Euthanasiewet uitbreiden naar minderjarigen!

16 07 2010

Onderzoekers van het Bioethics Institute van de UGent en de onderzoeksgroep Zorg rond het Levenseinde van de VUB ondervroegen over een periode van 1,5 jaar alle artsen die in Vlaanderen met het overlijden van een minderjarige geconfronteerd werden. In 36 procent van alle sterfgevallen bleek dat één of meerdere beslissingen werden genomen die het levenseinde kunnen bespoedigen, zoals het stopzetten van behandelingen of het opdrijven van pijnmedicatie. Opvallend was dat er in 8 procent van alle sterfgevallen (1 op 12) een middel werd toegediend met het uitdrukkelijke doel het leven van het kind te beëindigen. Dat is dubbel zoveel als bij volwassenen. Meestal gebeurde dat heel kort voor het verwachte overlijden en bij patiënten zonder enig uitzicht op verbetering. In drie kwart van de gevallen verzochten de ouders om de levensbeëindiging. De helft van de bewuste minderjarigen was jonger dan zes.

Opvallend was dat er in geen enkel geval een uitdrukkelijk verzoek van de minderjarige patiënt zelf aan voorafging. Dit betekent dus dat men officieel niet kan spreken over euthanasie, omdat er volgens de Belgische euthanasiewet pas sprake kan zijn van euthanasie als levensbeëindiging gebeurt op uitdrukkelijk verzoek van de patiënt.

Het is voor het eerst dat er voor Vlaanderen betrouwbare cijfers beschikbaar zijn rond het voorkomen van levensbeëindiging bij kinderen. Deze cijfers kunnen helpen om het maatschappelijke en politieke debat te onderbouwen, dat in het verleden al geleid heeft tot verschillende wetsvoorstellen betreffende een uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen.
De onderzoekers pleiten voor een voortzetting en verbreding van het debat rond levensbeëindiging bij kinderen, met bijzondere aandacht voor de betrokkenheid van de minderjarigen zelf. Verder is er nood aan meer onderzoek om beter te begrijpen waarom Vlaamse artsen zich vaak genoodzaakt zien om het leven van een minderjarige patiënt te beëindigen.

Eerder was al uit het onderzoek gebleken dat zo’n 68% van de artsen die in 2007 en 2008 het overlijden van een minderjarige hebben vastgesteld, wil dat de euthanasiewet wordt uitgebreid naar minderjarigen. Ook Vlaamse jongeren tussen elf en achttien mochten hun mening over de kwestie geven: 60% vindt euthanasie aanvaardbaar als het gebeurt op vraag van een terminaal zieke, minderjarige patiënt.

De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging vindt het thema in ieder geval te belangrijk om in de grijze zone te laten en wil graag ijveren voor een uitbreiding van de euthanasiewet naar minderjarigen.

De betrokken onderzoekers:

Geert Pousset
Prof. Freddy Mortier

Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap





Memorandum aan de Belgische politieke partijen

14 06 2010

Beste HVV’er,

Op 6 mei 2010 verzond HVV een Memorandum aan de Belgische politieke partijen. Want federale verkiezingen zijn belangrijk voor een vereniging die zich uitspreekt over federale thema’s als het recht op euthanasie, het recht op abortus en de financiering van de levensbeschouwingen. We hebben ons doelbewust beperkt op het vlak van het aantal thema’s, omdat we uit ervaring weten dat een eisenpakket duidelijker is en meer kans heeft op rendement wanneer het niet te overdadig wordt geformuleerd.
Hieronder vindt u de tekst van het Memorandum, met daaronder een gedetailleerd overzicht van de reacties.

Wij wensen u een aangename en beredeneerde 13de juni toe!

Jacinta De Roeck en Björn Siffer.

Memorandum

Geachte,

Voor u ligt een brief die de belangrijkste bekommernissen weergeeft die wij als vrijzinnige en humanistische vereniging hebben.

De Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV) speelde, en speelt, een belangrijke rol om de ethische thema’s zoals euthanasie en abortus op de maatschappelijke en politieke kaart te zetten.

België is één van de enige landen waar die belangrijke ethische problemen in wetgevend werk omgezet werden. Zo hebben we een abortuswet, een euthanasiewet, een wet op wetenschappelijk onderzoek op embryo’s, een wet die de medisch begeleide voortplanting regelt en wetgeving om de gelijkheid in geaardheid te beklemtonen.

Wetgevend werk komt er dankzij de inzet van partijen, parlementairen en politici, daarbij geruggensteund door de professionelen en het werkveld, de maatschappij en verenigingen zoals de onze.

Heel wat van deze wetten kwamen tot stand tussen 1999 en 2007, tijdens de paars-groene en paarse regeringen.

De euthanasiewet wordt al een aantal jaren in praktijk gebracht en tweejaarlijks geëvalueerd door de federale euthanasiecommissie.

Bewezen werd (en dat merkten we ook met de toepassing van de abortuswet) dat er zeker en vast geen hellend vlak ontstond, zoals de tegenstanders beweerden, en er altijd een ethische reflex blijft bestaan.

HVV vindt het tijd om tijdens de volgende legislatuur wetgevend werk te doen dat de bestaande wetgeving uitbreidt of/en verfijnt.  We vragen daarom dat uw partij onze voorstellen opneemt in het partijprogramma voor de volgende verkiezingen en daarmee uiting geeft aan het feit om ervoor te gaan tijdens  de volgende legislatuur.  Wat zijn voor ons de belangrijkste punten voor een vervolledigen van de wetgeving in verband met de ethische thema’s?

1. De euthanasiewet:

Deze wet moet verfijnd en uitgebreid worden.
Wij vragen u dan ook de volgende verfijningen op te nemen in het verkiezingsprogramma van uw partij:

  • De tijdslimiet van de wilsverklaring moet verlengd worden tot 10 jaar. Nog wenselijker zou zijn de tijdslimiet gewoon te schrappen vermits een wilsverklaring steeds herroepbaar is.
  • De gemeenten, die de wilsverklaring registreren, moeten verplicht worden de betrokkene voor het verstrijken van de tijdslimiet hier automatisch van op de hoogte te brengen.
  • Er moet een doorverwijsplicht komen voor de arts die euthanasie weigert.
  • Hulp bij zelfdoding moet ingeschreven worden in de wet.
  • De mogelijkheid tot euthanasie bij ondraaglijk geestelijk lijden moet toegankelijk  gemaakt worden buiten de  beperking van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.
  • Er moet toegezien worden op het feit dat ziekenhuizen die met overheidsgeld werken de euthanasiewet toepasbaar maken.

Bovendien dringen wij erop aan de wet uit te breiden:

  • Voor personen met een onomkeerbare  hersenaandoening of een dementie die vooraf een wilsverklaring schreven.
  • Voor minderjarigen. En dit binnen de huidige wet, zonder afbreuk te doen aan de definitie van het begrip ‘euthanasie’ (de uitdrukkelijke en weloverwogen vraag van de patiënt), en zonder een leeftijdslimiet in te bouwen.  Anders dan in Nederland laat onze wet op de patiëntenrechten deze wetswijziging perfect toe.

2. De wet op de zwangerschapsonderbreking:

  • De termijn van 12 weken, zoals momenteel in de wet vervat, moet uitgebreid worden, gezien de veranderde levensvatbaarheid.
  • Het woord  ‘noodsituatie’ mag vervangen worden door over ‘vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken’. De reden(en) die een vrouw of koppel heeft om de zwangerschap te onderbreken, is vaak zeer complex en niet altijd te vatten in de term ‘noodsituatie’.
  • De toegang tot anticonceptie en hormonentherapie te verzekeren via een betere terugbetaling van de verschillende anticonceptiemiddelen.
  • Alle vrouwen een garantie bieden op een gelijkwaardige toegankelijkheid tot alle methodes voor een vrijwillige  zwangerschapsonderbreking.

3. De financiering van de Kerk:

Dat de Kerk in een diepe crisis zit is duidelijk. De maatschappij is erg geschokt en meer en meer groeit er een ongenoegen voor de Kerk als machtsinstituut en het deel in de financiering dat automatisch zonder objectieve telling naar dit instituut gaat. Historisch bestaat er in België een financiering van de levensbeschouwing die volledig gebouwd is op het monopolie dat de Katholieke Kerk doorheen de tijden heen verwierf.

Dit is niet langer houdbaar. Het maatschappelijk draagvlak is er om de financiering te herbekijken in functie van de reële keuze van de Belg.

Ons voorstel daarvoor is duidelijk:
er moet een toetsing komen aan de sociologische realiteit. Dit kan via een geheime bevraging van de bevolking gekoppeld aan de gemeenteraadsverkiezingen. Zo kan de financiering zesjaarlijks getoetst en aangepast worden aan de realiteit en niet langer aan een forfaitair automatisme.

Ook moet recht op vrijheid van godsdienst in de grondwet vervangen worden door recht op vrijheid van ‘levensbeschouwing’ omdat dit begrip veel ruimer invulbaar is.

Indien u meer informatie wilt over het uitgewerkte  voorstel van HVV hierover dan bezorgen we u dat graag.

We hopen dat u deze voorstellen, na verkiezing, opneemt in uw parlementaire werk.
Indien u bij het lezen van de voorstellen nog vragen heeft, zijn wij graag bereid tot een gesprek.

Vriendelijke groet,

Jacinta De Roeck, Directeur HVV
Björn Siffer, Woordvoerder HVV

————————————————————————————————————————————————————————-

Uitgebreide reacties

We beginnen met een reactie van Open Vld:

Betreft: Memorandum Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging – federale verkiezingen 2010

Uw kenmerk: 066/HVV/6131/NP/memorandum

Geachte mevrouw De Roeck,
Geachte mijnheer Siffer,

Open Vld hecht veel belang aan de gelijkwaardigheid van ieder mens en aan het recht op zelfbeschikking. Inzake ethische kwesties heeft ons land een wetgeving die op vele vragen een humaan en open antwoord biedt. Het is het streven van onze partij om nieuwe ethische vraagstukken op dezelfde open en onbevooroordeelde manier aan te pakken. Natuurlijk moeten we ook blijvend aandacht besteden aan de al verworven ethische grondrechten, zodat deze te gepasten tijde kunnen geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd worden. Uiteraard is het niet wenselijk dat er stappen achteruit zouden gezet worden.

We zijn er ons als partij ten zeerste van bewust dat in de hedendaagse maatschappij diverse ethische kwesties spelen, zoals euthanasie, abortus en de financiering van de kerk of enig andere instelling die met een bepaalde levensbeschouwing gerelateerd is. Dit bleek ook al in het verleden. Zo hebben leden van de Senaatsfractie de afgelopen legislatuur een aantal wetsvoorstellen ingediend die voorzien in het inschrijven in de wet van hulp bij zelfdoding (wetsvoorstel S 4-919), in de doorverwijsplicht voor de arts (S 4-921) en in euthanasie voor minderjarigen (S 4-920).

Ons standpunt inzake ziekenhuizen die met overheidsgeld werken en die er een probleem mee hebben de euthanasiewetgeving toe te passen, is duidelijk: elke persoon of instelling die rechtstreeks of onrechtstreeks vergoed wordt door de overheid is vanuit zijn professionaliteit verplicht om bij te dragen aan de uitvoering van deze wetten, ook wanneer ze tegen zijn of haar persoonlijke overtuiging ingaan. Artsen kunnen op basis van hun persoonlijk geweten beslissen zelf geen abortus of euthanasie op hun patiënten uit te voeren. In elk geval hebben de betrokken artsen en de instelling waarvoor zij werken de verplichting om actief bij te dragen van de doorverwijzing van hun patiënten naar een arts of een instelling die wel de ingreep kan uitvoeren.

Wij vinden ook dat de mogelijkheid tot euthanasie dient uitgebreid te worden naar groepen die er nu geen aanspraak kunnen op maken, zoals naast de eerder aangehaalde minderjarigen ook de personen die terzake op voorhand een schriftelijke wilsbeschikking hebben opgesteld.

Wat de tijdslimiet van de wilsverklaring betreft, is het een terechte opmerking dat deze best zou worden opgeheven vermits deze steeds herroepbaar is.

Ook inzake abortus zijn wij bereid mee te werken aan een aanpassing van de wet.

Zo is Open Vld voorstander van een overheid die een actieve rol speelt in het waarborgen van gelijke rechten voor iedereen, en daarom steunen wij het idee van een gelijkwaardige toegankelijkheid tot alle methodes van vrijwillige zwangerschapsonderbreking voor alle vrouwen.

Een gelijkwaardige toegankelijkheid voor alle vormen van zwangerschapsafbreking gaat niet alleen over een financiële toegankelijkheid, maar heeft ook in belangrijke mate te maken met psychologische factoren bij de sociaal zwakste groep en met de druk vanuit de omgeving. Het laatste verslag voor de evaluatie van abortus leert ons dat mensen uit sociaal-zwakkere groepen vaak te lang wachten en zo de termijn waarbinnen wettelijk abortus kan worden uitgevoerd laten voorbijgaan. We hebben ook geleerd dat er culturele druk wordt uitgevoerd vanuit de omgeving van de vrouw, waardoor zij niet altijd zo makkelijk vrij een beslissing kan nemen met betrekking tot  zwangerschapsafbreking. We zijn van mening dat deze factoren beter in kaart moeten worden gebracht om dan na te gaan hoe we daar meer garanties kunnen bieden aan vrouwen.

De financiering van de erkende erediensten en georganiseerde vrijzinnigheid is te veel de resultante van een historische context en het feit dat ze niet alle op dezelfde wijze gefinancierd worden is aldus niet langer houdbaar. Terecht wordt opgemerkt dat men hiertoe de aanhang op een objectieve wijze dient na te gaan om aldus te kunnen komen tot een transparante financieringswijze.

Net zoals in het verleden steeds het geval is geweest, zal Open Vld zich vanzelfsprekend ook in de komende legislatuur blijven inzetten voor de aangehaalde ethische kwesties. Want zoals terecht door u werd aangestipt, is er weliswaar reeds enige vooruitgang geboekt, maar de af te leggen weg is nog lang.

Met vriendelijke groeten,

Alexander De Croo
Voorzitter Open Vld

————————————————————————————————————————————————————————-

Ook CD&V bezorgde ons een uitgebreide reactie:

De Humanistisch- Vrijzinnige Vereniging vraagt in zijn brief van 6 mei 2010 onderstaande elementen in ons verkiezingsprogramma op te nemen:

1. De euthanasiewet

VERFIJNING

  • De tijdslimiet van de wilsverklaring moet verlengd worden tot 10 jaar. Nog wenselijker zou zijn de tijdslimiet gewoon te schrappen vermits een wilsverklaring steeds herroepbaar is.
  • De gemeenten, die de wilsverklaring registreren, moeten verplicht worden de betrokkene voor het verstrijken van de tijdslimiet hier automatisch van op de hoogte te brengen.
  • Er moet een doorverwijsplicht komen voor de arts die euthanasie weigert.
  • Hulp bij zelfdoding moet ingeschreven worden in de wet.
  • De mogelijkheid tot euthanasie bij ondraaglijk geestelijk lijden moet toegankelijk  gemaakt worden buiten de beperking van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.
  • Er moet toegezien worden op het feit dat ziekenhuizen die met overheidsgeld werken de euthanasiewet toepasbaar maken.

UITBREIDING

  • Voor personen met een onomkeerbare  hersenaandoening of een dementie die vooraf een wilsverklaring schreven.
  • Voor minderjarigen. En dit binnen de huidige wet, zonder afbreuk te doen aan de definitie van het begrip ‘euthanasie’ (de uitdrukkelijke en weloverwogen vraag van de patiënt), en zonder een leeftijdslimiet in te bouwen.  Anders dan in Nederland laat onze wet op de patiëntenrechten deze wetswijziging perfect toe.

CD&V BEOORDELING

1)  Betreffende de tijdslimiet van de wilsverklaringen.  De bedoeling van de wetgever was om de geldigheid van de wilsverklaringen te beperken tot 5 jaar. Bij de totstandkoming van de euthanasiewet is men echter niet erg zorgvuldig geweest en heeft men dat toen onjuist geformuleerd.  Art. 4, §1, derde laatste alinea bepaalt dat men alleen rekening kan houden met een wilsverklaring, als ze minder dan 5 jaar voor het moment waarop de betrokkene zijn wil niet meer kan uiten is opgesteld of bevestigd. De wetgever wou hierbij een beperkende voorwaarde inschrijven, maar heeft in verschillende opzichten zijn doel gemist.

Voorbeeld: 1/1/2003 wordt een wilsverklaring opgesteld; 1/1/2005 is de patiënt niet meer in staat zijn wil te uiten; 1/1/2013 toestand van onomkeerbaar buiten bewust zijn. Hoewel de wilsverklaring al 10 jaar oud is, is ze wel nog perfect geldig. De bedoeling van de wetgever is dus niet nauwkeurig geformuleerd. Deze foute redactie kan dus zeker rechtgezet worden. De uitbreiding naar een geldigheid van 10 jaar of zelfs onbeperkt, is een andere vraag. Deze geldigheidstermijn is namelijk ingebouwd ter bescherming van de patiënt. De inwerkingtreding van een voorafgaande wilsverklaring is namelijk moeilijk te bepalen. Dit geeft veel beslissingsmacht aan de arts. Vandaar dat men wilde dat de opgestelde wilsverklaring nog vrij recent werd opgesteld, zodat ze zeker nog strookt met de huidige wensen van de patiënt.

2)  Betreffende de doorverwijsplicht en de verplichting voor ziekenhuizen, werkend met overheidsgeld, om de euthanasiewet toepasbaar te maken.

Euthanasie is nog steeds een uitzonderingssituatie uit de strafwet, het is in welbepaalde omstandigheden gedepenaliseerd. Het is dus zeker niet zo dat er een objectief recht op euthanasie bestaat. Een recht bestaat pas als daaraan een plicht in hoofde van iemand anders correspondeert. Volgens de huidige euthanasiewetgeving geldt dit alsnog niet. In de huidige euthanasiewet staat geen recht op euthanasie ingeschreven en het staat de instellingen dus vrij om zelf een euthanasiebeleid te ontwikkelen. Vele katholieke ziekenhuizen hebben ook dergelijk geschreven beleid ontwikkeld. Uit een onderzoek van Joke Lemiengre blijkt dat van de 71 ziekenhuizen (van de 81 die waren aangeschreven) die deelnamen aan het onderzoek 63% een euthanasiebeleid hadden. Meer katholieke ziekenhuizen (74%) dan neutrale ziekenhuizen (46%) rapporteerden een beleid te hebben ontwikkeld.

Het klopt wel dat in sommige katholieke ziekenhuizen strengere voorwaarden worden nageleefd. Zo passen zij bijvoorbeeld systematisch de palliatieve filter toe, iets wat niet als voorwaarde werd opgenomen in de euthanasiewet. Maar om dan de uitspraak te doen dat euthanasie in katholieke ziekenhuizen verboden is, klopt totaal niet met de realiteit! Katholieke ziekenhuizen respecteren wel degelijk de wet. Uiteraard zullen de artsen nooit verplicht worden om euthanasie uit te voeren. Euthanasie is in de huidige wetgeving gedefinieerd vanuit de arts-patiënt relatie. De arts beschikt over de vrijheid om in eer en geweten al dan niet in te gaan op een vraag naar euthanasie. Art 14 van de Euthanasiewet: “Geen arts kan worden gedwongen euthanasie toe te passen. Geen ander persoon kan worden gedwongen mee te werken aan het toepassen van euthanasie. Weigert de  geraadpleegde arts euthanasie toe te passen, dan moet hij dit de patiënt of de eventuele vertrouwenspersoon tijdig laten weten waarbij hij de redenen van zijn weigering toelicht. Berust zijn weigering op een medische grond dan wordt die in het medisch dossier van de patiënt opgetekend.”

Denkpistes om instellingen te verplichten om euthanasie te verplichten om euthanasie uit te voeren zijn ongewenst! In dat geval moeten de instelling altijd een arts bereid vinden de euthanasie daadwerkelijk uit te voeren. De arts heeft zijn therapeutische vrijheid en kan dus niet worden verplicht. Redeneren vanuit instellingen is dus zinloos. De instellingen

3)  Betreffende hulp bij zelfdoding in de wet. As such valt hulp bij zelfdoding niet onder de euthanasiewet. Uit verklaringen van sommige leden van de evaluatiecommissie euthanasie naar aanleiding van vorige verslagen bleek echter reeds dat de euthanasiecommissie gevallen van hulp bij ‘zelfeuthanasie’ aanvaardde, als voldaan was aan dezelfde procedurele voorwaarden opgenomen in de euthanasiewet.

Nu wil men dit expliciet in de Wet op de euthanasie inbrengen. Wij zijn hier geen vragende partij voor. De hulp bij zelf-euthanasie wordt anders bijna de ‘geciviliseerde manier van zelfmoord’. Het verschil tussen deze hulp bij zelfeuthanasie en de eigenlijke euthanasie is zo klein, dat we geen argument kunnen vinden om deze wijze op te nemen in de wet.

4)  Betreffende de uitbreiding naar dementerenden en minderjarigen. Eerst en vooral zijn we steeds gekant geweest tegen de uitgangspunten van de ‘paarse’ euthanasiewet. Deze wet vertrekt vanuit de verkeerde beginselen en maakt van euthanasie gewoon een formele checklist waaraan moet voldaan worden om niet strafbaar te zijn. Omdat we vinden dat de huidige wet vertrekt van de verkeerde beginselen, staan we zeker ook niet achter de uitbreiding van de huidige wet.

Bovendien zijn we tegen een categoriële benadering van euthanasie. Ons voorstel vertrekkende van de noodtoestand maakt geen onderscheid naargelang het soort aandoening, naargelang de leeftijd van de patiënt,…

Van bij de totstandkoming van de euthanasiewetgeving hebben wij gewezen op de gevaren en de risico’s van het hellend vlak, waarvan u vindt dat het tegendeel bewezen is. Wij vinden dat we wel in dat discours terecht gekomen zijn. Uw vraag tot uitbreiding naar minderjarigen, dementerenden, en naar geestelijk lijdenden zonder ernstige aandoeningen, bewijst dat ook.

De paarse partijen zijn vertrokken vanuit de wilsbekwame meerderjarige patiënt. Ze stoten nu echter zelf op de grenzen van hun criterium en willen nu euthanasie linken aan categorieën. Nu zijn eerst minderjarigen en mensen met dementie aan de beurt, al snel zal de volgende uitbreiding nodig zijn: psychiatrische patiënten, gehandicapten,…

Een gratuite uitbreiding van de euthanasiewet naar bijvoorbeeld mensen met dementie zou een verkeerd maatschappelijk signaal zijn. De mogelijkheid van euthanasie bij personen met dementie zal immers de balans tussen zelfbeschikking en verbondenheid nog verder doen doorslaan in de richting van individualisme. Bovendien wordt in dat geval euthanasie voorgesteld als de enige afdoende en meest humane oplossing voor een uitzichtloze situatie bij het levenseinde en dreigt elke andere benadering als minderwaardig beschouwd te worden. Dit is telkens opnieuw een kaakslag voor de verschillende hulpverleners, dementen die niet voor euthanasie kiezen en hun familie en vrienden.


