel en heeft de neiging de eenzijdige berichtgeving te relativeren. Ik vind het normaal dat uitgevers die cijfers gebruiken in hun onderhandelingen met adverteerders. Maar moet dat via de krant gebeuren, met de lezer als getuige? De hoofdredacteurs hebben de taak zo objectief mogelijk te berichten over een bepaalde situatie.”

Het CIM zelf voelt zich echter niet geroepen om over die objectiviteit te waken door zelf de cijfers toe te lichten en te analyseren. “De rol van het CIM is inderdaad vrij beperkt”, bevestigt Stef Peeters. De website van de vereniging omschrijft het als volgt: “Het CIM stelt zich tot doel zijn leden op permanente en regelmatige basis binnen de kortst mogelijke termijn nauwkeurige en betrouwbare gegevens te leveren die noodzakelijk zijn voor de objectieve weergave en de optimalisering van de reclamebestedingen in België.” Peeters vult aan: “In overleg met alle spelers op de publiciteitsmarkt stellen wij alles in het werk om betrouwbare cijfers te leveren over bereik en bestedingen. Onze leden zijn best in staat om zelf hun (langetermijn)analyses te maken. Het CIM ziet erop toe dat er geen manifest misbruik wordt gemaakt van de cijfers, maar daar houdt het op.”

CHAMPAGNE EN ARTIKELS
Op “manifest misbruik” van de cijfers konden we de Vlaamse kranten de voorbije zes jaar niet betrappen. Maar dat de berichtgeving omtrent de CIM-cijfers regelmatig bijgekleurd wordt, valt moeilijk te ontkennen. Dat blijkt uit een analyse van artikels die berichten over de bereikcijfers en die tussen 2002 en 2007 in de Vlaamse dagbladen verschenen zijn. Of een krant lezers gewonnen dan wel verloren heeft, vertaalt zich in de manier waarop de kranten uitpakken met die bereikcijfers.

Zo stellen we vast dat het aantal krantenartikels over de CIM-cijfers over de jaren heen parallel verloopt met de situatie op de Vlaamse krantenmarkt. Als de Vlaamse kranten erop vooruit gaan, neemt ook het aantal artikels toe. Dat aantal neemt af als de dagbladen rake klappen krijgen. Kranten besteden dus meer aandacht aan de CIM-cijfers als ze zelf goede resultaten kunnen voorleggen.

Andere cijfers bevestigen dat. Tussen 2002 en 2007 pakten acht kranten uit met twee of meer artikels over de CIM-cijfers. Zeven van die acht kranten hadden een succesvol jaar achter de rug. In 2007 was een groei van 4,1 procent voor De Morgen en een groei van 7,2 procent voor Het Belang van Limburg voldoende om er elk drie artikels aan te wijden. Het Laatste Nieuws spande echter de kroon in 2004. De krant haalde toen voor het eerst meer dan één miljoen lezers, en dat werd niet alleen gevierd met champagne, maar ook met vijf artikels over die CIM-cijfers.

Maar naast het aantal artikels blijkt ook de lengte en de plaats van de artikels samen te hangen met het resultaat van de krant. Van de 25 langste artikels verschenen maar vijf berichten in een krant die zijn lezersbereik zag dalen. En ook de voorpagina is in negen van de tien gevallen pas bereikbaar als de krant met mooie cijfers kan uitpakken. Bij positieve resultaten vinden we de helft van de artikels terug op de eerste twee pagina’s. Als de resultaten tegenvallen, moeten we de eerste tien pagina’s doorbladeren om 50 procent van de CIM-artikels te lezen.

Na een slecht jaar werd de berichtgeving soms zelfs naar de economiekatern verbannen. Op die manier krijgen veel minder lezers de slechte cijfers onder ogen. Bovendien kun je het nieuws vanuit een andere invalshoek bekijken. Toen De Standaard 5,7 procent achteruitging, belandde het CIM-artikel in 2007 op de economiepagina’s en zoomden de kop en de onderkop in op het bedrijfsnieuws: “Krantengroep Corelio nummer een in België. Corelio, de uitgever van onder meer De Standaard, blijft de grootste uitgever van het land”.