2. De wet op de zwangerschapsonderbreking

  1. De termijn van 12 weken, zoals momenteel in de wet vervat, moet uitgebreid worden, gezien de veranderde levensvatbaarheid.
  2. Het woord  ‘noodsituatie’ mag vervangen worden door over ‘vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken’. De reden(en) die een vrouw of koppel heeft om de zwangerschap te onderbreken, is vaak zeer complex en niet altijd te vatten in de term ‘noodsituatie’.
  3. De toegang tot anticonceptie en hormonentherapie te verzekeren via een betere terugbetaling van de verschillende anticonceptiemiddelen.
  4. Alle vrouwen een garantie bieden op een gelijkwaardige toegankelijkheid tot alle methodes voor een vrijwillige zwangerschapsonderbreking.

CD&V BEOORDELING

CD&V is zelf geen vragende partij om de termijn waarin wettelijk een zwangerschapsafbreking kan worden uitgevoerd te verlengen.

3. De financiering van de Kerk

  1. Door de crisis in de Kerk, is de maatschappij geschokt en groeit er meer en meer een ongenoegen voor de Kerk als machtsinstituut en het deel in de financiering dat automatisch zonder objectieve telling naar dit instituut gaat. Historisch bestaat er in België een financiering van de levensbeschouwing die volledig gebouwd is op het monopolie dat de Katholieke Kerk doorheen de tijden heen verwierf. Het maatschappelijk draagvlak is er intussen om de financiering te herbekijken in functie van de reële keuze van de Belg.
  2. Er moet een toetsing komen aan de sociologische realiteit. Dit kan via een geheime bevraging van de bevolking gekoppeld aan de gemeenteraadsverkiezingen. Zo kan de financiering zesjaarlijks getoetst en aangepast worden aan de realiteit en niet langer aan een forfaitair automatisme.
  3. Ook moet recht op godsdienst in de grondwet vervangen worden door recht op ‘levensbeschouwing’ omdat dit begrip veel ruimer invulbaar is.

CD&V BEOORDELING

De actuele zware crisis die de Kerk beleeft, maar vooral de geschokte maatschappijgeest, waar het memorandum naar verwijst, is ongetwijfeld grotendeels het gevolg van de misdrijven die in het verleden door bepaalde, al dan niet vooraanstaande, personen in de Kerk zijn gepleegd. Evenzeer heeft de reactie van de Kerkelijke instanties hierop  heel wat ongenoegen gecreëerd. Het spreekt voor zich dat CD&V het plegen van dergelijke, zware misdrijven en een gebeurlijke lakse reactie hiertegen ten zeerste veroordeelt en erop aandringt dat justitie in deze het nodige doet, zoals ook door de Minister van Justitie gevraagd. Doch kunnen deze fouten van enkelingen moeilijk een afdoende reden zijn om de levensbeschouwelijke pluraliteit die aan de basis ligt van de financiering van de erkende erediensten, als grondbeginsel dienaangaande op de helling te zetten.

Het staat ons bovendien voor dat de andere crisis in de Kerk, zijnde deze van een afkalvende groep praktiserenden, niet meteen tot een geschokte maatschappij leidt, maar hoogstens bij een kleine groep enkele vragen oproept met betrekking tot o.a. de proportionaliteit van de financiering.

Zoals reeds aangegeven, is het uitgangspunt voor de financiering van de erediensten steeds het bewaren van de levensbeschouwelijke pluraliteit geweest. Ook op andere vlakken in onze maatschappij wordt dit als uitgangspunt hoog in het vaandel gevoerd. Dit heeft echter onmiskenbaar zijn prijs, maar, gelet op de grondwettelijke vrijheden dienaangaande, meent CD&V dat dit nog steeds te verantwoorden is. Bovendien dient in deze ook opgemerkt dat een groot deel van de financiering aangewend wordt voor het onderhoud en instandhouden van het cultuur-historisch patrimonium waar de erediensten gebruik van maken. Tellingen van welke aard dan ook, zouden op dat vlak weinig verschil maken, tenzij de overheid ervoor opteert om dit patrimonium niet langer zelf te bewaren.

CD&V meent tenslotte dat het weinig zinvol is de financiering van de erediensten te laten afhangen van een temporele keuze van de kiezer. Waarom iemand op een bepaald moment een bepaalde stem uitbrengt, heeft immers veel te maken met de omstandigheden van het moment en niet noodzakelijk met de sociologische realiteit. CD&V kan zich moeilijk voorstellen dat een dergelijke fundamentele beslissing als de financiering van de erediensten, desgevallend mag afhangen van de gebeurlijke problemen op een bepaald moment of van een soort van populariteitspoll tussen de verschillende levensbeschouwingen. Bovendien is het in ons land niet de gewoonte dergelijke overheidsbeslissingen aan de hand van een volksraadpleging te nemen, maar is het de overheid zelf die haar verantwoordelijkheid ter zake moet opnemen. CD&V ziet niet meteen een reden waarom dit voor de financiering van de erediensten anders zou moeten zijn.

Wat uw vraag betreft met betrekking tot de grondwettelijke bepaling “recht op godsdienst” kan ik u meedelen dat het eerste artikel dienaangaande, zijnde artikel 19, niet voor herziening vatbaar werd verklaard. Dit is wel het geval voor artikel 21 Grondwet, in het bijzonder met het oog op de uitbreiding van de bescherming van de bedienaren der erediensten tot de afgevaardigden van de door de wet erkende organisaties die morele diensten verlenen op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing. CD&V zal deze grondwetswijziging ook steunen.

————————————————————————————————————————————————————————-

Een andere uitgebreide reactie ontvingen we van de MR:

Ter herinnering: in onze politieke partij is stemvrijheid het credo voor dossiers van ethische strekking. Alle parlementsleden beslissen naar eer en geweten, op grond van hun ervaringen en religieuze, filosofische of culturele overtuigingen.
Er wordt geen enkel stemadvies gegeven.

Antwoorden op de vragenlijst:

1) ja, de geldigheidsduur van de wilsverklaring moet verlengd worden.
Conform de huidige wetgeving moet de wilsverklaring telkens na vijf jaar worden bevestigd, om zeker te zijn dat zij niet in een depressieve bui of opwelling is opgesteld, maar dat betekent ook dat iemand die de verklaring vrij en bewust opstelt, haar ook na vijf jaar telkens moet bevestigen. Vijf jaar is snel voorbij. Dat is een zware opgave, ook al omdat voor de bevestiging van de verklaring de hele procedure moet worden herhaald. Als iemand een wilsverklaring opstelt als hij 25 is, zal hij dus bijna tien keer moeten bevestigen.

De geldigheidsduur moet volgens ons opgetrokken worden tot ten minste 10 jaar.  We opteren niet voor een onbeperkte geldigheidsduur omdat er in een leven zoveel kan gebeuren en onze ideeën in de loop der jaren kunnen veranderen. Het is niet raadzaam om de arts die de eindbeslissing moet nemen, een verklaring te overhandigen die op 25-jarige leeftijd opgesteld werd voor een zieke die nu 85 jaar oud is.

Bovendien bepaalt de huidige wet dat de opsteller deze verklaring op elk ogenblik mag wijzigen of intrekken. Uiteraard moeten we deze mogelijkheid behouden.

2) Moeten de gemeenten, die de wilsverklaringen registreren, de betrokkene ervan op de hoogte stellen dat de geldigheidsduur van de verklaring hier automatisch verstrijkt? Neen, laten we de gemeenten niet overbelasten. We vragen artsen evenmin om hun patiënten eraan te herinneren dat ze een herhalingsinenting tegen tetanus nodig hebben… Iedereen moet het heft in eigen handen nemen.

3) Ja, het is overweegbaar om een arts die weigert euthanasie op een patiënt te plegen, te verplichten om hem naar een andere arts door te verwijzen. Dat wordt trouwens voorzien in de wet betreffende de medisch begeleide voortplanting. Wanneer een centrum weigert in te gaan op een verzoek tot in-vitrofertilisatie of een ander verzoek en de patiënten dat wensen, moet het een ander centrum doorgeven dat het verzoek zou kunnen inwilligen (art. 5 van de wet van 6 juli 2007).

4) Moet hulp bij zelfdoding in de wet opgenomen worden? Ja, maar veeleer de hulp bij het sterven. We verkiezen in het Frans de term “aide à mourir” boven “assistance au suicide”. Zelfmoord (suicide) boezemt immers angst in en houdt een veeleer negatieve connotatie met depressie in. Hier gaat het echter niet steeds om een context van depressie: hulp bij zelfdoding kan immers ook in een serene sfeer geboden worden.

De verschillen tussen enerzijds euthanasie en anderzijds hulp bij zelfdoding zijn miniem. Bijgevolg zouden beide noties gezamenlijk behandeld moeten worden. Hulp bij zelfdoding toestaan, houdt in dat de patiënt zelf het ogenblik en de plaats kan bepalen en zelf de verantwoordelijkheid kan dragen van zijn handeling door hem zelf te stellen.

Opgelet: om wettig te zijn, moeten voor hulp bij zelfdoding natuurlijk dezelfde voorwaarden gelden als voor euthanasie. Dat houdt in dat de voorwaarden vervat in artikel 3 van de wet van toepassing zijn, net zoals de andere voorwaarden. De aandoening moet ongeneeslijk zijn en er moet sprake zijn van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden. Deze hulp kan uiteraard uitsluitend door een arts geboden worden. Hij is dus de enige die de patiënt de middelen mag verstrekken waarmee hij zijn leven kan beëindigen. De procedure is identiek, het enige verschil is de persoon die de fatale handeling uitvoert.

Daarenboven kunnen we verwijzen naar het advies van de Raad van State over het wetsvoorstel betreffende de euthanasie, dat ervoor pleit de begeleiding van zelfdoding, een soortgelijk begrip, binnen de werkingssfeer van de voorgestelde wet te brengen. Hulp bij zelfdoding kan immers nu nog beschouwd worden als het niet bijstaan van een persoon in gevaar, wat bestraft wordt overeenkomstig de artikelen 422bis en 422ter van het Strafwetboek. Er moet dus evenzeer als voor euthanasie een wettelijke regeling voor uitgewerkt worden.

5) Momenteel bepaalt de wet betreffende de euthanasie:
de patiënt moet zich als gevolg van een door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening in een uitzichtloze toestand van aanhoudend en ondraaglijk fysiek en psychisch lijden bevinden; en hij leeft de bij deze wet voorgeschreven voorwaarden en procedures na.
Moeten we de voorwaarde in verband met de ernstige door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening schrappen? We denken van niet. Het is belangrijk om het toepassingsgebied van deze wet duidelijk af te bakenen om ontsporingen te vermijden. Euthanasieverzoeken mogen niet lichtzinnig opgevat worden. Het verlichten van de toegangsvoorwaarden mag in geen geval tot een banalisering van deze praktijk leiden.

6) Moeten we erover waken dat de ziekenhuizen die met overheidsgeld werken, de wet betreffende de euthanasie toepassen? Neen, de vrijheid van geweten van de artsen moet gerespecteerd worden. Hetzelfde geldt voor de filosofische en confessionele opvattingen van elke inrichting. Het is ondenkbaar een arts te verplichten om euthanasie op een van zijn patiënten te plegen. Deze vrijheid is trouwens als dusdanig bekrachtigd in de huidige wet en moet dat blijven. De wet moet op dat punt ongewijzigd blijven.

Artikel 14 bepaalt immers dat geen arts kan worden gedwongen euthanasie toe te passen.Geen andere persoon kan worden gedwongen mee te werken aan het toepassen van euthanasie.Weigert de geraadpleegde arts euthanasie toe te passen, dan moet hij dit de patiënt of de eventuele vertrouwenspersoon tijdig laten weten waarbij hij de redenen van zijn weigering toelicht. Berust zijn weigering op een medische grond, dan wordt die in het medisch dossier van de patiënt opgetekend.De arts die weigert in te gaan op een euthanasieverzoek moet, op verzoek van de patiënt of de vertrouwenspersoon, het medisch dossier van de patiënt meedelen aan de arts die is aangewezen door de patiënt of de vertrouwenspersoon.

7) Over dementerende personen : er bestaan verschillende soorten dementie. In de Larousse médical wordt dementie gedefinieerd als een verzwakking van de intellectuele vermogen door een beschadiging van de zenuwcellen in de hersenen. Per definitie is een dement persoon zich dus af en toe weinig of helemaal niet meer bewust van zichzelf, van zijn geestelijke of lichamelijke toestand en van zijn sociale of fysieke omgeving.

In het geval van een volledig verval van de persoonlijkheid is het duidelijk dat euthanasie niet aan de orde is, aangezien de persoon zich niet bewust is van wat hem overkomt. Hoe kan een demente persoon met een ernstige verzwakking van zijn intellectuele vermogens ten gevolge van een beschadiging van de hersenzenuwcellen, in staat zijn om een arts toe te staan euthanasie te plegen en zich volledig bewust te zijn van de gevolgen daarvan?

Wanneer de degeneratie echter geleidelijk is, is het de vraag of de persoon bekwaam is om euthanasie te plegen en zich volledig bewust te zijn van de gevolgen ervan. Hoe en door wie zal de staat van dementie vastgesteld worden? Wat moet men doen als momenten van helderheid en onbewustheid elkaar opvolgen? Deze vragen zijn uiterst delicaat.

Euthanasie toelaten voor personen die niet meer bij bewustzijn zijn (onomkeerbare coma) en die geen wilsverklaring hebben opgesteld. Dat zal geen oplossing bieden voor conflicten tussen artsen onderling of met de familie, of tussen familieleden. Zolang er geen eensgezindheid bestaat over de te nemen beslissing, zal de wet geen oplossing bieden. Kunnen de artsen de mening van de familie negeren en iemand doden die geen wilsverklaring heeft afgelegd? Moet men de naasten van de patiënt volgens belangrijkheid rangschikken om te weten wie het laatste woord mag hebben, in de wetenschap dat de ene familie de andere niet is en dat de belangen van de betrokkenen van geval tot geval verschillend zijn? Bovendien is het risico op economische euthanasie niet te verwaarlozen. Het is een goed middel om bedden vrij te maken in de afdeling intensieve zorg.

8.) Over minderjarigen
Ter herinnering: op grond van de huidige wet kunnen ontvoogde minderjarigen al euthanasie aanvragen.
Op 21 januari 2003, nadat een moeder euthanasie op haar 5-jarig zoontje gepleegd had, herinnerde Philippe Monfils eraan dat een verpletterende meerderheid van parlementsleden de euthanasie op niet-ontvoogde minderjarigen geweigerd had.
De hoofdreden voor de weigering was dat euthanasie een ernstige daad, een laatste uitweg is die alleen verzocht mag worden door een patiënt die zelf, op grond van zijn eigen waarden, kan bepalen hoe hij zijn levenseinde wil regelen.

Dankzij de zeer gedetailleerde wettelijke procedure kan men druk van allerlei aard op de patiënt vermijden en zich ervan vergewissen dat het weldegelijk om zijn persoonlijke wil gaat. Een minderjarige heeft in principe niet hetzelfde onderscheidingsvermogen en vooral niet dezelfde autonomie ten opzichte van zijn ouders.

Indien hierover een parlementair debat opgestart zou worden, denken we niettemin dat het raadzaam zou zijn een onderscheid te maken tussen het begrip « minderjarigen » en het begrip « kleine kinderen ». Het is evident dat een klein kind zijn toestand en de inzet moeilijker zal kunnen inschatten dan een 13- of 14-jarige.

Als we aan euthanasie bij minderjarigen denken, is het dus noodzakelijk om verschillende leeftijdsgroepen en daarop afgestemde procedures te voorzien of om een gevalsmatige beoordeling mogelijk te maken, zich te beroepen op meer oordeelkundige criteria zoals het vermogen van een kind om een mening te vormen, een courante uitdrukking in de wet betreffende de rechten van de patiënt.

Tot slot is er inderdaad een gebrek aan samenhang tussen de bestaande Belgische teksten. De wet betreffende de rechten van de patiënt geeft iedere minderjarige het recht om een behandeling te weigeren. Waarom zou die minderjarige dan minder bekwaam zijn om te oordelen over zijn eigen levenseinde? En als de wet betreffende de euthanasie dat voor een ontvoogd minderjarige toestaat, is een niet ontvoogde leeftijdsgenoot dan minder in staat om de juiste beslissingen te nemen?

We blijven openstaan voor besprekingen over dit punt.

————————————————————————————————————————————————————————-

Andere reacties
Vanuit sp.a kregen we het antwoord dat ons Memorandum voor verdere behandeling werd doorgestuurd naar de studiedienst. De PS antwoordde dat er aan ons Memorandum gevolg wordt gegeven vanaf wanneer dit mogelijk is. Groen! meldde ons dat ze het Memorandum met veel aandacht en interesse lezen.  Ook PVDA+ contacteerde ons bij monde van Harry Dewitte telefonisch over het Memorandum.





Waarom weer die Bijbel in de klas?

31 05 2010

De Nederlandse dichter Lucebert schreef ooit de onsterfelijke versregel: “Alles van waarde is weerloos.” De gelijkheid van man en vrouw, de vrijheid van meningsuiting, het recht op abortus en euthanasie,… Ze zijn verworven, maar zijn ze ook weerloos? Er moet alleszins nog dagelijks voor gevochten worden. Dat wordt nogmaals pijnlijk duidelijk in Italië. Daar heeft het ministerie van Onderwijs zopas beslist om vanaf volgend schooljaar de Bijbel tot verplichte leerstof te maken. Eerst via proefprojecten, later verplichte koek. Niet zozeer tijdens het vaste uur ‘religie’, maar tijdens de vakken kunst, geschiedenis en Italiaans. Geïnspireerd door de foute redenering dat de wortels van onze westerse beschaving christelijk zijn. Dit klopt natuurlijk niet. Het meest eenvoudige voorbeeld om dit aan te tonen is de Gulden Regel. “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. De wortels van deze regel zijn eeuwenoud en niet christelijk. Zelfs niet westers. Confucius in de 6de eeuw voor Christus – ik gebruik opzettelijk de term ‘voor Christus’ –, de Tao Te Tsjing in de 6de eeuw voor Christus, de Griekse denker Isocrates in de 5de eeuw voor Christus: ze gebruikten allen de Gulden Regel om hun denken te funderen. De wortels van onze beschaving zijn Grieks-humanistisch en ook oosters, dankzij de vruchtbare ontmoetingen van Griekse en oosterse denkers in Klein-Azië, lang voor er van het christendom sprake was. Waarmee ik de christelijke bijdrage aan onze cultuur- en ideeëngeschiedenis niet wil negeren. Men moet wel bereid zijn de blik te verruimen, men moet een beetje verder durven kijken dan de eigen kring van gelijkgezinden.

Uiteraard kan het geen kwaad om in de opvoeding van kinderen af en toe eens een verhaaltje, sprookje of parabeltje op te diepen. Dus ook eens iets uit de Bijbel of waarom niet de Mahabharatha. Het kan best educatief zijn. Wat men in Italië echter gaat proberen, lijkt meer op indoctrinatie dan op informatie. En daarvoor zijn scholen niet bedoeld. Het zou de Italiaanse studenten meer bijbrengen moesten ze tijdens de lessen kennismaken met een breed gamma aan filosofische en levensbeschouwelijke ideeën.

Steeds opnieuw merken we dat bepaalde godsdiensten het niet kunnen laten afbreuk te doen aan de verworvenheden van de secularisering. Lucebert had volgens mij ongelijk. Niet alles van waarde is weerloos, je moet alleen beseffen dat niet alles eeuwig verworven is. In Italië zet men nu een stap achteruit, hopelijk blijft Europa waakzaam en weerbaar.

Björn Siffer
Woordvoerder Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging (HVV)





Iedereen mooi en perfect?

31 05 2010

De voorpagina van GVA 20 mei 2010 deed me even schrikken.  Hoofdtitel “Nieuwe trend: op je achtste naar de schoonheidsspecialist”, met subtitel “je kan niet vroeg genoeg beginnen”. Het hedendaags taboe om perfect te willen zijn, baart me zorgen.
Wat is er toch gaande? Moet iedereen perfect zijn? Moeten kinderen al beginnen met hun schoonheidsideaal na te streven?  Is gemiddeld dan niet meer goed genoeg? Waarom altijd beter, sneller, mooier? We leggen niet alleen te veel druk bij onszelf als volwassenen, maar evengoed bij kinderen, blijkt nu.  Waar is die leuze gebleven “Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg”? We vergeten hier rekening te houden met rijping, gewoon opgroeien, gewoon normaal… maar wat is nog normaal?

Is het een ziekte van deze tijd? Ik vrees dat het de normen zijn die ons worden opgedrongen door communicatie, marketing en media. Waar is die positiviteit gebleven, gewoon het mooie van elke mens zien? Waarom moet alles bijgepast worden met alle middeltjes van deze tijd? Het lijkt me juist mooi om te accepteren “wat er is”.  Verandering, ouder worden, opgroeien, al dan niet gepaard met enige succeservaringen zoals graag gezien worden en erbij horen. Je kan je toch ook goed voelen in sociaal contact, ook al heb je dan een puist of twee. Schoonheid vanuit de eigen persoon en nieuwsgierigheid.  Dat laatste is soms zelfs belangrijker dan leren uit kennis, want een interesse hebben, als is het voor treintjes, en bij jonge meisjes voor schoonheid, het is een belangrijk onderdeel van gelukkig zijn. We voelen ons allen “gelukt” als we bezig zijn met wat ons interesseert. Jonge meisjes mogen gerust dromen van een job als model/actrice, het toont een interesse, misschien iets waar ze goed in zijn, in die zin is het mensgestuurd in plaats van maatschappijgestuurd en daarom betreurt die berichtgeving me zo. “Want ze kunnen er maar niet vroeg genoeg mee beginnen”. Nochtans verbetert de levenskwaliteit van mensen niet door de indruk te geven dat we allemaal perfect moeten zijn.

Ter info enkele opvallende resultaten van het enquêteonderzoek van De Maakbare Mens vzw uit 2005. Het betrof een bevraging over esthetische en cosmetische chirurgie, een vorm van plastische chirurgie met ingrepen die het lichaam mooier maken, maar die medisch gezien niet noodzakelijk zijn.  Er werd onder andere de  stelling geponeerd dat het beter is geen esthetische ingrepen te ondergaan omdat het onnatuurlijk is. Bijna de helft van de jongeren is het hier mee eens, bij de 50-plussers is dat slechts een vijfde. Vooral jongeren hebben hun twijfels bij het resultaat van esthetische ingrepen, slechts 20,6% is het eens met de stelling dat het resultaat van esthetische chirurgie mooi is. Bij de 50-plussers is dat 52,8%. Het valt dus op dat oudere mensen positiever staan ten opzichte van esthetische ingrepen dan jongere mensen.
In 2005 keurde de federale kamer, via een amendement van Magda De Meyer en Kathleen van Brempt (beiden sp.a), een verbod op reclame voor borstimplantaten goed. In de gezondheidswet van minister Demotte (PS) werd dergelijke reclame definitief verboden. Dat is goed, maar wat met andere vormen van plastische chirurgie? Het is geen gewoon consumentenproduct, het situeert zich binnen de medische sfeer. Reclame is per definitie subjectief en eenzijdig, en heeft tot doel de verkoop te maximaliseren.

Deze maand is een ander onderzoek door CESO (Centrum voor Sociologisch Onderzoek, KUL) voor In-Petto Jeugddienst (landelijke jeugddienst, erkend door de Vlaamse Gemeenschap) verschenen met de passende titel “Fake”. 3 op de 10 jongeren zouden misschien overwegen om met plastische chirurgie iets aan hun uiterlijk te veranderen. Bijna 9 op de 10 jongeren is ervan overtuigd dat minstens 75% van de foto’s in reclame en tijdschriften fake zijn.  Er is ook website en een FAKE Magazine. Het gaat in de eerste plaats over jongeren zelf. Hoe zij aankijken tegen plastische chirurgie, Photoshop, gadgets als iPhone, de glamourwereld van celebrities… Waar hou jij op en begint je imago? Een interessant onderzoek waarbij we kunnen stellen dat hier andere trends gaande zijn, juist ingaande op een zucht naar authenticiteit: ‘Ik vind het belangrijk dat je bent wie je bent’.

Een reactie van Patricia Van de Velde, educatief medewerkster HVV





Over de aanpassing van de abortuswet

14 04 2010

Op 3 april 1990 werd in België de wet Lallemand-Herman-Michielsens van kracht, waardoor vrouwen die zich in een noodsituatie bevinden hun zwangerschap kunnen laten afbreken tot en met de twaalfde week – of de veertiende week na de laatste menstruatie. De Belgische abortuswet werd dus onlangs twintig jaar oud. Een verjaardag die niet iedereen wilde vieren, zo bleek. In het weekend van 27 en 28 maart vond er in Brussel een ‘Mars voor het leven’ plaats. Een 1700 betogers, vergezeld door aartsbisschop Léonard, protesteerden daarmee tegen het recht op abortus. De organisatoren wilden “de stilte breken rond het lijden en de psychische gevolgen waarmee vrouwen af te rekenen krijgen na een abortus, die ze vaak tegen hun zin en door economische, sociale, familiale of medische druk ondergingen”. Een reactie volgde snel, want op 1 april trok er een ‘Mars voor het recht op abortus in Europa’ door de straten van Brussel. Deze manifestatie werd georganiseerd door de Unie van Vrijzinnige Verenigingen en tal van vrouwenorganisaties, en hield halt voor de ambassades van enkele landen waar abortus nog steeds illegaal is, zoals Polen en Ierland.

Het abortusdebat is daarmee helemaal terug van weggeweest. Intussen hebben ook verschillende politici al van zich laten horen in de kwestie. Minister van Volksgezondheid Laurette Onkelinx denkt erover om de wettelijke termijn waarbinnen een zwangerschap kan worden afgebroken te verlengen. Volgens de minister zouden jaarlijks een duizendtal vrouwen die een abortus wensen (op een totaal van 18000 abortussen), worden doorverwezen naar het buitenland, omdat ze al langer dan twaalf weken zwanger zijn. De Gentse gynaecologe en SP.A-senatrice Marleen Temmerman vindt ook dat de huidige wet op sommige punten herbekeken kan worden, maar wil eerst zo objectief mogelijk vaststellen hoe vaak precies wordt doorverwezen naar het buitenland. Pieter Marechal, de voorzitter van Jong CD&V, laat zich, het mag gezegd, van een erg scherpzinnige en redelijke kant zien. Hij is niet te vinden voor een verlenging van de wettelijke termijn, maar toont zich niettemin bereid tot een constructieve dialoog over een aantal andere aspecten van de abortuswet. Iedereen lijkt het er in elk geval over eens te zijn dat er maximaal moet worden blijven ingezet op sensibiliseren en preventie.

Wat valt er nu eigenlijk nog ten goede te veranderen aan de huidige wet? Als inderdaad blijkt dat jaarlijks een duizend vrouwen door de Belgische gezondheidszorg in de steek worden gelaten omdat ze te laat opmerken dat ze zwanger zijn (en dit kan om verschillende redenen gebeuren, bijvoorbeeld door een onregelmatige cyclus), dan heeft een discussie over de verlenging van de wettelijke termijn zeker zin. Algemeen wordt aangenomen dat een foetus levensvatbaar is – dus eventueel buiten het lichaam van de moeder kan overleven – vanaf 22 weken. Dat is ook de limiet die momenteel in Nederland wordt gesteld.

Verder kan er misschien eens nagedacht worden over de formulering van de wet. ‘Noodsituatie’ bijvoorbeeld, is wel een erg hol woord. Als een vrouw aangeeft dat ze geen kind wil omdat ze zichzelf niet klaar acht voor het moederschap, geldt dit dan als een persoonlijk motief? Of betekent het dat ze de sociale of financiële druk niet zal aankunnen? Vormen deze zaken in een mensenleven in feite niet altijd een onontwarbaar kluwen? Misschien kan de wet beter spreken over ’vrouwen die hun zwangerschap willen onderbreken’, zonder meer.

We moeten proberen om, als vrijzinnig humanisten, het debat zo redelijk en correct mogelijk te voeren. Dat zou alvast meer zijn dan wat Léonard doet, wanneer hij abortus vergelijkt met pedofilie, en zo het werk dat mensen in abortuscentra verrichten op één lijn stelt met het najagen van perverse persoonlijke genoegens. Of Michel De Keukelaere van de ‘Mars voor het leven’, die in Knack geen onderscheid weet te maken tussen abortus en vrouwenbesnijdenis. HVV wil meer intellectuele eerlijkheid aan de dag leggen en is tevreden dat de discussie geopend is.

Marijn Van Dyck
educatief medewerker HVV





Het debat over het debat

9 04 2010

Op 31 maart werd op de campus van de Universiteit Antwerpen een lezing verstoord van auteur Benno Barnard. De lezing droeg als titel “Leve God, weg met Allah” en werd georganiseerd door de Vrijzinnige Dienst van de U.A. Onmiddellijk na het incident brak een storm van reacties los en over die reacties willen we het hier even hebben.

De eerste reactie die we u voorschotelen is er één van onze voorzitter, Prof. Rik Pinxten. Hij verdedigt in de traditie van Voltaire de vrije meningsuiting, ook voor hem waar hij het niet overal mee oneens is (in dit geval Benno Barnard).

We publiceren in deze Humanieuws ook graag het opiniestuk “Dialoog der beschavingen? Word wakker!’ van Mia Doornaert (artikel 2). Niet omdat Mia nu onze grote vriendin of vijand zou zijn, maar wel omdat het artikel goed illustreert op welke moeilijke lijn we balanceren. Doornaert bekritiseert volkomen terecht de vrijblijvende interculturele praatjes die her en der worden georganiseerd, maar ze reduceert de ‘dialoog der beschavingen’ onterecht tot de fatwa tegen Salman Rushdie, de moord op Theo Van Gogh en de rel met de moslimcartoons. Alsof er geen positieve tegenvoorbeelden bestaan van een ‘botsing der beschavingen’. Doornaert stelt wel terecht dat tolerantie geen dooddoener mag zijn om intolerantie te dulden en ze haalt enkele pertinente voorbeelden aan.

Uit de reacties die we ontvingen op onze steunbetuiging aan de Vrijzinnige Dienst van de U.A., waren er ook enkele die HVV in het vakje van het Vlaams Belang wilden stoppen. U kent het systeem: een organisatie uit kritiek op bepaalde strekkingen binnen de islam en dat volstaat voor sommigen om die organisatie van extreem-rechtse sympathieën te beschuldigen. Intellectueel niet correct, maar toch hardnekkig. In deze categorie past de vraag van Walter Pauli aan Geert Van Istendael en Dirk Verhofstadt: ‘Zeg eens, vinden jullie Dewinter ook een profeet? Erkennen jullie ook dat hij als eerste de juiste weg wees? Wel? Of eerlijk niet?’. Het vingertje van de kijvende oma mag u er zelf bij verzinnen. Ongetwijfeld goed bedoeld en ingegeven door een oprechte hartstocht voor de democratie, maar in het vuur van de hartstocht kan men zich al eens vergalopperen. Van Istendael en Verhofstadt wagen zich aan de intellectuele arbeid om bepaalde mistoestanden binnen bepaalde strekkingen binnen de islam te fileren en daarom moeten ze zich verantwoorden en vrijpleiten van adoratie voor Filip Dewinter. Het getuigt van een bijna mythisch respect voor dialoog dat ze het toch gedaan hebben. Ook deze briefwisseling nemen we op in deze Humanieuws (artikels drie en vier).

Tot slot brengen reserveren we, zoals het hoort, het laatste woord in deze Humanieuws voor de rector van de Universiteit Antwerpen, Alain Verschoren (artikel 5). Hij hekelt de grove taal van Benno Barnard en wijst op een concreet initiatief van zijn universiteit – de opleiding ‘Verdieping in de islamitische godsdienst’ – om ook effectief iets te doén aan de problemen die er wel degelijk zijn. Deze opleiding is bedoeld voor islamleerkrachten in het secundair onderwijs en leert hen islam in de context van onze westerse maatschappij te onderwijzen, in een poging hen buiten de invloed van radicale, onwetenschappelijke en politieke varianten van de islam te houden.

Wanneer we het debat over het samenlevingsdebat aanschouwen, bekruipt ons toch een zeer onaangenaam gevoel. Zowel tijdens de uitwisseling van de argumenten, als achteraf, wanneer het stof gaat liggen, blijft een gevoel van onbehagen. Auteurs, opiniemakers, woordvoerders van maatschappelijk geëngageerde organisaties,… bestoken elkaar met vlijmscherpe opiniestukken. Soms op niveau, soms onder de gordel, maar toch altijd met dat ene doel voor ogen: het doen lukken van het samenleven. Eén groep blijft echter op de achtergrond, bijna afwezig zelfs, en dat is de groep van de traditionele politieke partijen. Zij spreken zich zo min mogelijk uit. Zij schermen hun flanken af, zoals dat heet in het jargon. Want er zijn veel kiezers te verliezen. Mia Doornaert is politiek actief, maar ze stelt zich voor als ‘onafhankelijk adviseur van de premier’. Over de politieke kleur van Dirk Verhofstadt hoeven we niet te gissen, maar hij schrijft in naam van de ‘onafhankelijke denktank Liberales’. Enkele prominente allochtone politici, zoals Meyrem Kaçar en Selahattin Koçak, spreken zich wel uit, maar toch lijkt het dat de ‘grote politiek’ geen stelling durft in te nemen. Een sprekend voorbeeld hiervan is het hoofddekselverbod in het GO!, waar het uiteindelijk het Grondwettelijk Hof – de rechterlijke macht – zal zijn die het parlement – de wetgevende macht – zal verplichten toch duidelijke keuzes. En dat is maar juist ook, daarvoor verkiezen we onze politici toch? Wat volgt is een hypothese, maar zou het niet kunnen dat het huidige samenlevingsdebat ontspoort en leidt tot onbehagen, doordat de kleintjes onderling ruzie maken waar de groten zich afzijdig houden? Waar de groten hun verantwoordelijkheid afschuiven? Zoals de verantwoordelijkheid over de hoofddeksels op school gemakkelijkheidshalve wordt afgeschoven op de ‘autonomie van de scholen’? Is het niet zo dat de extreme stemmen in een debat enkel maar aan bod kunnen komen omdat de gematigde stemmen zwijgen? Of schuiven we liever alles in de schoenen van de media, die weten dat verbale bokswedstrijden tussen Abu Imran en Benno Barnard commercieel geen windeieren leggen? Allemaal pertinente vragen, die aanzetten tot (zelf)reflectie. Wat wij zeker vragen, zijn politici die leiderschap tonen. Intellectuelen kunnen hun rol spelen en het debat voeren en voeden. Maar op een bepaald ogenblik moeten politici daar iets mee doen en keuzes maken. Moedige keuzes, die misschien niet populair zijn bij de achterban, maar die ons land wel redden van immobilisme en achteruitgang.

HVV zal alvast de rol blijven vervullen die ze vervult. Wij verdedigen het recht op vrije meningsuiting en hopen dat dit recht niet wordt uitgehold door goedkope kretologie. Wij verdedigen het recht op godsdienstkritiek en hopen dat dit recht niet wordt uitgehold door een gratuite associatie met godsdienstfobie of extreem-rechts.

Veel leesgenot!

Björn Siffer
Woordvoerder HVV


Artikel 1 – Democratie en godsdienst, Rik Pinxten
(Rik Pinxten is voorzitter van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging)

Antwerpen : Benno Barnard spreekt en een groepje “radicale moslims” tracht hem dat te beletten. Democratie is de minst slechte bestuursvorm die de mens ooit ontwikkeld heeft, zei Winston Churchill, een eigenzinnige oorlogsminister. Toch had hij een punt: het kan lijken dat beslissingen en vooruitgang traag tot stand komen, maar wat er gebeurt is wel gedragen door een groot deel van de betrokkenen. Ook worden regelmatig correcties op terreur of machtsmisbruik mogelijk in een democratie. Het groepje moslims in Antwerpen heeft het dus duidelijk verkeerd voor en  moet het proces van democratie, van woord en wederwoord, in ons land respecteren. Of ze voor hun acties moeten vervolgd worden, laat ik aan de juridische specialisten. Als ze de wet overschreden hebben, dan moeten ze gestraft worden. Dat is ook democratie, want de wet is via de verkozen parlementsleden de uitdrukking van de afspraken van en voor het volk dat in dit land leeft. Als de wet niet goed bevonden wordt, dan kan ze via dezelfde parlementsleden veranderd worden. Zo gaat dat. Democratie is immers ook een moeilijke vorm van organisatie van de samenleving. Maar het is de beste, of de minst slechte.

De lezer merkt dat ik het niet heb over Benno Barnard (uiteraard: schiet niet op de boodschapper), en evenmin over zijn standpunten in verband met de Islam. Ik heb het genoegen gehad om samen met hem te publiceren over de islam in Europa en ik deel zijn standpunten meestal niet. Soms zal ik ze ook bekampen, omdat ik vind dat dergelijke standpunten niet tot een oplossing leiden, of vooringenomen zijn, of zelfs tot permanent conflict en vernedering in een samenleving kunnen leiden en daar ben ik hartsgrondig tegen. Dat alles is echter geen reden om hem het spreken te beletten. Zonder vrijheid om je gedachte te formuleren en in debat te gaan, bestaat democratie namelijk niet. De econoom en politieke denker A. Sen (Nobelprijs Economie in 1999 en belangrijke denker rond armoede en ontwikkeling) toont haarscherp hoe publiek debat de enige mogelijke weg is om democratie te vrijwaren. Elk fundamentalisme (van westerse of andere signatuur, van communistische of religieuze aard) heeft het lastig met dat kenmerk. Precies daarom moeten democratieën ook al het mogelijke doen om dat publieke debat open te houden en dat zal dus soms betekenen dat wie de basisregels van democratie overtreedt, moet gestraft worden.  Dat debat is trouwens moeilijker dan enkel maar spreekrecht: in een democratie streven we er immers naar om beslissingen zo te nemen dat een meerderheid  ook steeds de rechten van de minderheden kent en respecteert, terwijl de minderheden de aanvaarde voorstellen van de meerderheid als norm aanvaardt.

Als humanist ben ik er diep van overtuigd dat alle mensen gelijke rechten moeten hebben en die ook ten volle moeten kunnen opnemen. In dat perspectief ben ik het hoegenaamd niet eens met verschillende standpunten van Barnard en anderen in de huidige maatschappelijke debatten. Maar opnieuw is de oplossing dan niet om te elimineren, te verbieden of het zwijgen op te leggen: ik heb dan als plicht om in debat te gaan en de meningen die ik niet deel te proberen te weerleggen. Daarin zit een zeker vertrouwen in de mens of alleszins in de mensheid. In het verbod of in het verhinderen van een boodschap zit alleen maar wantrouwen, en een maatschappij die op wantrouwen gebouwd is, zal enkel leiden naar meer wantrouwen, meer onvrijheid en onmenselijkheid.

Wat is dan de oplossing? Hoe moeilijk ook, mensen moeten samen spreken. Barnard en de ‘radicale moslims’ moeten samen spreken. Ze moeten dat veel doen, want het is in het belang van een gezonde samenleving, waarin men door elkaar te kennen elkaar ook vertrouwt.


Artikel 2 – Dialoog der beschavingen? Word wakker!, Mia Doornaert

(Bron: De Standaard 06/04/10, p.18)  (Mia Doornaert is onafhankelijk adviseur van de premier)

Twintig jaar geleden stond iedereen achter Salman Rushdie, toen die een fatwa over zich heen kreeg, schrijft Mia Doornaert. Tegenwoordig vinden weldenkende mensen het normaal dat wie zich uitspreekt tegen de islam, bescherming moet krijgen.

Het geweld werkt, zoals blijkt uit de intellectuele capitulaties, uit de enorme zelfcensuur over de islam in onze landen en media.

‘Dialoog der beschavingen’, ‘Alliance of Cultures’. Mijn ogen werden al glazig als ik dat soort uitnodigingen in de post vond. Nu staat het vast, ze gaan alle recht in de prullenmand. Ten eerste dient ‘dialoog der beschavingen’ altijd als dekmantel voor één thema: het probleem van de islam met de moderniteit. Ten tweede hebben vrijblijvende discussies van zorgvuldig en evenwichtig uitgekozen panelleden die elkaar in luchtgekoelde conferentiecentra en dure hotels vertellen hoe goed alle beschavingen zijn, niets te maken met de echte dialoog der culturen.

De ‘dialoog der beschavingen’, die hebben we gezien met de fatwa tegen Salman Rushdie, met 9/11, met de moord op Theo Van Gogh, met het geweld dat doorheen de moslimwereld uitbrak om twaalf cartoons in een Deense krant die niemand daar ooit gezien had. En nu, gelukkig minder gewelddadig, met de manier waarop Benno Barnard het spreken verhinderd werd in een universiteit, die een plaats bij uitstek van free speech zou moeten zijn.

Dat het incident zoveel verontwaardiging uitlokt, is geruststellend. Het is inderdaad ver gekomen als je politiebescherming nodig hebt wegens een grapje over godsdienst. Maar er zullen wel vele weldenkenden opstaan om Barnard ‘provocatie’ te verwijten. Om hem in een debat te willen stoppen met een BM (Bekende Moslim) en aldus aan te geven dat hij zich ook moet verantwoorden en dat het gelijk ergens ‘in het midden’ ligt. Of om te suggereren dat hij het zelf gezocht heeft want – een uitdrukking die in Nederland ook vaak gehoord wordt – ‘je speelt niet met lucifers in de buurt van een vuurwerkfabriek’. Anders gezegd, je mag vredelievende lieden om de oren meppen, maar je moet mensen die geweld gebruiken ontzien – wat geen tolerantie is maar appeasement. Die verlichte opvatting gaat ook nog voorbij aan de vraag wie al dat vuurwerk opgestapeld heeft.

Natuurlijk weet iedereen wel dat niet alle moslims fundamentalisten zijn. Maar het is wel zo dat degenen die zich in onze landen agressief keren tegen democratische verworvenheden als scheiding tussen religie en staat, of vrije meningsuiting of gelijkberechtiging van vrouwen, meestal moslims zijn.

Het is nog altijd gewaagd dat te zeggen, zeker in de kringen die, met geld van de belastingbetaler dat via de VN, de Unesco, de Europese Unie en talloze andere subsidies wordt uitgestrooid, in hun ‘dialoog der beschavingen’ de islam steevast vergoelijken. De islam is wezenlijk tolerant, hij wordt alleen politiek misbruikt. Als je durft te vragen waarom die tolerante godsdienst nog geen enkele volledig moderne en democratische staat heeft voortgebracht, dan is dat vloeken in de kerk. Integendeel, de westerling hoort de hand in eigen boezem te steken. Wie zijn wij wel andere beschavingen een gebrek aan tolerantie te verwijten, we zijn toch zelf niet perfect? En zo laten westerse landen die stromen migranten opvangen en hen ongehinderd volgens hun overtuiging laten leven, zich op VN-conferenties de les lezen over ‘islamofobie’ door landen die geen zweem van gewetensvrijheid toestaan, die ‘overspelige’ vrouwen stenigen en homoseksuelen ophangen.

De sluipende intellectuele capitulatie is al lang aan de gang, en ze is meetbaar. Toen de ayatollah Khomeini in 1989 zijn doodvonnis tegen Salman Rushdie uitsprak wegens diens Duivelsverzen, schaarde zowat de hele westerse intelligentsia zich achter Rushdie en het vrije woord. Toen eind 2005 in een groot deel van de moslimwereld geweld uitbrak wegens cartoons in een Deense krant die niemand daar ooit gezien had, was het vrije woord verdacht geworden. Jyllands Posten en premier Rasmussen kregen de schuld. Ze hadden het ‘gezocht’, aldus vele progressieve intellectuelen, de eerste door te publiceren, de tweede door niet door het stof te kruipen voor boze imams.
Een andere dooddoener is dat er geen probleem is met de islam, wel met armoede en uitsluiting. Tja. Opeenvolgende golven migranten – uitgeschudde Armeniërs die de volkerenmoord overleefden, doodarme Italianen en Portugezen, haveloze Joden uit Centraal- en Oost-Europa – hebben in onze landen zwarte armoede gekend, en veel meer racisme en uitsluiting ondervonden dat de huidige migranten in onze zachte multiculturele maatschappijen. Ze pleegden geen geweld en eisten niet dat hun nieuwe land zich aan hen aanpaste.

Het geweld – en wat Benno Barnard overkwam, wás geweld – komt voort uit een radicale, intolerante wereldvisie. En het werkt, jammer genoeg, zoals blijkt uit de intellectuele capitulaties, uit de enorme zelfcensuur over de islam in onze landen en media. De lieden die in hun ivoren torens de ‘dialoog der culturen’ voeren, moeten eindelijk eens wakker worden. De werkelijkheid speelt zich elders af, en is gevaarlijk voor onze onvermijdelijk onvolmaakte maar zo kostbare systemen van vrijheid.

Dit opiniestuk vormt het uitgangspunt voor een debat rond ‘vrijheid van meningsuiting en godsdienst’ tijdens het Feest van de Filosofie op zaterdag 17 april 2010 in Leuven .
www.feestvandefilosofie.be.


Artikel 3 – Avonturen van een dichter en zijn profeet, Walter Pauli
(Bron: De Morgen 03/04/10, p. 17)

Bij de recente peilingen – die niemand gelooft, maar waarmee iedereen rekening houdt – ging alle aandacht uit naar het succes van Bart De Wever en zijn N-VA. Dat was redelijk geinig voor het Vlaams Belang, want die partij ging ook vooruit. Maar niemand spreekt erover. In La Libre Belgique bezette het VB al een mooie derde plaats. Die trend werd trouwens bevestigd in de peiling van De Standaard en VRT: van 12,8 naar 14 procent. Dat is nog lang niet wat het ooit was, maar het is vooruitgang.

Het spoort nochtans niet met de beproefde Wetstraatuitleg. Volgens die leer verliest elke partij die intern verdeeld is en openlijk ruzie maakt. Juist wat het VB overkwam. Frank Vanhecke en Marie-Rose Morel lieten geen kans onbenut om de clan-Dewinter te hekelen. En toch gaat het VB vooruit. Of minstens: men realiseert een zekere remonte, pakt in peilingen een virtueel stukje terug wat in verkiezingen feitelijk verloren ging.