DEONTOLOGISCHE FOUTEN
Pol Deltour vindt het normaal dat verschillende kranten een ander verhaal brengen rond dezelfde cijfers. “Je kan niet verwachten dat kranten de CIM-cijfers letterlijk en integraal publiceren. Eigen klemtonen moeten kunnen.” Toch heeft Deltour een dubbel gevoel bij de CIM-bericht-geving. “Ze doen de waarheid nooit geweld aan, ze liegen niet en ze verdraaien geen cijfers. Maar de sfeer is uiteraard wel heel marketinggericht. Grote deontologische fouten kunnen we het niet noemen en er is ook nog nooit een formele klacht ingediend naar aanleiding van dergelijke berichtgeving. Maar gelukkig ben ik er niet mee.”

Wat Deltour vooral stoort, is het gebrek aan continuïteit. “Als je de CIM-cijfers geeft, erken je het belang van die resultaten en vind je dat de lezer recht heeft op die informatie. Maar dan moet je ze ook geven als het minder goed gaat met de krant.”

CIM-directeur Stef Peeters ziet minder graten in het feit dat de positieve resultaten uitvergroot worden en de minder goede cijfers op de achtergrond blijven. “Bovendien krijg je een vertekend beeld doordat enkel krantenartikels onderzocht werden. Voor ons en voor de professionele reclamemarkt is wat in de dagbladen verschijnt immers secundair. Veel belangrijker is wat gepresenteerd wordt op professionele symposia of wat gepubliceerd wordt in de professionele pers, zoals PUB en Media Marketing, en in de eigen uitgaven van media-agentschappen en reclameregies.”

De adverteerders en reclamebureaus zullen zich dus niet zo snel laten misleiden. Maar de doorsnee burger heeft geen abonnement op vakbladen en verkiest een dagje zee boven dergelijke symposia. Is het daarom geen goed idee om die cijfers door een externe instantie te laten beheren, een instantie die de cijfers niet enkel voor marketingdoeleinden gebruikt, maar ook de wetenschappelijke waarde ervan ten volle benut? “Daar valt heel veel voor te zeggen”, beaamt Pol Deltour. “Het CIM werkt voor opdrachtgevers die zelf voorwerp uitmaken van de CIM-onderzoeken. De cijfers zouden ook toevertrouwd kunnen worden aan een onafhankelijk observatorium voor de media, zoals de Vlaamse Regulator voor de Media.”

CREATIVITEIT
Maar tot het zover is, moet de lezer zich tevreden stellen met de informatie die kranten verschaffen. En daarbij kunnen niet alleen het aantal, de lengte en de plaatsing de misleidende indruk wekken dat het om correcte en relevante nieuwsfeiten gaat. Ook inhoudelijk worden tal van trucjes toegepast om een positieve boodschap over te brengen. Zo komt uit het onderzoek naar voren dat ook de keuze van de krantenkoppen in grote mate samenhangt met het resultaat van de bereikcijfers. Een goede prestatie wordt benadrukt door de naam van de krant in de titel op te nemen. Ook andere verwijzingen naar de eigen krant, zoals “Uw krant”, “Onze krant” en “De krant van één miljoen”, komen vaker voor als het dagblad mooie cijfers kan voorleggen. Daarnaast blijken ook absolute cijfers (“1.060.000 lezers”), percentages (“10 procent”) en rangtelwoorden (“de derde krant van Vlaanderen”) het goed te doen.

En zelfs of u zich momenteel, als schrijver van zo’n gekleurd CIM-artikel, geviseerd moet voelen, hangt samen met de prestaties van uw krant. Goede prestaties worden namelijk veel vaker anoniem gepubliceerd. Op die manier wil men duidelijk maken dat de goede cijfers aan de hele redactie te danken zijn. Óf alleen aan de hoofdredacteur, want ook die kruipt opvallend meer in zijn pen als de krant een goed resultaat geboekt heeft. En vallen de CIM-resultaten tegen, dan is het vooral een uitdaging om dat zo goed mogelijk te verpakken. Dat uitgerekend u dat moet doen, betekent alleen maar dat u volgens uw hoofdredactie over veel creativiteit beschikt…

Auteur: Jonas Truwant

Bron: www.mediakritiek.be


Internet doorbreekt de omerta over mediacrisis

maart 5, 2009

Verontruste professoren schreven samen met de algemeen secretaris van AJP (Association des journalistes professionnels) een vlammend opiniestuk over het brutale ontslag van de hoofdredactrice en drie journalistes van het weekblad Vif/L’Express. Maar zowel le Soir als La Libre Belgique weigerden het stuk. Een mooi voorbeeld van de omerta in de media over de eigen crisis. Het opiniestuk maakte furore op het internet en werd uit eindelijk toch gepubliceerd door La Libre Belgique. Le Soir zag zich verplicht in een artikel uit te leggen waarom het niet gepubliceerd werd.