Er bestaat wellicht een uitleg voor. Het VB groeit noch daalt namelijk door wat die partij in de Wetstraat doet, of zelfs door wat hun figuren kakelen op de zogenaamd ‘politieke’ pagina’s van de kranten. Het VB werd niet groot in de Wetstraat, maar ondanks de Wetstraat. Het zal ook niet vallen of krimpen in de Wetstraat, maar op straat. Dat die partij dat níét doet, doet vermoeden dat de maatschappelijke voedingsbodem waaruit het VB groeide er nog altijd is.
Deze regeringsperiode is al meer omschreven als een nieuw ‘malgoverno’ – een verwijziging naar de ‘slechte’ regeringen van de late jaren zeventig, vroegste jaren tachtig. Dat waren regeringen die net als nu voortdurend in naam bezig waren met begroting, sociaaleconomische sectoren in moeilijkheden (toen staal en steenkool, vandaag banken en autoassemblage), en net als nu voortdurend verlamd werden door communautaire disputen. En die net als nu te weinig oog hadden voor veel diepere samenlevingsproblemen.

De Kamer kan tegenwerpen: ‘Hoho, wij keurden toch een boerkaverbod goed? Zelfs als eerste land in Europa.’ Als het boerkaverbod voor iets goed is: dat het eindelijk een onderscheid maakt tussen de inderdaad hoogst verwerpelijke boerka en gewone hoofddoeken. Die wet zou zelfs uitgebreid moeten worden: een algemene regeling voor de publieke ruimte. Neen tegen boerka’s en eventuele tegenhangers bij andere godsdiensten. Dus ja tegen kruisjes en kleine hoofddoeken. En waarom voor de georganiseerde vrijzinnigen ook geen kleine humanistische kledij? Een korte broek, een minirok?

Helaas leidt in de praktijk het in de commissie goedgekeurde boerkaverbod niet tot een meer tolerant discours, wat toch de bedoeling van de wetgever is. Media brengen vooral ‘nieuws’ dat haaks staat op de vreedzame en kabbelende dagelijkse actualiteit in onze steden en dorpen. Of was het ‘nieuws’ dat een paar jongeren met een Palestijnensjaal om hun hoofd in Antwerpen een lezing onderbraken van Benno Barnard – een ‘niet onverdienstelijk’ dichter, naar verluidt? Onbeleefd was het in elk geval. Politiek verstandig was het zeker niet. Het was ook niet tolerant. Maar was hun infantiel getier een bedreiging van het Vrije Woord?

Even de band terugspoelen. Naar Leuven, jaren tachtig. Een paar keer per maand werd een spreekbeurt door boegeroep onderbroken. Roepers droegen hun Palestijnensjaal niet op het hoofd maar om hun nek, riepen niet ‘vuile Hollander’ maar ‘fascist’. Ze belegerden Benno Barnard niet, maar de proapartheidssprekers die Protea uitnodigde, en natuurlijk Filip Dewinter. Die was zelfs een verkozen parlementslid. Maar wat zij deden, werd door de samenleving gedoogd. Meer nog, er was zelfs enige sympathie voor dat protest, ook op de openbare omroep, toen die nog niet VRT maar gewoon BRT heette.

Ze hadden zelfs een uitgewerkte argumentatie voor hun slogan ‘Geen spreekrecht voor fascisten’. Namelijk: je discussieert alleen met mensen van wie je aanneemt, zij het theoretisch, dat je in een tegensprekelijk debat door hen overtuigd wilt worden. Dus je verhindert geen debat met liberalen, christendemocraten, humanisten, anarchisten, marxisten, antroposofen of wie ook. Wel een met fascisten en racisten. Vandaar die felle maar niet onzinnige slogan (vraag het Mandela maar, of Obama): “Racisme is geen mening, maar een misdaad.”

In die zin is het niet eens onlogisch dat de boze moslims een soortelijke redenering ontwikkelden. Ze kunnen moeilijk op vrijmoedige wijze dialogeren met iemand die hun godsdienst het recht ontzegt om ‘te zijn’. Zeker niet als het gaat om jonge en heethoofdige moslims die aan een universiteit studeren. Die zijn namelijk varianten van de Eeuwige Student, een fenomeen dat al lang bestond voor Paul Goossens en de zijnen er in 1968 de vlam in zetten. Een vast kenmerk van geëngageerde studenten is juist dat ze jong en heethoofdig zijn. Een mens betreurt haast het makke bij de actuele generatie. Leve de studenten die bewogen blijven, maar op hun leeftijd nog geen maat kunnen houden. Dat leren ze later wel, door scha en schande.

Gelijk voor de wet
Er was en is trouwens een vlijtige extreem rechtse variant van die progressieve dadendrang. NSV en TAK waren zelfs professionele tegenbetogers, nooit te beroerd om een te linkse of te Belgische spreekbeurt of samenkomst in het honderd te sturen. Ook onsympathieke en perfide groeperingen hebben namelijk rechten. In die zin zitten NSV en TAK in dezelfde lade als ‘sharia4Belgium’ – zo heet de website/organisatie die tot het moslimprotest opriep: te mijden, die kerels.

En fel te bekampen, zeker als die moslims echt de sharia willen invoeren. Maar inmiddels hebben zij, net als VB’ers, het recht gebruik te maken van de publieke ruimte. Tot in de hoekjes ervan. Zoals TAK en NSV al jaren doen. Vormen ze ooit een privémilitie, zoals het VMO, dan moet die militante tak meteen buiten de wet gesteld. Roepen ze duidelijk op tot actieve discriminatie, tot geweld, dan mogen alle mogelijke wetten ingeroepen worden, en zijn eventueel politionele en gerechtelijke stappen gepast.

Maar verder: iedereen gelijk voor de wet. Ook in de meer ongelukkige uitdrukkingsvormen. En dat Annemie Turtelboom (Open Vld) toch niet de stelling huldigt, zoals ze donderdag zei in de Kamer, dat in dit land geen plaats is voor ‘radicalisme’. Dat is misschien een logisch antwoord voor iemand die als meisje al dweepte met het veilige midden. Maar mogen er nog andere, radicalere of meer idealistische jongeren zijn? Rechts of links, humanistisch, katholiek of islamiet?
Fundamenteel was, en is: dit land kent het recht van spreken en betogen. En ook: tolereert het gewoonterecht van het tegenspreken en tegenbetogen. Toen aartsbisschop Léonard vorige zondag mee opstapte in een betoging tegen de abortuswet, was er prompt een vrijzinnige tegengroep die ‘boe’ riep. Zo gaat dat hier. Dat gebruik dateert trouwens al uit de late negentiende eeuw, bij alle partijen: op socialistische meetings kwam een vermetel christendemocraat ‘tegenspreken’, en omgekeerd. Onuitgenodigd, natuurlijk, en daar was enige moed voor nodig want de ‘tegenspreker’ riskeerde een pak slaag. In die zin is er weinig veranderd tussen de tijd van de rellerige dichter Benno Barnard en die van de oude staatsman Jules Vanden Peereboom.

Wat veranderde, is dat een spreker die een half aulaatje liet vollopen in één klap Groot Nieuws werd. Dat hij op tv Slachtoffer mocht zijn. Zelden een slachtoffer zo tevreden gezien met zijn eigen leed. Hij zei dat ook met zo veel woorden: dit was het grootste geluk dat hem kon overkomen, de gewenste illustratie van zijn gelijk. Je zou hopen dat er uit het as rond Auschwitz ineens een échte jood zou aanwaaien, dat er uit een Argentijnse gracht ineens écht een journalist uit de dood zou opstaan die waarlijk gevaar had ondergaan toen hij zijn leven riskeerde voor het vrije woord. Het verschil zou snel duidelijk zijn, tussen een slachtoffer en deze poseur, intens zelfingenomen omdat hij met zijn provocaties het tv-scherm had gehaald.

Bekeerling
Nuance: Benno Barnard is geen poseur in wat hij verkondigt – provocatief, kwetsend, maar dat is zijn recht. Hij gelooft wat hij zegt, en zo hoort het. Hij is een poseur in de exploitatie van zijn vermeend leed. Een beetje spreker kan op tegen wat schreeuwers in het publiek. Beeld je in dat Hugo Claus bij elke katholiek die hem ooit lijfelijk beledigde, had gejankt om bescherming van de politie.

Intussen beschouwt Benno Barnard zich als slachtoffer van “de islam” en zelfs van “de moslims”. Maar dat is voor Benno Barnard en co. geen punt meer. Ineens komt het er in een interview uit: “Tegenwoordig vind ik dat Filip Dewinter een profeet is.” Zo staat het er: Dewinter is een profeet, anti-islamisme is de religie, en Benno Barnard zijn voorlezer. Een bekeerling, dus altijd radicaler, blinder en dwazer dan normale gelovigen. Waarbij Barnard, met zijn bekering (of tenminste met zijn outing als bekeerling, de echte ommekeer heeft zich wellicht al enige tijd terug voorgedaan), zijn vrienden en medestanders noopt zichzelf even uit te spreken. Zeg eens, Geert Van Istendael (niets mis dat je je vriend Benno in kwade dagen steunt, dat siert je zelfs), of Dirk Verhofstadt? Vinden jullie Dewinter ook een profeet? Erkennen jullie ook dat hij als eerste de juiste weg wees? Wel? Of eerlijk niet?

Maar het illustreert waarom die VB-cijfers in de peilingen absoluut niet fantaisistisch zijn: de visvijver van Filip Dewinter kronkelt tot einders waar God of Allah dat amper voor mogelijk hielden.


Artikel 4 – We kunnen niet langer zwijgen, Dirk Verhofstadt en Geert Van Istendael

(Bron: De Morgen 06/04/10, p. 15)  (Dirk Verhofstadt en Geert Van Istendael en zijn respectievelijk kernlid van de onafhankelijke denktank Liberales en voorzitter van PEN-Vlaanderen, de Vlaamse franchise van de vereniging die overal ter wereld het vrije woord verdedigt.)

‘Tegenwoordig vind ik dat Filip Dewinter een profeet is’, zei Benno Barnard in een kranteninterview na de boycot van zijn lezing in Antwerpen. Walter Pauli had daarop een vraag voor Geert van Istendael en Dirk Verhofstadt, die tegen de boycot door extremistische moslims het vrije woord verdedigden (DM 2/4): ‘Zeg eens, vinden jullie Dewinter ook een profeet?’ (DM 3/4) Geert van Istendael en Dirk Verhofstadt hebben een antwoord klaar.

Walter Pauli vraagt ons rechtstreeks of we Filip Dewinter ook een profeet vinden, zoals Benno Barnard het zei. We kunnen hem gerust stellen. Ons antwoord is volmondig “neen”. Sterker nog, in onze boeken en opiniestukken hebben we extreem rechts steeds bestreden en zelfs duidelijk gemaakt dat extreem rechts en radicale moslims intrinsiek hetzelfde kwaad vertegenwoordigen en elkaar voortdurend voeden.

Vrijheid bedreigd
In onze geschriften en lezingen verzetten we ons voortdurend tegen het cultuurrelativisme én het monoculturalisme die beide de vrijheid van de mens bedreigen. Wij komen op voor een kosmopolitisch humanisme waarbij elke mens, autochtoon of allochtoon, man of vrouw, religieus of niet, gelijk behandeld wordt op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in het uitgaansleven en in andere maatschappelijke domeinen. Onze visie staat haaks op die van extreem rechts zoals het Vlaams Belang. Extreem rechts is niet geïnteresseerd in de gelijke behandeling van ieder mens, in de bestrijding van racisme en discriminatie, in het recht op zelfbeschikking. Voor hen telt het principe ‘eigen volk eerst’. Ze zijn niet uit op emancipatie, omdat in hun visie de vrijheid van de mens ondergeschikt is aan de belangen van de volksgemeenschap. Ze wijzen discriminatie niet af, maar maken een fundamenteel onderscheid tussen eigen volksgenoten en de anderen.

Verderfelijke types als Dewinter
Wat ons in de tekst van Walter Pauli zo stoort, is zijn zoveelste poging om de critici van onaanvaardbare praktijken binnen de radicale moslimwereld gelijk te schakelen met extreem rechts. Zodoende geeft hij zijn lezers de indruk dat wij op dezelfde lijn zouden staan met verderfelijke types zoals Dewinter. Hij zou nochtans moeten weten dat wij, samen met heel wat andere mensen die opkomen voor onze fundamentele grondwaarden, extreem rechts tot in het diepste van onze ziel verfoeien en bekampen. Maar zijn tactiek pakt niet meer. Pauli mag over ons schrijven wat hij wil en misstanden blijven ontkennen of bagatelliseren. Wij kunnen en zullen niet langer zwijgen wanneer we zien hoe extremisten onze rechten en vrijheden proberen te ondermijnen, hoe ze vrouwen onderdrukken, hoe ze homoseksuelen verketteren, hoe ze proberen hun barbaarse ideeën op te leggen en anderen verhinderen vrijuit te spreken aan een universiteit.

Wordt het niet de hoogste tijd dat Walter Pauli en anderen in vergelijkbare posities hun pen gebruiken om al die zogenaamd progressieve stemmen die nog steeds zwijgen als vermoord of, zoals de vertegenwoordigers van het Vrouwen Overleg Komitee en BOEH, zelfs ronduit collaboreren met radicale onderdrukkers, te wijzen op hun schuldig verzuim? Als Pauli, en met hem andere politieke commentatoren, dáárvoor hun pen niet gebruiken, waarvoor zouden ze hun pen dan wel gebruiken?

De essentie in dit debat is het volgende. We kunnen en mogen niet langer wegkijken voor het leed van de anderen. Door de toegenomen informatie via internet en televisie weten we wat er overal gaande is. We kunnen niet zeggen “wir haben es nicht gewusst”. Juist daarom kunnen en mogen we niet langer onverschillig zijn en hebben we de dure plicht om praktijken zoals het verhinderen van de vrijheid van meningsuiting, opgelegde kledij, gedwongen huwelijken, gewelddaden tegen homoseksuelen, genitale verminkingen, verstotingen en eremoorden die gebeuren in naam van God, Allah of wat dan ook, keihard te bestrijden.

In deze kwestie volgen we met overtuiging de uitspraak van Elie Wiesel bij zijn dankrede naar aanleiding van het in ontvangst nemen van de Nobelprijs voor de Vrede op 10 december 1986. Hij benadrukte toen de menselijke plicht om in geval van onrecht partij te kiezen tegen de onderdrukker: “We moeten partij kiezen. Neutraliteit is in het voordeel van de onderdrukker, nooit in het voordeel van het slachtoffer. Stilte moedigt de beul aan, nooit de gefolterde. Soms moeten we ingrijpen. Als menselijk leven in gevaar komt, als de menselijke waardigheid op het spel staat en nationale grenzen en gevoelens irrelevant worden. Overal waar mannen en vrouwen vanwege hun ras, religieuze of politieke overtuiging vervolgd worden, moet die plaats – op dat moment – het centrum van het universum worden.”

Wij kunnen en zullen niet langer zwijgen wanneer we zien hoe extremisten onze rechten en vrijheden proberen te ondermijnen, hoe ze vrouwen onderdrukken, hoe ze homoseksuelen verketteren, hoe ze proberen hun barbaarse ideeën op te leggen en anderen verhinderen vrijuit te spreken aan een universiteit.

Artikel 5 – Benno Barnards grote gelijk, Alain Verschoren
(Bron: De Standaard 06/04/10, p. 19)  (Alain Verschoren is rector van de Universiteit Antwerpen)

Beste Benno, waar heb jij je laten wijsmaken dat de UA terroristen en fundamentalisten kweekt?

Beste Benno,
‘Een vraagje aan Hippias’, zo luidde de titel van het opiniestuk (DS 3 april) waarin je nog eens flink en fier je mening hebt verkondigd. Nou ja, opiniestuk De grens tussen een polemische column en brutaal scheldproza blijkt bij jou soms flinterdun te zijn. Over je hybris en goede bedoelingen bestaat gelukkig geen twijfel: je waarschuwt weldenkend Vlaanderen voor een ‘apocalyptische scheiding der geesten’ en voor het ‘Kwaad’ dat volgens jou een Saudische hoofddoek draagt.

Met je smadelijke aanvallen aan mijn adres laat je weinig ruimte voor een hoffelijk debat, maar wellicht is dat eigen aan polemische columns, genre dat je met verve beoefent en dat tenslotte ook je broodwinning uitmaakt. Wat me echter wél stoort, is je ongeloofwaardige karikatuur van het actief pluralisme aan de Universiteit Antwerpen. Van een toch niet onintelligent man als jij had ik meer en beter verwacht. Niet gehinderd door enige kennis van zaken ga je wild tekeer, maar de intellectuele inspanning om verder te komen dan enkele populistische clichés en wat leuke citaten wil of kun je blijkbaar niet opbrengen.

De Universiteit Antwerpen is, en als rector schrijf ik dit met trots en overtuiging, inderdaad een actief pluralistische universiteit. In de Antwerpse en Vlaamse realiteit van vandaag, maken we daarmee geen gemakkelijke, maar wel een noodzakelijke keuze. Actief pluralisme staat geenszins gelijk met vrijblijvend multiculturalisme, maar wil integendeel de mogelijkheden van dialoog, kritische reflectie en herbronning exploreren. Actief pluralisme is zelf geen levensbeschouwing, maar een houding ten aanzien van (de eigen en andere) levensbeschouwingen. Het insisteert op een inhoudelijke dialoog binnen en tussen levensbeschouwingen en op een concreet engagement dat levensbeschouwingen als overtuiging én praktijk ernstig wil nemen. Natuurlijk is een actief pluralistische houding kwetsbaar: vanuit die houding wil men immers spreken met (en dus niet schreeuwen tegen) elkaar en niet over elkaar, de wederzijdse clichés doorprikken en pogen zich in de ander in te leven en zo te verstaan. Dit is een proces van vallen en opstaan, maar het lijkt ons de boeiendste weg om op termijn een samenleving te creëren, waarin – ondanks en dankzij de verschillen – wederzijds respect en verbondenheid geen dode letter zijn.

In Vlaanderen – en zeker in Antwerpen – is de aanwezigheid van uiteenlopende levensbeschouwingen niet meer weg te denken. Naïviteit voor de risico’s daarvan, en in het bijzonder het negeren van het gevaar van extremisme en fundamentalisme, zou misplaatst zijn, ook en vooral in academische middens. Maar als samenleving kunnen wij van die diversiteit ook sterker worden. Maar dat vergt dialoog en het engagement om verder te kijken dan het geroep aan de oppervlakte. Net daarom integreert de Universiteit Antwerpen het actief pluralisme in onderwijs en onderzoek. Al onze studenten volgen een vak levensbeschouwing dat hen kritisch laat kennismaken met de diversiteit aan levensbeschouwelijke en filosofische stromingen. Wij hebben een pastorale dienst en een vrijzinnige dienst, wij hebben toonaangevende instituten en centra zoals het Instituut voor Joodse Studies en het Centrum voor Migratie en Interculturele Studies en werken onder meer nauw samen met UCSIA, dat de universitaire jezuïtische traditie bewaart.
De Universiteit Antwerpen kiest onverkort voor wederzijds respect, dialoog en studie van levensbeschouwingen op academisch hoog niveau. Nog een goed voorbeeld hiervan is de opleiding ‘Verdieping in de islamitische godsdienst’, waar jij zo graag de spot mee drijft. En waar heb je je laten wijsmaken dat we er terroristen en fundamentalisten kweken, jij die toch het imago had van een kritisch en gedocumenteerd denker? De opleiding, die overigens wordt gefinancierd door de Vlaamse overheid, is net bedoeld om islamleerkrachten in het secundair onderwijs een verdieping op academisch niveau te bezorgen over de islam in de context van onze westerse maatschappij en zo de kwaliteit van het onderwijs in Vlaanderen over de islam te verhogen. Zo wordt vermeden dat radicale buitenlandse groepen in Vlaanderen varianten van de islam zouden kunnen propageren in een onwetenschappelijk en politiek islamitisch opleidingsaanbod. Want dat wil toch niemand?

Ach, Benno Het zou je sieren mocht je de intellectuele inspanning willen doen om verder te kijken dan je Eigen Grote Gelijk. Voor de Universiteit Antwerpen is dat een dagelijks engagement, dat uiteraard veel meer tijd, moeite en inspanning vergt dan goedkoop populisme. Ik ben er trots op dat er voor dit laatste aan onze Universiteit geen plaats is.





Erasmus

9 02 2010

Desiderius Erasmus van Rotterdam, de prins der humanisten, wordt in de bloemetjes gezet. In 2011 zal het 500 jaar geleden zijn dat Erasmus’ meest gelezen boek, Lof der Zotheid, van de drukpersen rolde. HVV is deze verjaardag alvast beginnen herdenken met de essaywedstrijd ‘Draait de wereld door?’, en er zullen ongetwijfeld nog verschillende activiteiten en feesten volgen in Vlaanderen en Nederland.

Maar Erasmus wordt lang niet door alle hedendaagse vrijzinnig humanisten op de schouders gehesen. Bij onze noorderburen is er intussen al een stevige discussie omtrent de figuur van Erasmus aan de gang. Was Erasmus niet te katholiek om als vrijdenker te kunnen worden binnengehaald? Was hij trouwens wel een humanist in de tegenwoordig gebruikte zin van het woord? Ook bij Erasmus’ veel geprezen pacifisme en tolerantie worden vraagtekens geplaatst; zo zou hij hebben opgeroepen tot een oorlog tegen de Turken, en een fervent Jodenhater zijn geweest.

Erasmus lijkt zo iemand te zijn die heel zwart-witte reacties oproept. Tussen alle bewierokingen en beschuldigingen in wordt het moeilijk om objectief te zien wie Erasmus nu werkelijk was. Zou HVV er beter aan doen niet al te hoog met Erasmus op te lopen? Dit is in elk geval de boodschap van Fred Neerhof in het Nederlandse maandblad De Vrijdenker (dec 09 – jan 10): “Juist seculiere belanghebbenden zouden ruiterlijk hun misrekening moeten erkennen en Erasmus niet langer als een humanistisch icoon moeten blijven zien. Zijn uitgesproken anti-joodse gezindheid zal hierbij vast een handje helpen.” Laten we niet te hard van stapel lopen, en eens een aantal argumenten op een rijtje zetten.

Erasmus was zonder enige twijfel een gelovig man. Zijn laatste woorden waren volgens de overlevering lieve god. Hij was wel een eigenzinnig en kritisch christen, die ijverde voor een verinnerlijkte, persoonlijke geloofsbeleving, zonder poespas, instituten, tussenpersonen, rituelen en uiterlijk vertoon. Een visie die aanvankelijk wel leek te sporen met die van de grote hervormer, Maarten Luther. Maar door heel consequent zijn eigen weg te gaan, slaagde Erasmus erin zowel katholieken als hervormingsgezinden van zich te vervreemden. Luther noemde hem een adder, een leugenaar, en de mond en het werktuig van Satan. En na Erasmus’ dood werden al zijn werken op de katholieke index van verboden boeken geplaatst. Zijn terughoudendheid werd en wordt nog steeds door velen beschouwd als lafheid en opportunisme. Zelf had hij er dit over te zeggen: “Ik ben een liefhebber van de vrijheid. Ik wil en kan geen partij dienen.”

Wat Erasmus’ humanisme betreft, dat mag zeker niet op de hedendaagse manier begrepen worden als het centraal stellen van de mens in plaats van god. Het humanisme van de zestiende eeuw was een stroming die, geheel in de geest van de renaissance, ijverde voor culturele vernieuwing, en zich daartoe baseerde op de literatuur van de Grieks-Romeinse oudheid. Een humanist was dus in de eerste plaats een taalgeleerde.

Is het nu waar dat Erasmus’ tolerantie en pacifisme zich beperkte tot geletterde medechristenen, zoals onder andere Fred Neerhof in het daarstraks al aangehaalde essay beweert? En dat hij opriep tot het uitsluiten van joden, en het uitmoorden van de Turkse horden? Het klopt dat Erasmus de Europese vorsten opriep om Europa te verdedigen tegen het Turkse oorlogsgeweld (bedenk dat de Turkse legers in 1529 voor de poorten van Wenen stonden). Maar hij riep op tot een verdedigings- en niet tot een aanvalsoorlog. Hij was pacifist, maar niet tot in het absurde.

Erasmus heeft inderdaad een aantal felle uitvallen naar de joden op zijn naam staan. Maar zijn kritiek betrof steeds het joodse geloof (net omdat hij niet hield van uiterlijk vertoon in religie), en nooit joodse mensen. Joden buiten de wet plaatsen en hun bezittingen in beslag nemen, iets waar Luther achterstond, zou Erasmus nooit hebben kunnen aanvaarden…
Erasmus zal de controverse wel nooit helemaal van zich kunnen afschudden. Zijn eigen, soms erg giftige schrijfsels zijn daar zeker niet vreemd aan. Maar bedenk dat Erasmus vaak satirisch te werk ging, en dat veel van zijn uitlatingen een dubbele bodem hebben. Bekijk even het volgende citaat uit de inleiding van Lof der Zotheid: “Maar mocht men mij beschuldigen van bijtende spot, dan antwoord ik: intelligente mensen hebben altijd de vrijheid gehad om straffeloos een humoristisch commentaar te geven op het leven van alledag, als die vrijheid maar niet de perken te buiten gaat. […] Maar als iemand zo kritiek uitoefent op het leven der mensen dat hij niemand persoonlijk raakt, kwetst hij dan de mensen, zo vraag ik, of is het niet meer zo dat hij hun iets leert en hen waarschuwt?”

We nodigen u uit om vooral zelf uw mening over Erasmus te vormen. Maar lees dan goed, en lees vooral zijn eigen werken. Denk aan het oude humanistische motto: “Ad fontes” (naar de bronnen).
Niet “Ad Wikipedia”…

Marijn Van Dyck, educatief medewerker HVV





Maar als het aan de kat lag, kocht ze Whiskas

15 01 2010

De conservatieve bisschop André-Mutien Léonard wordt de nieuwe aartsbisschop.“Zo heeft het Vaticaan het gedicteerd. Maar als het aan de Belgische katholieken lag, hadden ze wellicht iemand anders gekozen.” zegt Björn Siffer, woordvoerder van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging van Vlaanderen (HVV), in zijn reactie.

Wij houden eraan de nieuwe aartsbisschop succes te wensen in zijn nieuwe functie. Het is uiteraard niet aan de vrijzinnigen om te zeggen hoe de katholieke kerk haar werking moet organiseren. Dat neemt niet weg dat wij toch verbaasd zijn over het gemak waarmee Rome een conservatieve functionaris door de strot van de Belgische katholieke gemeenschap ramt. Die laatste is volgens ons  eerder gewonnen voor een progressieve koers van de kerk.

In 2007 bestempelde Léonard homoseksueel gedrag nog als “abnormaal”. Hij baseerde zich daarvoor op de achterhaalde en pseudowetenschappelijke psychoanalyse van Freud. Léonard verzet zich ook tegen embryonaal stamcelonderzoek, vanuit de achterhaalde en romantische idee dat een embryo een mens is. Dit zijn uiteraard standpunten die de vrijzinnige gemeenschap niet deelt en die een zware uitdaging vormen voor de interlevensbeschouwelijke dialoog.

Meer info?
Björn Siffer
Woordvoerder HVV
0478 47 57 31
Bjorn.siffer@h-vv.be
www.h-vv.be





Daklozen, zijn ze er alleen bij de eerste sneeuw?

18 12 2009

Ik word er niet goed van, van die berichtgeving over de daklozen.

Elk jaar weer dezelfde verhalen: bij de eerste winterprik is België te klein. Letterlijk!Geen opvangmogelijkheden genoeg om mannen, vrouwen en kinderen -of ze nu Belg zijn of niet, wat is het verschil?- een dak boven hun hoofd, een bed en een kom soep met brood te geven. En op ons TV-scherm de ene politiek verantwoordelijke na de andere die komt vertellen welke oplossing er nu weer gezocht en gevonden zal worden… Tot na de winter, want dan verdwijnt het onderwerp samen met een duurzame oplossing naar de archieven van de verschillende parlementen.

Zo gaan we tegenwoordig met mensen om: 5 minuten politieke moed is er voor hen, de daklozen, niet bij…

In 2006 hadden we (ik was toen nog senator) hoorzittingen in de senaat: Voor de eerste keer werden de daklozen gehoord. Iedereen was verstomd bij het horen van hun verhaal. Hoe is dit mogelijk in een landje als België? En dat er zoveel dak- en thuislozen waren was nooit geteld en nooit geweten.

De daklozen deden voorstellen: structurele en duurzame voorstellen. De senatoren luisterden en beloofden. Hun fractie zou het ‘opnemen’ in het volgende kiesprogramma. Ze zouden zelfs wetsvoorstellen schrijven en de minister interpelleren. En dat gebeurde: armoede stond en staat nog steeds in elk kiesprogramma op een prominente plaats (omdat het item daar thuis hoort? Of omdat 15% armen een behoorlijk kiezersaantal betekent?). De ministers werden geïnterpelleerd. En ze luisterden en antwoordden. De wetsvoorstellen geschreven en in de commissie voorgesteld en ….. weggestemd.

Elke reden was goed genoeg om het wetsvoorstel weg te stemmen: Het voorstel ging niet ver genoeg en loste niet alle problemen in één slag op, of het voorstel kwam van de oppositie, en wisselmeerderheden die vorm je niet, zeker niet voor een item als armoede… En zo leven we in een land waar jaar na jaar de dak- en thuisloze heel even BV wordt om daarna onder gesneeuwd te worden door andere en belangrijkere dossiers.

Politieke moed.Dat wens ik elke politieker dit jaar als eindejaarskadoo!

Jacinta De Roeck directeur HVV – gewezen voorzitster interparlementaire werkgroep vierde wereld





Ik doe toch wat ik wil?

5 11 2009

Ik wil het hier eens hebben over een nieuwe breuklijn die ons Vlaanderen steeds meer kenmerkt. Het is de breuklijn tussen de Verlichtingswaarden en het libertarisme. Het libertarisme is een politieke filosofie die zich kort door de bocht laat samenvatten als een radicale vorm van liberalisme. Oorspronkelijk vooral gelinkt aan hoofdzakelijk linkse anarchisten, maar tegenwoordig vooral gebezigd door rechts. Schatplichtig aan figuren als Bernard Mandeville, zwanger van egocentrische denkbeelden zoals het diepe inzicht dat hebzucht de bron is van maatschappelijk welzijn. “Ik doe wat ik wil, ik heb jou toch niks gevraagd!” Dit botst natuurlijk met een maatschappij die gestoeld is op de waarden van de Verlichting. We kennen ze allemaal: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Solidariteit zorgt ervoor dat er een gezond evenwicht bestaat tussen vrijheid en gelijkheid. Maar net daar botsen de Verlichting en het libertarisme. Libertairen hanteren ten eerste een puberale versie van vrijheid en ze weigeren ten tweede die vrijheid af te wegen tegenover de gelijkheid. Grote slachtoffers van die nieuwe zeer assertieve golf van libertarisme zijn twee grote traditionele partijen: Open VLD en sp.a. Uit kiesonder-zoek blijkt dat ze allebei veel stemmen verliezen aan een uitgesproken libertaire partij als Lijst Dedecker. Naast argumenten als scholingsgraad en vatbaarheid voor simplismen moeten we voor ogen houden dat in beide partijen veel atheïsten, of vrijzinnigen of noem ze hoe je wil, zitten die blijkens onderzoek van Mark Elchardus een negatieve vrijheidsinvulling koesteren.

Een negatieve vrijheidsinvulling betekent dat je je niet graag laat beperken door anderen, laat staan door zo’n vies beest als De Overheid. En net die negatieve vrijheidsinvulling is de potgrond waarin Lijst Dedecker groeit. Maar, uit angst voor stemmenverlies gaan traditionele partijen soms mee in zo’n libertair verhaal. Neem nu de snelheidscontroles. “Voor een     lijst van snelheidscontroles, kijk op pagina zo veel van Teletekst!”. “Er zijn vallende sterren gesignaleerd op de E19 tussen Brussel en Antwerpen!”. Zelfs Touring Mobilis heeft de commercie ontdekt en maakt reclame voor een sms-dienst die snelheidscontroles meldt. “75 eurocent per melding!”. Ja zeg, waar zijn we in godsnaam mee bezig? De essentie van zo’n anonieme snelheidscontroles ligt hem toch in het feit dat mensen wat trager gaan rijden omdat ze niet weten waar de controles plaatsvinden? Waarom heeft nog niemand de overheid voor de rechter gedaagd voor het oogluikend toelaten van belemmering van de openbare veiligheid! Maar neen, bij ons kan dat allemaal. Uit angst voor een stel libertaire kwasten die foeteren op snelheidsboetes en die nog het liefst van al zo hard zouden rijden als ze willen. Met alle   veiligheidsrisico’s voor andere mensen vandien.  Ah ja, want ik doe toch wat ik wil?

Björn Siffer (woordvoerder HVV) – Het Vrije Woord Extra, oktober 2009





Het hoofddoekendebat gaat verder.

5 11 2009

Het hoofddoekverbod dat door directrices van het Atheneum Antwerpen en van het Atheneum Hoboken werd afgekondigd, blijft de debatten domineren. Eindelijk, zouden we zo zeggen! Want zo’n debat gaat over veel meer dan over de hoofddoek. Het gaat over kansen op onderwijs en over de vraag of goed onderwijs niet belangrijker is dan de hoofddoek. Het gaat om een problematische identiteitsbeleving, die volledig overheerst wordt door godsdienst. Het gaat over kansen op de arbeidsmarkt, zoals Jan Denys van Randstad al heeft aangetoond in een opiniestuk in De Morgen. Ook HVV kon niet achterblijven in deze discussie en steunde in een opiniestuk in De Morgen de beslissing van het Atheneum van Antwerpen. Omdat geen enkel recht absoluut is, ook niet het recht op godsdienstvrijheid. Wanneer andere rechten, zoals de vrijheid om iets niet te dragen, in het gedrang komen, mag een instelling als een school ingrijpen. Dat was de kern van ons betoog. Samen met de vraag of de om hun assertiviteit geroemde moslima’s in al hun furie niet even wilden overwegen om hun godsdienstige aanspraken wat te temperen. Om hun godsdienst toch een beetje te relativeren. Het debat gaat ook over gelijkheid. Moslims vragen gelijke behandeling en non-discriminatie. Maar wanneer hen dan wordt gevraagd om zich te schikken naar het schoolreglement, dat voor iedereen gelijk zou moeten gelden, dan breekt de hel los. Hallo? Je kan niet vragen om gelijke behandeling op de arbeidsmarkt, op school of waar dan ook, om dan zelf de gelijkheidsprincipes te ontwijken. Dat zegt ook Paul Scheffer in ‘Het land van aankomst’. Het zou verplichte lectuur moeten zijn voor iedereen die op een moderne manier over integratie wil nadenken. Verplichte literatuur ook voor de activisten van BOEH! en voor de ouders die hun kinderen de eerste september  kwamen opjutten voor de schoolpoort, getooid met trechters en slangen en aureooltjes op hun hoofd. Er is een tijd en een plaats voor alles en ik vind zo’n opjutterij net voor de kinderen de school betreden en worden overgeleverd aan het gezag van de school, pedagogisch totaal onverantwoord.

Björn Siffer (woordvoerder HVV) – Het Vrije Woord Extra, oktober 2009





VAN VLEES OF STEEN ?

21 09 2009

Wat een televisieweekend (12 en 13 september 2009), voor de objectieve kijker van vlees en bloed kan dit de aanleiding zijn tot een bezoek aan een of andere zieleknijper wegens totaal ongeloof. Te beginnen op zaterdag waar we in het 19.00 uur journaal op tv 1 en ter zake op canvas te zien kregen hoe, tja hoe noem je zoiets, seutig – hysterisch jonge meisjes vasthouden aan een symbool van onderwerping aan de man, zoniet dan toch aan god. Het is alsof hun leven er vanaf hangt, zowel in het hier als in het hiernamaals. Het eerste lijkt mij in deze zelfs aannemelijker dan het tweede want vormen van dwangmatigheid van de moslimclerus en de mannelijke zeloten is nog moeilijk te ontkennen. Bijna naadloos gaat de televisie avond over in een reportage (vrouwen van kaboel)van de onvolprezen Rudi Vrankx dewelke ons de meest gore verschrikkingen toont van deze heilzame leer die ons ook weet te vertellen dat mensen van klei zijn gemaakt. Nooit geweten dat klei zoveel pijn kan voelen noch aanrichten. Nooit of te nimmer hoor of zie je deze meisjes, bewust als ze zijn van hun vrijheden en rechten, demonstreren tegen deze walgelijke uitingen van islambeleving. Al zeker hoor je nooit de islam clerus oproepen of bewust maken van deze feiten. Neen, Dhr taouil is zelfs de mening toegedaan dat de taliban ” nooit een eerlijke kans heeft gekregen”. Het zal je kerkvadertje maar zijn. Is deze man eigenlijk een erkende “bedienaar van de eredienst” ? Na zoveel geestespijniging is het tijd voor rust, dus slapen gaan. Het is de volgende dag alweer “wakker op zondag” en “de zevende dag” staat voor de deur. Wat ons daar (atv)voorgeschoteld word tart de overbelaste “ziel” van de dag daarvoor. Terwijl Mr Vermeersch erg accuraat en beleefd even de positie van de vrouw schetst zoals beschreven in het boek van de “waarheid” de koran, dit onder het onbeschofte gekrijs van Mr taouil, merkt de naast hem zittende gehoofddoekte actievoerdster op in alle rust ” oh ja, dat zijn de zeven discriminaties van de vrouw” ofdat het de normaalste zaak van de wereld is. Met de beelden van Vrankx nog fris in het geheugen kwam het braaksel mij aan de lippen te staan bij zoveel versteende gevoelens en de arrogante emotieloosheid. Zou een mens dan toch van klei zijn ? Zou Mvr Almaci (groen) ook naar de dokter moeten, gehoorgestoord ? Of zou Mr Vermeersch gewoon gelijk hebben, gebrainwashed, sektarisch en dus gevaarlijk !

Peter Calluy – Boom





Solidariteit binnen een Waardige Samenleving

11 09 2009

05/10/2009 14:49   bereik   dv
Dat brengt me bij de derde paragraaf, die over Solidariteit gaat. Ook daar gaat de tekst de hamvraag uit de weg. Solidariteit, daar is niemand tegen. De vraag is alleen hoever die moet gaan. Elke vorm van solidariteit veronderstelt een cirkel waarbinnen men solidair is. Voor de egost beperkt die cirkel zich tot zijn eigen persoon: hij is enkel solidair met zichzelf. Voor anderen strekt die cirkel zich uit tot het gezin, de straat, de buurt, het ras De voorliggende tekst van het Vlaams vrijzinnig-humanisme spreekt zich niet uit over de cirkel met wie men solidair wil zijn. Het gaat enerzijds over de geglobaliseerde wereld en ontwikkelingshulp, maar spreekt anderzijds, in de titel nog wel, over een waardige samenleving als Vlaamse utopie. De vraag is actueel: hoe solidair moet men zijn met Walloni? Met Brussel? Met Bulgarije? Met Turkijke? Een klein regio kan niet alle wereldproblemen aanpakken. Hoe stellen we prioriteiten? Op basis van taal allen naar Zuid-Afrika? Op basis van geschiedenis allen naar Congo? Op basis van urgentie allen naar Soedan? Op basis van belang voor de wereldvrede allen naar Palestina? Kortom, een discussie over solidariteit die niets zegt over het bereik van die solidariteit riskeert vrijblijvendheid.

17/09/2009 15:28   welke solidariteit?   ap
ik vind het hier belangrijk na te gaan wat we willen: solidariteit tussen burgers, tussen sociale klassen, tussen staten Vaak heft de ene vorm van solidariteit alle verantwoordelijkheidgevoel op ik betaal al belastingen dus hoef ik zelf niets meer te doen, ik stort elke maand voor het goede doel dus doe ik mijn deel al. En vooral: wat verstaan we precies onder solidariteit? Hebben we het hier louter over financile solidariteit of houdt solidariteit ook in dat je je op de een of andere manier in de samenleving engageert? Wat met boutade dat solidariteit ongelijkheid alleen maar in stand houdt? Dit argument hoor ik weer meer en meer. Zowel in politieke kringen als het over de solidariteit tussen Vlaanderen en Walloni gaat als in rechtse kringen in verband met solidariteit met bijvoorbeeld armen. herinner je de uitspraak van Bart De Wever van een paar jaar geleden waarbij hij benadrukte dat armen zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen situatie.

04/08/2009 15:23 synthese focusgroepen voorjaar 2009 pn
In een geglobaliseerde wereld houdt het streven naar Gelijke Kansen ook Solidariteit in. Maar het is niet omdat iemand een recht heeft, dat hij of zij hiervan ook gebruik kan maken. Hongersnood los je niet op met het recht op eten. Belastingen, sociale zekerheid, ontwikkelingshulp zijn vormen van soli-dariteit. Een herverdeling van de bestaande middelen is mogelijk maar ook de wijze van herverdeling mag geen gevoel van ongelijkwaardigheid teweegbrengen. Gelijkwaardigheid is een beschavingsver-schijnsel. Een zekere welvaart is een voorwaarde om welzijn te bereiken. Hoe kan je vrij zijn als je nauwelijks middelen van bestaan hebt? Moet sociale zekerheid dan naar zoveel mogelijk landen wor-den uitgebreid? In elk geval als je niets doet noch geeft, komt niets op zijn plaats terecht. In een waardige samenleving moeten mensen de kans én de middelen krijgen om voor zichzelf te zorgen. Solidariteit is ook de mogelijkheid geven te leren in een vrije en open structuur. Solidair zijn vraagt in elk geval een goed inlevingsvermogen. Solidariteit is ook zorgen voor de toekomst. Zonder wereld is er immers ook geen waardige samen-leving meer!

16/02/2009 15:59 SOLIDARITEIT – Onverschilligheid is aan mij niet besteed. VM
Er is verdorie nog teveel onrecht, te veel nood! Hoe ga ik hier mee om? Door daadwerkelijk kansen te creren voor iedereen. Een vrijzinnig humanist benadert de wereld als geheel. De toekomst voor onszelf krijgt pas zin indien we dat z realiseren dat ook de toekomst van anderen wordt verzekerd. Hierbij dienen niet alleen theoretische rechten worden vastgelegd, maar moeten rele kansen worden aangeboden om die rechten te concretiseren.Het is niet omdat iemand een recht heeft, dat hijzij daar ook gebruik van kan maken. Hongersnood los je niet op met recht op eten.

21/01/2009 23:52 solidariteit K V
Hoe zit het met de solidariteit op landelijk niveau? Hoe komt het dat de solidariteit schijnbaar aan belang inboet bij uitspraken van o.a. het Vlaams Belang als er slogans als eigen volk eerst naar boven komen. Is er een bewustzijn bij de mens omtrent dergelijke solidariteit?Hetzelfde met de patstelling Vlaanderen-Walloni, is solidariteit hier aan de orde? Verliest de solidariteit op menselijk niveau haar rele kracht? Wordt ze soms verbannen naar het getto van idealisme en naviteit?

21/01/2009 23:51 solidariteit L VB
Hoe komt het dat slecht een beperkt percentage van de mensen die rijk genoeg zijn om te steunen, meewerken aan de wereldsolidariteit? Waarom kopen sommigen liever een derde auto dan mensen in nood te helpen? Is dit een aangeboren egosme? Hebben zij hun twijfels over de manier waarop hun geld besteed wordt of geldt dit slechts als een excuus? Kan de overheid meer doen om er meer mensen voor warm te maken? En de mensen die wel steunen, uit welke overtuiging doen zij dat? Puur uit solidariteit met de andere helft van de wereld of eerder om hun schuldgevoel af te kopen?

21/01/2009 23:50 solidariteit I G
Solidariteit is de onverschilligheid doorbreken, betekenis geven aan elkaar, bruggen naar de ander leggen. Fr. Wuytack Hoe kunnen we dit realiseren in onze huidige samenleving en directe omgeving? Om de berusting te doorbreken moet je gemeenschappen vormen. Op ieder niveau: van wijk tot wereld. Vanuit welke invalshoek zou jij vertrekken om een gemeenschap te vormen?

21/01/2009 23:49 solidariteit E D
In onze huidige samenleving kennen we een aantal vormen van solidariteit, zoals OCMW,ziekenfonds,familiehulp,…maar ook kleinschalige initiatieven zien het levenslicht kaarten bijvoorbeeld de eenzaamheid onder ouderen aan en trachten daar op hun manier iets aan te doen. Maar wanneer termen als individualisering steeds meer de kop opsteken en leuzen als Belgi barst, Eigen volk eerst op muren worden gekalkt, kan men zich afvragen hoe solidair onze samenleving echt is? En hoe wordt solidariteit in andere culturen die leven in Belgihet Gentse ingevuld en ervaren?

21/01/2009 23:48 solidariteit K V
Kunnen overheden hun eigenbelang even opzij zetten voor een grondige aanpak en voor een werkelijke verandering zorgen naar een meer solidaire wereld of is dit slechts een illusie? Is onze westerse hulp aan derde wereld landen wel zo solidair te noemen als men vaak laat uitschijnen?Is het wel mogelijk om te komen tot een eerlijke globalisatie waarbij met alle partijen rekening kan gehouden worden? Hoe kan gewerkt worden aan een globalisering die voordelen kan bieden voor alle medespelers en niet enkel voor de sterkste economien? Hoeveel zijn wij bereid op te geven van onze luxe ten voordele van een meer solidaire wereld voor iedereen? Welke dingen zijn daar haalbaar? ecologische voetafdruk Wat kan het individu hierin betekenen?