Op een meeting over de crisis in de media (14/02) hekelde Marc Van de Looverbosch, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Journalisten de zwijgplicht in de media. Volgens Van de Looverbosch is er in een aantal gevallen zelfs sprake van censuur door hoofdredacteuren die niet willen dat het thema in hun krantenkolommen aan bod komt. Het geweigerde opiniestuk over de problemen bij Le Vif is een mooi voorbeeld van die omerta. Zes professoren, een oud-medewerker van RTBF en de algemeen secretaris van de Franstalige journalistenbond waren verontwaardigd over het ontslag van vier journalistes van Le Vif. De vier – die samen 55 jaar anciënniteit hebben – werden per sms ontboden, de mededeling van hun ontslag duurde drie minuten en ze kregen op een zaterdag twee uur de tijd om in aanwezigheid van de bewaking hun archief op te halen.

De tekst herleidt het debat tot een clash tussen stoute uitgevers en journalisten. En dat is een beetje kort door de bocht, vond de hoofdredactrice van Le Soir Béatrice Delvaux. Ambigu en een amalgaam, vond de hoofdredacteur van La Libre Belgique Michel Konen. Het opiniestuk werd dan maar duchtig rondgemaild en op blogs en sites geplaatst. De buzz was zo groot dat La Libre Belgique het stuk uiteindelijk toch plaatste op 29 januari. Le Soir wijdde er dan maar een artikel aan met de uitleg van Béatrice Delvaux waarom de mening van de verontruste professoren en journalisten niet welkom was. De Nederlandse versie vindt u hieronder.

Een journalistiek in het gelid
Het brutale ontslag zonder reden van vier ervaren journalisten van het weekblad Le Vif/L’Express is niet zomaar een spijtige wending in een groot bedrijf zoals er helaas elke dag gebeuren in dit land. Het aan de kant schuiven van medewerkers die tot twintig jaar anciënniteit hebben binnen het magazine en die er mee de waarden en de reputatie van hebben gesmeed, komt in dit geval neer op een zuivering waarvan de intenties zorgwekkend zijn voor de redactionele vrijheid van Le Vif en voor de journalistiek in het algemeen.

De directeur van Le Vif/L’Express die zich eerder bij Trends/Tendances liet opmerken door een neiging om C4’s uit te delen en die bij Le Vif al aan 6 ontslagen, 2 journalisten die vertrokken en 2 verplichte overplaatsingen zit, heeft het zelf gezegd: geen enkele economische reden heeft hem verplicht om de hoofdredactrice en drie gespecialiseerde redactrices de laan uit te sturen. De directie roept slechte relaties tussen de redactieploeg en de hoofdredactrice in. Aangezien de directie er niet in geslaagd is om die problemen op te lossen koos ze dan maar voor de meest radicale manier om er een einde aan te maken. Het voorwendsel is niet alleen licht maar slaat bovendien ook niet op alle betrokken journalisten. Uit de wals van ontslagen die bij Le Vif drie jaar geleden werd ingezet, spreekt een constante obsessie: de redactie van het belangrijkste algemene nieuwsmagazine in de Franstalige gemeenschap in het gelid doen lopen. Een redactie die juist haar geloofwaardigheid had gebouwd op een totale onafhankelijkheid van analyse en oordeel zowel tegenover de eigen aandeelhouders – de Vlaamse groep Roularta – als tegenover de politieke en economische machten binnen de Belgische samenleving.

Meer dan twee decennia lang kon Le Vif/L’Express een veeleisende journalistiek verdedigen, bezorgd om de pertinentie en het nut voor de lezers van de onderwerpen die werden aangeraakt. In naam van die ethiek kon het wel eens nodig zijn om een adverteerder boos te maken, om een minister tegen de schenen te schoppen of om een thema aan te snijden dat moeilijker te verkopen is. Dat was niet meer vanzelfsprekend van zodra de directie van Roularta, verontrust door een lichte daling van de verkoop, overtuigd raakte dat ervaren journalisten vervangen moesten worden, dat alle hoofden die er boven uitstaken moesten worden afgehakt en dat gehoorzaamheid aan de economische eisen van het bedrijf de nieuwe geloofsbelijdenis moest worden.

De uitgever van Le Vif is niet de enige die zo zijn redactie het vermogen ontneemt om zelf de prioriteiten vast te leggen en de actieradius te bepalen. Zowel in België als daarbuiten kiezen al te veel ondernemers er voor – soms in naam van economische moeilijkheden – om de inhoud te verarmen, het personeelsbestand in te krimpen, de onafhankelijke geesten en kritische pennen aan de kant te schuiven, onstuimige talenten in te tomen en de voorkeur te geven aan onderdanige hoofdredacteurs.

Le Vif/L’Express is het enige algemene weekblad met een ruime verspreiding in de Franstalige gemeenschap. Diegenen die het van binnenuit ontmantelen dragen een grote verantwoordelijkheid tegenover de hele publieke opinie.

Bovenop de zorg voor de toekomst van de ontslagen journalisten maar ook voor hen die blijven, komt de verbazing over de sociale brutaliteit: de vier journalisten werden ’s avonds per sms ontboden om ’s morgens in alle vroegte de bons te krijgen en het verbod om nog langs te komen op de redactie om hun persoonlijke spullen op te halen. De zaterdag daarop kregen ze daarvoor twee uur onder het toeziend oog van de bewaking. Welke grote fout, welk misdrijf hebben zij gepleegd om zo’n misprijzen te verdienen? Niets rechtvaardigt zo’n geweld in de sociale relaties die in dit geval gepaard gaat met een echt misprijzen voor het arbeidsrecht en contrasteert met het imago van het vredige familiebedrijf dat Roularta zo graag koestert. De reactie van de redactie van Le Vif die zes dagen staakte en de onvoorwaardelijke steun van de journalistenbond en de vakbonden toont aan dat de grenzen van het toelaatbare werden overschreden.

De financiële crisis, de val van de reclame-inkomsten, de technologische diversifiëring van de media en de investeringen die daarmee gepaard gaan kunnen nooit rechtvaardigen dat de journalistiek herleid wordt tot enkel haar economische waarde, dat de journalisten niet langer de waakhonden van de democratie zijn maar de vlijtige soldaten die geformateerde inhouden moeten verkopen om te voldoen aan de commerciële eisen op korte termijn.

Wij hebben ervaren, vrije en onafhankelijke redacties nodig die bovendien voldoende groot zijn. Zoals we ook meer nood hebben aan denkvermogen, ervaring en journalistieke cultuur dan aan extreem gevulgariseerde bladen die zoveel mogelijk mensen moeten behagen. Het gedrag van bepaalde managers en de besparingsplannen zowel in het noorden als het zuiden van het land gaan niet in die richting. Onze media moeten hun intellectuele capaciteiten behouden: respecteer dus de journalisten!

Auteur: Christophe Callewaert
Dit verscheen eerder op indymedia.be

Originele tekst op agjpb.be aan de hand van
Pascal Durand (ULg), Benoit Grevisse (UCL),
François Heinderyckx (ULB), Claude Javeau (ULB),
Jean-Jacques Jespers (ULB), Hugues le Paige (revue Politique),
Gabriel Ringlet (UCL), Martine Simonis (AJP), Marc Sinnaeve (Ihecs)


EFIJ: funding for European investigative journalism that breaks through national barriers

maart 5, 2009

It is a common belief that well-researched, in-depth investigative journalism is in danger as newspapers worldwide are forced to cut costs in order to survive. By its very nature, investigative journalism is time-consuming, resources-consuming and not as likely to rake in readers as breaking news stories.

But it is also one of the most crucial areas of journalism with regards to its impact, and necessary if the press is to maintain its vital role as watchdog over governments and powerful institutions in a democratic society, and therefore arguably essential to save. Guardian writers Bruce Ackerman and Ian Iyres recently wrote that solutions to the newspapers industry’s woes should focus exclusively on “the collapse of investigative journalism, not the fate of particular delivery systems.” The Editors Weblog spoke to Brigitte Alfter, director of a new European fund, which is doing just that.