21/01/2009 23:47 solidariteit M G
Kan je je voorstellen dat je 12 uren per dag werkt, 7 dagen per week en dat je niet kan leven van je loon? Kan je je voorstellen dat je woont in de fabriek waar je werkt, met zn tween slaapt in een eenpersoonsbed en met zn tienen in een kamer? Dit is de realiteit voor vele arbeidsters in de sportkledingindustrie. Maar ook in andere kledingindustrien worden de arbeiders op een mensonwaardige manier behandeld. Hoe kunnen we in onze consumptiemaatschappij waar winst en prijs de geprezen woorden zijn toch solidair en bewust kopen met respect voor de arbeiders die in deze mensonwaardige omstandigheden moeten zwoegen? Kunnen wij als bewuste consument bij de bedrijven rechten voor hun arbeiders afdwingen? Hoe kunnen we dit dan eventueel doen? En hoe veranderen we de attitude bij de niet-bewuste consument?

21/01/2009 23:46 solidariteit CDAW
Was er vroeger meer solidariteit dan in de hedendaagse samenleving? Versterkt de globalisering de solidariteit onder de minderheden? Is het in een globaliserende samenleving nog mogelijk om een algemeen solidariteitsgevoel te hebben? Heeft iedereen nog gelijke waarden?Waarom willen we de rest van de wereld iets opleggen waartoe we zelf Vlaanderen – Walloniniet in staat zijn?

21/01/2009 22:33 solidariteit P B
Hoe doe je dat, solidair zijn in een klimaat waar je gepusht wordt om zo voor jezelf op te komen dat je daarbij de ander mag wegduwen, negeren, voorbijsteken en vooral niet helpen (men zou van je kunnen profiteren! een ander helpen kan gevaarlijk zijn! enz.). Hoe kun je nu solidair zijn wanneer je koelkast vol producten staat (die iets goedkoper zijn dan andere…) die voortkomen uit een economie en (monopolie)beleid van uitbuiting en onderdrukking. En hoe bel je dan solidair met een gsm of computer die vol zit van essentiële grondstoffen gewonnen uit de mijnen van de armste landen ter wereld (rijk aan bodemschatten), die gerund worden door buitenlandse firma’s (onder andere van bij ons), gesteund door het politiek beleid van het land zelf en van de invoerder? Betekent solidair zijn ook niet meteen een andere manier van leven ? Bewuster? Ecologischer? Menselijker en vriendelijker en vooral delend leren leven. De ander niet langer als anoniem te zien ?





Gelijke kansen binnen een Waardige Samenleving

11 09 2009

05/10/2009 14:48   van 1 naar 6 miljard   dv
De tweede paragraaf, getiteld Gelijke kansen, staat wel dichter bij de geest van 1789. Egalité laat zich inderdaad goed actualiseren als gelijkheid van kansen, ongeacht tot welke rang of stand men behoort. Maar de wereld is wel ingrijpend veranderd sindsdien. Toen de idealen van de Franse Revolutie ontstonden telde de wereld minder dan één miljard inwoners. Vandaag zijn het er zes miljard, over enkele decennia negen miljard. Stel dat die allemaal konden genieten van een volmaakt systeem van gelijke kansen. De wereld ging eraan kapot! Er zouden hele oerwouden geveld moeten worden om nog maar de nodige lessenaars te maken. Het humanisme, een rijke filosofische traditie die me zeer dierbaar is, biedt geen antwoord op het probleem van de overbevolking, het grootste planetaire vraagstuk van het ogenblik. En dat komt doordat de wortels van dat denken in de periode 1500-1800 liggen, terwijl onze inzichten over demografie uit de negentiende eeuw stammen vnl. Malthus en Darwin. Het humanisme en het Darwinisme leven op gespannen voet met elkaar, al zullen veel aanhangers van het vrijzinnig humanisme in Vlaanderen vandaag eerder affiniteit hebben met de evolutieleer dan met het creationisme. De fundamentele breuklijnen situeren zich op twee niveaus. Ten eerste, voor het humanisme moet iedereen bij zijn geboorte over gelijke kansen beschikken; voor het Darwinisme geldt net het omgekeerde: er zijn altijd te veel geboortes, niet elk organisme heeft evenveel overlevingskansen, er moet en er zal selectie plaatsvinden. Qua ideaal is het ene prachtig, qua theorie is het tweede waar. Het is niet duidelijk hoe die twee te rijmen vallen. Ten tweede: voor het humanisme is de centrale categorie de mens vandaar de naam, uiteraard, voor een consequent Darwinisme is die categorie relatief. De mens staat niet langer op een sokkel, er loopt geen fundamentele scheidslijn tussen de mens en de hogere primaten. Bioloog Dirk Draulans stelde onlangs de vraag op scherp. Wat is het ergst, het uitsterven van de berggorilla in Centraal-Afrika of de genocide van Rwanda? Lastige vragen, zeker als je weet dat beide tragedies grotendeels te maken hebben met overbevolking in de regio.Uiteraard, ik verwacht niet dat een compromistekst van het Vlaams humanisme in een paragraaf van een halve bladzijde een van de allergrootste morele dilemmas van onze tijd oplost. Maar anderzijds: als we de ambitie opbergen om complexe morele dilemmas aan te pakken, verliezen we al snel onze relevantie.

17/09/2009 15:30   goochelen?   ap
Dit is een thema waar alle politieke partijen in dit land de laatste jaren mee worstelen. Vandaar ook het gegoochel met termen als gelijke startpositie en gelijkwaardigheid. De waarheid is dat alle inspanningen ten spijt er nog lang geen sprake is van gelijke kansen in het onderwijs dat terecht veel aandacht krijgt in de tekst of op de arbeidsmarkt. Naast ongelijkheid en ongelijke kansen op het vlak van inkomen de generatiearmoede die een vicieuze cirkel blijft en van opleiding, is er in mijn ogen een nieuwe ongelijkheid gegroeid: de kloof tussen mensen die genformeerd zijn al dan niet langs digitale weg en door hun opleidingafkomstomgeving in staat zijn hun weg te vinden door de informatiestroom en mensen die dat niet zijn. Dit is vaak bepalend voor iemands toekomst omdat het onder meer gaat over informatie over rechten en plichten als burger, subsidies, opleidingen, zorg, ….

04/08/2009 15:26 synthese focusgroepen voorjaar 2009 pn
Een aantal focusgroepen wijzen erop dat Vrij Onderzoek veronderstelt dat een waardige samenleving het streven naar Gelijke Kansen voor iedereen vooronderstelt. Tijdens de afgelopen halve eeuw is er een enorme toename van kansen gekomen maar de gelijkmatige verdeling hiervan is een uitdaging gebleven. Het geboorterecht of erfrecht maar ook corporatisme wordt hierbij door verschillende deel-nemers in vraag gesteld. De positie van mensen die zich ongelijkwaardig behandeld voelen is vaak gebaseerd op uitsluiting en een gevoel van machteloosheid. Naast het verhogen van het inkomensniveau en de verbetering van sociale omstandigheden, is naast gezondheid ook taal of de mogelijkheid om te communiceren een essentile voorwaarde om uit armoede te geraken. Onderwijs dat eisen durft te stellen, wordt als het voornaamste middel gezien om tot Gelijke Kansen te komen. Het onderwijs moet dan wel wederzijds respect en waardering tonen om talenten te ontwikkelen zodat éénieder naast een kritische houding ook een positief zelfbeeld kan ontwikkelen. Dit positief zelfbeeld is noodzakelijk om in je eigen kunnen te geloven en je eigen daden als waardevol te ervaren. Er wordt gesuggereerd een systeem van valorisatieoefeningen te ontwikkelen zoals het opzetten van vrij-onderzoeksgroepen om de kritische geest van leerlingen te ontwikkelen maar ook om echt inte-ressant leermateriaal te verkrijgen. Deze vorm van waardering stimuleert immers het potentieel dat in elk individu aanwezig is en dat de samenleving nodig heeft. Leerkrachten moeten geschoold worden de talenten van jongeren te ontdekken zodat ze zich kunnen ontplooien en ontwikkelen in een waardige samenleving.Een aantal deelnemers wenst ook de aandacht te vestigen op het waarborgen van gelijke kansen voor vrijzinnigen in een Vlaamse waardige samenleving. Als bijvoorbeeld media ergens levensbeschou-wingen bij betrekken, moet er ook een vrijzinnig-humanist aan het woord komen.

21/01/2009 22:22 gelijke kansen L C
Hoe mensen samenleven heeft betrekking op hoe mensen met elkaar omgaan. Zo is er een groot verschil tussen contexten als een grootstad, dorp, getto,…maar ook kleinschaliger zoals het eigen gezin, de familie, de vriendenkring,…Gelijke kansen creëren kan enkel gebeuren binnen deze contexten en is dus sterk afhankelijk van de omgevingsfactoren (heerst er een gemoedelijke sfeer of een vijandige sfeer, welke religie heeft er de bovenhand, hoe zit het met de economische gesteldheid van de context,…?). Bovendien vergt het streven naar gelijke kansen de inzet en het respect van iedereen, naast een gunstige context. Gelijke kansen creëren is dus hard labeur, want zouden deze ook niet kunnen gecreërd worden in een ongunstig milieu? Hoe zit dit in onze samenleving, in onze context? Hebben we een gunstig of een ongunstig milieu en is er de moed van iedereen om gelijke kansen te creëren?

1/01/2009 22:17 gelijke kansen KD
Gelijke kansen creëren in een waardige samenleving is rekening houden met contexten en dus afhankelijk van omgevingsfactoren. Wat doet de Belgische overheid om een gelijke kansen-beleid te voeren? Kunnen we spreken over gelijke kansen in het onderwijs, wanneer het voor allochtonen onmogelijk is les te volgen in hun moedertaal? In hoeverre streven de verschillende politieke partijen naar gelijke kansen?





Actief pluralisme binnen een Waardige Samenleving

11 09 2009

25/11/2009 18:17   em prof UGent   Frank Roels
Dit is een reactie op JL 1711. De maatschappelijke tegenstelling tussen vrijzinnige humanistenkatholieken vs christenen behoort niet tot het verleden. Zeker niet in Spanje waar de bisschoppen onlangs de communie gaan weigeren wie voor de nieuwe wet op abortus stemt, of abortus zou toepassen. Zeker niet in de VS vele diverse christenen, niet bij Tony Blair die naar de paus trok zodra hij premier-af was ik denk: ging hij als nieuwbakken katholiek biechten voor de doden die hij in Irak op zijn geweten heeft?. In Zuid-Itali, Latijns-Amerika, de Philippijnen, Afrika…De paus weet hoe we AIDS moeten bestrijden: onthouding, geen condomen. In Vlaanderen gaat de strijd tussen gemeenschapsonderwijs en vrije net verder, om het aantal leerlingen en om de poen. Nu er bespaard wordt in het onderwijs, heeft Mieke van Hecke gepleit voor verhoging van de maximumfactuur, d.w.z. het bedrag dat bemiddelde ouders mogen betalen voor buitenschoolse acitiviteiten. Zelfs het hoofddoekendebat heeft te maken met GO vs vrije net: de twee athenea in Antwerpen waren concentratiescholen geworden omdat zij als enige de leerlingen uit migrantengezinnen vlot toelieten – in het katholieke net zijn dezen grote uitzonderingen. Ook is de opleiding in het katholieke net niet pluralistisch, want alleen katholieke godsdienst; mogen we daar even aan herinneren? Op een ander terrein overheerst opnieuw de katholieke zuil: de ziekenhuizen, ouderlingenzorg, jeugdverenigingen en kringen allerhande. Hoe zit het daar met de toepassing van de eutanasie-wetgeving? De K.U.L is geassocieerd met bijna alle hogescholen in Vlaanderen, en met vele ziekenhuizen; dit bepaalt mede hun benoemingspolitiek en beleid. De VUB overleeft maar heeft het financieel moeilijk omdat de financieringsmechanismen de grote universiteiten bevoordeligen. Vernieuwing aan de VUB wordt meteen gekopieerd door Leuven. Dit alles betekent niet dat wij als vrijzinnigen voortdurend moeten ruzie zoeken met de katholieken: dat is vernederend en contra-productief. We moeten met ALLE gelovigen samenwerken indien we gemeenschappelijke doelen kunnen onderschrijven: vrede, tegen de armoede, gelijke kansen, solidariteit, rechtvaardigheid. Gesprekken over typische levensbeschouwelijke thema’s zijn veel moeilijker, en zullen meestal in het beste geval uitmonden in: ieder zijn waarheid en vrije keuze.

17/11/2009 17:12   solidariteit en respect voor iedereen SAMEN   JL
Die verdraagzaamheid die ik ook dacht te kennen vanuit het Willemsfonds lijkt mij wat zoek in het artikel sporen naar een waardige samenleving. Enerzijds lees ik de algemeen ervaren nood aan meer profilering van de georganiseerde vrijzinnigheid brengt ook met zich mee dat er een duidelijke verhouding moet gezocht worden met andere levensbeschouwingen in de geest van een actief pluralisme van onze hedendaagse samenleving. Ik ben het hiermee volledig eens, daarom noem ik mezelf ook een humanist als slaag ik er niet altijd in één te zijn Anderzijds lees ik dan: het dynamisch vrijzinnig humanisme biedt immers een open kader waarin kritische vragen gesteld worden in plaats van statische dogma’s van o.a. de boekgodsdiensten die absolute waarden opleggen. Ik zou toch durven stellen dat die statige dogma’s van boekgodsdiensten binnen de christelijk-katholieke traditie allang voorbij zijn.Ook daar is, zeker aan de basis, plaats voor gesprek, overleg, een samen zoeken naar,een begrijpen vooral en een plaatsen in een juiste exegetische wetenschappelijke context. Mijn zeer eigen persoonlijke poging tot christelijke oriëntering is nooit een hindernis geweest om andere geesten aan te trekken, laat staan te verenigen. Persoonlijk heb ik er geen enkele moeite mee om voorzitter te zijn van een open vld-afdeling waar ik heel wat verlichte denkerskan verzamelen, de ene al niet of minder gelovig dan de andere. Het gaat om het verenigen van verdraagzame mensen, los van hun persoonlijke levensoriëntering. Moet een voorzitter van een open vld afdeling die lid is van het Willemsfonds per sé een vrijzinnig humanist zijn? Ik stel het nog concreter: moet ik als lid van het Willemsfonds de fakkel op de achterruit van mijn auto kleven? Ligt deze discussie niet al tientallen jaren achter ons? In die zin verwondert mij de volgende zin uit het artikel: Zelfs al leeft er bij sommigen angst voor islamisering van onze samenleving nu we ons stilaan losgemaakt hebben van het juk van het katholicisme. Gelukkig lezen we verder dat de georganiseerde vrijzinnigheid haar boodschap van dialoog zoeken duidelijker en luider zal brengen. Ik mag dus hopen dat dit ook naar het christelijk humanisme toe het geval zal zijn. Ook de zin: als we diversiteit willen behouden, moeten we tegenwerkende krachten bestrijden. Zelf ben in nogal voorstander van de vrije, open, democratische, participatieve en vooral communicatieve structuur waar niet wordt gepraat in termen van zij en wij. Ik verkies het woord SAMEN. Bij het doornemen van genoemde artikels voel ik echter tenzij ik verkeerd lees een gevaar voor opflakkering van een oude vete die door een vernieuwde drang naar profilering binnen het vrijzinnig humanisme opnieuw de kop zou kunnen opsteken. Mijn lidmaatschap van het Willemsfonds is er één uit solidariteit en respect voor alle mensen los van hun persoonlijke filosofische levenskeuze. Ik dacht dat ik hetzelfde kon verwachten van mijn medeleden. Vandaar dus een paar geformuleerde bedenkingen.

05/10/2009 14:50   luisteren naar onszelf   dv
Eenzelfde gevoel van zinvolle aanzet zonder kordate consequentie bekroop me tijdens de lectuur van de slotparagraaf over het Actieve pluralisme. De discussie gaat inderdaad over de vraag of het humanisme zijn eigen idealen luider en duidelijker moet uitdragen. Het is de vraag van elke levensbeschouwing: het christendom en de islam kiezen voor de bekeringsijver, het boeddhisme niet. Daar is de leer eerder een uitnodiging dan een oproep. Waar situeert het vrijzinnig humanisme zich? De tijd van een volstrekt passieve houding is allicht voorbij, dan trekt men alleen maar toevallige passanten. Maar een veel actievere opstelling riskeert ideologische agressie die hovaardig verkondigt wat anderen moeten doen en er niet voor terugdienst particuliere waarden op te leggen als universele beginselen. Dat kan ten langen leste zelfs wrevel en afkeer bij de tegenpartij opwekken. Gelukkig ligt er tussen passief afwachten en agressief promoten een gulden middenweg: die van het assertief opkomen voor de waarden die ons dierbaar zijn. En dat opkomen kan geschieden op een manier die anderen in hun waarde laat, maar ook onszelf en onze eigen geschiedenis in onze waarde laat. Dialoog begint ook met te luisteren naar onszelf.

17/09/2009 15:31   onderwijs   ap
Wat onderwijsidee betreft een bedenking: ik hoor dat her en der ouders opstaan die hun kinderen elk jaar of om de twee jaar een andere godsdienst laten volgen dus een jaartje katholieke godsdienst, een jaar islam, een jaar zedenleer, een jaar jodendom, enzovoort. Op dit moment is dat geen gemakkelijke aanpak en de scholen zijn er ook al niet blij mee.

04/08/2009 15:27 synthese focusgroepen voorjaar 2009 pn
Het Vrijzinnig Humanisme dat essentieel een open geest voorstaat moet een voortrekkersrol spelen in dialogen met andere
levensbeschouwingen. Het beeld van de mens in de context van de wereld staat uiteraard ter discussie. Levensbeschouwingen zijn niet genetisch bepaald maar aangeleerd in een gegeven tijdsgebonden maatschappelijke context. Er wordt gepleit voor een redelijke tolerantie, met de kanttekening dat dit een luxe is die je je kan veroorloven als je in een welvarende samenleving woont. Zelfs al leeft er bij sommigen angst voor islamisering van onze samenleving nu we ons stilaan los ge-maakt hebben van het juk van het katholicisme, moet de georganiseerde vrijzinnigheid de boodschap dat ze altijd naar dialoog zoekt luider en duidelijker brengen. Alleen levensbeschouwingen die het be-staan, de beleving en de praktijk van andere levensbeschouwingen begrijpen, aanvaarden en respec-teren, bieden de mogelijkheid waardig samen te leven. Vrijzinnig-humanisten kunnen hierbij een voor-beeldfunctie uitoefenen aangezien hun ethiek gebaseerd is op reflectie en vrije keuze. Verschillen aanvaarden, elkaar erkennen en mekaar inspireren is een voorwaarde voor vrij onderzoek maar ook om tot menselijke verbondenheid te komen. Leven zonder verschillen is ook in de natuur onmogelijk. Maar als we diversiteit willen behouden, moeten we ook tegenwerkende krachten bestrijden. Overhe-den mogen geen enkele levensbeschouwelijke stroming boven een andere stellen, ook niet in een tolerante praktijk. De vraag wordt in meerdere focusgroepen gesteld of in het onderwijs de verschillende vakken levens-beschouwing niet zouden moeten vervangen worden door filosofie om samen tot dynamische, genu-anceerde oplossingen te komen. Dialoog impliceert ook discussie, zelfkritiek en flexibiliteit.

16/02/2009 16:03   ZELFBESCHIKKING – Ik geloof in de mens, niet in god   VM
Een vrijzinnig humanist probeert zelf zijn leven zin te geven zonder beroep te doen op hogere machten die dicteren hoe te leven. Hij is verantwoordelijk voor de keuzes die hij in zijn leven maakt. Dit vereist evenwel een duidelijke scheiding tussen religieuze levensbeschouwing en het gemeenschappelijk referentiekader van waarden van onze samenleving.Een vrijzinnig-humanist heeft geen pasklaar antwoord op ieder probleem. In iedere specifieke situatie burenruzie, culturele tegenstellingen, euthanasie, opwarming van de aarde, de wereldwijde energieproblematiek, hongersnood, rampen, tracht hij het goede zelf te bepalen en na te streven.

16/02/2009 16:00   OPENHEID – Verandering schrikt mij niet af   VM
De wereld veranderd voortdurend en snel. Hoe ga ik daar mee om? Met een onbevangen houding!Een vrijzinnig humanist is nieuwsgierig en wil leren. Hij luistert naar anderen zonder zijn eigen principes uit het oog te verliezen. Van die andere verwacht hij dan ook eenzelfde respect en luisterbereidheid. Ieder gesloten extremisme zal hij bestrijden. Eerder dan zich er angstvallig voor af te sluiten zal de vrijzinnig-humanist maatschappelijke veranderingen kritisch onderzoeken. Hij zal nadenken over de mogelijke gevolgen voor mens en milieu energiecrisis, religieus extremisme, en zal ze in een open dialoog bespreken met anderen. Het blijft hierbij niet allen bij vrij denken en praten, een vrijzinnig humanist voegt de daad bij het woord!

05/02/2009 11:58   pluralisme   PN
groot gelijkvoor de volgende fase én voor het denkfeest op 18 november zullen we in een breder pluralistisch platform denken, overleggen en werken

02/02/2009 13:27   Andere levensbeschouwingen   JDV
Ik vraag me af waarom we geen contact of samen zoekenvoorzien met andere levensbeschouwingen rond deze erg belangrijke actie naar een waardige samenleving. Als elke levensbeschouwing dit op zijn eigen eilandje uitwerkt komen we er gegarandeerd niet. Ik begrijp nog dat de start per groep levensbeschouwing wordt genomen … maar in het project moet een fase zitten die toelaat over de muren uit te stijgen. Het staat me een beetje tegen dat we dit soort positieve acties telkens in ons eigen hokje moeten uitvoeren …





Zelfbeschikking binnen een Waardige Samenleving

11 09 2009

05/10/2009 14:47   het ene of het andere   dv
De paragraaf over Zelfbeschikking breekt een stevige lans voor vrij onderzoek, dat klinkt prachtig, maar pleit tevens voor het stellen van prioriteiten voor het besteden van geld aan wetenschappelijk onderzoek op basis van de sociale gevolgen van het onderzoek en de noden van de samenleving. Ja, t is een of t ander, denk ik dan: of we zijn voor vrij onderzoek en dan is het ook echt vrij, zoals kunstenaars vrij kunnen zijn in hun artistiek onderzoek, of we kiezen voor beleidsgericht onderzoek, wat een even eerbare optie is, maar dan is het de overheid en de gemeenschap die de bakens uitzetten en is het onderzoek uitdrukkelijk niet vrij. Beide opties zijn nobel, maar men moet wel kiezen. Nu gaat de tekst de wezenlijke vraag over fundamenteel versus instrumenteel wetenschappelijk onderzoek uit de weg. Een gemiste kans.Een ander en veel grootschaliger spanningsveld binnen het vrijzinnig humanisme betreft de verhouding tussen individu en gemeenschap. Wanneer men het concept van liberté actualiseert tot zelfbeschikking en dat vervolgens vooral begrijpt als individuele zelfbeschikking en niet politieke, want dat soort zelfbeschikking was ooit een sleutelconcept op de IJzerbedevaart, moet men zich expliciet bezinnen over de verhouding tot de gemeenschap. Ten tijde van de Franse Revolutie gold die liberté niet zozeer de keuzevrijheid van de enkeling, maar het zelfbeschikkingsrecht van het volk. Liberté en fraternité lagen dichter bij elkaar dan de zelfbeschikking en solidariteit van deze tekst. Wie de basisprincipes van het humanisme herdenkt, moet ze ook herdenken in zijn consequenties.