The European Fund for Investigative Journalism was launched last week, as a project run by the Belgian Pascal Decroos Fund, although it hopes to become a separate entity in the future. It seems as if there is an increasing need to fund investigative reporting separately from other forms of journalism. “Media is in a time of change,” explained director Brigitte Alfter, “and recently investigative journalism has not been a high priority for editors and publishers.” So the Fund aims to fill this gap, to “keep the quality up.” Europe has been lagging behind the US in terms of finding alternative ways to fund investigative journalism: the US boasts national non-profit investigative reporting outfit ProPublica and local operations such as the VoiceOfSanDiego or MinnPost, as well as more established funds such as the Fund for Investigative Journalism. Why this is the case is not immediately clear and would require some research, but Alfter suggested that part of the reason was America’s “strong philanthropic tradition, that we don’t have in Europe.” It is also possible that the number of newspaper readers has fallen faster in the US, due to more widespread internet usage, among other things, and therefore newspapers have been less able to fund such investigative journalism themselves.

“In Europe we can see that politics, business, even organised crime all cross borders, while journalists and their coverage are often focussed purely on a national target group and are reluctant to cross borders”

The Fund will seek to promote European investigative journalism that crosses national borders, which Alfter sees as a very important aspect of such a project, and one that has not so far been emphasised enough. “In Europe we can see that politics, business, even organised crime all cross borders, while journalists and their coverage are often focussed purely on a national target group and are reluctant to cross borders,” Alfter explained. Along this lines, the grants should provide enough money for the travel and translation costs that such a multi-country story would generate. Stories would be published on a national level, in the countries of those journalists who have contributed, and excerpts or even full stories will appear on the fund’s website.

The plan is to invite proposals for stories on a quarterly basis. The first round of funding is 20,000 euros, provided by Norwegian foundation for freedom of expression, Fritt Ord. The proposals will be assessed by a four-member jury, who will serve for two years and remain anonymous throughout this time. Their anonymity is intended to be a kind of buffer that would mean that they cannot be influenced in their choices, and hence strengthen the credibility of the organisation, believes Alfter. She stressed the care that the fund has taken to make the criteria for choosing pieces public and transparent. Stories which give added value to mainstream coverage will be valued highly, as will those which have relevance to society, and those which involve collaboration between colleagues. One of the issues with investigative journalism is its lack of immediate newsworthiness, and Alfter explained that newsworthiness is not one of the most important criteria that the jury will be looking for. She commented that rather, she hopes that the outcome and impact of stories would be news in itself.

Investigative journalism is evidently more likely to succeed in attracting funding as it represents public interests, and society could suffer significantly without it. If the non-profit, endowed model of news-gathering is to become more prevalent, it is very possible that it would primarily support investigative reporting, to protect it from economic difficulty. Brigitte Alfter expressed her hope that one day the traditional media will once again find enough money to fund a suitable amount of investigative journalism, and explained that she would be delighted if this fund could serve as an inspiration for that. But for now, it appears that it must be funded separately, and she and her team are focussed on providing an impetus to European journalists to take on projects that “go beyond the day-to-day agenda and thus live up to one particular task of journalism, which is to be a watchdog and to provide relevant information to the public debate, that otherwise would not have got out.” Hopefully, they will succeed.

Author: Emma Heald
This article was published on Editorsweblog.org


Groene groei is de enige uitweg

maart 5, 2009

Ban Ki-moon (secretaris-generaal van de Verenigde Naties) en Al Gore (voormalige vicepresident van de Verenigde Staten) luiden de alarmklok: 2009 is het jaar van de waarheid. Als we nu niet investeren in groene energie en in armoedebestrijding, en als we dit jaar in Kopenhagen geen robuust klimaatakkoord hebben, dan zijn de gevolgen niet te overzien.
Economische stimuli zijn thans aan de orde van de dag. Dat hoort ook zo, nu regeringen op alle continenten de wereldeconomie weer proberen aan te zwengelen. Maar de leiders die de economie op dit ogenblik de dringend noodzakelijke nieuwe zuurstof willen geven, zouden er met vereende krachten ook voor moeten zorgen dat het nieuwe feitelijke economische model dat hieruit zal ontstaan, duurzaam is voor onze planeet en onze toekomst.

Op dit ogenblik hebben we nood aan zowel stimuli als investeringen op lange termijn. Ons antwoord op de crisis moet één wereldwijd economisch beleid zijn waarmee we twee doelstellingen kunnen realiseren: tegemoetkomen aan onze dringende en onmiddellijke economische en sociale behoeften, en een nieuwe, groene wereldeconomie op de rails zetten. Dat heet thans ‘groene groei’

Wat houdt dit dan concreet in?
Ten eerste vereist een gesynchroniseerde wereldwijde recessie een gesynchroniseerd wereldwijd antwoord. Ten tweede moet het bij de stimuli die de economie opnieuw aanzwengelen, om weldoordachte en goed uitgevoerde herstelmaatregelen gaan, die ons tegelijk de nieuwe, koolstofarme weg naar groene groei tonen.
De afschaffing van de subsidies voor fossiele brandstoffen – momenteel wereldwijd driehonderd miljard dollar per jaar – zou de uitstoot van broeikasgassen met maar liefst zes procent verminderen en zou overal ter wereld bijdragen tot een stijging van het bruto binnenlands product. De ontwikkeling van hernieuwbare energie brengt soelaas op de plaatsen waar de nood het grootst is. Nu al zijn ontluikende economieën goed voor veertig procent van de bestaande hernieuwbare energiebronnen overal ter wereld, en voor zeventig procent van de zonneboilercapaciteit.

Leiders overal ter wereld en met name in de Verenigde Staten en China worden er zich stilaan van bewust dat groen geen optie maar een noodzaak is, als ze hun economieën willen recht trekken en banen willen scheppen. Enkele cijfers: op dit ogenblik stelt de sector van de hernieuwbare energie wereldwijd 2,3 miljoen mensen tewerk: meer dan het aantal rechtstreekse banen in de olie- en gassector. In de Verenigde Staten is de windenergiesector nu al een grotere werkgever dan de hele mijnsector.

De herstelplannen van president Barack Obama en van de Chinese overheid zijn een belangrijke stap in de goede richting en hun groene maatregelen moeten dringend worden toegepast. We dringen er echter bij alle regeringen op aan om groene stimuli in te voeren op het vlak van energiebesparing, hernieuwbare grondstoffen, openbaar vervoer, nieuwe intelligente elektriciteitsnetten en herbebossing, en om hun inspanningen op elkaar af te stemmen zodat de resultaten snel volgen.

Daarnaast ook beleidsstrategieën nodig om de armoede te bestrijden. Regeringen van de geïndus-trialiseerde landen moeten daarom over de grenzen heen hulp aanbieden en onmiddellijk investeren in rendabele projecten die de productiviteit van de armsten verhogen. Ook de sociale vangnetten moeten worden verstevigd. Een armoedebestrijdingsbeleid houdt ook in dat we investeren in een beter grondgebruik, waterbescherming en droogtebestendige gewassen. Zo kunnen we boeren helpen om zich aan te passen aan het veranderende klimaat, anders kunnen chronische hongersnood en ondervoeding het resultaat zijn.

Er is in Kopenhagen een robuust klimaatakkoord nodig. Het tempo van de klimaatgesprekken moet drastisch worden verhoogd en het thema moet aandacht krijgen op het hoogste niveau, liefst nog vandaag. Dat is de basis voor een echt duurzaam economisch herstel waar wij én de kinderen van onze kinderen in de komende decennia de vruchten van zullen plukken.

Investeren in groene economie is geen optionele kost. Het is een slimme investering voor een eerlijkere, welvarende toekomst.

Bron: DS


Adresboekje voor arme Gentenaren

maart 5, 2009

In onze steden blijft de armoede toenemen. En armoede vergt creatief omgaan met de schaarse middelen. Vandaar het nut van een adresboekje zoals ‘Met weinig geld overleven in Gent’.
Het adressenboekje is een initiatief van Samenlevingsopbouw Gent dat intussen aan zijn tweede editie toe is. ‘Dit adresboekje is een prima initiatief omdat het bijdraagt tot zelfredzaamheid’, vindt schepen Tom Balthazar. Het bevat een hele reeks tips zoals waar je voor 1 euro een warme maaltijd krijgt, waar nachtopvang te vinden is, waar opvoedingshulp geboden wordt, enzovoort.