22/09/2009 14:53   de toekomst ligt bij de creatievelingen   bd
Het is edel om na te denken over wie we zijn, waar we staan en waar we naartoe willen. Dit is zeker het geval als we ook eraan denken dit te delen met anderen. Om zo ook de andere te stimuleren inzicht te verwerven. We willen aan de andere bovendien tonen dat we bereikbaar zijn. Dit is anders dan paternalisme. En verschillend van eurocentrisme. Onze waarden zijn niet zomaar exporteerbaar. Contexten zijn belangrijk. Vrijheid is de strijd tussen tegengestelde waarden. Als mens tracht men deze te overstijgen, men zoekt steeds naar oplossingen. Hierdoor krijgen we een nieuwe toestand van vrijheid. Vrijheid werkt zo eigenlijk bevrijdend. Belangrijk hier lijkt me de vraagstelling die kan leiden naar inzicht. Een val kan zijn het gebruik van teveel mooie woorden onder de daad bij die woorden te voegen. Hoed ons om in machtsspelletjes terecht te komen. Filosofie kan hierbij helpen. Maar ook ervaring. Zoals de ontmoeting met de andere, met het anders-zijn. De uitwisseling en wederzijdse verrijking. Een proces dat boeiend en stimulerend werkt voor de participanten. Ik doel op een waarde die spiritueel kan genoemd worden. Om zo te komen naar de hoogste waarheid. Hier wordt de finale oplossing voor alle tegenstellingen gevonden. Noemen we dit een humanistische levenshouding? Het begint dus met: Ken jezelf. Of zoals een Gentse professor het eens formuleerde: de toekomst ligt bij de creatievelingen.

17/09/2009 15:29   hoever?   ap
Nieuwe, ingewikkelde, multiculturele tijden vragen om een nieuwe definitie van de noodzakelijke grenzen. Waar willen we die leggen? Mijn ervaring in de media leert me dat meer en meer mensen politici, linkse en rechtse denkers daarmee worstelen.-Hoever ga je in de vrijheid van onderzoek en het ter discussie stellen van zogenaamde waarheden? Moet de samenleving toch niet een aantal basic waarheden worden opgelegd? Hoever zijn we bereid in die vrijheid te gaan?Voorbeeld: kan onderzoek op basis van rassentheorien of kan de gelijkheid tussen verschillende etnische volkeren niet meer ter discussie worden gesteld? – interessant gegeven in de synthese: ethische oordelen kunnen alleen over de toepassing van het onderzoek gaan – in mijn ogen is het onderscheid tussen het onderzoek op zich en de toepassing ervan niet rigoureus te maken. Ik vraag me af of dit uitgangspunt ook in de praktijk kan worden omgezet.-Persvrijheidvrijheid van meningsuiting: begrip is met het oog op verschillende ontwikkelingen weer aan herdefinitie toe. Vaker en vaker krijg ik te horen dat de media meer kwaad dan goed doen door de verschillende kanten van een probleem te laten zien.-Heel belangrijk in de tekst vind ik de expliciete vermelding van het recht om niet meer te leven waar steeds meer mensen zich in kunnen vinden maar belangrijker nog: het recht om niet deel te nemen aan de samenleving. Ik ben bijzonder benieuwd naar de invulling van dit idee. Wat bedoelt men daar precies mee? Hoever kan dat gaan op vlak van rechten en plichten ook?

04/08/2009 15:34 redelijkheid V M
Wat is essentieel wanneer ik geconfronteerd wordt met een probleem? Een kritisch-redelijke benadering met gevoel.Een vrijzinnig humanist denkt kritisch: hij gebruikt de rede en aanvaardt geen opgelegde waarheden. Hij weet ook dat zijn eigen waarheid nooit absoluut kan zijn. En hoewel niét godsdienstig, is er moge-lijk plaats voor spiritualiteit, met aandacht voor overgangsritualen die belangrijke veranderingen in het mens-zijn markeren. De rede van de vrijzinnig-humanist werkt niet zoals een computer. In tegenstelling tot deze laatste weet hij dat de mens meer is dan zijn verstand alleen verdriet, verliefdheid, ervaring krijgen, gelukkig zijn, , en dat het leven een groeiproces is dat in fasen verloopt.

04/08/2009 15:33 vrij onderzoek en vrijheid MP
Hoe kunnen wij deze vrije discussie mee helpen vormgeven en verdere kennis voor meer mensen genereren? Voor mij is het vooruitgaan in de maatschappij iets wat op zich een discussie waard is. Vooruitgaan betekent voor mij: duurza-me toekomstgerichte beslissingen nemen en concrete handelingen uitvoeren met het oog op het verbeteren van de huidige situaties, en dit vanuit een bewustzijn van de huidige situatie die we vanuit zoveel mogelijk verschillende perspectie-ven moeten proberen te bekijken, met de verhalen en lessen uit het verleden in het achterhoofd. We moeten beseffen en aanvaarden dat er nooit iets zoals een perfecte wereld zal bestaan, maar even goed dat we altijd kunnen en zouden moeten streven naar verbetering. En dat we altijd kunnen leren uit ervaringen. Vooruitgaan is dynamisch. Net zoals kennis. Kennis is de basis voor het structu-reren en organiseren van een maatschappij. Dus de kennis die we hebben, maar vooral de manier waarop we die kennis gebruiken, is heel erg bepalend voor de wereld waarin we leven. Hoe kunnen we de huidige en ontzettend dominante kennismonopolies doorbreken is de vraag. Door er voor te zorgen dat meer men-sen ook buiten de academische wereld.. meer kennis kunnen verwerven, in de zin dat ze op de hoogte gesteld worden van het hele verhaal, of net van andere verhalen dan wat ze te horen krijgen via de populaire media, verouderde school-systemen, en dat ze op die manier zelf kunnen leren nadenken over huidige problematieken en oplossingen.

04/08/2009 15:32 vrij onderzoek M VH
Ook wetenschappers weten dat er grenzen zijn aan het weten en kunnenbeheer-sen. Er is dus enkel een feilbaar en zelfkritisch wereldbeeld mogelijk.Hoe kun-nen wij deze ideedit besef van feilbaarheid integreren?Ik krijg vaak de jammere indruk dat niet alle wetenschappers van de grenzen aan menselijk weten door-drongen zijn. Misschien zijn ze dat wél, maar velen laten het niet direct blijken in de toon die ze aanslaan, en zo wordt het ongebreidelde geloof in de wetenschap dat leeft bij een deel van de niet-wetenschappelijk gevormde bevolking vaak nog aangewakkerd wat uiteraard niet steeds terecht is. Naar mijn mening zou uit het wetenschapsbedrijf soms iets meer bescheidenheid mogen spreken. Het besef van feilbaarheid zou dus intern binnen de wetenschappelijke instellingen en ex-tern binnen andere wereldbeschouwingen die in de maatschappij aanwezig zijn aangewakkerd en gentegreerd moeten worden. Ik vrees dat dit een langdurig pro-ces betreft, maar niettemin de moeite waard is om in te investeren. Het moet na-melijk bijdragen aan het terugdringen van menselijke superioriteitsgevoelens, aangezien een bescheidener zelfbeeld de snelste weg is naar een nieuw wereld-beeld, harmonie met mensen, dieren, planten.Hoe een generatie wetenschappers doen inzien dat weten en kunnen grenzen hebben en moeten hebben?Naar de maatschappij toe dient er misschien iets veranderd te worden in de manier van berichtgeving over wetenschappen en wereldbeeld door de populaire media? Of moet de communicatie naar de buitenwereld toe door de wetenschappelijke in-stellingen meer de nadruk leggen op hun eigen feilbaarheid?Hoe kan dit syste-matisch gebeuren zodat een kritisch wereldbeeld gemeengoed wordt, maar zon-der de mogelijkheid tot gerechtvaardigde kennis uit te sluiten?

04/08/2009 15:31 vrij onderzoek ac
De alom bekende studie rond het genenpaspoort bijvoorbeeld is een erg belang-rijk onderzoek op vlak van erfelijkheid en DNA o.a., maar kan ook opgevat wor-den als een inbreuk op de privacy. Daarnaast kan men stellen dat er een totaal nieuwe en tot nu nog onbekende vorm van discriminatie op zou kunnen volgen. Zo kan ook onderzoek naar stamcellen leiden tot de ontwikkeling van genees-middelen of andere oplossingen voor tal van aandoeningen en ziektes, maar is het wel ethisch en moreel verantwoord? Kloneren kan op vlak van landbouw een nuttig middel zijn voor snellere en vooral omvangrijkere productie van bepaalde groente- en fruitsoorten. Maar wanneer men verder gaat en bijvoorbeeld dieren en misschien reeds in de relatief nabije toekomst zelfs mensen kloneert, is het moeilijk om nog een grens aan te duiden. In hoeverre en op welke manier kun-nen wetenschappers deze problematiek inschatten en hierbij verwacht worden de volledige verantwoordelijkheid ervan te dragen? Wanneer gaat de wetenschap gewoon te ver en doet ze meer kwaad dan goed, en wie beslist hierover?

04/08/2009 15:28 synthese focusgroepen voorjaar 2009 pn
De oorspronkelijke themas Vrijheid en Vrij Onderzoek werden door de verschillende focusgroepen als een individuele respectievelijk structurele vorm van zelfbeschikking beschouwd waarbij een kritische houding essentieel is. Vrijheid van denken is steeds absoluut maar vrijheid van handelen is technisch aan wetten en beperkingen gebonden. Maar is vrijheid ook beperkingen kunnen negeren? Aan het weten zijn geen grenzen: vrij onderzoek is een basisprincipe dat inhoudt dat je zelf nadenkt, zelf op zoek gaat en zelf keuzes maakt, zonder opgelegde waarheden en is onlosmakelijk verbonden met een kritische levensvisie en verantwoordelijkheid. Basisregels opleggen, grenzen die mensen niet mogen overschrijden is noodzakelijk in een samenle-ving. Wederzijds respect en gevoel voor context zijn onmisbaar. In een waardige samenleving is de armoedegrens zeker ook één van deze grenzen. Maar is de vrijheid van anderen beschermen ook een basisregel voor een waardige samenleving? In elk geval moet de keuzemogelijkheid om niet deel te nemen aan de samenleving of niet meer te leven gewaarborgd worden: vrijheid in een waardige samenleving is dat iedereen voor zichzelf de keuze kan maken en de kans krijgt om te leven of te sterven, om samen of alleen te zijn,… Een actiepunt voor een waardige samenleving is in elk geval dat je als individu op elk moment en in elke fase van je leven terecht kan bij iemand die je recht op zelfbeschikking mee kan helpen uitvoeren. Wat het Vrij Onderzoek betreft pleiten vele deelnemers aan de discussies voor het stellen van priori-teiten voor het besteden van geld aan wetenschappelijk onderzoek op basis van de sociale gevolgen van het onderzoek en de noden van de samenleving. Hiertoe moeten geen grenzen opgelegd worden, maar wel transparantie waardoor controle uitgeoefend kan worden. Een wetenschapper is immers niet meer noch minder waard dan iemand anders. Maar onderzoek mag nooit verboden worden in een waardige samenleving. Ethische oordelen kunnen enkel over de toepassingen van het onderzoek gaan, anders verlies je het begrip vrijheid. In het verlengde van het grote belang dat we als vrijzinnig-humanisten aan zelfbeschikking hechten, zijn de gevangenissen, internerings- en asielcentra een gevoelige problematiek. Gepersonaliseerde begeleiding, maatschappijbetrokken magistratuur, herstelconsulenten, afdwingbare en toepasbare regelgeving, wederzijdse kennismakingsinitiatieven worden hierbij als actiepunten geformuleerd. Wie beslist en met welk recht op welke criteria mensen zich niet mogen verplaatsen in een waardige samenleving?

21/01/2009 23:45 vrijheid P DC
Bestaat er een onderscheid tussen individuele vrijheid en collectieve vrijheid? In de zin van kansen om zich al individu te ontplooien en kansen om zich als een deelgroep te ontplooien? Hoe verhouden die twee zich dan ten opzichte van elkaar? De beperkingen in vrijheid waarmee een individu geconfronteerd kan worden zijn die anders dan de beperkingen van een groep?

21/01/2009 23:43 vrijheid M DS
Vrijheid kan begrepen worden op twee manieren: zich vrij voelen en vrij zijn. Deze twee kunnen ook in verband gesteld worden met elkaar. Is het zo dat men echt vrij is als men zich vrij voelt? Of voelt men zich vrij als men per definitie vrij is? Als men het gevoel heeft dat men keuzes kan maken, kansen kan benutten en zich niet gedwongen voelt in het maken van die keuzes, maar als dit gevoel misleidend is, is men dan vrij? Is zich vrij voelen genoeg om vrij te zijn? Of is vrij zijn genoeg om zich vrij te voelen? Kunnen we echt weten of we vrij zijn, is het mogelijk om te weten in hoeverre we beperkt worden in onze keuzevrijheid?Wanneer we keuzes maken zijn onze keuzeopties al voorgeselecteerd door wat ons wordt aangeboden door de consumptiemaatschappij, we kunnen inderdaad kiezen tussen een jeansbroek van diesel, levis, de hm, hilfinger, … maar wil dat daarom zeggen dat we vrij zijn in onze keuzes? In deze stelling kan men zich enkel vrij voelen en bestaat vrij zijn niet. Onze vrijheid is dan namelijk niets meer dan een gecreerde illusie. Door de groeiende globalisering en de nadruk die daarop gelegd is de laatste decennia wordt die illusie enkel vergroot. Men heeft veelal het gevoel dat de grenzen van mogelijkheden, kansen en keuzes verdwenen zijn en dat men nu vrijer is dan ooit om keuzes te maken, maar zijn die grenzen niet gewoon verlegd naar andere gebieden? Heeft de groeiden globalisatie, die meer welvaart en kennis heeft meegebracht, ons geen nieuwe grenzen op onze vrijheid gesteld? Is het dus mogelijk om absolute vrijheid te bereiken, doordat onze keuzes worden voorgekauwd door onze samenleving en is het gevoel die we hebben van vrijheid, echt wel vrijheid?Heeft het individu in de maatschappij bovenal wel behoefte aan absolute vrijheid? Wil men per definitie vrij zijn? Of zijn de basisbehoeften zoals een dak boven ons hoofd, een plek om te slapen en eten en drinken op tafel niet primair op onze wil naar vrijheid? Door de drang om onze primaire behoeften te bevredigen maken we keuzes tussen verschillende vooropgestelde mogelijkheden, die op hun beurt dan weer zorgen dat we gebonden worden aan andere zaken. Bvb, we kiezen een partner, we hebben in theorie keuze tussen de helft van de bevolking om een partner te kiezen, in deze keuze worden we echter belemmerd door geografie, mentaliteit, persoonlijke capaciteiten, … wanneer we dan echter kiezen voor iemand, moeten we daar een deel van onze vrijheid voor afstaan, dat doen we meestal zonder problemen, aangezien we het gevoel hebben daar vrij voor te kiezen. Veranderen van keuze brengt gevolgen met zich mee, zodat men ook op dat vlak maar deels vrij is. In dit opzicht is zich vrij voelen het belangrijkste en komt vrij zijn op de achtergrond. Maar maken we dan van onze persoonlijk vrijheidsgevoel de equivalent van onze vrijheid en is zo vrijheid zich vrij voelen. Doordat er een verschil is tussen hoe vrij een mens zich voelt en hoe vrij een mens kan zijn en men in deze optie de gekozen vrijheid het belangrijkste vindt.

21/01/2009 23:43 vrijheid C S
Wat is vrijheid?Het begrip vrijheid kan spijtig genoeg niet eenduidig gedefinieerd worden. De betekenis van dit woord is vaak afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt. Denk maar aan de vrijheid op economisch, sociaal of politiek niveau…Zelfs binnen hetzelfde kader zijn er verschillende interpretaties. Elke persoon geeft een geheel eigen invulling aan het begrip. Wat de één beschouwt als vrijheid, hoeft dat voor de ander niet te zijn.Misschien krijgen we meer inzicht in de problematiek door de wisselwerking tussen vrijheid en onvrijheid te bestuderen. Is de mens wel echt vrij?Vrijheid is rechtstreeks en onrechtstreeks verbonden met het maken van keuzes. Iedereen moet bepaalde keuzes maken. De mens is enerzijds vrij om te kiezen, maar anderzijds kan hij ook niet anders. De vrijheid van een individu wordt op een zeker punt ook begrensd. Er is een continue interactie tussen de vrijheid van de één en die van de ander. Om vrij te kunnen zijn moet men dus rekening houden met de vrijheid van anderen. Of anders gezegd: er zijn wel grenzen aan de eigen vrijheid! Welke zijn de keuzemogelijkheden die eenieder heeft?Het vergroten van de keuzemogelijkheden is noodzakelijk om van vrijheid te kunnen spreken. De vraag is of de maatschappij voor elk individu gelijke keuzemogelijkheden te bieden heeft.Men is bovendien pas écht vrij in de mate waarin men zich bewust kan zijn van de eigen keuzemogelijkheden. In de werkelijkheid is dit vaak niet het geval!

21/01/2009 23:42 vrijheid T B
In een waardige samenleving moeten mensen zich naar eigen inzichten kunnen ontplooien, met als ultiem maatschappelijk doel een situatie waarbij iedere burger kansen krijgt en ze ook benut. Een essentile voorwaarde daarvoor is vrijheid.Is onze maatschappij in zon mate vrij? Het is namelijk vaak nog zo dat de ene zijn vrijheid de andere zijn onvrijheid is. In vele gevallen denkt onze Westerse maatschappij dat ze het alleenrecht bezit over de waarheid, dat zij enkel weten wat vrijheid nu precies is. En dus door dit beeld op te dringen aan andere culturen verspreiden ze de vrijheid. In welke mate deze echt vrij is, weet ik niet zeker. Zo denk ik even aan het hoofddoekendebat. Vanuit de westerse wereld wordt dit enkel als een vorm van onderdrukking gezien, en terwijl het zo ook in vele gevallen is, is het de vrije keuze van sommige vrouwen om deze te dragen. Omdat dit strookt met ons beeld van vrijheid zullen we deze vrouwen bevrijden, maar tegelijk dus hun eigen, vrije keuze afnemen.Is de wereld, onze maatschappij dus vrij? Of wordt die het enkel wanneer zich iedereen conform gedraagt naar hetgeen de Westerse maatschappij voorschrijft? Is het aan ons om te beslissen wat kan en wat niet kan? Is dit zelf geen vorm van onvrijheid voor al degene die anders zijn?Materile middelen kunnen helpen aan het vrij zijn, je hoeft van niemand afhankelijk te zijn, maar wat dan met de mensen die in armoede leven? Degene die hulp moeten zoeken bij dagonthalen voor mensen met kleine en grote noden. Zijn deze mensen echt vrij?Er is nog steeds geen duidelijk beeld van vrijheid in onze maatschappij, want enkel ons beeld als vrijheid zien, is discriminatie en onvrijheid…

21/01/2009 23:41 vrijheid G B
Zowel de aanwezigheid van keuzes en kansen als afwezigheid van dwang zijn basisprincipes voor het bepalen van vrijheid. Vrijheid kan enkel bestaan wanneer men zelf kan kiezen over zijn eigen leven maar houdt ook in dat je zelf verantwoordelijk bent voor die keuzes en de gevolgen ervan. Iedereen heeft het recht te doen en laten wat hij wil, dit zonder een ander zn vrijheid te beperken. Je eigen vrijheid eindigt dus waar die van een ander begint. Om een vrije keuze te garanderen moet iedereen over gelijke kansen beschikken. Maar is dit wel zo in onze maatschappij? Beschikken wij daadwerkelijk over de vrijheid waar de Belgische grondwet het over heeft?Vanaf het moment dat er een vorm van dwang bestaat verdwijnt de vrijheid. Deze dwang is verbonden met autoriteit. Iedereen zou als gelijkwaardig moeten bestempeld worden maar dit is bijlange niet het geval in onze maatschappij. De wereld wordt al eeuwenlang bepaald door hoge pieten die alle grote beslissingen nemen. Het zijn deze kleine groepen van machtshebbers die onze vrijheid beknotten. De vrijheid wordt dus belemmerd in plaats van bevorderd. Onze individuele keuzemogelijkheden worden beperkt aangezien alles in functie moet gebeuren van de maatschappij.

21/01/2009 22:29 vrijheid W D
Hoe om te gaan met het ambigu gedrocht, genaamd Vrijheid? Kunnen we zonder de hulp en verantwoordelijkheidszin van individuen die bereid zijn om onophoudend op zoek te gaan naar zijn eigen waarden en normen, en deze ook steeds in vraag durven en moeten stellen ooit tot een consensus kunnen komen over wat vrijheid moet inhouden? Kunnen we überhaupt ooit tot een consensus komen daaromtrent of is vrijheid een eeuwig veranderde kameleon die steeds geherdefinieerd moet worden. Zijn er zoiets als basisvrijheden? Of zullen we zonder ooit tot zo’n definitie te komen niet het gevaar lopen om te blijven worstelen met vrijheden die enkel ontwikkeld werden, bekrachtigd met wetten, en slechts tot doel hebben om één bepaalde machtsgroep machtiger te maken, zonder dat die zich bekommeren om de persoonlijke ontwikkeling van alle individuen van een gemeenschap? Hoe verworven vrijheden te beschermen, en anderzijds de mogelijkheid bewaren om ze steeds te nuanceren wanneer nieuwe sociale situaties dat vereisen? Hoe persoonlijke vrijheid te garanderen die bovenal niet de vrijheid inperkt van een ander? Want vrijheid ten koste van een ander, is slechts een herformulering van slavernij.

21/01/2009 22:28 vrijheid Y S
Als we geen concept van vrijheid kennen, hoe kunnen we ons dan onvrij voelen? Wat is onvrijheid zonder vrijheid en omgekeerd? Als ik deze vragen niet kon stellen, zou ik dan vrij zijn? Is er dus een noodzakelijkheid van grenzen om vrijheid te verkrijgen?

21/01/2009 22:28 vrijheid C B
In het boek ‘Terrorisme en rechtvaardige oorlog’ (W. Smit) lees ik het volgende: ‘Thomas Hobbes schreef in zijn Leviathan dat individuen bereid moeten zijn om een deel van hun vrijheid op te offeren om aan veiligheid te winnen’. Deze dichotomie tussen vrijheid en veiligheid is niet nieuw, we zien ze regelmatig opduiken, maar klopt ze wel? Moeten we onze individuele vrijheid opofferen als we daarmee een bedreiging van de veiligheid van de mensen kunnen voorkomen? En hoeveel vrijheid bedoelen ze? Kan een overheid beslissen wat precies een gewenste veiligheid is en dat ten koste van de individuele vrijheid? Heeft ze het recht om camera’s te installeren op openbare plaatsen (met of zonder medeweten van de burger?), wat met het afnemen van DNA-stalen, enz. ?

21/01/2009 22:26 vrijheid J P
In een pluralistische samenleving, waar vrijheid een grote prioriteit krijgt, vormt diezelfde vrijheid op een vaak paradoxale wijze een groot probleem. Vrijheid is, zowel praktisch als filosofisch gezien, een heel vluchtig en moeilijk te definiëren begrip. Gezien het niet eenvoudig is zelfs maar een eenduidige definitie van vrijheid op te stellen, is het opstellen van een beleid omtrent vrijheid ook allesbehalve evident. Vrijheid is in veel gevallen een tweesnijdend zwaard: hoe geven we vrijheid aan de groep zonder vrijheid af te nemen van (sommige van de) individuele groepsleden? Leiders van een groep zijn vrij keuzes te maken, maar kunnen de leden van hun groep onvrijer maken. Wat geven we prioriteit: individuele vrijheid of groepsgebonden vrijheden (en dus vrijheid van identiteit door behoren tot een groep)? En hoe geven we één individu of een groep vrijheid, zonder de vrijheid van een ander individu of een andere groep hierdoor te beperken? Om vrij te zijn moet men ook geïnformeerde keuzes maken, kennis hebben van de mogelijke opties. Om tot een vrije samenleving te komen, willen dus iedereen informeren. Maar wat als men ervoor kiest om niet geïnformeerd te willen worden?





Jan Hertogen: het probleem met al die mensen met ‘meningen’.

9 07 2009

Volgens Jan Hertogen, in het gelijknamige stukje, is het “Weg met ’t kapje”-probleem een probleem van geborneerde en ‘intolerante’ vrijzinnigen, die bovendien samenspannen op een manier die elke gelovige van de samenzweringstheorieën jaloers doet schuimbekken (sorry, even de stijl van Hertogen misbruikt). Hertogen slaat de bal meer dan behoorlijk mis.  Dat is niet zo omdat hij ‘meent’ fouten of ‘paradoxen’ te ontdekken in het discours van een in zijn ogen wonderbaarlijk eenstemmig vrijzinnig front, maar vooral omdat hij fundamentele maatschappelijke afspraken niet van groepsgevoeligheden kan onderscheiden.

Laat ons een poging doen om een en ander op te helderen.
Het gaat ten slotte over belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen.

Hertogen neemt in zijn gehele betoog tegen de perfide vrijzinnigen een a priori aan dat jammer genoeg niet meer geldt. Vanaf de eerste zin gaat het volgens hem over het al of niet toekennen van rechten aan bepaalde levensbeschouwelijke groepen. Hij verengt dit nogal gemakkelijk tot gelovigen tegen ongelovigen. Dat is sinds geruime tijd in onze streken een niet-realiteit: de ‘gelovigen’ zijn sociologisch een absoluut kleine minderheid. De hele idee van een godsdienstig gestuurde of gefundeerde maatschappij (christelijk, joods, islamitisch of wat dan ook) is, tot spijt van wie het benijdt, een vage droom uit het verleden. Natuurlijk zijn er nog landen zoals Saoedi-Arabië, Nigeria en ook de VS, waar drukkingsgroepen (die soms de regering vormen) dit ideaal blijven beklemtonen. Maar de realiteit van een toenemend interdependente wereld met diversiteit, eerder dan ‘één land, één volk, één godsdienst’ maken die droom tot een vreemde, exotische nachtmerrie.
Het maatschappelijk project waarvoor de hele mensheid staat, luidt nu: hoe komen we tot een samenleving met een menselijk, duurzaam en leefbaar afsprakensysteem dat toelaat met verschillen te kunnen samenleven? Dat is het project van de gemengde maatschappij, en dat is dus het project van de verstedelijkte wereld. Daarover heeft Hertogen het niet. Nooit. Hij redeneert voort in de oude zuilenmaatschappij die, het moet gezegd, in de jaren tachtig echt definitief afgestorven is. Maar niet iedereen schijnt dat te weten of te willen toegeven. Die theocratische onzin van vorige generaties bestaat natuurlijk, want het zuilendenken bestaat nog. De argumenten van Hertogen zijn daartoe op merkwaardige consistente manier terug te voeren: de wet geeft die of die mogelijkheid, het zuil(tje) van islamitische scholen is wettelijk mogelijk, enzovoort. Zeer juist. Alleen: wetten zijn menselijke producten en de verzuiling is de voorbije decennia uitgehold en toch nog als machtsbasis (van alle zuilen) gehandhaafd zonder de sociologische achterban. Daarover bestaan studies van katholieke en van vrijzinnigen huize, met dezelfde resultaten: het zuildenken is dienstig aan een machtsapparaat, niet aan een reële bevolkingsgroep, ook niet voor islamieten. Dat vrijzinnige stemmen die conclusie trekken en dan een stap verder zetten naar een niet-zuilgebonden inrichting van de maatschappij is wat er nu aan de hand is. Dat is dus, laat ons wel wezen, veel belangrijker dan de loopgravenmentaliteit die we jammer genoeg als ‘mening’ van Hertogen vernemen.
Zo kunnen we bijvoorbeeld de redenering van Hertogen plaatsen als zou de vrijzinnige gemeenschap nu de moslims uitzonderen, volgens de auteur zoals de nazi’s dat deden met de joden. Sorry, het probleem is foutief geformuleerd: we zijn allemaal geëngageerd in een project waarbij mensenrechten erkend worden voor iedereen, los van afkomst, geslacht, religie, ras… Ook Europa, ook België en ook Vlaanderen heeft zich daarin ingeschreven.
Dat houdt in dat mannen en vrouwen vanuit religieuze overtuiging nooit verschillend-discriminerend kunnen behandeld worden. Dus, meisjes moeten de kans krijgen zich te ontplooien zoals jongens, en niet ‘een beetje’, of alleen en voor zover als de lokale gemeenschap het goed vindt. Dat de gelijkheid van man en vrouw een groot probleem is voor de drie boekgodsdiensten in het bijzonder, en dus ook voor islamieten, is een wetenschappelijk gegeven. Het volstaat om even naar de duizenden andere culturen/religies in de wereld te kijken om te beseffen dat dit voor godsdiensten uit die regio van de Middellandse Zee een lastig probleem is. In Vlaanderen zijn vandaag 174 culturen aanwezig, zoals het populaire tv-magazine ‘Man bijt hond’ ons terecht wekelijks laat horen en zien. Dan is het claimen van slechts drie van die tradities om de wet te spellen problematisch. Dat is simpelweg een verstarde voortzetting van de zuilenmaatschappij van weleer. Wanneer vrijzinnigen dat zeggen, zijn ze niet ‘ook schuldig aan dat exclusief denken’ maar wel realistische en democratische denkers.

Ten slotte een woordje over de vrij onduidelijke uitleg over de omkering van dader en slachtofferrol in Hertogens stuk. Voor zover we dit begrijpen gaat het hier over een interpretatie van psychologische rollen in een politieke context. Dat betekent dat, tenminste volgens onze interpretatie, de reële problematiek handelt over onderdrukking en manipulatie en niet over het erkennen of niet van eigenheden. Doen we die oefening van maatschappijvorming ‘samen’ niet, dan belanden we noodzakelijk in vormen van paternalisme en nieuwe verdrukking. De weg van de vrijzinnige is daarbij niet zacht of vriendelijk zoals de naastenliefde dat voorschrijft, maar wel hard en doortastend overleggend. Dat is een beetje confronterend, maar wel emanciperend. Dat wil zeggen, het is niet vriendelijk of lief of niet-fundamentalistisch om een groep die niet correct behandeld wordt volgens de algemeen afgesproken uitgangspunten (de Grondwet, het Charter van europa, de Mensenrechten) dan maar een bijzondere toelating te geven om volgens hun eigen preferenties voort te doen. Dat soort van ‘begrijpen’ of naastenliefde is in feite onrecht in stand houden, zelfs al lijkt het lief geformuleerd. Het is ook niet fundamentalistisch, maar wel hard en op termijn eerlijk en inderdaad respectvol om te eisen dat alle mensen dezelfde rechten moeten kunnen opnemen en dezelfde ontplooiingskansen als mens krijgen, zelfs als dat tegen de belangen en de schenen van de predikers van een religieuze (of andere) eigenheid is.
Die tweede positie is die van de vrijzinnige woordvoerders die door Hertogen zo vakkundig andere intenties worden aangepraat. Het slachtoffer blijft echter de zwakste of minst beschermde, in dit geval de vrouwen in een eeuwenlange man-gedomineerde reeks van tradities. En nog eens, dat is geen algemeen menselijk fenomeen: sommige culturen kennen die structurele ongelijke behandeling van vrouwen niet, maar de drie boekgodsdiensten hebben voor zover bekend niet anders gekend tot de Verlichtingsfilosofie die machtsverhouding langzaam is beginnen slopen.

‘Meningen’ zijn slechts zinvol wanneer ze de realiteit ernstig nemen. Het afschrijven van dorpse reacties van ‘wij tegen de anderen’ als onzin is dus geen ‘mening’ van fundamentalistische vrijzinnigen, maar wel een realistische houding.

Hendrik Pinxten (voorzitter HVV),
Björn Siffer (woordvoerder van HVV) bjorn.siffer@h-vv.be
en Eric Goeman (voorzitter Attac Vlaanderen).





Een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld

29 06 2009

STANDPUNT van Rik Pinxten en Björn Siffer (voorzitter en adjunct-directeur HVV)

Is de hoofddoek een godsdienstig symbool of niet? Wij vermoeden van wel gezien de hevige tegenstand van moslims. Is een hoofddoek nu verplicht of niet in de islam? Eigenlijk wil ik het daar niet over hebben, want dit is een geloofskwestie en ik geloof niet. Ik beweer wel iets te weten over het begrip ‘identiteit’. Hoe definieer je identiteit? We vergeten te vaak dat onze afstamming gemengd is en we verkiezen ons in te beelden dat we een vaste en zekere identiteit bezitten, omschreven en bepaald door de bodem, of door de godsdienst, of door de volksgroep of door de natie. Nationalisten en racis-ten baseren hun identiteit hoofdzakelijk op één aspect. Bodem, of volkscultuur, of ras. Nochtans is een identiteit vooral meerlagig. Een mens kan afkomstig zijn uit een bepaalde streek, een bepaalde politieke overtuiging hebben of een bepaalde levensbeschouwing aanhangen. Dat zijn allemaal aspecten van een identiteit. De Frans-Libanese auteur Amin Maalouf schreef er een interessant essay over: “Les identités meurtrières”. Als je één aspect uit je identiteit licht en je je enkel daar mee vereenzelvigt, dan word je afhankelijk van dat ene aspect en ben je ook snel geraakt als men je aanvalt op dat aspect. Het is algemeen bekend dat nogal wat migranten een identiteitscrisis doormaken. Ze beseffen dat hun afkomst of die van hun (voor)ouders elders ligt, ze zijn vaak de taal onvoldoende machtig en ze zien er ook wat anders uit dan de meerderheid van de andere mensen die ze dagelijks op straat ontmoeten. Ook een goede job vinden, ligt soms heel moeilijk. Wat is dan een begrijpelijke, menselijke reactie? Terugplooien op een facet in je leven waarin je wel houvast vindt. Voor vele migranten is dit godsdienst. Wanneer ze dan ook nog eens op dit aspect worden aangevallen – geef toe, de islam is niet echt populair in het westen – dan gaan ze heel defensief en radicaal reageren. Maar ze laten zich te gemakkelijk voor één gat vangen. En een overheid, of in dit geval een school die bij voorkeur een instituut is dat een pedagogisch project uitdraagt in de hoop jongeren op te voeden tot kritische bur-gers, heeft het recht, ja zelfs de plicht, om haar jongeren bij te sturen indien het dreigt mis te lopen met die identiteitsbeleving. Het godsdienstige aspect van hun identiteit is té prominent aanwezig. In die zin dat het niet gezond meer is. Het is niet gezond dat aan jonge mensen niet meer kan gevraagd worden om die ene, meestal godsdienstige, uiting van hun nochtans meerlagige identiteit, even – gedurende de schoolu-ren – af te zetten. Dit is problematisch. Zoals het ook problematisch is dat een imam een binnen de schoolpoorten georganiseerd beschaafd debat monopoliseert en een ganse menigte “Allah Akbar” laat schreeuwen. Of oproept niet meer naar school te gaan, waarmee hij eigenlijk de boodschap geeft dat godsdienst belangrijker is dan onderwijs. De Athenea van Antwerpen en Hoboken verbieden overigens alle politieke en religieuze symbolen. Dus niet enkel de hoofddoek. Dat de athenea een poging doen om kledingvoorschriften voor iedereen gelijk te stellen, komt in het debat van de voorbije dagen onvoldoende aan bod. Het valt ons inderdaad op dat er weinig wordt gezegd over de grond van de zaak. Niemand verwoordt dit beter dan directrice Karin Heremans zelf: “Ik denk dat we naar een samenlevingsmodel moeten waarin we compromissen kunnen vragen van iedereen en waarbij we aan allochtonen kunnen vragen dat de hoofddoek soms afgedaan wordt.” In de meeste Antwerpse scholen geldt – zeer eenvoudig – een hoofddekselverbod. Iedereen wordt gevraagd dit te respecteren. Waarom zou voor moslims dan een uitzondering moeten gemaakt worden? Omdat het over godsdienst gaat? Heeft godsdienst dan zo’n verheven statuut dat ze boven algemene regels staat? Ik denk dat de seculiere rechtsstaat hier het belangrijke signaal moet geven dat dit niet zo is. Onder normale omstandigheden zou een hoofddoekverbod misschien niet aan de orde zijn. De vraag is echter of er nog sprake is van normale omstandigheden. Dat de islamitische godsdienst oprukt en radicaliseert, daarover is iedereen het eens. Je ziet vandaag veel meer hoofddoeken op straat en op school dan vroeger. Leerkrachten krijgen het steeds moeilijker om te onderwijzen over de evolutieleer en moeten steeds vaker hun lessen onderbreken omdat islamitische leerlingen protesteren en de leerkracht verwijten “haram” kleding te dragen of meningen te vertolken die haram zijn. Wie twijfelt aan dit snel oprukkende fenomeen moet maar eens wat minder opiniestukken lezen en praten met mensen in het veld. Met onderwijzers en maatschappelijk assistenten bijvoorbeeld. Zij ondervinden de problematiek dag na dag en wensen deze niet meer te relativeren. Zij vragen dat de overheid ingrijpt en eens duidelijk zegt waar de grenzen van godsdienstige aanspraken liggen en waar het algemeen belang primeert boven godsdienst. Denkt u nu echt dat het daar in Antwerpen en Hoboken allemaal dommeriken zijn die niet weten dat hun maatregel er op korte termijn voor zorgt dat bepaalde meisjes van hun familie niet meer mogen studeren? Denkt u nu echt dat die progressieve directies in Antwerpen en Hoboken niet weten dat emancipatie best van de onderdrukte groep zélf uitgaat en dat emancipatie onder dwang nogal paternalistisch is? Denkt u nu echt dat een progressief instituut als het Atheneum van Antwerpen, dat al jaren schitterend werk levert rond actief pluralisme, nu opeens gekaapt wordt door rabiate godsdiensthaters? Zou er echt niet een klein beetje meer aan de hand zijn? Zou het niet kunnen dat dit een schreeuw is naar onze politici om eindelijk eens beleid te voeren rond integratie? Dat dit een daad is – uit noodzaak – die even duidelijk wil stellen waar het algemeen belang primeert boven godsdienstige belangen? Dat dit een pedagogische maatregel is die het belang van godsdienst even terug in het juiste perspectief en binnen de juiste proporties wil brengen? Net als Meyrem Almaci (Groen!), Kris Van Dijck (NVA) en vele andere politici vraag ik een open debat – feiten op tafel – over de machocultuur bij moslimjongens, over familiaal geweld, over godsdienstige indoctrinatie, over gelijkheid van man en vrouw, over schijnhuwelijken en huwelijksmigratie, over scheiding van kerk en staat, over vrijheid van meningsuiting. Ik vraag méér dan een meldpunt discriminatie. Ik vraag dat het thema hoog op de politieke agenda wordt geplaatst en niet wordt overgelaten aan de profeten van de clash of civilizations, zoals dat vroeger gebeurd is. Ik stel voor dat de Minister van Onderwijs zich niet langer wegsteekt achter de autonomie van de scholen en eens nagaat in hoeverre gescheiden godsdienst- en zedenleerklasjes bijdragen tot het onbekend-maakt-onbemind fenomeen. Bereiden we onze jongeren zo optimaal voor op een interculturele samenleving? Vinden wij het normaal dat jongeren al vanaf hun zesde geïndoctrineerd worden dat ze van klei gemaakt zijn en pas vanaf hun twaalfde vernemen dat ze van apen afstammen? Hoe komt het dat een zelfbewuste en niet van assertiviteit gespeende moslima in het KA Antwerpen verklaart dat er een islamitische expansie aan de gang is die door de goddelijke hand wordt gestuurd? Ik stel ook voor dat de overheid een grondige bevraging organiseert over de verhouding tussen levensbeschouwing en overheid. In de eerste plaats bij de mensen in het veld. Bij onderwijzers, maatschappelijk assistenten, verenigingen, medewerkers van VDAB, politieagenten, straathoekwerkers, kortom bij mensen die dagdagelijks geconfronteerd worden met de samenlevingsproblemen. Ik stel ten slotte ook voor dat iedereen eens rustig de tijd neemt om voor zichzelf uit te maken wat er nu werkelijk aan de hand is. Beste moslima’s, een hoofddoekverbod is niet het einde van de wereld. Ga vooral verder met studeren. Discussieer met elkaar over godsdienst, maar ook over politiek, over sport, over liefde, over seks, over alle dingen die het leven mooi of lelijk maken. En draag die hoofddoek thuis of op straat, niemand verbiedt dit. Draag hem even niet op school of wanneer je een openbare functie uitoefent. Geef en neem.

Hendrik Pinxten en Björn Siffer
(De auteurs zijn respectievelijk voorzitter en woordvoerder van HVV)
Verschenen in De Morgen van 26 juni 2009





Euthanasiewet moet eindelijk uitgebreid!

28 04 2009

Sinds mei 2002 heeft België een euthanasiewet. Sinds 2002 is er de discussie of die wet al dan niet uitgebreid moet worden.
Wim Distelmans vindt van wel: voor dementerenden, maar ook voor mensen die lijden aan ernstige hersenaandoeningen en er zelf via een wilsverklaring om vragen.
Politici en bekende Vlamingen sloten zich al aan bij deze vraag.  Maar een uitbreiding, zelfs een diepgaand debat, bleef uit.
Hugo Claus vroeg om euthanasie binnen de krijtlijnen van de huidige wet; op een ogenblik dat hij nog duidelijk zijn wil kenbaar kon maken. Omdat hij de aftakeling van dementie niet wilde meemaken. Dat  was zijn beslissing, zijn vraag, zijn recht op zelfbeschikking.
De weduwe van Hugo Claus, Veerle Claus, getuigde dit weekend op het symposium over dementie in Grimbergen het volgende: ‘Mijn man is uit het leven gestapt op het moment dat hij het nog lief had. Mensen vragen me steeds of het niet te vroeg was. Ja, het was te vroeg.”
Het was inderdaad te vroeg. Hugo Claus wees door zijn weloverwogen keuze op een tekort in onze wetgeving. Want onze wet laat alleen toe dat comapatiënten euthanasie krijgen. Anderen (dementerenden, Alzheimerpatiënten, mensen met ernstige hersenaandoeningen) die niet meer bewust zijn, kunnen geen euthanasie krijgen, zelfs niet na het invullen van een wilsverklaring. Voor hen blijft onze wet een lege doos, en dit terwijl de euthanasievraag hier ook als terecht ervaren wordt in onze samenleving.
Nu steunt ook de Vlaamse Alzheimerliga de vraag de wet uit te breiden. Een bewijs dat de vraag ruim gedragen wordt: én door patiëntenverenigingen én door onze samenleving.
Ook de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging wil een uitbreiding van de euthanasiewet. Omdat het zelfbeschikkingsrecht ook voor mensen die niet meer bewust zijn, mogelijk moet zijn na het opstellen van een wilsbeschikking.
En als een uitbreiding van de wet zo ruim gedragen wordt, moeten de politici dan niet eindelijk hun werk voortzetten en de wet uitbreiden voor dementerenden, Alzheimerpatiënten en mensen met ernstige hersenaandoeningen?
“Het onderwerp van dit debat ligt gevoelig. Maar als er in de samenleving een duidelijke vraag naar is, dan moeten politici hun verantwoordelijkheid opnemen. Onze steun hebben ze!”,  zegt Rik Pinxten, voorzitter van HVV.

Rik Pinxten
Voorzitter HVV





Lijden

3 04 2009

Amelie Van Esbeen uit Merksem is 93 en een kranige dame. Ze is naar eigen zeggen ‘helemaal op’. Ze is niet ongeneeslijk ziek, maar heeft een hele verzameling ouderdomskwalen die samen haar leven ondraaglijk maken. Dat vindt ze zelf. De vrouw vraagt om te mogen sterven, maar ze komt niet in aanmerking voor euthanasie omdat ze niet binnen de voorwaarden van de wet valt. Daarvoor moet je immers lijden aan een niet te genezen aandoening die ondraaglijk lijden veroorzaakt.

Zoals Amelie zijn er velen, en met de groeiende vergrijzing van de bevolking en een steeds groter aantal hoogbejaarden zullen gevallen als het hare steeds vaker voorkomen. Voor- en tegenstanders van euthanasie in dit soort gevallen hebben valabele argumenten.

Tegenstanders betogen dat ouder worden hoe dan ook het leren aanvaarden van een aantal verliezen is: van gezicht, gehoor, geheugen, mobiliteit, onafhankelijkheid van anderen. Maar dat al dat verlies daarom nog geen reden tot een doodswens moet uitmaken, en dat donkere gedachten en depressies ook kunnen verholpen worden door met technische hulpmiddelen of therapie de hoogbejaarde weer een zekere levenskwaliteit te geven. Wanneer zoiets helpt, is het natuurlijk de aangewezen weg.

Maar wat doe je als het doodsverlangen ondanks die medische en therapeutische interventies blijft, wanneer langdurig en herhaaldelijk de wens wordt uitgesproken om het leven te mogen verlaten?

Wie is in zulke gevallen dan de ultieme scheidsrechter om te oordelen over de echtheid van het ondraaglijk lijden? Over de wens daaraan een einde te maken? Voor gelovigen zijn zij dat zelf niet en die mening verdient alle respect.

Maar wanneer een wilsbekwaam en autonoom individu zelf wenst dat er einde aan haar lijden gemaakt wordt, is dat ook een mening waarvoor anderen respect dienen op te brengen. Dat is trouwens de basisethiek achter de wetgeving op euthanasie. Die wetgeving, zo leert Amelie ons, is aan verfijning toe.

Want nu zitten we met de vrij surrealistische situatie dat Amelie wel het recht heeft om in hongerstaking te gaan en zichzelf zo een uiterst onmenselijke hongerdood te laten sterven, maar dat ze van het recht op een pijnloze en genadige dood onthouden blijft. Die keuze zou men niemand mogen aandoen, wat ook je levensbeschouwing is.

Yves Desmet
Politiek commentator
DeMorgen 24/03/09