In 2004 waren in Gent 276 kinderen geboren in kansarme gezinnen wordt geboren, in 2006 ging het om 443 kinderen. Het aantal mensen met een leefloon steeg lichtjes, van 3.273 in 2006 naar 3.557 in 2007. Ook senioren met een klein pensioentje kunnen een financiële ondersteuning krijgen. De strijd om te overleven, wordt steeds feller. We zien ook nieuwe groepen armen opduiken, zoals de alloch-tone gemeenschap, waar de solidariteit afneemt. Ook de armoede bij mensen zonder papieren wordt groter, en meer mensen komen door pech zoals een echtscheiding of werkloosheid sneller in acute armoede terecht.
Begin dit jaar ging een stedelijke cel armoedebestrijding van start, die alle initiatieven terzake moet coördineren. Gent wil in de sector van de sociale economie duizend banen scheppen. Voor het eerst zal men ook particuliere initiatieven die armoede aanpakken, financieel ondersteunen. De stad trekt daar 130.000 euro voor uit, het OCMW brengt 80.000 euro in. De gesubsidieerde organisaties zijn vooral bezig met noodhulp, maar ook met dialoog en zelforganisatie. Ze werken aanvullend op de overheidsdiensten.’
Kris Dom van Samenlevingsopbouw Gent vzw vindt het een prima zaak dat nu ook basisnoden als voedselbedeling op steun van de overheid kunnen rekenen, want armen kampen meestal met nijpende problemen zoals gebrek aan eten, stromend water en kleding.

Bron: DS


Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden’

maart 5, 2009

Pater Luc Versteylen wil in de Scheldestad een interreligieuze dialoog creëren waarbij hij de verschillende gemeenschappen nauw wil betrekken. Dat schrijft hij in zijn nieuwe boek De Verbaasde Bogen, dat nu al forse tegenkanting krijgt uit alle hoeken.
Begin dit jaar protesteerde Versteylen al eens samen met joden en moslims voor de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal tegen het geweld in Gaza. Nu wil hij de verschillende godsdiensten in de Scheldestad dichter bij elkaar brengen. Een mooie, maar moeilijke dialoog die al tijdens de persvoorstelling van De Verbaasde Bogen tegenkanting kreeg. Luc Versteylen en inspiratiebron Tacetdin Cayit van Het Centrum voor Dialoog & Begrip in Antwerpen (Cediba) werden in twee bekende cafés op de Grote Markt geweigerd vanwege de politieke geladenheid van de nieuwe uitgave. De kerk had dan weer bezwaren omdat er te veel seks en een te prominent pleidooi voor samenwerking met de moslimgemeenschap in de publicatie zouden staan.

Versteylen pleit in De Verbaasde Bogen voor meer dialoog tussen de diverse religies. ‘Het kan toch niet dat er zo’n prachtige gebouwen – kerken, moskeeën, synagogen – enkel zijn voorbestemd voor één religie. Waarom delen we die kunstwerken niet in periodes van diepe vreugde maar ook van diepe rouw?’ zegt de stichter van Agalev. ‘Antwerpen moet het Córdoba van de Lage Landen worden, waar alle religies vreedzaam samenleven’, aldus de pater. Om deze boodschap te bekrachtigen kondigde Versteylen aan dat er op 22 maart in zijn brouwerij in Viersel naar aanleiding van zijn 50-jarig priesterjubileum een lentefeest zal zijn waar jonge christenen, joden, moslims en vrijzinnigen gezamenlijk de stap naar volwassenheid zullen zetten, net zoals bij een plechtige communie. (cdh/belga)

Bron: DS


Kortrijk erkent moskee Attakwa, grootste moskee in Oost-en West-Vlaanderen

maart 5, 2009

De stad Kortrijk erkent de moskee Attakwa en adviseert de provincie West-Vlaanderen hetzelfde te doen. De verantwoordelijken van de moskee willen een erkenning door Vlaams minister van Inburgering Marino Keulen (Open VLD). Dat zou veel voordelen met zich meebrengen: zo wordt de imam betaald door het ministerie van Justitie en worden de financiële tekorten door de provincie bijgepast. De stad Kortrijk heeft na het geven van een gunstig advies geen financiële verplichtingen.

Een moslimvertegenwoordiging zat de voorbije maanden rond de tafel met een delegatie van minister Keulen en de stad Kortrijk. Een erkenning kon alleen als aan bepaalde voorwaarden werd voldaan. De moskee moet Nederlandstalige bestuursleden hebben, Nederlandse lessen geven en een boekhouding bijhouden.
Voor het offerfeest kunnen de moslims vanaf nu terecht in de sporthal van het atheneum Drie Hofsteden. Daar komen 1.500 mensen naartoe, de locatie in de Stasegemsestraat is te klein geworden.’

Op 5 maart brengt de provincieraad haar advies uit, waarna minister Marino Keulen de knoop doorhakt. Attakwa wordt de grootste erkende moskee in West- én Oost-Vlaanderen. Nu al komt ongeveer zeven procent van de bevolking in Kortrijk wekelijks naar de moskee.

Bron: DS